Categoriearchief: Blog van Joyce

De leemte in de rechtshulp; terug in de tijd

In mijn vorige blog ging ik ook al terug in de tijd toen ik het over gender-neutraal speelgoed had. Nu deed de discussie over de gefinancierde rechtshulp mij weer denken aan de felle discussies die we in de jaren zeventig hadden toen overal wetswinkels werden opgericht door idealistische studenten. Ik zat bij de Haagse wetswinkel en wij dachten daar de zgn structurele rechtshulp te lijf te gaan door een integrale aanpak. Dus niet alleen juridisch maar veel breder, men was sterk voor een brede welzijnsaanpak.
Als ik minister Dekker bij Buitenhof bijna 50 jaar later hoor zeggen dat de juridische oplossing niet altijd de juiste is en dat je altijd moet kijken of er niet andere oplossingen zijn voor de problemen waarmee mensen bij de sociale advocatuur komen, denk ik bijna melancholisch terug aan de conferenties die werden gehouden in Amsterdam.
De bekende voorvechtster van de sociale rechtshulp indertijd, Heikelien Verrijn Stuart, pleitte hartstochtelijk voor de oprichting van Bureaus voor Rechtshulp, die er overigens ook zijn gekomen, om de zaken in de  (verlengde) eerstelijns echt goed juridisch aan te pakken.
Kan je niet meer aan de voorkant van de problemen komen vraagt Dekker zich af.
Tjonge, denk ik dan, ik heb er in 1981 een heel proefschrift aan gewijd, 38 jaar geleden.
Misschien kan hij daar nog eens naar kijken?
Ik heb daarvoor allerlei eerstelijners geïnterviewd, zelfs huisartsen op de waddeneilanden en wijkagenten.
Ik was toen ook voor de brede benadering en waarschuwde voor een juridisch verkokerde kijk op de problemen waar de mensen in de eerste lijn mee kwamen.
Maar ja dat was dus wel bijna 40 jaar terug en ondertussen bestaan de Bureaus voor Rechtshulp allang niet meer en is de hele gefinancierde rechtshulp stukje bij beetje steeds verder uitgekleed. Volgens de Commissie Van der Meer, door de minister zelf aangesteld zou er nu 130 miljoen per jaar bij moeten, maar Dekker wil alleen geld voor experimenten.
Mijn advies: Als de heer Dekker aan de voorkant van de problemen wil gaan kijken raad ik hem aan eens na te denken over waar die problemen dan nu in deze tijd vandaan komen.
60 procent van de gefinancierde rechtshulp gaat immers over problemen met de overheid.
In zijn interview met de Groene Amsterdammer gaf Fred Teeven, toen nog staatssecretaris, al aan dat Nederland het snelst en vaakst mensen in voorlopige hechtenis stopt, ook steeds vaker ten onrechte maar dat hij daar niet van wakker lag… (zie ook Advocatenblad 26-9). Bezuiniging op de advocatuur zag Teeven ook als een manier om niet te veel tijd te (kunnen) besteden aan een verdachte. Dan wordt het ook niet zoveel, die verdediging, sprak Teeven met instemming.

De problemen nemen toe en worden complexer zegt Dekker.

Tja, hoe zou dat komen?
Beste Sander, sla er eens het proefschrift van Marlies van Eck op na. Zij kwam er na grondig onderzoek achter dat bij de overheid 48 procent van de organisaties algoritmen gebruikt die, zoals ze bij de belastingdienst heeft aangetoond, niet te temmen zijn.
Terwijl andere landen zoals Noorwegen en Frankrijk proberen hun computers te temmen, maakt Nederland het alleen nog maar elke dag ingewikkelder, aldus Van Eck, die zelf bij de Belastingdienst heeft gewerkt en merkte dat burgers geen enkele kans maakten tegenover deze algoritmen die geen verantwoordelijken kennen.
Zij stelt: Door technologie is ‘stoer’ optreden makkelijker geworden; je drukt op een knop en een paar honderd mensen krijgen geen geld meer. Die verleiding is kennelijk groot, aldus Van Eck. Kom daar maar eens met je onderbetaalde rechtshulpverleners tegenop!
Wat de uitzending van Buitenhof trouwens echt schrijnend maakte is dat in het volgende blokje over de rol van geld, twee financieel deskundigen het eens waren over het feit dat er veel te veel geld was (zie mijn blog: geld moet rollen).
Daar merken de paar overgebleven idealistische en terecht boze sociale advocaten helaas weinig van.

Gender-neutraal

Minister van Engelshoven riep in het Algemeen Dagblad fabrikanten op om rolbevestigend speelgoed onder de loep te nemen. Het was een reactie op een verandering in de Franse speelgoedwinkels. Vanaf volgend jaar vind je daar niet meer de indeling ‘jongens’ en ‘meisjes’.
Het heeft veel reacties opgeroepen, te vergelijken met de Spoorwegen die nu omroepen: “Beste reizigers”, maar ik moest er vooral aan denken hoeveel er terugkomt in een mensenleven.
Mijn eerste kind werd geboren in 1981, het was een jongen en hij kreeg zelfs de naam ‘Ruben’, wat betekent : ‘zie een zoon’.
Maar mijn feministische inslag zei me toen dat ik hem wel ‘gender-neutraal’ moest opvoeden. Dat woord ‘gender-neutraal’ gebruikten we toen nog niet maar het idee dat jongens wat meer vrouwelijke trekken zouden kunnen ontwikkelen als zorgzaamheid en meisjes wat meer mannelijke als ambitie en zelfvertrouwen gaf een duidelijke richtlijn.
Dus op de crèche kreeg hij staartjes, thuis zorgde ik voor voldoende poppen, ik werkte ‘natuurlijk’ en als hij, want hij bleek als klein kind erg aan mij te hangen, tegen zijn vader, die hem toen hij ziek was, lief kwam verzorgen, “weg, weg” riep en mij wou, maande ik de man toch weer terug te gaan en vol te houden. Dat alles in het kader van een goede zoon/vader binding die er toe zou leiden, aldus Lilian Rubin dat de zoon in kwestie later zijn macho gedrag zou laten varen.
Arme jongen, arme vader, denk ik nu.
Diezelfde zoon zat een keer naast me op de bank, hij was vier jaar en zei: “Meisjes werken niet, want meisjes hebben een kutje”. Ik zou het zelf niet geloven als ik het niet had opgeschreven. Ik schreef bij mijn eerste nl nog alles op, later bij de andere twee raakte dat wat in de versloddering. Ik heb als Rooie vrouw en lid van de Emancipatieraad me nog met enthousiasme gebogen over de noodzaak van het vak verzorging vooral voor de jongens natuurlijk. Maar toen het zover was en mijn zonen het vak verzorging op school kregen, was er een avond dat ik de hulp van de oudste inriep bij het wegwerken van de rommel van de avondmaaltijd en hij me toeriep: “Sorry, mam, maar ik moet nog wat doen aan het vak verzorging”.
Het dieptepunt in mijn periode als werkende moeder was wel toen diezelfde zoon een keer thuiskwam van school en mij toevoegde dat hij zo’n bewondering had voor de moeder van een vriendje van hem, omdat ze het parket wel drie keer per dag boende!
Inmiddels is die oudste zoon uitgegroeid tot een succesvol advocaat, die goed verdient, werkweken maakt van 60 tot 70 uur, een lieve vrouw heeft die de huishouding voortreffelijk bestiert, parttime werkt en niet al te veel ambitie heeft en hij heeft twee schattige meisjes  van 3 en 6 met welgeteld 20 poppen waaronder zeer veel klassieke barbies.
Ze hebben een kist vol prinsessenkleren, een waanzinnige hoeveelheid tasjes met make up en nagellak en maken een keurige, lieve en  ook gelukkige indruk.
Tja, wat is er eigenlijk tegen?
Waarom probeerde ik met alle macht de vader, inmiddels mijn ex, zover te krijgen dat hij een deel van de verzorging en opvoeding van onze  drie kinderen voor zijn rekening nam? Dat ging overigens best nogal eens fout (hij was toen ik een week naar Canada was voor mijn werk vergeten diezelfde oudste zoon, toen 6, op te halen van school met alle ellende van dien).
Ons huwelijk is eraan kapot gegaan denk ik nu wel eens, aan die drammerigheid van mij om het allemaal ‘gender-neutraal’ en dus verantwoord goed te doen.
Als ik nu zie hoe gelukkig mijn oudste zoon is met zijn vrouw en zijn twee prinsesjes, zou ik bijna de vrouw weer terug naar de stofzuiger en het aanrecht roepen en natuurlijk de kapper en de schoonheidsspecialiste.
Waartoe leidt nu dit verhaal?
Wat is de conclusie?
Idealistische ouders kunnen nog wel eens enige recalcitrantie bij kinderen oproepen.
Niet alleen op het gebied van gender. Maar bijv ook als het om het klimaat gaat.  R. en ik wilden indertijd absoluut geen auto, ik kon niet rijden en we vonden de auto slecht voor het milieu. Nu  constateer ik dat al mijn kinderen auto’s hebben, die frequent gebruiken en niet meer zonder kunnen.
Mijn oudste vroeg zich laatst af hoe we dat in godsnaam deden zo zonder auto???
Misschien is dit gewoon gemopper van iemand die in de 70 is en al zoveel voorbij heeft zien komen. Als dat zo is, laat het dan lekker zitten en vergeet deze blog maar!!

