Alle berichten van Joyce Hes

Een tijd van warrigheid. Deel 2: Een oester als logo

Vandaag, woensdag 10 november, bijna acht maanden na de verkiezingen, heeft Kamervoorzitter Vera Bergkamp bij de vier formerende partijen aangedrongen op spoed.
Het resultaat werd in Nieuwsuur besproken door Jeroen Wollaars en de vaste verslaggever van de voortdurende formatieperikelen Arjen Noorlander.
De dialoog tussen de twee heren is exemplarisch voor de heersende verwarring over wanneer er nu wat voor soort kabinet komt.

Op de vraag van Jeroen hoeveel haast er nu werd gemaakt zei Arjen: “De formerende partijen willen nu toch echt haast maken! Men was echt opgetogen. Het knopen hakken komt toch echt dichterbij. De term Sinterklaasakkoord valt. Het begint te gebeuren”.

We zien vervolgens een ontnuchterende Remkes die gevraagd naar de planning zegt dat men niet van plan was om het eigen ongeluk te organiseren en dat hij dus van niks weet.

Arjen Noorlander weer met opgewekte stem: “Ja, het begint toch echt vorm te krijgen, hoe ze de komende weken de formatie willen aanpakken. Tja, en als ze echt willen vergaderen, dan gaan de gordijnen dicht. Ze zijn er nog niet maar je hoort dat ze toch richting einde aan het werken zijn en dat Rutte 4, dat nieuwe kabinet met de nieuwe bestuurscultuur en dezelfde partijen, toch steeds dichterbij komt. Eén van de aanwijzingen is natuurlijk dat je daarvan niets hoort. De groep voorlichters van de vier partijen heeft een oester als logo en dat betekent dat we in de finale fase terecht komen. Het is nu de bedoeling dat formateur Rutte dadelijk wordt benoemd zodat het kabinet zo rond Kerst op het bordes komt te staan”.

Jeroen: “Dat is dan dus een kabinet dat op hoofdlijnen aan de slag moet gaan, wat wel missionair is maar feitelijk zonder ingevulde missie???”
Arjen: “De ministers gaan dan na de Kerst bij elkaar zitten en dan werken ze toe naar een apart  Regeringsakkoord of Regeerprogramma. Dat gaat dan weken zo niet maanden duren, zodat we dus in het voorjaar misschien echt weten wat ze willen gaan doen”.

Hè???
Gaan ze nu haast maken en komt er snel een nieuw kabinet met een duidelijk Regeerakkoord, een plan de campagne op alle dossiers die om onmiddellijke aandacht vragen?
Of kunnen we pas tegen Kerst een nieuw kabinet op het bordes zien waarvan we de feitelijke afspraken nog niet kennen?
En wat betekent een nieuwe bestuurscultuur? Dat de gordijnen worden gesloten en dat geen bericht goed bericht is? Een oester als logo???
Of zijn we nu met zijn allen langzamerhand murw geraakt in dit onbevredigende proces van vooral niet-formeren?
En lijkt het wat dat betreft wat op de Corona-strategie: steeds achter de feiten aanlopen en wachten op… een wonder misschien?

Een tijd van warrigheid. Deel 1: De warrigheid van een rabbijn

In haar Rede van Fryslân met als titel: ‘We hebben waarheid nodig, maar welke? Van Bonifatius tot Woke’ haalt Tamarah Benima, rabbijn bij diverse gemeenten in Nederland van alles overhoop.
Vanwege haar vergelijking tussen het naziregime en het Corona-beleid heeft ze inmiddels de woede van de joodse gemeenschap op haar hals gehaald, maar wat ik haar vooral verwijt is warrigheid.
Het pretenderen dè waarheid in pacht te hebben moet met argusogen bekeken worden zeker in een tijd van fake news, maar wellicht nog riskanter is het als geestelijken opstaan die in een warrig betoog op zoek gaan naar welke waarheid we nodig hebben.

De waarheid van het Christendom?
Volgens Benima kwam Bonifatius de heidense Friezen het Christendom brengen op een manier die vergelijkbaar is met die van de Taliban en IS om even verderop datzelfde Christendom toe te dichten dat het de bloei van wetenschap, de seculiere staat en de democratie heeft mogelijk gemaakt.
De Inquisitie, de Tachtigjarige Oorlog, de Verlichting, Kant, de Franse revolutie, de door socialisten en feministen zwaar bevochten sociale wetgeving en gelijke rechten, waar zijn ze gebleven?
Tot ze dan toch weer stelt dat het Christendom een mystieke waarheid op de politieke dimensie van het leven plakt en daarmee totalitaire trekken vertoont.

Kunt u het als lezer nog volgen?

De waarheid van de Woke-beweging dan.
Volgens haar is de Woke-beweging een religie en ze zet die tegenover andere religies zoals wij die kennen waaronder ze ook denksystemen verstaat als Wetenschap en Verlichtingsideologie.

Wetenschap een religie?
Hier wordt haar verhaal toch best link zou ik zeggen. Ooit van kennistheorie gehoord? De tak van filosofie die de aard, oorsprong, voorwaarden voor en reikwijdte van het weten onderzoekt. De wetenschap die zich beroept op waarneming en intellect terwijl de theologie zich met de goddelijke openbaring bezighoudt? Karl Popper, Immanuel Kant?
It doesn’t ring a bell?
En dat in een tijd dat we toch wel in meerderheid dankzij de persisterende wetenschap ons eindelijk realiseren dat we zelf de oorzaak zijn van een klimaatcrisis?

De waarheid van de clan, de tribe, het volk.
Volgens Benima is thuis zijn bij genoemde clan, tribe of volk een diep gevoelde realiteit èn noodzaak.
Vraag: Waarom zou dat niet voor de Woke-beweging, waartegen ze zich afzet, gelden?
En: Waarom zou de diep gevoelde en noodzakelijke realiteit van het Germaanse volk in de jaren dertig en veertig en de, om met Baudet te spreken, boreale cultuur dan nog een probleem zijn (geweest)?

