Categoriearchief: Blog van Joyce

Moes

Sinds een paar weken heb ik Moes.
Ik heb er anderhalf jaar over gedaan na de dood van mijn schapendoes om weer een hond te nemen maar toen ik bij een bezoekje aan het Amsterdamse asiel Moes zag, die nog in quarantaine zat, was ik verkocht.
Hier moet even iets worden uitgelegd. Quarantaine niet vanwege het eventuele coronavirus dat wellicht bij haar de kop op zou steken en waar we tegenwoordig bij quarantaine meteen bij denken, maar quarantaine omdat Moes nog moest worden nagekeken door de arts van het asiel.

Moes is een ruwharig tekkeltje van 12 jaar.
En als ik dat vertel aan willekeurig wie, hondenbezitters of geen hondenbezitters dan vindt men dat zonder uitzondering immoreel.
Zoiets geeft me hoop.
Ik heb net weer een afdeling gezien van Geert Mak’s In Europa over de manier waarop wij omgaan met vluchtelingen en migranten en hun helpers sinds de Europese richtlijn van 2001 waarin vliegmaatschappijen opdraaien voor de kosten van mensen die zonder visum naar Europa vliegen.
Sindsdien proberen gelukzoekers uit Afrika, een beter woord zou zijn ‘toekomstzoekers’ nl mensen die voor zichzelf en hun familie en nageslacht een toekomst willen (wie niet? ) over zee Europa te bereiken met alle desastreuze gevolgen en doden van dien.

Het simpele feit dat jong en oud, dierenliefhebber of niet, het afkeurt dat Moes zomaar op 12 jarige leeftijd aan een asiel wordt afgegeven in plaats dat haar een verdiende oude dag wordt gegund, dat doet me dus deugt.
Compassie en moraal leven dus gelukkig nog volop ook al betreft het in dit geval een dier, een hond.

In mijn vorige leven met schapendoes Dushi heb ik met een aantal mensen de Vereniging hondenbezitters Vondelpark opgericht en stuitte daarbij op het feit dat er twee soorten mensen bleken te zijn, nl hondenhaters en hondenliefhebbers en tot mijn verbazing bevonden de hondenhaters zich ook nogal eens aan de linkerzijde van het politieke spectrum.
Degenen die enorm voor dierenwelzijn zijn, blijken toch best vaak een hekel aan honden te hebben en omgekeerd moet je als hondenbezitter bij de VVD zijn als je iets voor deze dieren wil doen.

Wat ik nu ga zeggen is tricky besef ik, maar als ik een vergelijking maak met het mensenrechtendiscours valt me nogal eens op dat ter linkerzijde kleur en andere sexuele geaardheid van mensen op enthousiaste steun kan rekenen , maar dat als het om Joden gaat, tenslotte ook een minderheid die als ik het Parool mag geloven weer ouderwets gediscrimineerd en bedreigd wordt, je juist weer bij rechts moet zijn.

Enfin om op Moes terug te komen. Ze is een fenomeen in de hondenwereld.
Ze is te groot om iets anders dan een hond te zijn maar zo klein en laagpotig dat ze als hond niet echt serieus hoeft te worden genomen. Ze is vooral ‘schattig’ en ‘veroverend’.
Voor niemand een bedreiging en dat kan je van weinig levende wezens zeggen.
Bovendien bezorgt ze mensen zoals ik, geneigd tot depressieve stemmingen, levensvreugde en vraagt daar vrijwel niets voor terug.
Hooguit haar natje en haar droogje en een mandje.
Bovendien blijkt ze zich voorbeeldig aan mijn ritme aan te passen.
s Ochtends staat ze net als ik laat op en als ik een uur met haar heb gelopen, naar Lolaland ( het vroegere Blijburg) en terug, is ze de rest van de dag onder de pannen.
Ik ben nogal uithuizig maar dat is voor Moes geen probleem. Als ik terugkom van mijn omzwervingen ligt ze nog net zo in haar mandje als ik haar heb achtergelaten.
Weer een blokje om, een overzichtelijk poepje, nauwelijks te onderscheiden van de met takjes bezaaide grond, een plasje eerst op zijn meisjes en dan op zijn jongens (pootje omhoog), Moes blijkt masculine trekjes te hebben en past dus uitstekend in het tijdsbeeld, en klaar is kees.

Ook met het openbaar vervoer is ze inmiddels vertrouwd. Ik heb geen auto dus beweeg me veel in het OV maar dat is geen punt voor Moes.
Gister zat ik met een oma en haar verstandelijk zeer gehandicapte kleinzoon in de bus, die Moes onophoudelijk wilde aaien, maar Moes maakte geen bezwaar en was daarin zeer ruimhartig, welzijnsgeoriënteerd zou ik zeggen.

Als ik Moes vergelijk met mijn medemensen valt op dat Moes geen rancune kent naar haar vorige eigenaren, terwijl ze daar toch alle reden voor heeft, ook geen depressie heeft overgehouden aan het feit dat ze haar zomaar hebben ‘weggedaan’, geen enkele pretentie of ambitie heeft, niet voortdurend loopt te roepen dat ze het zo druk heeft, niets verwacht, maar wel aandacht en likjes geeft, nooit op een scherm zit te kijken, niet aan je kop zeurt, geen eisen stelt of snel beledigd is en geen geheugenproblemen heeft, toch iets bijzonders gezien haar leeftijd. Kortom  voor Moes is het glas altijd vol. Moes leeft in het NU.
Voorzover ze überhaupt een leus zou hebben is die: het is wat het is en wat ik ruik en ik heb zelden iemand meegemaakt die desondanks of misschien juist daarom zo populair is op haar ( in mensenleeftijd) 84 ste!!

 

 

 

Knappe koppen en déjà vu

Woensdagavond 12 februari zat ik te kijken naar het programma Knappe koppen. We worden door presentator Gregory Sedoc  meegenomen naar het prestigieuze gebouw van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen. En daar in die indrukwekkende omgeving stelt een gewone burger, in dit geval de fulltime werkende juriste Caroline Rueb, een voor haar dringende vraag aan de knappe kop, in dit geval hoogleraar sociale en organisatiepsychologie Belle Derks.
De vraag die Caroline zo na aan het hart lag was: Ligt het aan vrouwen zelf dat zij minder succesvol zijn op de arbeidsmarkt?
Terwijl Belle, staand voor een scherm, waarop ze af en toe stereotyperende filmpjes liet zien, uitlegde wat de stand van haar onderzoek was, steeg mijn verbazing met de minuut.