Aanslag op de rechtsstaat

Woensdag jl: ‘een jonge strafrechtadvocaat voor zijn huis in Buitenveldert geliquideerd’ was het bericht.
Ik vind dat het gebruik van de term liquidatie verboden zou moeten worden. Derk Wiersum, want zo heet hij, werd doodgeschoten, vermoord kun je ook zeggen.
Liquidatie is een verhullende term. Als je hoort dat er een liquidatie heeft plaatsgevonden denk je: Ach, alweer een bedrijfsongeval in de sector van de georganiseerde misdaad.
Heb ik niks mee te maken, denk je dan. Die criminelen moorden elkaar uit.
Nee, mensen, gewoon ‘doodgeschoten’, ‘vermoord’ op klaarlichte dag.
‘Een aanslag op de rechtsstaat’ aldus diverse media.

Is deze aanslag uniek? Onvoorspelbaar en onvoorstelbaar?
Konden we hem zien aankomen? En moeten we nu ‘onorthodoxe’ methoden gaan inzetten?
“Bij het aanpakken van de zware criminaliteit is het zaak bewust de grenzen van de wettelijke mogelijkheden op te zoeken. Daarbij past een agressieve houding ten opzichte van de advocatuur.”
Van wie is deze uitspraak beste lezer(es)?
Juist ja, van een buschauffeur en niet de eerste de beste, maar de heer Teeven, die midden jaren negentig aantrad als Officier van Justitie en crimefighter, toen al tuk op  het gebruik van ‘onorthodoxe’ methoden bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad.
En dat dan ondanks het feit dat er in die tijd een parlementaire enquêtecommissie was aangesteld onder leiding van Maarten van Traa, die aan de kaak stelde dat met medeweten van politie en justitie een infiltrant een drugscrimineel werd met groot aanzien zonder dat  men erin slaagde het doelwit van de operatie op te rollen.
De Commissie van Traa concludeerde dat inzet van criminele burgerinfiltranten ongewenst was omdat Justitie erdoor dreigde te worden gecompromitteerd en gecorrumpeerd.
Inzet van deze criminele burgerinfiltranten en deals met criminelen leiden tot een perfiditeit die in het systeem is ingebouwd stelde de criminoloog Frank Bovenkerk.

We weten inmiddels waartoe het heeft geleid in het geval van Teeven. Ook zijn minister Opstelten werd in wat bekend werd als ‘bonnetjesaffaire’ meegesleept.
“Er is geen grotere stimulans om te liegen dan het vooruitzicht van strafvermindering,” waarschuwde een federaal Amerikaans Hof van Beroep in 1987 al.
Van Traa verwoordde het zo: “Wanneer men consequent de ene crimineel vrijuit laat gaan in ruil voor belastend bewijs tegen een andere crimineel ondergraaft men de zin van het strafrecht”. En dus zou ik zeggen de rechtsstaat. Jan Boone, strafadvocaat zegt ten aanzien van de rol van de advocaat die de kroongetuige moet bijstaan: “De wettelijke bepaling dat een kroongetuige recht heeft op bijstand van een advocaat is een inbreuk op ons rechtssysteem. Door de kroongetuige recht te geven op bijstand wordt de advocaat deel van de opsporing en dat is in strijd met het systeem van ons strafrecht waarin advocaten verdachten verdedigen”( Parool 28 september jl)
Kortom is de moord op Wiersum te zien als een voorzienbaar gevolg van een feitelijke inbreuk op ons rechtssysteem?

En wat heeft het ons gebracht?
In 1999 en paar jaar na het overlijden van Van Traa die helaas een fataal auto-ongeluk kreeg werd er 15 duizend kilo cocaïne ingevoerd. En nu dan?
In 2006 kreeg de huidige wetgeving inzake de inzet van kroongetuigen vorm. Toen waren we alle waarschuwingen van Van Traa, die nog geloofde in de mens en de rechtsstaat en zei: “Ik ben ervan overtuigd dat de meerderheid van de mensen te mobiliseren is om de aantasting van wezenlijke waarden te voorkomen,” grotendeels vergeten en stelden alleen nog voorwaarden aan de inzet van die kroongetuigen.
Inmiddels vindt Justitie al langere tijd dat het makkelijker moet worden om kroongetuigen in te zetten en niet alleen bij zware criminaliteit.
Wanneer er erge dingen gebeuren, zoals nu dan de moord op Derk Wiersum, is niet alleen de minister van Justitie en Veiligheid maar ook het parlement en de media geneigd te roepen dat er onmiddellijk moet worden ingegrepen met harde en onorthodoxe maatregelen. Dat klinkt ferm en stoer en geeft het idee dat de overheid heel wat vermag uiteindelijk.

Inmiddels blijkt er dus zo’n slordige 8 miljard in de drugshandel om te gaan en lijkt de sociale en economische aantrekkingskracht van de criminele wereld alleen maar sterker te worden.
Ook de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld wordt steeds meer een probleem.
Hoe komen we ervan af? Niet door nog vaker een premie te zetten op crimineel gedrag en
daders te belonen voor het verraden van hun compagnons met alle risico’s voor familie en professionals van dien zonder dat we eigenlijk 100 procent weten of we deze mensen kunnen vertrouwen, maar door bv drugs te legaliseren, te reguleren en te controleren en op die manier de echte boosdoeners hun lucratieve handel te ontnemen. Maar ook door jongeren in de zogenaamde Wijken onder druk een alternatief te bieden voor een criminele carrière en aandacht te besteden aan hun opleiding en arbeidsperspectieven en natuurlijk de wijkagent weer terug te brengen in de wijken.
Laten we nu in elk geval een serieuze publieke discussie beginnen over de zin en onzin van ons drugsbeleid alvorens met zgn ‘onorthodoxe’ methoden een daadwerkelijke aanslag en de zoveelste, te plegen op onze rechtsstaat.