Tja, en dan komen we dus bij de gewraakte passages: “Alle mensen die op welk niveau ook beleid uitstippelen, of het nu bij de overheid, in de wetenschap of zelfs bij Big Tech en Big Pharma is, hebben de allerbeste bedoelingen”. Daarvan is ze overtuigd.
Maar als Jodin is ze gewaarschuwd. “De beleidsmakers toen, op ieder niveau, dwars door de samenleving, hadden het beste voor met iedereen. Ook toen ze Joden als ‘een gevaar voor de volksgezondheid’ aanmerkten. Ook toen ze een oorlog startten tegen het toenmalige ‘virus’. Speel dus niet met vuur door mensen nu in onze samenleving weg te zetten ‘als gevaar voor de volksgezondheid’.”

De waarheid van het ‘noodzakelijke’ Germaanse volk dat met de beste bedoelingen de Joden als virus bestempelde.
Welja zeg.

Ik zou zeggen: met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig!

PS: In de rede van Benima wordt Woke in één moeite door vergeleken met de nazi’s en de Sovjet-communisten, zoals ze overigens ook doet met de sociaaldemocratie die ze mede beticht van genocide op ongekende schaal op een industriële manier, en niet gehinderd door wetenschappelijke theorieën, maar erdoor geïnspireerd.

Anders en toch zo nabij

Kan dat, dat je van iemand niets begrijpt, zijn of haar taal niet spreekt, met wie slechts een heel beperkte communicatie mogelijk is, en zeker geen digitale, maar dat je toch veel van hem of haar houdt, van deze ‘vreemdeling’?

Dat kan en dan heb ik het niet over een baby maar over mijn ruwharige teckel van veertien jaar: Moes.
Moes is voor mij een klein wonder.
Zonder enig besef van haar minimale afmetingen, ouderdom, kwetsbaarheid of van hoe ze overkomt bij andere van haar soortgenoten of bij ons mensen, is ze zichzelf, onmiskenbaar zichzelf.

Wij zouden zeggen: ze is zelfbewust, maar dat is ze nu net niet, ze is zelf-on-bewust.
En daarmee gedraagt ze zich authentiek.
Ze doet wat in haar opkomt.
Ze eet en drinkt als ze er behoefte aan heeft en als ik haar uitlaat doet ze een plas en een minuscule poep, snuffelt fanatiek en dat is het dan.*
Ze holt vrolijk over het uitlaatstrand, geeft een grotere wat opdringerige hond een snauw als hij haar grenzen overschrijdt en als ze er genoeg van heeft en dat is de laatste tijd eerder dan een jaar geleden, loopt ze op haar kleine pootjes weer terug richting fiets.
Ik til haar op en zet haar in haar mandje en thuisgekomen krijgt ze nog een hondenkoekje in haar mand. Staartje omhoog want daar doe ik haar steeds plezier mee.

Ze heeft geen last van angsten (mijn vorige hond leek nog wel eens een nare droom te hebben) of zorgen voor de dag van morgen, laat staan voor een oplevende Covid, de klimaatcrisis, de stijgende prijzen, het incompetente gedoe in Den Haag, de opkomst van extreem rechts, ze houdt zich er niet mee bezig.
Het enige wat haar interesseert, is, of het regent of koud is.
Dan piept ze (want echt blaffen doet ze niet) en wil duidelijk al heel snel weer terug naar haar manden. Ze heeft er namelijk twee. Een kleine op maat en een grote van mijn vorige hond.

Wat ik echt heel bijzonder vind: Moes lijdt niet aan rancune.
Ze is op haar twaalfde door haar bazen afgeleverd bij het Amsterdamse asiel om niet traceerbare redenen. Maar het heeft bij Moes niet minder vertrouwen in de mens opgeleverd. Moes kan ook na deze onvergeeflijke daad met iedereen opschieten, met mens, dier en zeker ook met kleine kinderen.
In dat verband is ook opmerkelijk hoe flexibel Moes is en hoe weinig standgevoel ze heeft.
Ze is een rashond en heet volgens haar paspoort eigenlijk Hadewych, maar dat ze nu al zoveel jaar Moes wordt genoemd en van de ene dag op de andere tussen zwerfhonden moest verkeren, het deerde haar niet.

Toch is ze ook weer geen allemansvriend. Moes gaat haar eigen gang.
Als ik haar graag ’s avonds op de bank naast me wil om gezellig tv te kijken, staart ze dan zo naar de grond waar ze duidelijk naar toe wil, aarzelend of ze de sprong zal wagen, dat ik het niet over mijn hart verkrijg haar nog langer mijn gezelschap op te dringen.
Wel komt ze als ik naar haar idee wat lang op bed lig haar koppie om de deur steken om me even later vrolijk kwispelend te begroeten.
Uit hoeft ze dan nog niet, maar kennelijk wil ze toch nog even verifiëren of ik er nog ben (eigen interpretatie).

Moes is een raadsel voor me en me ook heel nabij.
Ze is er gewoon altijd.
Dat is haar geheim.
In welke omstandigheden ik ook ben, of ik nu een behoorlijke tijd weg ben geweest (dan kon mijn vorige hond nog wel eens uit balorigheid al mijn kranten verscheuren), hoe mijn humeur ook is, ze ligt in haar mandje en straalt een zekere rust uit.
Ze is precies wat ik hierboven schetste, ze is een levend wezen, een personality, die mij gezelschap houdt en niets vraagt, me niets verwijt en geen schuld of schaamte kent.
Ze vraagt geen erkenning, zit niet de godganse dag op sociale media of vraagt erom ‘gezien’ te worden.
Ze hoeft niets te bereiken.
Ze ìs.
Lang leve Moes!