Hoe kan het, vroeg ik me af, dat zowel Nederland als de stand van het onderzoek sinds de jaren tachtig dat ik steeds probeerde op de arbeidsmarkt mijn hoofd al part-timend boven water te houden, niet veranderd is???
Had daar mij, of een andere zeventigplusser die moeder is, neergezet en we hadden onze ervaringen met Caroline gedeeld. We waren ongetwijfeld verder gekomen dan Belle.
Want waar kwam de knappe kop Belle mee aan?
De conclusie dat het aan vrouwen zelf ligt was te kort door de bocht. In dit land dat veel conservatiever is dan we zelf denken, werken stereotyperingen sterk door over de rol van mannen en vrouwen en uiten zich in die zin dat 1. vrouwen zich schuldiger voelen dan mannen als ze fulltime gaan werken; 2. als ze de arbeidsmarkt opgaan moeten ze zich wel aangepast gedragen en mogen ze vooral niet bitchy dwz daadkrachtig overkomen in tegenstelling tot mannen; en 3. wat de relaties tussen mannen en vrouwen betreft accepteren we maar heel moeilijk dat vrouwen in een relatie een betere baan hebben dan mannen. Aldus Belle, die dat allemaal had onderzocht.
Ze constateerde dat zowel mannen als vrouwen in feite last hebben van dat soort stereotyperingen. Ook viel haar op dat het conservatisme in Nederland er uit sprong als je dat vergeleek met de landen om ons heen.
Tjonge!!!
Als panacee zag ze wel wat in een samenhangend pakket maatregelen afkomstig van de overheid zoals mannen meer bij de kraamzorg betrekken, meer ouderschapsverlof etc.
Ze bracht dat ook alsof het nog nooit door iemand was gesteld.
Maar ook bestrijding door mensen zelf van die stereotypen was belangrijk.
Gelukkig voor het programma was daar de presentator nog, die telkens als Belle weer iets beweerde, vertelde dat hij nou net in een andere rol zat als vader die slechts 2 dagen werkte en een lagere opleiding had dan zijn vrouw. Verfrissend! En hoopgevend ook trouwens!

Wat Belle Derks betreft, het leek wel of ze nog nooit had gehoord van het proefschrift van Aafke Komter: De macht van de vanzelfsprekendheid uit 1985 over de relaties tussen mannen en vrouwen.
Beste Belle, je kunt het nog krijgen via boekwinkeltjes.nl!!!
Of van Intieme vreemden van Lilian Rubin of De tweede sekse van Simone de Beauvoir.
Sowieso viel op dat ze behalve dat ze niets nieuws zei geen enkele auteur of feminist uit het verleden of het heden aanhaalde, wat wel gek is voor een wetenschapper.
Wat mij betreft zou dit programma aan belang winnen als ze in plaats van zgn wetenschappers die met populaire filmpjes aan komen zetten om hun stelling te staven, gewoon ervaringsdeskundigen uitnodigen.
Dat mag dan best in een leuk café in plaats van zo’n chique plek als bij de KNAW.
Want als het wetenschappelijk gehalte alleen kan worden afgemeten aan de locatie, is het toch treurig gesteld.

Deze chagrijnige opmerking, excuus daarvoor, komt van iemand die als moeder haar hele leven geprobeerd heeft een plek op de arbeidsmarkt te veroveren en haar man naar huis toe te halen, met de bedoeling dat hij zelfs contre coeur een zorg- en opvoedingstaak op zich nam.
Dit heeft me zoveel aan energie gekost dat ik uiteindelijk in de Ziektewet en WAO belandde en het heeft ons denk ik ook onze relatie gekost die voortdurend onder spanning stond. Het resultaat  was in elk geval wel dat de operatie geslaagd mag worden genoemd in de zin dat mijn  drie kinderen, op ieder hun eigen manier, de man/vrouwverhouding en de zorg voor hun kinderen belangrijk vinden en dat op eigen wijze vormgeven.
Mijn zonen koken zelfs beter dan mijn dochter en zijn beide in staat op hun jonge kinderen te passen zonder steeds hun vrouw te raadplegen.

De echte knappe koppen kwamen pas later op de avond aan hun trekken. Dat waren de burgeronderzoek-journalisten van Bellingcat.
Zij lieten zien dat gewone burgers in staat zijn het digitale universum zodanig af te zoeken naar bewijzen voor misdaden tegen de menselijkheid of bv de ramp met de MH17 dat officiële onderzoeksinstellingen er nog een puntje aan kunnen zuigen. Voor hen is waarheidsvinding* dus nog van zo groot belang dat ze  de risico’s die dat soort onderzoek met zich meebrengt voor lief nemen.
En dat alles op vrijwillige basis en alleen omdat ze worden gedreven door hun weetgierigheid, hun engagement en gevoel voor recht en rechtvaardigheid en natuurlijk hun technisch vernuft.
Dat geeft de burger weer moed, dat er mensen rondlopen die onbetaald en vanuit hun idealisme grootmachten trotseren en de bel aanbinden!
Dat is nog eens vernieuwend en bewonderenswaard!

  •  Het lijkt wel als je het essay leest van Bas Heijne Mens/onmens dat er geen burgers meer bestaan die zoveel voor waarheidsvinding over hebben en overigens ook dat de behoefte aan waarheidsvinding prima samengaat met een burgerperspectief waarbij ‘gewone’ mensen in de rol zitten van criticasters van overheidsgeweld en desinformatie.

Arrocratie

Hiep hiep hoera! Er valt wat te juichen want woensdag 5 februari heeft de rechter de  SyRi (anti-fraude) wetgeving, zie mijn blog van 2 november jl,  onrechtmatig verklaard.
Volgens de rechtbank in Den Haag voldoet de wetgeving niet aan de ‘fair balance’ die het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en mn artikel 8 lid 2) vereist om te kunnen spreken over een voldoende gerechtvaardigde inbreuk op het privéleven. De rechtbank had de doelen van van de SyRi-wetgeving, namelijk het voorkomen en bestrijden van fraude in het belang van het economisch welzijn afgezet tegen die inbreuk op het privéleven. Daarmee is voor het eerst ook het ongecontroleerde gebruik van algoritmen via een rechterlijke uitspraak ter discussie gesteld.

De wetgeving is wat betreft de inzet van SyRi volgens de rechter bovendien onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar.
Wij hadden in ons blog van 2 november al aangegeven dat er bij toepassing van SyRi bovendien een onterechte ongelijkheid zou gaan optreden tussen verschillen groepen burgers en wijken waar ze verkeren.

Een aantal organisaties zoals het Platform Bescherming Burgerrechten*, Privacy First, de Koepel, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten en de FNV, Tommy Wieringa en Maxim Februari hebben deze procedure aangespannen.
Heel belangrijk in dit verband is dat de  diverse organisaties ontvankelijk werden verklaard.
Als het aan  Forum voor Democratie ligt wil men deze mogelijkheid van een groepsactie, waarbij stichtingen die een collectief belang verdedigen zich tot de rechter kunnen wenden ter correctie van onrechtmatige wetgeving en/of uitvoering, de nek omdraaien.
Forum vindt dat we langzamerhand in een dikastocratie leven waarin de wetgever door de  (niet gekozen) rechter op de vingers kan worden getikt.