Geld moet rollen

De kreet ‘geld moet rollen’ is er één van een dierbare vriendin, die hem al behoorlijk lang  bezigt.
Zeker in een periode dat ik wat minder bij kas zat kon ik nog wel eens denken: “Ja, jij hebt makkelijk praten, want je zit er warmpjes bij!”
Maar nu in deze tijd lijkt het wel of ze met haar zo vaak gebruikte kreet een visionaire blik had. Nu in deze tijd heeft ze alle economen aan haar zijde.
Mario Draghi, wiens naam wel heel dicht tegen ‘draak’ aanschurkt, draak en schurk, u begrijpt het al, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, heeft de rente alweer verlaagd vlak voordat hij aftreedt en laat Lagarde met de brokken zitten.
Want wat levert het op?
De bedoeling is de Europese economie een boost te geven, er zouden veel meer  investeringen worden gedaan, maar dat schijnt niet zo te werken.
Het netto effect is in elk geval, zo begrijp ik, dat de pensioenen, onze pensioenen worden gekort.
Maar ik wil hier niet voor sombermans spelen. Ik ben geen econoom, een beetje begroting is aan mij niet besteed en financiën daar houd ik me verre van, maar ik kijk wel veel naar Nieuwsuur en Buitenhof en neem die programma’s serieus.
Wat zegt professor Boot vandaag, zondag 15 september? Hij ziet er leuk uit , heeft een prettige stem en heeft bij mij dus altijd een streepje voor. Volgens hem vindt Europa dat wij moeten uitgeven, dus niet alleen Draak en schurk.
Nederland en ook Duitsland potten teveel op en dat komt Europa, zeker Zuid-Europa niet ten goede.
Geld moet rollen, Hollanders! Jullie zijn aso met je calvinistische gespaar en zuinigheid.
Mijn moeder zei het al: zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen, maar, en nu komt het: wie er teveel van heeft krijgt luizen als kamelen!!!
Zo is dat.
Even mijn onnozele vraagje tussendoor en dan vooral aan de huiseconoom van Nieuwsuur, ook alweer zo’n aardige man met een leuke uitstraling, Matthijs Bouman, die het aan de zuinigheid van de Hollanders wijt dat we zo weinig uitgeven. Hij stelde zelfs dat we graag stemmen op partijen die een zuinig beleid voeren.
Meneer Bouman het was toch Rutte die de mensen 1000 euro extra had beloofd om stemmen te winnen?
En hoe zit het met onze gasbel Matthijs? Hoe zuinig waren we daarmee?
En de hypotheekrenteaftrek, een principedingetje van de partij van Rutte dat nergens in Europa zijn weerga kent, was en is dat nog steeds (in mindere mate maar toch) zuinigheid van een overheid die zich vooral niet met stimulering van de eigendom voor de middenklasse wil bemoeien???
Wat mij betreft, maar goed ik zit politiek aan de andere kant van het spectrum, gaat het hier om ‘verkeerde’ zuinigheid. Jeugdzorg over de schutting gooien naar de gemeenten maar er geen pot met geld bij leveren, bezuinigen  op de pgb’s (persoonsgebonden budget), op kunst, cultuur en de sociale en educatieve sector.
De buurtkrant waarvan ik in de redactie zit, daarop moet worden bezuinigd  en als het even kan privatiseren we de boel zoals de bedoeling is van de D66 wethouder hier ter stede tav de afvalcentrale, die niet goed functioneert. Dan lost de ‘markt’ het wel op!
Toch ook hier een aantekening. Vattenfall heeft Nuon overgenomen en gaat met biomassa werken hier in de buurt. Als douceurtje en ter stimulering alvast 300 miljoen erin geïnvesteerd, juist ja door de overheid (onder de bezielende leiding van minister Eric Wiebes) zodat we nu al niet meer terug kunnen waar het de productie van voor het milieu verderfelijke biomassa betreft.
Zuinigheid?

Enfin, inmiddels weten we het allemaal. Er ligt in feite 50 miljard op de plank.
Kan zo uitgegeven worden en moet dat ook aldus economisch Europa.
Het klotst bij ons tegen de planken.
Tja en dan denk ik weer aan mijn vriendin. Bij haar klotste het ook wel regelmatig tegen de planken en dan dacht ik: jij hebt mooi praten.
Wat denken nu al die genegeerde en gekwetste agenten, docenten, gezondheidszorgers, die de druk niet meer aan kunnen? Wat te denken van al die kunstenaars, musici en hard werkende ondersteuners in de sociale sector?
Er wordt gesproken van een Fonds.
We stichten een Fonds en dan zien we wel wat we daarmee doen. Eerst een onderzoek dan een plan, dan…
Jongens, jongens, tegen die tijd klotst het gèld niet tegen de planken maar het water en kun je alleen nog droog wonen in Amersfoort!
Doe wat!!!
Ga het klimaat aanpakken, zorg voor een duurzame transitie, help gewone mensen dat te financieren en zoals gezegd zorg dat al diegenen die zich voor het algemeen belang inzetten en niet alleen voor hun eigen, zoals we dat plat zeggen, eens wat beter worden gewaardeerd en dus ook betaald. En natuurlijk, o ja dat vergat ik bijna, de pensioenen.
Ik heb toevallig niks te klagen maar zorg er eens voor dat degenen die hun huis niet meer uitkomen omdat ze daar het geld niet voor hebben zich weer eens een gezellig uitje kunnen veroorloven!
Geld moet rollen, jongens, wat zeg ik, dames en heren en wel nu!!! Nu meteen!!!
Een voortrekkersrol. Dat willen we toch zo graag. Een voortrekkersrol in het doen van de ‘juiste’, precies de ‘juiste’ investeringen.
En wie niet weet wat de foute zijn raad ik tot slot nog het tv-programma Kanniewaarzijn aan.

Bewijs van onvermogen

De laatste tijd staat de politie sterk onder druk. Eigenlijk blijkt steeds duidelijker dat het vormen van een nationale politie niet zo’n goed idee was.
Er is bezuinigd op die geledingen van de politie die juist voor de mensen in wijken zo belangrijk zijn, er zijn veel interne problemen, het diversiteitsbeleid blijkt maar niet van de grond te komen, er is structurele discriminatie door de politie geconstateerd door een teamchef met veel ervaring binnen de organisatie en zedenzaken en verkrachtingen blijven veel te lang op de plank liggen (zie recent Nieuwsuur).
In de praktijk van haar functioneren krijgt de politie te maken met tanend gezag op straat en dat ligt waarschijnlijk niet alleen aan de politiemensen zelf. In het programma De wereld draait door van 5 september klaagt Erik Akerboom, hoogste baas, erover dat de politie ieder uur wordt belaagd en te maken krijgt met gewelddadigheden.
Twee politiemensen die door Van Nieuwkerk worden bevraagd en zelf slachtoffer waren van geweld tegen de politie, of de taser zou helpen antwoorden dat ze zich vooral ergeren aan de houding van politiek en Justitie  die onvoldoende achter ze zou staan.
Zo zou er serieuzer moeten worden gereageerd op geweld tegen politiemensen. Nu ontsnappen die mensen vaak.

Allereerst: de tijd is veranderd. Dat werd al geconstateerd op een Conferentie in 2000 georganiseerd door de Stichting Maatschappij Samenleving en Politie (SMVP).
Het gezag van politie maar ook andere vanouds bekende gezagsdragers zoals de onderwijzer en de burgemeester is minder vanzelfsprekend geworden.
Dat hoeft geen verbazing te wekken.
Wat mij wel verbaast is dat de oplossing voor dat tanende gezag steeds vaker wordt gezocht niet in verhoging of verbetering van de professionaliteit van de politie en bijv het aanbieden van meer en betere cursussen en verbeterde opleiding, of ook in het vaker gebruikmaken van oudere agenten die qua levenservaring meer gezag zouden kunnen uitstralen, maar het zoeken van de oplossing in wapentuig en versoepeld gebruik ervan.
In mijn tijd, van de Coornhert Liga, waren we hier nog mordicus tegen, maar ja de tijden zijn inderdaad veranderd en daarmee ook de  bewustwording rond de risico’s van meer en meer wapentuig.
We leven in een Trumpiaanse tijd waarin het simpele geroep op Twitter het lijkt te winnen van een wat langer durende publieke discussie zoals Habermas die zou hebben bedoeld.
In een dergelijke sfeer is de roep om wapens ter verdediging van politiemensen, aantrekkelijker dan een roep om meer gezag en professionaliteit, want ja dat laatste, hoe bereik je dat en gaat dat dan niet teveel kosten? Overigens schijnt de uitrusting van politiemensen met tasers 15 miljoen op jaarbasis te kosten. Hoeveel kun je daarvan doen qua verbeterde opleiding en verbeterde representatie van de bevolking bij de politie?
Nu heeft onze minister Grapperhaus dus de taser aan de politie beloofd.
Daarmee kun je mensen letterlijk ‘kalt stellen’ zonder dat je ze doodt (zie daarvoor mijn eerdere blog over ‘suicide by cop’).
Je moet natuurlijk wel in een flits beoordelen of ze misschien niet een pacemaker hebben of anderszins absoluut niet kunnen tegen elektrische stroomstoten, maar ja dat heb je met schiettuig ook.
Dat het daar nogal eens misgaat (zie dus eerdere blog) is kennelijk geen reden om van de taser af te zien.
Waar in de psychiatrie inmiddels weer vaker depressies of bepaalde uitwassen van angsten met elektroshocks worden behandeld (instructief was indertijd: One flew over the Cuckoo’s nest uit 1975) ziet de politie er ook geen been in om nu met tasers te gaan werken tegen aanvallen die als gewelddadig en of ernstig bedreigend worden ervaren…?
Toch is dat niet helemaal waar want in 2017 was er nog een intern rapport van de politie waarin het gebruik van tasers werd afgeraden en deze zomer was er een hoop commotie over een demente bejaarde bij wie de taser was gebruikt in een verzorgingstehuis.
In een scriptie uit 2012 over het gezag van de politie van Okke van Gelderen, Kees Schoonen en Jan de Vogel van de Politieacademie stellen ze als eindconclusie: “Professionaliteit kan er in ieder geval voor zorgen dat de afbraak van de gezagspositie minder snel verloopt en indien dit verwaarloosd wordt kan men rekenen op uitholling van het politiegezag. Er is behoefte aan herkenbare gezichten, zoals wijkagenten”.
En: “Wij zijn na ons onderzoek niet meer zo van het gedachteloze zwaard in de handen van het bestuur” (pag 57).
Het gebruik van tasers duidt in de huidige omstandigheden inderdaad op dit gedachteloze zwaard. Ik zou zeggen: stel binnenshuis eens wat orde op zaken alvorens je met stroomstoten in de weer gaat.