  • In het juninummer van de IJopener is het gedicht ‘Uitgelaten’ opgenomen.
    Staat ook op de website van de IJopener: www.ijopener.nl

Universalisme en secularisme een illusie?

Er zijn momenten in een mensenleven die je bijblijven en je weet dat ook op het moment dat ze zich voltrekken.
Natuurlijk is 11 september 2001 – de aanval op de Twin Towers – zo’n moment dat je bijblijft als je, zoals ik, dat zag gebeuren op TV.

Maar er was ook het moment dat ik op Schiermonnikoog zat en me hogelijk verbaasde over het feit dat Rudi Carrell door de Duitse omroep ARD, maar ook de ruggengraatloze houding van de regering Lubbers, in 1987 gedwongen was zijn excuses te maken aan het Iraanse volk.
Wat had hij gedaan, in vredesnaam?
Hij had een filmpje getoond waarin vrouwen damesonderbroekjes gooiden naar de Ayatollah Khomeini. Deze flauwe, wat platte grap naar mijn mening, zou met een fatwa zijn beloond, zoals Salman Rushdie dat twee jaar later zou ervaren, als hij niet zijn excuses zou maken.

Het einde dus van de vrijheid van meningsuiting was mijn gevoel toen. De heer Van den Broek, minister van Buitenlandse Zaken (CDA) had het zelfs bij Achter het Nieuws gedaan gekregen dat ze het bewuste fragment niet uitzonden, uit angst voor de wraak van Khomeini.
Het gaat hier om dezelfde minister van Buitenlandse Zaken die het presteerde om ergens gedurende zijn ambtsperiode mensenrechten in verband te brengen met links gedachtegoed.
Ook weer zo’n TV-moment dat ik niet gauw zou vergeten.
Naar mijn idee: Het einde van het gezag van de door de Holocaust geïnspireerde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Immers, als je de rechten die daaruit voortvloeien en die staan voor de waardigheid van ieder mens als links betitelt (Baudet zou zeggen: als cultuurmarxisme) dan kun je de Verdragen die daaruit voortvloeien zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens of het Vluchtelingenverdrag ook meteen in de linkse prullenbak gooien.

Eind jaren tachtig gebeurde wat, althans ik, niet voor mogelijk hield: De grote rechtse afslag naar een criminalisering van voorbereidingshandelingen in het strafrecht, een algemene, eerst nog beperkte, identificatieplicht gevolgd door een Schengen informatiesysteem dat de privacy ernstig op de tocht zette. En natuurlijk later gevolgd door een Vreemdelingenrecht dat onder de bezielende leiding van Job Cohen, staatssecretaris van Justitie werd ‘omgevormd’ tot een door de Commissie Meijers* zeer bekritiseerde Vreemdelingenwet.

En dan nu opeens in de NRC een opinie van Aya Sabi* die stelt: “Het is niet langer mogelijk zich te verschuilen achter het ‘blanke’ canvas van het universalisme en het secularisme.
Die zijn een illusie”.

Het universalisme en secularisme in de ban gedaan als blank canvas.
Daar ga je met je Universele Verklaring! En alles wat daaruit voortvloeide. Blank canvas.
Wat heeft Sabi trouwens tegen canvas? Vaak gebruikt als schildersdoek…
En ongebleekt erg duurzaam 100 procent katoen.

Volgens haar is de Vitruvius-man van Leonarda da Vinci ook dood.
Dat heb ik moeten opzoeken.
Net als de uil van Minerva en de boreale wereld van Baudet.
De Vitruvius-man wordt algemeen gezien als symbool van het humanisme, met de mens als middelpunt van het heelal.
Die mens heeft afgedaan weten we inmiddels (Die mens wordt trouwens ook door Sabi en de haren gelijkgesteld met – witte – man).

Het antropoceen heeft zijn langste tijd gehad. En daarmee ook, ben ik als seculiere, atheïstische, heteroseksuele, witte, feministische, zeventigplus vrouw met een joodse achtergrond en een idealistische linkse inborst bang, het humanisme en het universalisme. Als we de mens niet langer centraal stellen, en dat heeft uiterst links en uiterst rechts gemeen, komen we terug bij moeder natuur.
Dat lijkt zo gek niet behalve wanneer moeder natuur zich vertoont als de verheerlijking van het beest in ons of dat nu zwart, wit, bruin, geel of groen ziet.

  • De Commissie Meijers is een denktank van rechtswetenschappers op het gebied van Europees migratie- en strafrecht. Als voorzitter van de Coornhert Liga was ik er nog kortstondig lid van.
  • Aya Sabi: ‘Woke is geen spook maar zaak van woord en wederwoord’, in Opinie NRC van dinsdag 19 oktober.

De noodzaak van burgerparticipatie

De Haagse stolp krijgt steeds meer trekken van een woning bij Zeerijp.
De ene schok is nog niet voorbij of de andere dient zich aan.
En een oplossing ligt niet in het verschiet.
De woning vertoont scheuren en is onstabiel geworden.
Het gezin dat er woonachtig is doet niet veel anders dan te trachten het hoofd boven water te houden, maar de psychische schade is inmiddels ook aanzienlijk.
Verwijten over en weer en een groeiende inertie is waar de familie inmiddels aan lijdt.
Ze zitten achter stapels dossiers en paperassen terwijl de rommel in huis zich opstapelt.
De deur klemt en bezoek wordt niet op prijs gesteld.
De buren maken zich zorgen.