Het vonnis in de zaak van Urgenda waarin het kabinet zelfs door de Hoge Raad werd gemaand om voor 2020 een strenger klimaatbeleid te gaan voeren was Forum  dan ook een doorn in het oog.
Ulli d’Oliveira wijst er in zijn stuk in Het Parool van 5 februari op dat zijn Stichting Reinwater in de jaren tachtig bij de Hoge Raad gehoor vond in zijn verzet tegen de gigantische zoutlozingen van de Franse kalimijnen. Toen waren, aldus d’Oliveira dat soort stichtingen nog niet zelf toegelaten tot de rechter, zij moesten betrokken medestanders vinden.
“Vandaar dat de wetgever ingreep en stichtingen die een collectief belang verdedigen toeliet om zelfstandig te procederen,” aldus Ulli. Waarmee hij maar wou zeggen dat het de wetgever zelf was, die dat soort procedures toelaat.

Nu is nationalistisch rechts al tijden bezig rechters in een kwaad daglicht te stellen en afbreuk te doen aan hun legitimatie, met vooral als aanleiding het proces tegen Wilders.
Interessant hieraan vind ik dat juist Forum, dat  zo afgeeft op Den Haag, als elitaire burcht die ver van de burgers af zou staan, op het partijkartel waardoor onze democratie zo elitair wordt en op de Tweede Kamer als een sprookjeswereld waarin de leden leven, zo’n moeite heeft met groepsacties van burgers bij de rechter. Immers juist daarbij is sprake van bottom-up bewegingen, die niets te maken hebben met partijen of met pluche.
Als de rechter de wetgever herinnert aan vigerend hoger recht zoals het EVRM, vindt Forum dat de rechter op de stoel van de wetgever gaat zitten, omdat hij in feite dat hogere recht niet erkent. Dat speelt zowel in de Urgendazaak als bij het Syriproces.

Helaas heeft de Tweede Kamer nu een werkgroep in het leven geroepen die moet gaan onderzoekn of de rechter niet te politiek bezig is. De principiële Herman Tjeenk Willink wil hier geen deel van uitmaken, maakte hij in Buitenhof duidelijk omdat hij vindt dat deze werkgroep niet had moeten worden ingesteld, Immers alleen al de vraag doet af aan de legitimteit van de rechter. Hij nam de gelegenheid te baat om weer even uit te leggen hoe de Trias Politica werkt en dat het functioneren ervan juist in het belang van de burger is.

Wat ik me afvraag is waarom zo iemand als Baudet het toch maar steeds over democratische rechtsstaat wil hebben.
Gek genoeg is dat een kenmerk van veel politici in de wereld die uit zijn op macht en niet zozeer op recht.
De behoefte aan rechtvaardiging, aan legitimatie en daarmee versterking van hun macht, is populair onder dictatoren van verschillende signatuur. Waarom schrijven ze anders verkiezingen uit, ook al weten ze zelf en iedereen die het een beetje volgt dat die gemanipuleerd zijn? Op dit onderwerp is Zhongyuan Wang in 2017 in Leiden gepromoveerd. Hij onderzocht hoe de Communistische Partij in China dit democratisch middel inzet om het autoritaire regime juist te versterken.

Om Baudet als aankomend dictator af te schilderen gaat wel wat ver, dat zou teveel eer zijn, maar wel zou ik willen zeggen dat hij uit is op een zogenaamde  ‘Arrocratie’, dwz macht aan de arrogantie, de arrogantie van de jeugdige witte man, geëscorteerd door witte  jeugdige dames, die zelf wel zullen uitmaken welk gremium in wat zij een democratische rechtsstaat noemen, recht van spreken heeft!

  • In 2009 hebben we met een aantal privacy bewegingen het Platform Bescherming Burgerrechten opgericht omdat we ons toen ernstig zorgen maakten over de as verplichte vingerafdruk in het paspoort.
    Zie overigens ook mijn 4 mei-lezing, op deze site te zien, in 2010 in Felix Meritis.

Van Auschwitz naar community building

Het was afgelopen maandag 27 januari 75 jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd en dat feit werd groots herdacht zowel in ons land als in Auschwitz zelf.
Vooral de herdenking in Auschwitz vond ik indrukwekkend omdat oud-kampgevangenen de wereldleiders letterlijk de les lazen over democratie, de noodzaak rechten van minderheden te respecteren en mensenrechten.

Eén van hen gaf helder aan dat Auschwitz indertijd niet uit de lucht kwam vallen en dat er heel wat aan oplopende discriminatie en uitsluiting aan vooraf was gegaan.
Hoe gaan we anno 2020 om met rechten van minderheden in Europa en elders?
Als ik de serie van Geert Mak over Europa  kijk word ik daar niet echt vrolijk van.
In een land als Denemarken dat wij altijd nog associëren met een progressieve en ruimhartige verzorgingsstaat word je dubbel gestraft als je als aanvrager van de Deense nationaliteit een verkeersovertreding maakt. Niet alleen krijg je een boete maar je kan nog weer 5 jaar extra wachten op die nationaliteit, als je hem al krijgt.
Oost Europa is doodsbang voor de invasie van moslims en andere vluchtelingen en Nederland is nog steeds in de ban van het door Paul Scheffer in 2000 opgeworpen multiculturele drama. Hijzelf, inmiddels getrouwd met een Marokkaans-Belgische vrouw, zegt trouwens dat hij het essay nu anders had geschreven en dat hij meer bezig is met wat mensen bijeen kan brengen omdat een gedeelde toekomst zwaarder telt dan een verdeelde herkomst.
Maar dezelfde Scheffer heeft nog vorig jaar gewaarschuwd voor een oncontroleerbare migratie met een demografisch doemscenario.
En tenslotte: Hoe kan het toch zijn dat een land als Israël waar juist zoveel aandacht is voor de Holocaust en de Auschwitz-herdenking, recent een basiswet heeft aangenomen waarin de Arabische minderheid maar ook buitengewoon loyale minderheden als de Bedoeïenen officieel tot tweederangsburgers worden verklaard?

Kortom wat hebben we eigenlijk van Auschwitz geleerd? Joden en niet joden, mensen dus maar vooral hun leiders, zoals in zo grote getale daar in Polen bijeen, waar het nationalistische PIS de scepter zwaait?
Genocide, de fabrieksmatige vernietiging van een heel volk, is toch iets anders zult u zeggen, dan oog voor de problemen die het samenleven van mensen met verschillende achtergronden met zich mee kan brengen?

Ik wijs in dat verband op een paar ingewikkeldheden:
In de eerste plaats moeten we niet vergeten dat juist een succesvolle integratie van bijv joden in Duitsland kon leiden tot wat Evelien Gans heeft genoemd: ‘Gojse nijd’.
Ook in Nederland zien we dat Marokkanen die het hier erg goed doen zich het meest gediscrimineerd voelen (zie de serie van NRC over dit onderwerp).
Minderheden kunnen het zelden goed doen. Als ze geen werk hebben en verpauperen worden ze om die reden verketterd en gecriminaliseerd, als ze het goed  doen, pikken ze de banen weg van anderen etc.
Dan viert al gauw het complotdenken hoogtij.
Minderheden lenen zich bovendien goed voor een politiek van verdeel en heers en afleidingsmanoeuvres van echte problemen. Als het slecht gaat met de economie wat is dan verleidelijker dan om minderheden de schuld te geven?
Tenslotte  denk ik dat een factor die meespeelt is, dat goed nieuws geen nieuws is en dat we geneigd zijn als integratie en ontmoeting succesvol verlopen, daar geen aandacht aan te besteden.
Maar als we het er met elkaar over eens zijn dat een andere leefstijl, religie en cultuur niet zomaar en vanzelf mixt met die van de zgn gevestigden, waarom doen we dan niet meer aan community building?