Samen vooruit

Als je zelf op Groen Links hebt gestemd bij de gemeenteraadsverkiezingen en er wordt een links College geformeerd met na enige tijd een Groen Links-burgemeester, dan verwacht je wat als burger van Amsterdam.
Nu zal het anders worden, denk je.
Er zal meer aandacht worden gegeven aan bewoners-initiatieven, aan wijken onder druk zoals ik die heb genoemd in een advies dat de Harmonisatieraad  Welzijnsbeleid uitbracht in 1989 en er zal meer recht worden gedaan aan de buurt en de mensen die er wonen.
‘Recht doen aan de buurt’, is de titel van het boek dat de Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie in 2001 heeft uitgegeven.
Daarin schets ik een zogenaamde personalistisch perspectief op pag 109, waarbij wordt gekeken in hoeverre professionals en instellingen vooral bezig zijn met een top-down proces met legitimatie achteraf of om een bottom-up proces dat mensen zelf vorm geven en hoe dan precies in verband ook met de grote verschillen in beleving en behoeften van mensen in de buurt.
In het stuk van het gemeentebestuur Samen Vooruit Op weg naar een stevige sociale basis in Amsterdam, waarin een stedelijk kader 2020-2023 wordt geschetst, word ik op mijn wenken bediend als we het over dat bottom-up proces hebben.
Het stuk begint al met een levensverhaal van een (verzonnen?) Hannah die uit Egypte komt en allerlei problemen heeft. Oa heeft ze een moeilijke zoon die niks wil. Bovendien heeft ze gezondheidsklachten en is ze te zwaar.
Opeens is daar de aardige buurvrouw Sherida die haar uit haar lethargie bevrijdt door voor te stellen dat ze meedoet aan een wandelclub. De buurvrouw is vrijwilliger in het Huis van de Wijk de Meeuw. Bij de wandelclub ontmoet ze Truus, die met haar naar het Formulieren-café gaat waar ze door de vrijwilliger Eddy kan worden geholpen met haar formulieren en schulden. Kortom sinds de lieve buurvrouw zich over Hannah ontfermt is er sprake van een positieve spiraal, Hannah valt ook nog eens af en hoeft minder vaak naar de dokter. Eind goed al goed en dat vooral door die lieve mensen die elkaar zonder eigen belang helpen.
Verderop in het stuk wordt (overigens zonder duidelijk te maken hoe precies in deze casus) beklemtoond dat het gemeentebestuur de vrijwillige inzet koestert, stimuleert en ondersteunt.
Bij de inleiding wordt meteen al twee keer het begrip leefwereld gebruikt van de Amsterdammers, dit tegenover de bekende systeemwereld, begrippen die ik in de jaren tachtig heb leren kennen uit de theorie van Habermas.
Bij ‘uitwerking bouwstenen’ blijkt dat de gemeente bewoners en wijkondernemers serieus neemt en initiatief van en door Amsterdammers hoog op haar agenda heeft staan.
En nog eens op pag 9 “Het vertrekpunt is de kracht en de capaciteiten van individuele mensen en wat ze elkaar te bieden hebben”.
Men stelt zich als doel: “Maximaal benutten van talenten van Amsterdammers, zodat zij zich kunnen ontplooien”. En: “de rol van de gemeente is het bevorderen, waarderen, stimuleren en ondersteunen van initiatieven gericht op samenredzaamheid als die niet vanzelf tot stand komen”. Daar bedoelt men mee, zo begrijp ik, dat het netwerk van mensen  wordt versterkt, en daar kan de gemeente bij helpen.

Maar bij leidende principes gaat het dan toch een beetje fout: Onder het kopje ‘Resultaatgericht’, lezen we: “We werken aan een stedelijke monitor waarin we met een klein aantal vergelijkbare resultaat-indicatoren beter kunnen sturen op de sociale basis en de registratielast kunnen beperken. Dit vraagt een gezamenlijk commitment op het goed vergelijkbaar maken van een beperkte dataset en deze te verrijken met kwalitatieve informatie”.
Hallo Hannah en Sherida zijn jullie er nog?
En deze: “We maken onderscheid in opgaven die we beleidsmatig doorontwikkeling (moet zijn doorontwikkelen) en uitvoeringsopgaven die als soort van rode draden in alle gebieden terugkomen. Dit kunnen organisatorische opdrachten zijn, zoals het geval is bij het eenduidiger aansturen van de  welzijnsinstellingen, of meer inhoudelijke opgaven als Welzijn op recept”.
En waar “resultaat-sturing” om de hoek komt kijken moet de lezer opeens echt gaan opletten.
Wat is daarbij nog de rol van de stadsdelen en vooral van de stadsdeelcommissies laat staan de bewoners zelf? Opeens blijken bij het stuk over herschikking en herverdeling van financiële middelen sociale basis vanaf 2020 bepaalde budgetten buiten het kader vallen (het woord vallen is weggelaten…?) zoals buurtbudgetten, kunst en cultuur, burgerparticipatie, voedselbanken en kinderboerderijen met als redelijk desastreus effect dat bv een buurtkrant geen subsidie meer krijgt per 1-1-2019.

De buurtkrant in stadsdeel Oost, waar ik als vrijwilliger actief ben, wordt in zijn geheel door vrijwilligers bemensd en vult zijn kolommen met inhoudelijk kwalitatief hoogstaande maar ook toegankelijke stukken over alledaagse zaken waar de bewoners van dat stadsdeel mee te maken hebben, kortom met de leefwereld van de buurtbewoners en er wordt aandacht besteed aan actieve mensen in de buurt (een ruime buurt dus want omvat ook Oostelijk Havengebied en IJburg).
Je zou zeggen: zo’n buurtkrant voorziet in een informatiebehoefte, noodzakelijk in een democratie, een informatiebehoefte ook van al degenen die nu niet zo bureaucratisch vaardig en digitaal behendig zijn. Ook heel nuttig voor de  sociale zelfredzaamheid, zeiden we vroeger ipv samenredzaamheid en het is natuurlijk overduidelijk dat hier zeer gemotiveerde vrijwilligers zich maximaal inzetten voor de buurten en hun bewoners.