Ik kan met deze parabel nog een tijdje doorgaan maar duidelijk is dat men er in Den Haag niet echt meer uitkomt.
Misschien komt er een nieuw kabinet, samengesteld uit de vier partijen die zijn gestruikeld over de Toeslagen-affaire, maar veel nieuws hoeven we daar niet van te verwachten.
D66 de enige partij van wie de mensen misschien nog hopen dat deze een frisse wind zou kunnen brengen is inmiddels een ‘systeem’-partij geworden volgens hun wetenschappelijk bureau.*
Van Mierlo stelde in 1967 nog in een paginagrote advertentie in de krant: “Ons politiek bestel is ziek en moe. Het schippert, het weifelt. Zeurt. Wat kunnen wij doen om het te herscheppen – weer fair en vitaal te maken?”

Nou, niet mevrouw Van Huffelen (staatssecretaris van Financiën) aan het roer van het zinkende schip van de Kindertoeslagen-affaire dat zij vlot zou moeten trekken en trouwens ook niet mevrouw Olongren in de regen met stukken rond laten lopen of de stemprocedure dusdanig laten herzien dat burgers niet meer begrijpen op wie ze moeten gaan kiezen dadelijk* zou ik nu 55 jaar later zeggen.

Tja, dat zei Van Mierlo in 1967 dus, niet voorziende dat er een Mark Rutte premier zou worden, die er op een ongelooflijk knappe manier in slaagt om de gekste dingen uit te halen, zodat de partijen die met hem samenwerken flinke klappen krijgen en toch zelf overeind blijft.

Democratische vernieuwing was de leus. Hij vond dat het ‘regentendom’ zich niet openstelde voor ‘gewone’ mensen.
Na het min of meer echec van de focus op referenda gaan In onze tijd andere landen ons voor in het gebruikmaken van een nieuwe tool namelijk: burgerpanels.
In Frankrijk heeft een dergelijk burgerpanel dat zich moest buigen over de klimaatcrisis en de energietransitie heel succesvol gewerkt. Alleen toen het politiek geïmplementeerd moest worden ging het mis.

Haal je de koekoek!
Stel dat je zoiets in Nederland zou instellen, waarop overigens Alex Brenninkmeijer nu studeert, en ze komen met aanbevelingen om per direct op te houden met de CO2-opslag onder de grond, dan wordt zoiets niet met gejuich ontvangen. Met name niet door de partijen die daarin een mogelijkheid zien om niet echt substantieel iets aan de CO2-uitstoot van de fossiele industrie te hoeven doen.
Kortom de inzet van burgerpanels is leuk maar de uitkomst ervan moet wel passen binnen de lijnen van de grootste partijen en met name dus de VVD. In Frankrijk: Macron moet er wel wat in zien natuurlijk.

Enfin, ik heb een ander idee, een beetje out of the box.
Van Huffelen kan het duidelijk niet aan. De Raad van Europa heeft zich er al mee bemoeid en Nederland gekapitteld over de politieke en ambtelijke cultuur naar aanleiding van de Toeslagen-affaire*.
Zulke negatieve boodschappen richting ons land komen tegenwoordig niet alleen van de Raad van Europa, zie mijn vorige blog.
Is het misschien een idee om onder leiding van de inmiddels afgetreden Amsterdamse ombudsman Arre Zuurmond een aantal gepensioneerde juristen te zetten op de dossiers die mevrouw Van Huffelen en haar Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen niet meer kunnen behappen???
Ik meld mezelf onmiddellijk aan.
Dan combineer je het nuttige met het aangename.
De oudjes die nog scherp van geest zijn en zich dagelijks afvragen of ze nu naar Frankrijk zullen gaan of toch maar weer eens wat verder weg, zullen ongetwijfeld met liefde en enthousiasme zich storten op deze nieuwe uitdaging: Hoe de failliete boedel van het ministerie van Financiën er weer bovenop te helpen?
En natuurlijk vooral de slachtoffers eindelijk recht te doen!!!

  • Zie NRC Opinie 13 oktober: “D66 moet via de Eerste Kamer de nieuwe coalitie naar links trekken”.
  • Zij wil ipv namen cijfers zetten bij de te kiezen personen, begrijp ik.
  • Zie Trouw van 12 oktober: “Versterking positie parlement en Kamerleden moet nieuwe toeslag-affaire voorkomen”.

Oorbaar of ontoelaatbaar

Een casus:
Een strenge vader geeft zijn kinderen van 14 en 15 weinig zakgeld en als ze daar niet van rondkomen wijt hij dat aan hun spilzucht. Dan moeten ze maar eens een baantje nemen…
Stiekem stopt hun moeder hen nog wel eens wat toe.
Dat kan deze vader tot razernij brengen.
Als deze kinderen 20 en 21 zijn krijgt de moeder van de kinderen van haar broer die accountant is (en er toevallig achter is gekomen) te horen dat diezelfde vader buiten haar medeweten, haar spaargeld heeft uitgegeven aan een onduidelijk project van een vriend van hem, die failliet is gegaan. Maar volgens hun vader was er geen vuiltje aan de lucht want hij was immers getrouwd in gemeenschap van goederen en de moeder in kwestie had er van af kunnen weten als ze zich maar eens in de financiën had verdiept.
Inmiddels is ook hun huwelijk gestrand en blijft de moeder in kwestie achter met een uiterst minimale alimentatie.