In mijn eigen wijk IJburg hebben vooral buurtbewoners zich enorm ingezet om de integratie van statushouders tot een succes te maken. Daar zijn ze ruimschoots in geslaagd en wethouder Groot Wassink heeft het project zelfs een voorbeeldproject genoemd!
En wat krijgen ze als ze het project willen borgen en subsidie aanvragen?
Een nee van het stadsbestuur… Waarom?
Mijn wat cynische conclusie: het gevaar van een opstand in de wijk is geweken.
De hoge toon, negatieve uitingen op de sociale media, agressie en dreiging met geweld, ze winnen het in de publieke aandacht allang van sociabiliteit, idealisme en integere inzet van zoveel vrijwilligers.
Misschien wordt het tijd dat schip te keren en wat meer aandacht en ook geld ter beschikking te stellen van diegenen die naar verbinding streven en het hart op de goede plaats hebben, met de herdenking van de bevrijding in het achterhoofd.

De dode moeder

Ik ga nog even door op het thema moeder, omdat ik net het boek van Herman Koch Finse dagen, heb gelezen, wat net als Een goede zoon van Rob van Essen, dat de Libris Literatuurprijs heeft gewonnen (zelf had ik als nummer één Pfeiffer’s Grand Hotel Europa gedacht) de overleden moeder als rode draad heeft.
Terwijl Koch zijn moeder een duidelijk gezicht en karakter geeft, is dat bij van Essen aan- zienlijk minder het geval, of het moest het karakter van de sta-opstoel van zijn moeder zijn, die hij zich vanuit zijn zelfsturende auto steeds voor de geest haalt.

Misschien, besefte ik, nadat ik mijn vorige blog had geschreven, moet de moeder eerst dood zijn wil ze echt gewaardeerd worden, zoals dat nog wel eens het geval is bij beroemde kunstenaars, die bij leven niet erkend waren.
Pas in de afwezigheid wordt de altijd aanwezige pijnlijk zichtbaar en krijgt betekenis.
Pas dan ook wordt de schoonheid van het werk van de overledene zichtbaar (en dat kan de sublieme ondersteunende aanwezigheid zijn).

Ik heb dezer dagen de tentoonstelling  Levenskunst van en over Aat Veldhoen in het museum Kranenburg in Bergen bezocht.
Mijn link met Veldhoen was oa dat ik op 21-jarige leeftijd in een kunstcommissie zat van de VVSL in Leiden en in het statige clubgebouw samen met anderen een expositie heb georganiseerd van de rota-prenten van Aat Veldhoen, die hij in een bakfiets rondsjouwde door Amsterdam en voor 3 gulden verkocht.
Er waren  voornamelijk blote oude mensen op te zien.
Men vond dat toen nog aanstootgevend in die tijd en als kunstcommissie hebben we nav de tentoonstelling heel wat zuur commentaar en kritische vragen moeten incasseren.

Aatje Veldhoen bleef me sindsdien intrigeren. Prachtig zoals deze kunstenaar naar oude vrouwen als modellen kijkt met een blik vol menselijkheid en mededogen!
Zijn eigen, laatste vrouw Hedy d’Ancona ken ik van diverse gremia, van de emancipatiebeweging, de PvdA en Een Ander Joods Geluid, een mooie, krachtige en interessante vrouw, maar zoals Veldhoen haar portretteert (te zien op de expositie) zo  zacht en ontvankelijk, zo naakt ook, heb ik haar nooit gezien.

Wat mooi, zou je zeggen, zo’n mensenman, zo’n vrouwenman ook, die letterlijk de ziel van zijn modellen in zijn portretten blootlegt, ‘A Mensch,’ die ook de complexiteit en de gruwelijkheid van het leven wist te betrappen.

Maar dan loop je door naar de benedenverdieping van het museum en daar tref je een film aan van Martijn Veldhoen, de zoon van Lotje Ruting, Aats eerste vrouw, met wie hij vier kinderen kreeg. Hij is later met nog twee vrouwen getrouwd en kreeg in totaal acht kinderen. Martijn praat met Lotje vóór haar dood. De film is een  prachtige en ontroerende ode aan zijn moeder die tijdens de film al aan hersentumor leed.
Aat verliet Lotje in de jaren zeventig voor een nieuwe liefde en liet haar achter met vier kinderen zonder alimentatie of iets.
Maar misschien het ergste nog: terwijl zijn tweede vrouw Kabul en haar kinderen prachtig en indringend zijn geportretteerd, is Lotje vrijwel onzichtbaar geworden in zijn werk, laat staan hun vier kinderen, die hij ook niet meer wilde zien. De vier zijn uitsluitend door hun moeder opgevoed. Wel een mooie tijd, aldus Martijn want hun moeder was dol op ze en liet ze vrij.
Het deed me even denken aan Rousseau met zijn filosofische ideeën over de ideale opvoeding. Hij vond zelfs dat vrouwen hun kinderen zelf moesten zogen en niet een min, maar ondertussen overtuigde hij zijn minnares Thérèse Levasseur om haar 5 kinderen die door hem waren verwekt, af te staan aan een tehuis voor vondelingen.
Pas later in Emile en zijn Bekentenissen toonde hij spijt over dit gedrag.
Het schijnt, althans zo begrijp ik uit de film van Martijn, dat ook Aatje na zijn herseninfarct Lotje nog wel regelmatig opzocht, hopend op vergeving, denkt Martijn.

Ik verliet het museum Kranenburg in elk geval met het woord ‘kanjer’ in mijn hoofd, ‘kanjer in levenskunst’.
Maar ik bedoelde niet Aat Veldhoen, ik bedoelde Lotje!

De moeder als pispaal

Het laatste jaar is er veel te doen geweest over de moeder.  Twee mannen, Isik en Siebelink schreven het boekenweekgeschenk over de moeder en dat leverde al veel discussie op.
Ook Maarten ’t Hart en Arnon Grunberg waagden zich aan ‘de moeder’, de laatste met een diffuus moederbegrip, en niet te vergeten Tommy Wieringa, ‘de moeder’ bleek qua thematiek een kassucces.
Nu  is er dan aandacht voor de moeder in het theater. De voorstelling ‘God is een moeder’ wordt gemaakt door Toneelgroep Oostpool en Adelheid en Zina, het gezelschap van Adelheid Roosen. In de Volkskrant van 10 januari  besteedt Hein Jansen een pagina aan de diverse moederrollen in het theater. Hij noemt o.m. de dominante moeder, de dweepzieke moeder, de berustende en de verstikkende moeder, de kille moeder en de moeder die voor zichzelf kiest, zelfs de beste moeder, maar de rollen die ik mis in het rijtje zijn: de heilige moeder en de moeder als pispaal.