Wat kunnen we nu concluderen na lezing van de talloze stukken?
Het blijkt om een zogenaamd ‘work in progress’-proces te gaan, veel goede bedoelingen, weinig echte inspraak, in elk geval op dat gebied weinig transparantie en er moet ‘werkendewijs’ worden geleerd.
Hoezo? Als je als gemeente of stadsdeel geen subsidie meer verstrekt kun je toch moeilijk spreken van het koesteren , stimuleren of ondersteunen van vrijwilligerswerk?
Misschien moeten we toch eens gaan kijken naar de website van de in welzijnsland zo bekende Groen Linkser Jos van der Lans. Hij heeft onlangs, 6 augustus jl, nog een gastcolumn geschreven waarin hij zijn eigen ervaringen weergaf als actief buurtbewoner in het Oostelijk Havengebied
Hij kon niet anders concluderen dan dat “een doordachte visie over wat een gebied nodig heeft om bewoners die actieve participerende rol te laten spelen die in alle collegeakkoorden zo fraai geformuleerd staat, ontbreekt”. Hij vindt het hapsnap en hem lijkt dat “alles toch iets te willekeurig om in het sociale domein structureel verhoudingen op een andere leest te schoeien”.
Nou en als Jos dat al vindt…

Kattekwaad

Er is al veel geschreven over de zoon van Femke Halsema, teveel waarschijnlijk, maar ik zit toch nog met een paar dingetjes.
In de eerste plaats: Wie heeft er nu eigenlijk, van de politie neem ik aan, gelekt naar De Telegraaf? En met welk doel? Kan dat zomaar?
Als de zoon van de melkboer hetzelfde zou doen als de zoon van de burgemeester komt zijn zaak niet in de openbaarheid. Halsema had de gegevens van haar zoon afgeschermd, zo horen we nog steeds maar uit de brief van 14 augustus van haarzelf horen we dat het OM dat had gedaan uit voorzorg en ook de zaak had overgeheveld naar het parket van Haarlem. Hoe kan het dan dat  de Telegraaf er zo pal bovenop zat. Waarom?
Voor wie het antwoord niet weet, kijk nog eens naar de serie De Clinton-affaire, waarin is te zien hoe Clintons tegenstanders  er verwoed op uit zijn hem beentje te lichten en dolblij met Bills dubieuze seksuele gedrag. In het geval van Halsema is daar geen sprake van alleen dus van een puberende zoon, die op een kwetsbare leeftijd is voor wat ik noem ‘kattenkwaad’.
Er zijn immers geen doden of gewonden gevallen.
Bij de vorige burgemeester had dat, zo begrijp ik zijn weduwe uit een column van haar in Het Parool, anders kunnen uitvallen. Hij reed op dezelfde leeftijd onrechtmatig in de auto van zijn vader en had iemand kunnen aanrijden, zeker toen hij door de politie werd gevolgd en veel te hard er vandoor ging. Overigens zonder aangehouden te worden omdat hij ontsnapte. Het was een mooie column van Femke van der Laan waarin ze de motieven en angsten van de zoon prachtig en invoelbaar weergeeft.
Nee, waar ik als moeder van deze puberende zoom me echt zorgen over zou hebben gemaakt is dat nep-pistool.
Als hij bij thuiskomst het verhaal had verteld over zijn inbraak in een verlaten woonboot, de politie die hen had betrapt en het weggegooide nep-pistool had ik hem opgelucht gezoend.
Schat, had ik gezegd, dat je een verlaten woonboot betreedt met je vriendjes en daar tijdelijk je intrek neemt in plaats van ze hier in de burgemeesterswoning op de thee te vragen, alla daar is in te komen maar bedenk wel daarbij dat je een bevoorrechte positie hebt en geen ‘We are here’ bent en ongedocumenteerd.
Maar dat van dat nep-pistool, joh dat is een pak van mijn hart. Dat had heel anders kunnen aflopen!
Weet je, we hebben hier in Amsterdam nl de inmiddels populaire ‘suïcide by cop’. Ik heb zelfs persoonlijk de politie nog de hand boven het hoofd gehouden nadat ze een depressieve jongeman  met een nep-pistool hadden doodgeschoten. ‘Van het leven bevrijd’ zouden we hier in Amsterdam zeggen.
Mijn God zeg, ik moet er niet aan denken dat ze jou met zo’n pistool hadden aangetroffen. Ik blijk namelijk vijanden te hebben, schat, die graag op mij schieten en ze zitten kennelijk ook te lekken bij het politieapparaat.
Wat te denken van zo eentje die zijn kans schoon ziet en schiet?
Niet op mij maar op mijn zoon, op jou dus…
En dan niet figuurlijk maar letterlijk onder het motto: de zoon bleek suïcidaal?

Dit klinkt natuurlijk wel heel stug. We leven hier niet in de States met de bekende cowboy-mentaliteit om van alles wat je niet zint en voor de loop van je geweer komt af te knallen maar toch…

Beste burgemeester, wordt het geen tijd voor een gedegen en goed onderbouwd nep-pistolen-beleid, waarbij wordt voorgesteld extra cursussen aan te bieden aan politiemensen die hiermee te maken krijgen en juist om doden onder puberende jongeren, die op elke hoek van de straat en op internet een nep-pistool kunnen kopen en psychisch noodlijdende mensen, in de toekomst te voorkomen?

Met boosheid schiet je niet zoveel op…

Vanaf vandaag wil ik u geen sprookjes meer vertellen (zie vorige blogs) maar gaan we ons weer even bezig houden met de ‘harde’ werkelijkheid.
“Met boosheid schiet je niet zoveel op,” aldus de Groen Links-burgemeester van Schiermonnikoog Ineke van Gent in de uitzending van Een Vandaag deze week.
Ze is van de ‘kleine stapjes’ waar het de milieuramp betreft die Schiermonnikoog maar ook Terschelling heeft getroffen, toen in de nacht van 1 op 2 januari dit jaar containerschip MSC Zoe tijdens een zware storm 342 containers verloor ten noorden van de Wadden.
Schiermonnikoog kreeg de volle laag. In de containers zaten onder meer zakken van 25 kilo met plastic korreltjes die desastreus zijn voor vogels en het milieu en zeer slecht te verwijderen. Ook zijn er nog veel containers die verloren zijn, niet getraceerd en is nu al wel bekend dat er een paar bij zitten die zeer giftige stoffen als lithium bevatten.
Terugkijkend op de ramp is Van Gent “trots dat zoveel mensen meehielpen met opruimen,” en vertelt opgewekt over al het jutten op het strand.
Ik keek naar de uitzending van Een Vandaag en zat me wèl boos te maken. Hoe kan het dat een burgemeester van een partij als Groen Links zo gezellig doet in een uitzending die gaat over een vreselijke milieuramp die het eiland is overkomen?
Ze benadrukte maar steeds dat ze optimistisch van aard is, zich niet boos maakte want daar had je dus niets aan, maar wel strijdvaardig…
Dat laatste kwam bij mij als kijker niet echt over.
Ze begon wel meteen over het geld dat Schier nog te goed had van de rederij van het schip, iets wat wellicht de gemiddelde Hollander zal aanspreken, maar juridische procedures om ze te dwingen meer informatie te geven over containers die nu nog in zee liggen, om deze en dergelijke bedrijven wellicht via de EU te dwingen containers te chippen en een andere vaarroute te nemen, ik hoorde er niets over.
Op de site stond wel meer. Daar vroeg ze zich oa af: Wil je nutteloze goederen nog van hot naar her vervoeren in een gebied dat kwetsbaar is als het misgaat? Worden containers wel goed vastgemaakt? Kiest men wel de goede route? maar: “ik zeg er niet bij dat we het containervervoer moeten gaan stoppen,” aldus Ineke van Gent.
Als een Groen Links-burgemeester al zo relativerend doet over een dergelijke vreselijke ramp hoe moeten we als burgers dan nog iets van onze overheid verwachten?
In juni was ik op Terschelling voor een midweek Oerol en ik vroeg de burgemeester aldaar die toevallig op mijn pad kwam, waarom Oerol niet werd aangegrepen om een echte actie richting Den Haag te voeren betreffende de (ook nog te verwachten) milieuschade op het eiland. Hij zei dat hij in Den Haag niet eens mocht praten over een ‘ramp’.
Het woord ‘ramp’ had hij niet in de mond mogen nemen.
Tja, vinden we het dan gek dat er burgers opstaan die alleen nog in burgerlijke ongehoorzaamheid een middel zien om aandacht te vragen voor de schade aan milieu en klimaat!
Extinction rebellion, een actiegroep, milieubeweging, ontstaan in Engeland vindt inmiddels dat we het sociale contract met de overheid moeten ontbinden.
De basis van het sociale contract tussen burgers en overheid bestaat eruit, aldus XR dat de burgers een deel van hun vrijheid opofferen in ruil voor bescherming door de overheid. Op dit moment ondernemen overheden echter niet de snelle, grootschalige acties die nodig zijn om hun burgers en het natuurlijk erfgoed te beschermen.