Wat heeft deze casus gemeen met die van Wopke Hoekstra demissionair minister van Financiën?
1. De voorbeeldfunctie.
Als vader heb je een voorbeeldfunctie maar als minister heb je nog een veel verstrekkender voorbeeldfunctie zeker als minister van Financiën.
2. Strengheid naar anderen.
Wopke Hoekstra heeft zich naar andere Zuid-Europese landen zeer streng en normatief opgesteld waar het hun financieel beleid betreft. Ook was hij als Eerste Kamerlid lid van de commissie die zich bezighield met de internationale strijd tegen belastingontwijking
3. Zijn gedrag naar buiten toe strookte niet met zijn feitelijke handelen.
Naar buiten toe was hij streng en ongenaakbaar. Ondertussen bleek hij nog vlak voor zijn ministerschap gebruik te maken van een brievenbus-constructie. Dat had hij wel bij de Belastingdienst gemeld maar niet bij de Eerste Kamer, zoals nu blijkt uit de Pandora Papers.
4. Niet hijzelf komt, evenals de vader uit het voorbeeld, uit voor dit tegenstrijdige gedrag maar onderzoeksjournalisten moesten erachter komen.
5. Hij praat zijn gedrag goed, twittert er zelfs over in eerste instantie.
Zijn belangrijkste argument dat hij niet wist dat het om een brievenbusfirma ging en overigens ook dat hij niet verplicht was er melding van te maken en dat hij zich altijd aan de vereiste procedures heeft gehouden.

Na een debat in de Kamer blijft hij zitten als minister van Financiën terwijl hij op de tv in Spanje inmiddels voor gek wordt gezet. Dat laatste schijnt hem niet te deren noch anderen van het demissionaire kabinet.
Nederland is immers allang niet meer het beste jongetje van de klas in Europa.
Men kent ons nog wel van het vingertje maar men kent ons inmiddels nog beter als belastingparadijs en land dat missives krijgt van de OESO of de anti-corruptieafdeling van de Raad van Europa als het gaat om banen-verstrengeling van oud-bewindslieden.

Is dit nu oorbaar of ontoelaatbaar gedrag?
Het merkwaardige feit doet zich nu voor dat de meerderheid van de Tweede Kamer over dit onderscheid gaat. Er komt geen rechter maar ook geen burger aan te pas.
Dat laatste zou misschien nog het geval zijn als er zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen zouden worden uitgeschreven
Hij mag doodleuk doorregeren.
Extra schrijnend is natuurlijk dat onlangs staatssecretaris Alexandra van Huffelen nog even aangaf dat het nog heel lang kan gaan duren voor de slachtoffers van de Toeslagen-affaire allemaal zijn gecompenseerd.
De zoveelste correctie op een eerder gedane toezegging.

Het doet me allemaal denken aan een rapport dat ik in 1988 uitbracht: Derving of diefstal en dat handelde over ontoelaatbaar gedrag binnen bedrijven.
Hoe werd daar tegenaan gekeken binnen die bedrijven? Ik interviewde 40 directeuren van zeer uiteenlopende ondernemingen.
Het bleek dat naarmate de betreffende die iets onoorbaars deed, moeilijker te vervangen was en hoger in de organisatie zat, er sprake was van zowel ander taalgebruik als een andere afhandeling-wijze.
In het geval van een voor het bedrijf belangrijke hooggeplaatste werd er over derving gesproken of soms niet eens en werd de betreffende weggepromoveerd.
Als het om een lager geplaatste ging die gemist kon worden was er sprake van ontoelaatbaar en zelfs strafbaar gedrag en volgde ontslag of zelfs een strafrechtelijke afhandeling.

In het geval van Hoekstra, hij is op dit moment niet echt vervangbaar kennelijk en hij kan wegkomen met een verhaal, dat hij zich aan de procedures heeft gehouden. Oorbaar dus…?

Welke van de volgende spreekwoorden acht u hier van toepassing?
1. Hoge bomen vangen veel wind
2. Noblesse oblige
3. De duivel schijt altijd op de grote hoop

Graag uw antwoord aan deze website. Wie weet zit er nog iets leuks aan vast: Aandeeltje in een ecosafari bedrijfje in Oost Afrika?

Zieltogend (3): Het publieke discours

In zijn essay over het boek Amor fati van Abel Herzberg* vraagt Maxim Februari zich hardop af: “Hoe voorkom je je eigen morele verval en hoe zorgt een samenleving ervoor niet besmet te raken door moreel geweld dat rondwaart”.
En verderop in zijn essay: “Het probleem der moraliteit is dat we nooit precies weten wat de norm onder allerlei uiteenlopende omstandigheden inhoudt en hoe je haar moet toepassen. En daarom is het zo belangrijk erover te blijven praten, er een levende omgang mee te behouden, casuïstiek te bedrijven en je gewetensfunctie niet uit te besteden aan anderen of aan machines”.

Als ik dit lees denk ik aan Jürgen Habermas, met name het eerste deel van de laatste zin: “erover te blijven praten” oftewel het publieke discours als basis voor de vormgeving van de normering gebaseerd op redelijke argumenten.
Met dat laatste bedoel ik uitdrukkelijk geen complottheorieën.
Het belangrijkste boek van Habermas was Theorie des kommunikativen Handelns (1981), waarin hij stelt dat er naast de traditionele instrumentele rationaliteit ook nog een communicatieve rationaliteit bestaat. Volgens Habermas is het noodzakelijk dat er voor een optimale publieke sfeer een ruimte moet zijn waarbinnen rationele discussies kunnen worden gevoerd, vrij van dwingende machten.
Voorwaarde voor zo’n gesprek is wel:
1. Dat men ervan uitgaat dat de gesprekspartner de waarheid spreekt
2. Dat de gesprekspartner gerechtigd is de uitspraken te doen die hij doet
3. Dat men er van uitgaat dat de gesprekspartner meent wat hij zegt en de discussie serieus neemt
De uitkomst van een dergelijk gesprek kan dan de vorming van normen zijn.