Naar mijn mening  hebben deze rollen ook met elkaar te maken.
De moeder als heilige is natuurlijk verbeeld in de rol van Maria. Maria is aseksueel, brengt Jezus voort zonder geslachtsgemeenschap en stelt zich uitsluitend dienstbaar op.
Niks geen trots van: kijk eens mensen, wie ik dan toch op deze wereld heb gezet, maar louter bescheidenheid.
En zo zien we vrouwen eigenlijk anno 2020 nog steeds het liefst.
Ik ben een tijd humanistisch uitvaartbegeleider geweest en het mooiste dat een vrouw kan overkomen is dat als ze is overleden ze door haar nageslacht en vrienden wordt herdacht als iemand die altijd klaar stond voor de mensen om haar heen, lief was en heerlijke gerechten kon bereiden, haar huis en tuin inrichtte als een lust voor het oog etc etc.
‘Haar op de tanden’, was in mijn jeugd het ergste dat je van vrouwen kon zeggen. Het betekende dat de desbetreffende dame een krachtige persoonlijkheid was.

Ook de moeders van deze tijd streven naar een zekere heiligheid.
Ze willen wel werken maar hun kinderen moeten niets te kort komen en als er iets met het kind is zetten ze het welzijn van dat kind voorop.
‘Balanstrutjes’, worden ze genoemd door hun seksegenoten, die uitdrukkelijk afstand willen doen van dat beeld en zich populair maken door de economie, de carrière en de ambitie als hoogste doelen in het leven te stellen.
De eveneens in de opsomming van Hein Jansen vergeten rol van de moeder is naar mijn stellige overtuiging de moeder als pispaal.
De vraag is of die rol in het theater tot uiting komt, maar in elk geval wel in de realiteit.

Moeders zijn al langer de ideale pispalen ook voor een samenleving als geheel.
Als ze parttime werken (en dan vaak hun tijd moeten verdelen over kinderen, partner, huis en haard en een ouder die zorg nodig heeft) moeten ze de economie meer ondersteunen en de gaten vullen in het onderwijs en de zorg. Als ze fulltime werken worden ze nagewezen als hun kinderen onvoldoende presteren of in het criminele circuit terecht komen of een vandaal dreigen te worden (zie zoon van Halsema…).
En als ze huisvrouw zijn is het hun eigen schuld als ze, wanneer hun man er vandoor gaat met een ‘huppel-kutje’, brodeloos achter blijven en van een uitkering afhankelijk worden. De staat wenst hier niet meer voor op te draaien en inmiddels wordt ook de alimentatie verder uitgehold.

Maar ook voor haar nageslacht is ze de ideale pispaal.
Als altijd aanwezig of aanspreekbaar, krijgt ze het beduidend moeilijker dan degene die slechts zijn zaad ter beschikking stelde, op het tweede jaar van het kind overhaast vertrok en niet weerkeerde of door zijn werk onbereikbaar was en slechts thuis om ‘het vlees aan te snijden’. Juist die vaders zijn de meest intrigerende mensen voor een kind maar ook voor een volwassene, die blijf je zoeken.
Zie bv het mooie boek van Obama over zijn vader.
Degene die er wel altijd was, zij, is degene die alle woede, frustratie, onzekerheden en teleurstellingen over zich heen krijgt en toch wordt verondersteld te blijven. En daar, juist daar, kunnen verwachtingen van heiligheid en aanwezigheid omslaan in woede en agressie als niet aan die verwachtingen wordt voldaan en moeder ook maar een ‘mens’ blijkt.

En hierbij raak ik aan een probleem dat samenhangt met het wezenlijke van het mens zijn.
De vanzelfsprekendheid van de aanwezigheid wordt altijd minder gewaardeerd dan het bijzondere van de aanwezigheid van de afwezige.
Kijk eens naar de aarde en naar God. De aarde, altijd aanwezig, treden we met voeten, we gebruiken haar als voetveeg, putten haar uit en brengen haar stilaan om zeep, God als vader, die in de hemelen zit en niet zichtbaar is wordt vereerd en HEM vrezen wij.
Of kijk eens naar de parabel van de verloren zoon. De zoon die er altijd was en zich opofferde krijgt geen waardering, wel degene die uit eigen belang op zijn zondige schreden terugkeert. Van hem dachten ze dat hij dood was en hij blijkt te leven.
En dan is er moeder zelf, die als de kinderen weer eens over haar heen denderen of haar van alles verwijten, geneigd is naar zichzelf te kijken en te denken: Nou misschien hebben ze wel een punt, misschien heb ik ook wel fouten gemaakt, dingen verkeerd gedaan, ze een trauma-tje bezorgd…

Kijken we weer even naar de samenleving als geheel dan kunnen we ook constateren dat de moederrol, dus de rol van vanzelfsprekende aanwezigheid in de zorg, het onderwijs, niet echt hoog wordt gewaardeerd.
Wat is er niet begrijpelijker dan mensen die zich afreageren op die wel aanwezige baliemedewerker, ambulancebroeder, zuster of assistent als je pas over 3 maanden terecht kan bij de specialist, het zoveelste formulier hebt ingevuld en je machteloos voelt in een bureaucratisch en vastlopend systeem?

Er is een Pools-joods sprookje, dat als volgt gaat:
Er was eens een boer in een dorpje in Polen, die een droom kreeg. In die droom kreeg hij een visioen van een schat, die zich bevond aan de voet van de Karelsbrug in Praag.
Hij ging op weg en na een lange barre tocht kwam hij bij de Karelsbrug. Daar stond een soldaat op wacht.
Hij vroeg de soldaat of hij iets wist over een schat die aan de voet van de Karelsbrug te vinden zou zijn.
“Dat is sterk,” zei de soldaat, “ik heb ook een droom gehad en in die droom vroeg een boer mij naar een schat. Ik moest hem zeggen dat die schat zich bij hem thuis bevond in zijn keuken”.

Misschien moeten we onze schatten dichter bij huis zoeken, bij datgene wat we al hebben en bij diegenen die er zomaar zonder belang of winstoogmerk voor ons zijn!

Feestje van de wijk

Er zijn weer veel slachtoffers gevallen bij de jaarwisseling, 100 incidenten meer dit jaar dan vorig jaar en vooral hulpverleners kregen het voor hun kiezen. Een huisartsenpraktijk werd doorzeefd en een begrafenisstoet gehinderd. Als je de nieuwsuitzendingen over dit onderwerp volgt, lijkt dit land rond de jaarwisseling een waar inferno. Burgemeesters slaan alarm en willen een vuurwerkverbod en de verstandige VVD-er Remkes, waarnemend burgemeester van Den Haag, gaf in Buitenhof aan dat er een verbod moet komen op knalvuurwerk en pijlen.