Dat maakt in elk geval de uitzending van Een Vandaag wel duidelijk. Snelle acties, dus niet stap voor stap en als het even kan ook juridisch en internationaalrechtelijk. Daarin verschil ik wellicht van Extinction Rebellion. Ik heb nog wel fiducie in ‘je recht halen’.
Maar volgens Van Gent heeft de rederij die de ellende veroorzaakt zulke goede advocaten dat je daar niet veel tegen doet en dat het dus allemaal heel veel tijd in beslag gaat nemen.
Heeft zij dan nog wel fiducie in ‘je recht halen’?
Heeft ons land, onze staat, geen goede advocaten?
Kunnen die ons eigen nationale erfgoed niet verdedigen met alle  (juridische) middelen die hen ten dienste staan ?
De vraag doet zich ook voor of al die Duitsers die onze Waddeneilanden bezoeken soms geen baat hebben bij een andere vaarroute en een vermijding van calamiteiten ?
Kan onze regering niet overleggen met de Duitse over de vaarroutes van de Duitse schepen?
Nee, kennelijk geven we hier in dit land de voorkeur aan de zogenaamde kleine stapjes en hebben we het liever niet over een ramp.
Ik ben ook voor redelijkheid en matigheid maar ook ik voel op mijn 73e dat de geesten rijp zijn voor het ‘redden van de aarde’, liefst met juridische middelen maar desnoods met het lamleggen van verkeer of andere acties in plaats van een gezellige fietstoer over het eiland met een verslaggever van Een Vandaag.

Anders; sprookje van deze tijd

Er was eens een jongetje, dat heette Anders. Dat kwam zo. Toen hij werd geboren lag hij al anders in zijn moeders buik, hij lag niet alleen in een stuit, dus met zijn beentjes naar beneden in plaats van naar boven maar ook nog eens gedraaid. De vroedvrouw kon hem er niet uit krijgen en in het ziekenhuis waren ze stomverbaasd, zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt. Het werd een spoedoperatie en alles verliep verder voorspoedig, maar zijn moeder begreep dat er met deze jongen iets bijzonders aan de hand was en noemde hem Anders.

Zijn vader was vrachtwagenchauffeur en op dat moment ver weg een vracht aan het afleveren. Later toen hij weer terug was en Anders zag, zei hij als eerste commentaar: nou jij bent wel een heel vreemde vracht zeg die je moeder afleverde! Anders zag er ook een beetje anders uit dan de meeste baby’s, hij had van het begin af aan diepblauwe ogen die heel verwonderd keken en wenkbrauwen die een boogje maakten. Twee maantjes zei zijn moeder trots, want zijn moeder hield van hem, juist omdat hij Anders was.

Hij groeide op als een gewone jongen, maar wel een die altijd veel vragen stelde. Maar ja dat doen nu eenmaal veel kinderen dus niemand had er erg in dat Anders anders naar de wereld keek. Behalve misschien zijn moeder die zei dat Anders een oude ziel was. Zijn vader vond dat soort opmerkingen altijd onzinnig en riep dan: “Je moeder doet weer zweverig,” maar stiekem hield hij ook daarom wel van haar. Gek genoeg hield haar ‘zweverigheid’ hem met zijn nuchtere aard in evenwicht.

Na veel aandringen had Anders toen hij 10 jaar werd van zijn moeder een hondje gekregen, een lief klein schapendoesje met veel haar, dat hij vaak uitliet in het park tegenover hun huis. Als hij daar dan liep met Wolletje, want zo had hij haar genoemd, viel het hem op dat er zoveel mensen waren die op een klein schermpje keken. Bij hem thuis had zijn moeder daar een stokje voor gestoken. Anders werd schermloos opgevoed, ze hadden geen tv, geen I-phone of I-pad want de moeder van Anders vond dat ‘weggegooid geld’. En de vader van Anders was te vaak weg om er bezwaar tegen te maken. Als hij thuis kwam zei hij wel dat hij naar de kroeg ging om daar tv te kijken als er een belangrijke voetbalwedstrijd was. Dat vond zijn moeder prima, want zijn moeder was gesteld op haar rust, zei ze.

Misschien dacht Anders wel eens, was zijn moeder het liefste alleen gebleven. Ze leefde met ‘entiteiten’, zo noemde ze dat, geesten uit het verleden, zoals haar ouders die allebei jong gestorven waren. Ze voelde die nog steeds heel duidelijk om zich heen. Voor haar was dat allemaal heel gewoon, ze sprak ze ook wel eens aan als Anders in de buurt was en Anders leerde ermee te leven. Het was voor hem of de doden net zo goed nog leefden als de levenden.

Dus toen hij zag dat zoveel mensen in het park hardop praatten tegen een scherm of gewoon in de lucht, terwijl er geen mensen in de buurt waren, sprak hij hen aan en vroeg hen of ze soms praatten tegen hun dode moeder. Ze lachten hem uit en vonden hem maar raar maar gaven zelden antwoord. Anders viel het ook op dat ze zo druk bezig waren met naar dat kleine scherm te kijken dat ze de mooie luchten niet zagen, het zonlicht dat zo prachtig door de bladeren scheen of hun kind met de mooie blonde of bruine haren dat hun aandacht vroeg maar niet kreeg omdat ze maar naar dat scherm keken en praatten.

Op een keer stapte Anders af op een vrouw met een bolle buik die met haar rechterhand een kinderwagen voortduwde waarin een kind lag te huilen terwijl ze constant naar een scherm keek in haar linkerhand. “Mevrouw,” riep hij, maar ze kon hem niet verstaan want ze had oordopjes in, “mevrouw, uw kind ligt te huilen, hoort u dat wel?”

De aanstaande moeder reageerde eerst niet maar toen Anders samen met Wolletje vóór de kinderwagen ging staan, zodat ze er niet meer langs kon deed ze waarachtig haar oordopjes uit, klapte haar scherm in en hoorde zo haar kind huilen en Anders zijn vraag. “Waar bemoei je je mee,” vroeg ze, en: “Je staat in de weg! Ik was bijna over je hond heen gereden”. “Mevrouw,” bleef Anders beleefd vragen: “wat is er zo belangrijk aan dat scherm dat u uw kind niet meer ziet en hoort? Houdt u zich bezig met geesten misschien? Dode mensen?” Tot Anders grote verbazing begon ze keihard te lachen, haha haha, ze kwam niet meer bij, “geesten, hoe kom je erbij jongen, ben je niet goed snik? Ik werk! Ik probeer mijn kind en werk te combineren. Ik ben met anderen een app aan het ontwikkelen die je waarschuwt als je kind huilt. De meeste mensen zijn net als ik zo bezig en druk met andere dingen dat ze hun kinderen niet meer horen huilen. Dat hoeft ook niet erg te zijn maar nu ontwikkelen wij een app, die je een signaal geeft als er echt iets ernstigs aan de hand is. En omdat iedereen wel zijn scherm in de gaten houdt zien ze dus ook wanneer ze aandacht aan hun kind moeten besteden”.

“Maar mevrouw,” zei Anders met zijn diepblauwe verbaasde ogen en zijn hoog opgetrokken maanwenkbrauwen, “u hoeft toch alleen maar uw oordopjes uit te doen en uw scherm weg te gooien om uw kind te horen huilen?” “Ja dat is het het hem juist, dat kan ik niet,” zei de vrouw, “want dan mis ik teveel. Dan mis ik de hele wereld, raak ik geïsoleerd en kan ik mijn geld niet meer verdienen. Je moet wel mee met je tijd en deze tijd vraagt nu eenmaal om contacten die via een scherm lopen.”
“Maar,” zei Anders nog, “mijn moeder praat met geesten via haar kaarten en letters, wat is dan nog het verschil?” Maar de vrouw was alweer verder gelopen, ze had haar oordoppen weer in en haar scherm weer geopend in haar hand. Haar kind in de wagen was gestopt met huilen, misschien niet omdat ze aandacht had gekregen maar omdat haar moeder opeens anders had geklonken dan normaal.

Een andere keer zag Anders een jonge vader met zijn dochtertje. Ze lagen op een kleed. De vader zat ook steeds naar het scherm te kijken terwijl zijn dochtertje zijn aandacht probeerde te trekken. Anders bleef van een afstand het geheel een tijdje bekijken en keek ondertussen op zijn horloge hoelang de vader erin slaagde om niet naar zijn dochtertje te kijken maar naar het scherm. Na bijna een kwartier, Wolletje werd onrustig, dacht Anders net ik stap er eens op af om te vragen wat er aan dat scherm nu zoveel interessanter is dan zijn dochtertje, toen hij het meisje hoorde vragen het leek meer op smeken: “Papa, neem je een foto van me?”