Kijken we naar wat er nu aan de hand is in het Corona-non-debat dan zien we dat er aan de ene kant sprake is van doel/middel-rationaliteit bij het demissionaire kabinet en specifiek De Jonge zoals bij de instelling van de QR-code verplichting en anderzijds sprake is van complottheorieën waar het de ideeën van Forum en Baudet betreft.
Als je Baudets verhaal in de Kamer beluistert denk je eerst nog dat er best wat in zit in zijn kritiek op het Corona-beleid. Immers hij wijst erop dat er geen duidelijkheid is over de geldigheidsduur van de vaccinaties, op schijnveiligheid en het risico van een surveillance-staat. Daar kan ik me nog in herkennen want ook ik heb met onze Stichting Bescherming Burgerrechten gewezen op de gevaren van een te grote informatiemacht van de staat ten opzichte van de privacy van de burger.

Maar als hij dan naadloos overgaat in het wij/zij-denken en ‘dat het speelveld is veranderd want de tegenstander heeft een andere aanval ingezet’, gelardeerd met verhalen over de tegenstander die altijd maar weer al 50 jaar bij ieder argument of bezwaar zoals over massa-immigratie met de Holocaust kwam aanzetten, de Holocaust die hij dan met een kleine letter en tussen aanhalingstekens plaatst, dan gaan dus mijn haren overeind staan.
Terug bij af denk ik dan.
De keuze van het gedicht van Baudet, dat hij voordraagt in het hart van onze democratie, Verlorenes Ich van Gottfried Benn, die in de jaren dertig een nazi-aanhanger was en zich later bij de Wehrmacht aansloot, doet mij zelfs verlangen naar de tijden waarin er ophef was omdat Willem Aantjes niet eerlijk was geweest over zijn (foute) keuze als jongeman en hij het politieke veld moest ruimen.

Het gevaar van Baudet en zijn Forum is nu net deze dubbelheid. Enerzijds terecht kritische vragen hebben bij de doel/middel-rationaliteit van het kabinet.
Anderzijds meteen door de communicatieve rationaliteit uit de leefwereld een flinke dosis complottheorie gooien waardoor dit type discours ook weer een doel/middel-rationaliteit gaat vertonen!
Want zo hopen Baudet en de zijnen een grote aanhang te krijgen bij ‘gewone’ mensen die moeite hebben met de Corona-maatregelen en -verplichtingen en zich slachtoffer voelen van een te opdringerige overheid.
En dat lijkt dan weer op hantering van het zondebok-mechanisme dat het in de politiek van extreem rechts heel goed doet en deed.

Wat zou er moeten gebeuren?
Terug naar het publieke discours dus.
Terug naar Habermas.
Deze demissionaire regering en het parlement zouden een Platform moeten formeren van burgers en deskundigen die de drie voorwaarden hierboven genoemd zouden willen respecteren. Waarbij het begrip ‘waarheid’ wellicht wat ruimer mag zijn geïnterpreteerd wat mij betreft.
Deze burgers en deskundigen zouden een goede representatie moeten vormen van visies en gedachten die er zijn betreffende het virus en het beleid.
Want we zijn er helemaal nog niet vanaf, maar moeten wel nadenken over een toekomst waarin het virus waarschijnlijk een rol blijft spelen dan wel een nieuw virus op ons pad komt.

Ik zou er zelf bijv in willen zetten: Roel Coutinho en/of Jaap Goudsmit en/of Marcel Levi.
Deze drie mannen hebben elk hun sporen verdiend als arts, specialist in infectieziekten of viroloog en hebben bovendien een joodse achtergrond wat altijd nuttig kan zijn als iemand uit het gezelschap opeens met een ster op de vergaderruimte betreedt.
Pieter Omtzigt lijkt me ook een prima kandidaat gezien zijn opvattingen over een nieuwe bestuurscultuur en zijn duidelijke empathie met de leefwereld en de communicatieve rationaliteit van Habermas.
Baudet lijkt me niet geschikt vanwege het feit dat hij niet aan de voorwaarden voldoet, maar bijv de advocaat van Willem Engel, Gerben van de Corput die de zaak over de avondklok heeft aangespannen, lijkt me weer erg geschikt. En zeker ook Maxim Februari die immers samen met anderen de Syri-zaak heeft aangespannen,* zeer beducht is voor een surveillance-staat en een buitengewone betrokkenheid toont bij wat er gebeurd is in de Tweede Wereldoorlog.
Liever verder geen politici maar een verstandige huisvrouw uit Urk die de voorwaarden wil respecteren waarom niet. Ouderenbonden-vertegenwoordigers maar ook vertegenwoordigers van jongeren, en van de horeca en non-responders, prima!
En natuurlijk een goede niet manipulerende en door links en rechts gerespecteerde voorzitter zoals bijv Jos Wienen die weet wat het betekent als je doelwit bent van lieden die het op jou gemunt hebben maar toch altijd weer het hoofd koel houdt.

Enfin, het is een idee.
Want dat we met elkaar in dit land echt moeten gaan nadenken en praten over hoe het nu verder moet met onze samenleving is mijns inziens obvious en zeker niet een uitgemaakte zaak!

  • Gepubliceerd in de Groene Amsterdammer van 23 september
  • zIe voor de Syri-zaak een eerder blog van mij van 2 november 2019

Zieltogend (2): Het vertrouwen in de politiek

Ik had u als lezer beloofd dat ik een serietje zou maken. De vorige keer had ik het over de geestelijke gezondheidszorg.
Nu is duidelijk, dat begrijpt u, de politiek aan de beurt.
Volgens het onderzoeksbureau van de NOS, Ipsos is het vertrouwen van de Nederlandse burger in de politiek gekelderd tot onder de helft.
Een meerderheid van zes op de tien Nederlanders heeft weinig of heel weinig vertrouwen meer in de landelijke politiek.
(Dat is belangrijk om er even bij te vermelden dat ‘landelijk’. Want misschien heeft men nog wel vertrouwen in de plaatselijke bestuurders?)
Ook het vertrouwen in het kabinet zelf en in demissionair premier Rutte heeft een knauw gekregen. Vorig jaar nam het vertrouwen na de ingrijpende maatregelen in de corona-crisis nog toe, inmiddels is daar weinig meer van over. Het demissionair kabinet krijgt met een 4,9 een onvoldoende, waar het in maart bij de Tweede Kamerverkiezingen nog een voldoende kreeg.
Kijken we naar de premier dan was het vertrouwen 61 procent en inmiddels 33 procent.