Even terug in de tijd: toen mijn kinderen opgroeiden in Leiden, ik spreek van meer dan 20 jaar terug, presteerde ene Ko, directeur van een scheepsbedrijf, het om steevast ieder jaar vlak voor zijn deur een heel bushokje op te blazen.
Natuurlijk onder luid gejoel van de plaatselijke jeugd.
De politie die in hun auto langs-raasde en even steevast de andere kant opkeek, werd uitgemaakt voor ‘joden’. Deze term bleek toen ook al niet alleen in het voetbal gebruikt te worden.
We hebben het over de raadslieden-buurt, een keurige buurt tussen Leiden en Oegstgeest.
Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen dat ook mijn kinderen zich, altijd na 12 uur, stilletjes, terwijl wij met de buurtjes nog gezellig na kletsten, uit de voeten maakten richting Ko en zijn illegale, levensgevaarlijke maar ook fascinerende praktijken.

Daar moest ik aan denken toen Remkes een oproep deed aan alle ouders om beter op hun kinderen te letten.
De volgende dag stond er dan weer een stuk in het Leids Dagblad over Leiden Noord en hoe erg het daar wel niet was geweest.
Nooit werd Ko ter verantwoording geroepen, laat staan een rekening gepresenteerd en dat viel vooral mij op als ik weer eens in de restanten van het bushokje stond te wachten op het openbaar vervoer.

Het begrip aso leek en lijkt ook nu weer – zie de perikelen rond Duindorp – speciaal gereserveerd voor groepen en wijken aan de onderkant van de samenleving.
Maar niet alleen de wijze waarop het probleem benoemd wordt valt me op, ook de voorgestelde aanpak en met name het feit dat ‘links’ daarbij een zo pregnante rol speelt.
GroenLinks, de Dierenpartij en ook de SP vinden elkaar in een algeheel verbod, terwijl juist het CDA en de VVD aarzelen.
Bij GroenLinks valt me op dat deze partij zich lijkt te ontwikkelen richting het ‘nieuwe streng’, een jeugdgevangenis willen ze behouden en de GroenLinks-burgemeester van Amsterdam Halsema profileert zich inmiddels met  harde maatregelen tegen krakers, ongedocumenteerden en kunstenaars, die op voor projectontwikkelaars aantrekkelijke plekken bivakkeren.
Van haar man vindt ze het wel leuk als hij ‘obstinaat’ is, begreep ik bij DWDD, maar de inwoners van Amsterdam moeten zich niet te obstinaat gedragen.
Deze toon van het ‘nieuwe streng’ past naadloos bij die van Jeroen Wollaars, als hij weer eens in Nieuwsuur al die vreselijke zorg- of uitkeringsfraude aan de orde stelt.
En wij maar roepen naar aanleiding van de zorgtoeslag-affaire dat burgers meer moeten worden vertrouwd!

Bijzonder is het niet, want iemand die bij ons in een tijd dat we daar nog niet zo bekend mee waren, al schreef over ‘Lof der dwang’ was Herman Vuijsje, bepaald niet afkomstig uit de politiek rechtse hoek; en bekend is wel uit de Scandinavische landen dat de verzorgingsstaat daar hand in hand gaat met een ‘strenge’ overheid.
Het idee van rechts dat cultuurmarxisten zo tolerant zijn is dus als we naar deze praktijken kijken op zijn minst twijfelachtig.

Een algeheel verbod, gaat dat werken?
Denk eens  in het kader van de klimaatcrisis aan een algeheel verbod om nog te vliegen in Europa?
Of een algeheel verbod op de uitstoot van stikstof? Een algeheel verbod om de thermostaat hoger dan 20 graden te zetten? Of de auto nog te gebruiken voor woon/werkverkeer?
Ziet u het voor zich?
Zouden dergelijke verboden niet veel zinniger zijn dan een vuurwerkverbod maar tevens onhaalbaar, niet te implementeren vanwege woedende vakantiegangers en ceo’s van bedrijven etc, en niet te handhaven?

Maar is zelfs een gedeeltelijk vuurwerkverbod niet in strijd met  de ontwikkeling naar steeds meer mondigheid van burgers?
Waarom niet henzelf betrekken bij een gereguleerd vuurwerkgebruik en bottom up de kwestie aan de orde stellen? Waarom niet gewoon de jaarwisseling beschouwen als een feest voor de wijk of het dorp en een geweldige gelegenheid om Jan en vooral alleman op een leuke en verbindende manier met elkaar in contact te brengen?
Bewoners gaan met elkaar aan de slag om voor volgend jaar een geschikte plek aan te wijzen en misschien ook het feest op te leuken met lekkere hapjes en fris.
Iedereen neemt zijn eigen vuurwerk mee, controle wordt uitgevoerd door de mensen zelf, vooral jongeren zou ik zeggen. Die krijgen een heuse functie.
Men wordt ge-support door het opbouwwerk  of de wijkagent voorzover niet weg bezuinigd, en de plaatselijke overheid faciliteert, in het kader van het in gemeenschap en vrolijkheid ontmoeten van elkaar als goed begin van het nieuwe jaar!!!
Vooruit politici, vooral ook linkse, stap eens af van dat gereformeerde gedoe en laat zien dat je vertrouwen hebt in je inwoners en dat je ze samen een prima feest gunt!!!

Nieuwjaarsgedicht

Beste lezer,

Een heel goed en leeslustig 2020!

Hierbij mijn nieuwjaarsgedicht als start voor het nieuwe jaar

Terwijl jij, pasgeborene, hijgt
en geen lucht krijgt
bestormen de boeren het Binnenhof
en roepen: “stikstof, donder op met je stikstof!”

Er is een oorlog aan de gang
om het klimaat
we lopen aan tegen de stinkende uitlaat
van onze welvaart

Wankelende kalveren
dieren aan het eind van hun latijn
mogen er toch ook zijn
net zoals wij in het Antropoceen

Waar moet het heen?
2020 voor de deur
en aardig wat malheur
Australië brandt en wij verhogen de waterkant

De democratie heeft zijn langste tijd gehad
de mensen zijn hun zelfgekozen leiders zat
niemand weet wat de toekomst brengt
terwijl de zoveelste ijskap smelt

Boreaal is het àndere verhaal
van de witte man
die terug wil naar die prachtige tijd
van onderscheid in klassen en rassen

Ach, het zit mijn tijd wel uit
zuchten mijn leeftijdgenoten
en boeken een reis naar de Lofoten
of storten zich en masse op hun nageslacht

‘t Is wat het is
heb ik zojuist geleerd
ik heb me tot het hier en nu
en het loslaten bekeerd

En roep maar steeds
dat het glas halfvol is
ook als ik een afslag mis
en me kennelijk vergis

Wat ik zoals zovelen
diep in mijn hart behoef
is liefde en een arm om me heen
iemand die me zegt: kind wat je doet, is goed,

Maakt niet uit,
iemand die er voor me is
juist ook als ik een afslag mis
of me kennelijk vergis

Stel dat we die behoefte
onderkennen bij elkaar
in het nieuwe jaar
gewoon even bellen of iets laten horen

Juist aandacht voor de ander
zijn of haar verhaal aanhoren
zonder commentaar
zonder ook op de klok of het scherm te kijken

Hoeveel vrediger zou de wereld dan niet lijken?