En waarachtig, als bij toverslag, draaide haar vader zich naar haar om, nam haar even een seconde op, pakte zijn scherm en stelde in. Zijn dochtertje begon alsof hij een teken had gegeven lief te lachen en hij drukte op het subtiele knopje, bekeek de foto tevreden en nam er vervolgens nog een paar. Op dat moment zag hij Anders en Wolletje staan kijken, hij wenkte hen en liet vol trots de foto’s zien die hij zojuist gemaakt had. “Mooi meisje hè? mijn meisje,” en hij gaf zijn dochter een knuffel en wendde zich weer tot het scherm.

Anders kon niet eens zijn vraag meer stellen, de man was vertrokken naar een andere wereld leek het wel. Sindsdien experimenteerde Anders met de schermmensen zoals hij ze noemde. Hij liet bijv met opzet winden of een boer, of dingen vallen in hun bijzijn, riep zelfs een keer “Brand!” in de bus maar niemand reageerde. Alleen de chauffeur was heel boos geworden en had hem uit de bus gezet. Het leek wel of de mensen blind en doof waren, hun omgeving niet meer opmerkten noch de mensen die zich tegenover of naast hen bevonden. En door de oordoppen kon je ze ook moeilijk aanspreken want ze hoorden je gewoon niet. De enige mogelijkheid was, zo begreep Anders, dat je zelf zo’n scherm aanschafte en ook mee ging doen op de sociale media, die hij niet sociaal kon vinden. Dan kon je ze allemaal bereiken, dan namen ze je pas serieus en dan kon je ook geld verdienen, begreep hij. Heel veel geld zelfs als je een app ontwikkelde die tegen iedereen die zijn scherm ervoor openstelde “Yo” zei of liet zien waar je kind gebleven was of waar je naar toe kon vliegen voor het goedkoopste tarief.

Want dat veel mensen weg wilden vliegen was Anders nu we duidelijk, ze wilden deze wereld ontvluchten, de wereld om hen heen niet zien, ze wilden elders zijn  bij mensen die ze niet kenden van wie ze het gezicht nooit hadden gezien maar met wie ze wel in contact stonden, zoals zijn moeder in contact stond met geesten, die geen lichaam hadden, die niet fysiek aanwezig waren, die je niet konden omhelzen maar ook geen klap konden geven, van wie je eigenlijk weinig wist, je wist bijv niet hoe oud ze eigenlijk waren, ze konden zich voordoen als een ander, ze waren in zekere zin inwisselbaar.

Anders was een slimme jongen, hij was nu eenmaal anders en terwijl anderen het juist om antwoorden was te doen, stelde hij vooral veel vragen aan mensen die hij in zijn jonge leven tegenkwam, aan zijn ouders, zijn leeftijdgenoten (vrienden had hij niet echt), zijn docenten, of zomaar mensen in het park. Maar zijn vader was nu eenmaal vaak weg en zijn moeder was nu eenmaal vaak bezig met geesten, dus in een andere wereld. Jongens en meisjes van zijn leeftijd vonden hem maar raar en reageerden zelfs niet meer als hij hen weer wat vroeg bijv waarom ze niet meer om zich heen keken alleen nog naar een klein schermpje en of ze wel gelukkig waren in deze hen omringende wereld.

En juist omdat hij slim was, had hij iets bedacht. Hij bedacht al op jonge leeftijd, hij was toen 16 en zou net als zijn vader vrachtwagenchauffeur worden, dat als hij nou een app zou maken met de vragen die hij altijd stelde, dat ze dat dan wel zouden zien en misschien zelfs beantwoorden. En hij bedacht nog meer, als hij nou eens een vragen-app maakte, eentje die het vragenstellen stimuleerde, iedereen kon via de app zijn vragen die hij eigenlijk altijd al had, stellen en dan konden ze daar antwoord op krijgen van anderen, van deskundigen of gewoon van anderen die ook met dezelfde vragen zaten.

En toen hij dat aan zijn moeder vertelde was ze meteen enthousiast, “Schat,” zei ze “dat is nou precies wat ik altijd doe. Iedere dag stel ik mijn levensvragen aan de geesten van mijn moeder en mijn vader en al degenen die me omringen. Ik ben met hen echt in gesprek en ik leer zoveel van ze,” en ze knuffelde hem. Maar het verschil tussen Anders en zijn moeder, zo bleek al snel toen Anders zijn plan uitvoerde en zich had bekwaamd als it-er, was, dat Anders binnen de kortste keren rijk werd, het geld stroomde binnen, want inderdaad zijn voorspelling kwam uit, zijn app werd een hit.

Iedereen keek nu op zijn schermpje of zijn vraag al was beantwoord en ook naar de vragen van anderen. Er werden prijzen bedacht voor de slimste vragen en ook voor de vragen die niet te beantwoorden waren. Het werd een nationaal spel, een vragenspel. Iedereen begroette de ander, op zijn scherm wel te verstaan met: heb je nog een slimme vraag voor me?

En Anders werd beroemd als uitvinder van het nationale vragenspel en Anders was niet meer anders, hij werd heel normaal gevonden, één van hen. Maar toen  hij voor een tv-uitzending werd geïnterviewd en ze hem vroegen hoe hij ertoe was gekomen om dat spel en die app uit te vinden, antwoordde hij niet maar begon de interviewer vragen te stellen. “Denkt u echt,” zei hij “dat ik nu gelukkig ben omdat de mensen mijn vragen nu wel zien en er aandacht aan besteden. En: mag ik u wat vragen? Wilt u gezien worden, ik bedoel gezien als mens, als mens met vragen, die nu eenmaal iedereen heeft die zomaar is geboren en zomaar weer doodgaat?” De interviewer was zo verbaasd dat hij antwoordde: “Natuurlijk dat wil toch iedereen. Daarom heb ik dit vak ook gekozen om gezien te worden, op een scherm weliswaar maar toch”.

“Denkt u”, vroeg Anders toen, “dat ik nu ik die App heb uitgevonden, en  ik nu ik veel geld heb en beroemd ben en niet meer anders wordt gevonden, dat ik nu gezien wordt?”.
“Nou ja”, pruttelde de interviewer nog, “dat zou ik toch wel denken. Hoe moet je anders gezien worden?”. “Precies, dat is het, hoe moet ik Anders gezien worden, dat is de vraag!” zei Anders, “dat is de goede vraag”. En toen voegde hij er iets aan toe waardoor de kijker maar ook hijzelf opeens erg schrok want hij was helemaal niet gewend om zijn gevoelens te uiten laat staan om iets heel krachtigs te stellen.

“Maar,” zei hij, riep eigenlijk meer, “ik heb er genoeg van om als een geest behandeld te worden, ik ben niet dood ik leef!!! Ik ben Anders en ik wil gezien worden, aangeraakt, geknuffeld, desnoods geslagen, ik ben van vlees en bloed,” en tot grote schrik van de interviewer griste hij een voorwerp van tafel en begon zichzelf daarmee  te prikken en te bewerken, wat het was kon de kijker niet zien, maar dat het iets materieels was dus niet virtueel dat was wel duidelijk. Het bloed spoot er aan alle kanten uit bij Anders.

En hij riep erbij: “Ziet u mij? Ziet u mij nu?” Zijn moeder die op Anders verzoek zat te kijken, schrok zich dood, ze was speciaal naar het naburige café gegaan om het programma te zien waarin haar zoon zou optreden en opeens vroeg ze zich af of het verstandig was geweest dat zij altijd maar met haar entiteiten bezig was geweest en zo weinig aandacht aan haar jongen had besteed. En ook de klasgenoten van Anders schrokken zich dood, hadden ze hem nooit echt gezien? Waren ze altijd met andere dingen bezig geweest, hoe belangrijk was dat scherm eigenlijk?

Het was een groots moment, een moment van totale verwarring, iedereen die keek begon te twijfelen aan zichzelf en aan het scherm, maar het duurde maar kort, zeker niet langer dan 5 minuten, dat de interviewer van de schrik moest bekomen. Er ging een alarm af in de studio en er kwamen vier mannen van de beveiliging binnen, ze pakten Anders vast en onder het spreken van geruststellende woorden voerden ze hem af.