Waarom is het vertrouwen zo gezakt?
Bij Ipsos antwoordde 72 procent bevestigend op de vraag of de lange duur van de formatie slecht is voor hun vertrouwen in de politiek. Daarnaast worden genoemd het beleid op het gebied van gezondheid, de woningmarkt, het debacle met de kindertoeslagen, het immigratie- en asielbeleid, de ouderenzorg, de aanpak van de corona-crisis en het klimaatbeleid.
Tot zover Ipsos.

Kijken we nu naar EenVandaag van maandag 20 september, dan is er iets opvallends zichtbaar.
Het vertrouwen is schrikbarend gedaald aldus Gijs Rademaker van het EenVandaag Opiniepanel. Zoveel verschil lijkt er niet met de onderzoeksresultaten van Ipsos.
Tot we belanden bij Rutte.
Dan blijkt hij nog wel populair bij meer dan de helft als ‘Corona-premier’ .
Zes van de tien leden van het Opiniepanel (27.000 leden) vinden het echter niet acceptabel als Rutte weer minister-president wordt van een nieuw kabinet!
Zij vinden dat hij niet meer geloofwaardig is om nog 4 jaar door te gaan, omdat hij te vaak gelogen heeft.

Wat moet je nu van deze uitslagen denken?
Het vertrouwen in de landelijke politiek is zieltogend, dat is wel duidelijk en dat klemt te meer omdat juist nu heel belangrijke koerswijzigingen moeten worden ingezet zoals ten behoeve van het klimaat maar ook op het gebied van bestuurlijke vernieuwing waarin juist vertrouwen in professionals (zorgverleners, onderwijzend personeel enz) en burgers centraal moet gaan staan.
Een open bestuurscultuur, meer ruimte geven aan professionals, de burgers meer geloven in plaats van bij voorbaat wantrouwen etc, vergt een omslag in de politieke cultuur.
Als dan burgers zelf de politiek bij voorbaat wantrouwen zal de afstand overheid/burger moeilijk verkleind kunnen worden en stuiten de overheidsmaatregelen (zoals bijv uitkopen van boeren) alleen op verzet.

En dan dat onderscheid tussen een Corona-premier en een gewone minister-president..
Waar staat dat voor?
Betekent het dat een Corona-premier eigenlijk niet wordt gezien als politicus maar als een crisismanager die het volk moed toespreekt vanuit een torentje? En hebben we nou een Corona-premier nodig of een gewone minister-president?
En hoe verhoudt zich eigenlijk de constatering van Ipsos dat het gebrek aan vertrouwen van burgers te maken heeft met het Corona-beleid met het enthousiasme van het EenVandaag Opiniepanel voor de heer Rutte als Corona-premier???

Vragen te over… Misschien heeft u een idee?
Stuurt u dan een reactie naar deze site!

Zieltogend (1)

“Voor de mens is geen redding mogelijk, anders dan zijn redding als het leven te beschouwen. Verlok, verschalk en omarm het lijden als een onverschrokken bondgenoot.”
“Het stille, langzame lijden van het leven is je waarachtige kompas. Ze dwingt je af te dalen naar je diepste zelf en de fundamenten van je bestaan, op zoek naar verandering, meedogenloos te ondergraven. Lijden is de nacht voor de ochtend van de vreugdevolle bevrijding.”

Als u lezer nu denkt dat ik me heb bekeerd en deze tekst uit de preek komt die ik afgelopen zondag heb beluisterd, dan vergist u zich.
Deze teksten zijn afkomstig uit het boek Het tekort van het teveel van Damiaan Denys.
Zijn boek was net af voordat de Corona-crisis uitbrak en wat betreft het lijden werd hij dus op zijn wenken bediend.
In dit boek signaleert hij de paradox van het te veel willen van de mens en zich daarmee tekort doen.

Het is een evaluatie van de psychiatrie en een uiterst kritisch betoog over medicalisering van de geestelijke gezondheidszorg. Wat dat betreft deed het me aan de oude, door hem niet geciteerde Ivan Illich denken met zijn zogenaamde ‘iatrogene ziekten’, dat zijn ziekten die door de medicalisering en de medische zorg worden veroorzaakt in plaats van verholpen.

Ook kwam de tijd van de antipsychiatrie met Jan Foudraine en zijn boek Wie is van hout bij mij bovendrijven naar aanleiding van bv een tekst als: “De wetenschappelijke kennis van voorspellende factoren voor behandeluitkomsten ontbreekt in de psychiatrie”.
Denys geeft achtereenvolgens aan wat er allemaal mankeert aan de onmogelijke combinatie van marktwerking en regulering in de zorg en stelt dat we te maken hebben met een ‘failliet mensbeeld’ namelijk een mens als producerend product.

Ook dat kwam me bekend voor.
Ik dacht meteen aan de term ‘Verdinglichung’, het tot ding/object maken van de mens, een begrip dat al speelde bij Adorno van de zogenaamde ‘Kritische Schule’ en je ook terug kunt vinden bij de dialogische filosofie van Levinas.
Denys denkt dat we er een stuk beter aan toe zijn als we onze ziel beter leren kennen.
Overigens houdt hij er niet van om psychisch lijden bespreekbaar te maken.
Van Denys moet je dus liever in stilte lijden.