Kerst- en eindejaarsgedachte

Lieve lezers,

Dit zal de laatste blog zijn van dit jaar en graag wil ik de gelegenheid aangrijpen om de lezer van mijn blog(s) hele goede feestdagen te wensen, een mooi uiteinde en een goed begin van het nieuwe jaar 2020!!!

Er gebeurt heel veel dezer dagen in en om ons.
Zelf had ik dezer dagen en weken last van het syndroom: ‘pardon, ik ben er ook nog’.  Daar heb ik mijn leven lang al last van. Toen ik dertig was, was er een therapeut die me indringend vroeg: “Joyce, wat wil jij eigenlijk?” En ik had meteen de neiging om achter me te kijken.
Hoezo had ik iets te willen dan?
Op mijn 73ste zit ik in een cursus “The Artist’s Way”, naar een boek van Julia Cameron met bijzonder aardige en zeer capabele vrouwen van verschillende leeftijden en ons aller vraag is: Mag ik er zijn met mijn gevoelens, kwetsbaarheden, onzekerheden, met mijn imperfectie? Mag ik ruimte innemen, grenzen stellen, voor mezelf kiezen? Vragen of anderen misschien rekening met me willen houden?

Kortom zoveel is er niet veranderd in mijn leven zou je zeggen.
Maar als ik het op een hoger plan trek zou dat niet de onderliggende vraag kunnen zijn van de mens in een tijd van globalisering, vermarkting en robotisering?
Horen en lezen we niet voortdurend dat de tijd van die imperfecte, kwetsbare, vragende mens, die toch nog zo graag iets te willen zou willen hebben, voorbij is? Geloven we eigenlijk nog wel in onszelf nu God dood is en allang bewezen is dat de computer efficiënter is, ons kan verslaan op vrijwel alle punten, zelfs gevoelens kan hebben, boeken kan schrijven en creatief zijn?

Er is nu weer een geneticus, George Church, die overigens zelf lijdt aan dyslexie, narcolepsie en last heeft van een hoog cholesterolgehalte en wiens  onderzoek gefinancierd wordt door de Jeffrey Epstein Foundation (weet u nog?), die bedacht heeft dat er een digiD8 moet komen. Gebruikers staan dan wat wangslijm af, hun dna wordt getest op 120 ernstig overdraagbare ziektes en ook al blijven de resultaten geheim, ze zullen onzichtbaar worden ingevoegd bij het profiel van degene die op de internetsite de liefde van zijn leven zoekt.
Preventief noemt hij deze vorm van eugenetica.
Je eerste afspraakje wordt gecoverd door de wetenschap dat deze man of vrouw met wie je koffie drinkt, in elk geval goede genen heeft.
Kan je dus nageslacht mee maken zonder een ‘vlekje’.

De perfecte mens of met andere woorden de Ubermensch, dat idee werd niet alleen door de nazi’s aangehangen en in praktijk gebracht. Francis Galton stelde al in 1860 op basis van zijn observaties voor om huwelijken tussen hoogbegaafde mannen en vrouwen te arrangeren om een ‘geslaagd’ mensenras te creëren.
Van 1907-1963 werden in de VS meer dan 64.000 mensen gedwongen gesteriliseerd en dat voorbeeld werd door Hitler gretig overgenomen, naar eigen zeggen.
In 10 jaar tijd werden door de nazi’s 400.000 entartete menschen (ontaarde mensen) gedwongen onvruchtbaar gemaakt. Maar ook in andere landen was er sprake van dit soort praktijken. In Japan bv werden kleurenblinden gesteriliseerd omdat ze beschouwd werden als excentriekelingen van wie nageslacht ongewenst was. In Zwitserland werden vrouwen die seksueel te actief waren gesteriliseerd,  in Finland werd in 1935 vrouwen met ongewenste erfelijke aanleg verboden te trouwen tenzij er sprake was van vrijwillige sterilisatie en in het vriendelijke Denemarken was er in 1912 sprake van de sterilisatie van doofstommen, zwakzinnigen en mensen met andere afwijkingen onder de absolute stelling dat de bevolking van binnenuit zou worden bedreigd door een toenemende aanwas van genetisch ongeschikt of mislukt erfelijk materiaal.

Maar zul je denken, zo’n datingsite kan toch geen kwaad, je wordt toch niet gedwongen?
Vroeger ging het nog om de vraag: heeft die jongen een goede achternaam of bij een gearrangeerd huwelijk, komt hij uit een fatsoenlijke familie.
Is de dna-variant niet een variatie op het thema van de ‘goede’ partij?

Ik denk dat het dieper gaat. Ik denk dat het gebrek aan geloof in de imperfecte mens dieper gaat. We vertrouwen onszelf niet meer.
Het Antropoceen staat voor het tijdperk waarin de mens het ‘verkloot’ heeft. Niet alleen is hij imperfect en wordt hij voorbijgestreefd door algoritmen maar ook verbruikt hij teveel .

Zijn bestaan alleen al is een gevaar voor het voortbestaan van moeder aarde!
Wie geen poep in zijn ogen heeft ziet dat de mens als gelukzoeker een te grote footprint heeft en de mens als sukkel het aflegt in een ratrace tegeneen meedogenloze vermarkting. (Zie de film: Sorry we missed you.)

Hoe zit het met ieders zelfvertrouwen niet alleen dat van mij?
Hoe komt het dat zoveel groepen kwaad zijn? De boeren, de bouwers, de zorgverleners, de onderwijzers, de agenten…
Ze lopen te hoop tegen een overheid maar hoe zit het met hun eigen zelfvertrouwen? Geloven ze nog in zichzelf? Geloven ze nog dat ze er mogen zijn? Hebben ze niet het gevoel dat er constant over hen heen wordt gelopen? Dat ze mee moeten draaien in een onmenselijk systeem dat niet het hunne  is, waar ze zich als mens niet langer in herkennen?

Is er niet in onze tijd sprake van een machteloze roep van de mens, van de imperfecte, van de sterfelijke, kwetsbare mens: Hallo, daar, ik ben er ook nog?
Mag ik er alsjeblieft ook nog zijn van jullie? Willen jullie alsjeblieft met mij rekening houden?

En om dit blog af te sluiten raad ik de lezer aan om het boek: De zin van het leven van Fokke Obbema te lezen, waaruit één ding duidelijk wordt: juist de kwetsbaarheden en onzekerheden van de mens bieden hem of haar een kans, nl een kans op verbinding, de verbinding met de ander namelijk.