Wel merkwaardig overigens dat hij in zijn conclusies de psychiatrie niet af wil schaffen en zelfs ook de medische kant ervan benadrukt door deze als juist het overblijvende specialisme te willen zien.

Zelf ben ik geneigd na lezing van zijn boek het over een andere boeg te gooien.
Drie maal contact met een psychiater heeft me geleerd dat hij/zij op zijn best een goede praatpaal is waarbij ik mijn hart kan uitstorten en die af en toe iets zinnigs zegt waardoor ik me gezien en erkend voel.

Maar zoiets kan op vele manieren worden bereikt lijkt me.
Aanstaande 17 september ligt het boek Een zinvol leven; de mens en zijn verhaal in de boekhandel.
Het is het tweede boek over zingeving van Fokke Obbema die zeer verschillende mensen heeft geïnterviewd over hun definitie van zin en zinvolheid.
Ik mocht één van hen zijn en ik moet zeggen dat het gesprek met Obbema van twee uur me meer heeft gedaan dan de diverse gesprekken met de psychiater die ik me nog herinner.
Het was inspirerend en bemoedigend en de ziel, maar natuurlijk ook het lijden, kwamen uitgebreid aan bod! Waarvoor bij deze nog dank Fokke!

Mijn creatieve voorstel zou dan ook zijn om eens bij de evaluatie van de huidige GGZ goed te kijken of er niet meer Fokkes kunnen worden ingezet om het verhaal van mensen met psychische klachten te aanhoren, het te verwoorden en naar hen terug te koppelen.
Niks in stilte lijden, Denys!

PS: ik zal in mijn volgende blog doorgaan op het thema zieltogend.
Want dat ben ik met Denys eens: er is heel wat zieltogends op het moment en ook veel tekort van het teveel!

Mijn naam is Haas

Na de serie “Ouwe koeien”, vandaag een sprookje van deze tijd. Voor wie geïnteresseerd is, een jaar geleden heb ik in de vakantie een serie sprookjes van deze tijd als blogs gepubliceerd.
De titel van dit sprookje is: Mijn naam is Haas
Er was eens een haas die zichzelf ook Haas noemde.
Hij was er trots op Haas te zijn.
Als iemand hem vroeg, hoe heet je? zei hij ook altijd: Mijn naam is Haas.
Haas stond erom bekend dat hij heel hard kon rennen, wegrennen wel te verstaan.
Als hij maar even dacht dat het moeilijk werd ging hij er als een haas vandoor.

Er leefden allemaal dieren in en op het duin zoals fazanten en veel vogels en soms hadden ze ruzie. Bijvoorbeeld omdat ze iets lekkers zagen en de ander hen net voor was.
Maar ook omdat ze vonden dat de ander te veel een borst opzette of te veel haantje de voorste wilde zijn. Diegene vond dan dat de ander maar een toontje lager moest zingen.
In die gevallen wachtte Haas de confrontatie niet af maar maakte zich haastig uit de voeten.
Hij moest er niets van hebben. Als hij alleen maar dácht dat er ergens een ruzie van zou komen was hij al vertrokken. Als er dieren waren die hem dat kwalijk namen, beweerde hij altijd bij hoog en bij laag dat hij dat voor ‘de lieve vrede’ deed.
Sommigen noemden hem schamper ‘angsthaas’ maar er waren er ook die heimelijk jaloers waren op Haas, konden zij maar zo hard rennen en zich uit de voeten maken als hen de grond te heet onder de voeten werd.

Op een goede dag of misschien een kwade waren er jagers met honden in het duin.
Nu wilde het geval dat de jagers er juist op uit waren om die dieren te schieten die het hardste renden. Een gewoon konijn of een sullige haas vonden ze niet spannend. Hoe harder het rende hoe groter de uitdaging was. Het vergde jagerskunst om een heel hard rennende haas neer te leggen.

En zo werd de levenskunst van de haas ook zijn noodlot.
Had hij het rustiger aan gedaan en had hij meer om zich heen gekeken, was hij minder angstig geweest dan had hij misschien op tijd een schuilplaats ontdekt en was hij niet aangeschoten wild geweest voor de jagers.

Wat is de moraal van dit verhaal?
Angsthazen en een angstcultuur trekt jagers aan en maakt de jacht tot een spel.
Angsthazen denken dat ze door hard weg te rennen geen gevaar lopen en aan het langste eind trekken maar in de praktijk trekken ze dus jagers aan die er veel plezier aan beleven hen te pakken.

Even een sprongetje: Europa lijkt meer en meer beheerst door de angst ‘overspoeld’ te worden door vreemdelingen. Daarom verloochent het de eigen waarden vastgelegd in verschillende Verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het Europa van nu, voorgezeten door Slovenië, lijkt de Zero-norm van Orban en PIS als uitgangspunt te nemen: Geen Afghanen naar Europa maar opvang in de reeds overbelaste regio.
Het netto effect is dat de jagers (extreem rechts) worden aangemoedigd in hun afkeer van alles wat buitenlands is (en op de vlucht). De jagers ruiken hun kans… Alles wat dan toch nog deze kant op komt zal met extra inzet worden ‘teruggeduwd’.

In Nederland is met name de VVD zo bang door rechts te worden ingehaald dat ze de democratische rechtsstaat steeds verder in gevaar brengt en partijen uitsluit, wat niets te doen heeft met de beloofde nieuwe bestuursstijl of op inhoud regeren.
De angst voor machtsverlies is leidend en overheerst veruit het algemeen belang.
Er worden schimmige spelletjes gespeeld, er is sprake van wetsovertredingen en het kan allemaal doorgang vinden omdat niets degene die hierbij leidend is tegenhoudt.
Ondertussen loeren de jagers en ruiken het angstzweet…
Ze staan onder leiding van een groot dagblad en sociale media klaar, en wachten hun kans af.
Het spel is allang begonnen.