De Schaffelaar revisited

Toen één van mijn kinderen mij onlangs vertelde over een bedrijfsfeest dat deze decembermaand gehouden zou worden in Kasteel de Schaffelaar in Barneveld, een feest dat ‘verplicht’ zou zijn (je moest, was erbij gezegd, wel een goede reden hebben om daar weg te blijven), dacht ik onmiddellijk terug aan die andere ‘verplichting’, 77 jaar geleden.
Ik had het zelf niet meegemaakt maar mijn familie, dwz mijn ouders, twee zussen, twee grootmoeders en het gezin van mijn tante, duidelijk wel.
Mijn vader had een leidende rol gespeeld bij het opstellen en uitbouwen van de zogenaamde Frederijkslijst, een lijst waar veel over te doen is geweest.  Na de oorlog werden vooral door Presser de joden die hadden ‘geprofiteerd’ van deze lijst en via Barneveld, Westerbork en tenslotte Theresienstadt ‘de dans ontsprongen’, voorgesteld als een geprivilegieerde elite en daarmee in feite gediskwalificeerd.
In 1944 heeft mijn vader al wat hij noemde zijn “Barneveld Mémoires” geschreven. In dit zeer lezenswaardige stuk beschrijft hij de geschiedenis van de totstandkoming van de Frederikslijst, de pogingen die zijn gedaan heel veel meer mensen op de lijst te krijgen en ook zijn bevindingen toen hij voor het eerst op Kasteel de Schaffelaar arriveerde en dit gebouw klaar moest worden gemaakt voor honderd en later veel meer mensen.

In dit blog confronteer ik graag het heden met het verleden, dwz hoe wordt Kasteel de Schaffelaar nu aangeprezen op haar website en hoe trof mijn vader het kasteel aan op 19 december 1942.
Tekst van de website: “Via de mooie oprijlaan kom je aan bij Kasteel de Schaffelaar: je loopt over het landgoed naar het bordes. Drie treetjes op en de kasteeldeuren zwaaien open. Direct waan je jezelf in een sprookjeswereld”.
Uit mijn vaders Mémoires: “Zelf ging ik op de dag waarop de eersten te Barneveld zouden aankomen eens poolshoogte nemen te Barneveld met toestemming van het Departement” (daartoe kreeg hij een reisvergunning omdat het voor een jood niet mogelijk was te reizen en daaromtrent konden zeer gauw misverstanden ontstaan). “Op zoo’n reisvergunning dan reisde ik naar Barneveld teneinde zelf de Schaffelaar eens in oogenschouw te nemen. Dit buitengoed, lange tijd onbewoond geweest…, was vlak bij het station gelegen. Een ouderwetsch buiten, met groote holle gangen en zaalachtige kamers, onpractisch voor bewoning door een groote groep menschen, zonder eenige accomodatie, zonder waterleiding op de bovenverdieping, slechts met  een tweetal ouderwetse W.C.’s in het geheele gebouw, vertoonde zich aan mij in al zijn naaktheid toen ik op deze sombere achtermiddag van 19 december 1942 er binnenstapte”.

Website van de Schaffelaar:  “Van fotoshoot tot ja-woord, van borrel tot receptie en van diner tot spetterend eindfeest; je kunt je huwelijksdag van begin tot eind vieren in Kasteel de Schaffelaar… Door de verscheidenheid aan zalen is Kasteel de Schaffelaar zowel geschikt voor grote als kleine gezelschappen. En wat misschien nog wel het mooiste is van allemaal: het kasteel is voor één dag helemaal van jullie.  Als dat geen droom is die uitkomt”.
Uit mijn vaders Mémoires: “Hoewel ik me van tevoren reeds voor oogen had gesteld dat in verband met de korte tijd van voorbereiding, de accomodatie wel niet erg groot zou zijn en de getroffen voorbereidingen voor behoorlijk onderdak van de ‘beschermden’ wel klein in omvang zouden zijn, had ik een dergelijk totaal gebrek aan voorbereiding als ik toen aanschouwde, in de verste verte niet verwacht. In dat gebouw waar diezelfde dag ongeveer 100 menschen hun entree zouden maken en waarin ze voorlopig zouden worden gehuisvest, was nog letterlijk niets in orde. Waar men ook kwam alles was leeg. In eenige zalen stonden kriskras een aantal militaire houten kribben met ruwe matrassen door elkaar en op elkaar. In een andere zaal stonden wat houten tafeltjes en wrakke stoeltjes en dat was alles”.
Website van de Schaffelaar: “Reusachtige kroonluchters, stijlvolle haarden, sierlijke plafonds en zelfs een sterrenhemel; elke zaal en salon is een verrassing op zich. En wat een licht valt er binnen! Het interieur – met veel warme kleuren en natuurlijke materialen zoals fluweel, grof linnen en juten – komt er nog beter door tot zijn recht. Dit is een droomplek. Dit wordt jullie dag!”
Mijn vaders Mémoires: “Door het Departement was een reglement van Interne Dienst en van Tucht en Discipline opgesteld. De bewoners mochten het terrein niet verlaten. In de allereerste tijd mocht men vrij gaan binnen het gebied der gemeente Barneveld doch dit was gauw afgelopen. Daarna was alleen het vrij groote park van de Schaffelaar als wandelterrein bestemd. De bewaking bestond uit Nederlandsche oud-militairen”. Later kwam Fischer op bezoek. “Ter gelegenheid van dat bezoek werd alles geënsceneerd op werk. Velen werden ostentatief aan het spitten gezet voor de groote voordeur, overal moest Fischer ‘de Joden’ aan het werk zien… Men stelle zich voor de zenuwspanning die iedereen beving bij dergelijke gebeurtenissen. Deze Duitse lieden hadden alle macht over ons, konden zonder meer over dood of leven beschikken. Men behoefde slechts een verkeerd antwoord te geven of de weg naar Polen, naar Auschwitz, het ‘Auffanglager’ lag open met alle gevolgen van dien. Men was geheel vogelvrij en gevoelde men de situatie al zoo binnen de ‘beschermde’ omheining van de Schaffelaar, hoeveel erger moest het niet zijn daar buiten, of voor verreweg de meeste Joden die geen bescherming genoten”.
Aldus mijn vader die toen hij deze Mémoires schreef niet wist of zijn vrouw en kinderen behouden uit Theresienstadt terug zouden komen.

Naschrift
Er is een gedenksteen gelegd in 1987 op het terrein van de Schaffelaar maar in het kasteel zelf is er geen enkele zichtbare herinnering aan de geschiedenis van het kasteel in de oorlog te vinden. Aan een brochure bleek, toen ik het per mail opperde, geen behoefte aldus het management.
Haal je de koekoek, wie wil nu ‘een droom die uitkomt’ confronteren met de nachtmerrie van mensen die huis en haard moesten verlaten en in zo’n gevangenis met militair regiem terecht kwamen, zogenaamd voor hun eigen veiligheid en in de hoopgevende illusie dat ze “beschermd” waren ?
Het enige wat je over dat laatste kunt zeggen is dat de Frederikslijst, degenen die erop stonden, uitstel van executie heeft gegeven en dat heeft hen uiteindelijk gered. Het scheelde immers niet veel of ook in Theresienstadt  werden gaskamers gebouwd en als het aan de nazi’s had gelegen in werking gesteld.