Buiten stond een ambulance klaar, ze spoten hem plat en brachten hem naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Omdat Anders veel geld had hoefde hij niet naar een inrichting maar kon hij thuis verpleegd worden en werd ervoor gezorgd dat hij tijdig zijn medicijnen kreeg.

Anders stelde niet veel vragen meer maar berustte in zijn lot. En zijn moeder, de enige die werkelijk was veranderd, bezocht hem elke dag, nam lekkere dingen voor hem mee en knuffelde hem en zei dan tegen hem: “Anders, ik heb je nooit echt gezien jongen, dat spijt me, nu haal ik de schade in. Jij bestaat, ik houd van je juist omdat je Anders bent”.

En dan lachte Anders, want dan was hij op zijn manier gelukkig, dat was waar hij al die tijd op uit was geweest, dacht hij nu.

  • De naam Anders was al bedacht voordat Anders Breivik in Noorwegen zijn afschuwelijke daden verrichtte en staat daar dus helemaal los van.

Bartje; sprookje van deze tijd

Er was eens een jongetje dat Bartje heette Bartje de Vries. Eigenlijk heette hij Bartholomeus de Vries Robbé van Havercorn tot Rijswijk, maar dat vond iedereen te lang, dus werd het De Vries. En ook Bartholomeus bleek niet haalbaar, je roept nu eenmaal als moeder niet: Bartholomeus de pap is klaar of zoiets. Dus het werd Bartje.
Het gekke is wel dat het nooit Bart werd, Bart, Bartholomeus dus eigenlijk, bleef Bartje tot op hoge leeftijd.
Bartje had een goede inborst. Zijn vader zei altijd: Bartje is te goed voor deze wereld en omdat hij dat vond en bang was dat Bartje daar erg onder zou gaan lijden, hij had zelf de oorlog ternauwernood overleefd door iemand anders een stuk brood afhandig te maken, probeerde hij hem streng op te voeden.

Dus als Bartje tegen zijn jongere broertje zei: “Jij mag mijn taartje wel hebben,” als er weinig taart was, zei zijn vader: “Nee Bartje, sta nou eens eindelijk op je strepen, jij eet dat stuk taart op!” En dat deed Bartje dan, maar wel met lange tanden.

Op school was het ook niet makkelijk dat hij zo’n goede inborst had. Hij werd al gauw gepest door brutale jongens, die dan expres iets ondeugends deden in de klas en als de onderwijzer het niet door had en vroeg wie iets had gedaan gaven ze Bartje de schuld.
Maar als je nou denkt dat Bartje dom was, wat veel mensen en ook kinderen dachten, dan heb je het mis. Bartje was helemaal niet dom, hij zag veel en dacht veel na en hij vond de wereld al toen hij heel klein was raar in mekaar zitten.
Waarom, dacht Bartje bijv, worden we geboren en met heel veel moeite groot gebracht om dan toch later weer dood te gaan?
Niemand kon hem dat uitleggen en hoewel hij in zijn beginjaren veel vragen aan zijn ouders stelde, hield hij daar al gauw mee op, toen hij zag dat ze toch geen antwoorden konden geven en ze er geen raad mee wisten, ze werden er gewoon zenuwachtig van.

Omdat hij dus niet meer zoveel vroeg en vervolgens ook niet meer zoveel zei en aldus ook volgens zijn moeder zich ‘het kaas van zijn brood liet eten’, maakten zijn ouders zich steeds meer zorgen en lieten Bartje al vroeg testen. Wat bleek? Bartje bleek een heel hoog IQ te hebben, hij was zo werd gezegd eigenlijk hoogbegaafd en hoog-sensitief!
Iedereen stond versteld, hij kreeg meteen een andere plek in de klas, letterlijk en figuurlijk.De school kreeg speciale subsidie voor hoogbegaafde kinderen dus was het algehele gevoelen dat Bartje een ereplek moest krijgen. Met Bartje konden ze opeens scoren, zo heette dat toen. Want in de wereld waarin Bartje opgroeide ging het om ‘scoren’, op het voetbalveld natuurlijk, want dat was de algemene sport waar iedereen van hield of van moest houden, maar ook in de kunst of in de wetenschap of op de televisie.
En als je had gescoord zo werd Bartje al spoedig duidelijk, werd je BN’er, dat is dat je bekend werd en bekend betekende dat je overal voorrang kreeg. Je kreeg bijv de beste plek bij een wedstrijd, welke ook, als je ziek werd gingen ze extra aandacht aan je besteden en zelfs de rechter werd voorzichtig als een BN’er iemand aanklaagde of zelf werd aangeklaagd.
BN’er moest je dus zien te worden dacht Bartje. Maar hoe kun je nu BN’er worden als je een goede inborst hebt? En bovendien hoogbegaafd? Want als je een goede inborst hebt gaat het je er niet om te scoren maar gaat het je om het spel zelf en vooral de sportiviteit, het samen met anderen spelen of alleen spelen want daar hield Bartje eigenlijk het meeste van. Hij had weinig vriendjes omdat hij de andere kinderen vaak niet begreep en ze hem maar raar vonden, zo aardig en dus onbetrouwbaar want als je zo aardig was als Bartje geloofden ze er niet in. Dat kon gewoon niet waar zijn. En hij maakte vaak opmerkingen die niemand begreep zoals: waarom vind je het eigenlijk zo leuk om aldoor op een scherm te kijken naar iets wat niet bestaat? Kijk dan liever naar dat meisje dat net gevallen is en haar knie heeft bezeerd.
Ja, hoor riepen ze dan in koor, dat is nou net weer iets voor Bartje! Dat meisje heeft haar knie bezeerd, jammer joh, moet ze maar niet zo stom zijn om te vallen, eigen schuld dikke bult, of woorden van die strekking.
Bartje werd dus voorzichtig met anderen. Hij leerde zich alleen te vermaken. Bijv door de natuur in te gaan en tegen een boom te praten. Zijn ouders bleven zich zorgen maken ook al wisten ze nu dat hij hoogbegaafd en hoog-sensitief was en bedachten dat ze maar een hond voor Bartje moesten kopen. Dat deden ze en het hondje, een lieve schapendoes met heel veel haar dat ze knuffel noemden, en Bartje werden onafscheidelijk.

Maar natuurlijk ging Bartje ook naar de middelbare school waar hij knuffel niet mee naar toe kon nemen. Het werd het gymnasium en daar zaten meer hoogbegaafde en hoog-sensitieve kinderen op, maar het verschil was wel dat een goede inborst daar weer veel moeilijker was te vinden. Veel kinderen hadden van hun ouders meegekregen dat het erg belangrijk was om te scoren en dat ze moesten zorgen altijd nummer één te zijn. En dat betekende dat ze daar heel veel voor over hadden. Zo waren er nogal wat klasgenoten die stiekemerds waren, ze deden als de leraar keek heel oplettend en maakten een goede indruk maar nauwelijks verslapte de aandacht even of ze keken af bij anderen of prikten hun buurvrouw in de rug.
Bartje zag dat allemaal en kon er niet tegen, maar wilde het ook niet verklappen aan de leraar, dus ‘trok hij zelf steeds aan het kortste eind’, zo noemden ze dat bij hem thuis.
Bartje was dus te goed voor de wereld, liet zich de kaas van het brood eten en trok zodoende ook nog aan het kortste eind.
Een duidelijk geval van een ernstige afwijking in de wereld waarin Bartje opgroeide.
Zijn ouders gingen met Bartje naar een bevriende psychiater, een bijzonder aardige man die meteen al tegen zijn ouders zei dat ze hem met Bartje even alleen moesten laten.

Toen ze alleen waren was de eerste vraag die hij Bartje stelde: “Bartje wat vind jij van het leven? Wat zou je willen met het leven dat je gekregen hebt?” En Bartje zei zonder aarzelen: “BN’er worden, maar ik weet niet hoe dat zou moeten met mijn goede inborst”. En hij vertelde de psychiater dat hij buiten zijn ouders om zich had opgegeven voor het tv-programma De Mol-junior, een programma waarbij iemand de mol is en dat je dan de mol moet vinden. Als je daaraan meedeed kon je BN’er worden, werd gezegd.
Maar Bartje was afgewezen omdat hij niet kon liegen en bedriegen en dat was nodig voor dat programma en je moest ook je beste vriend kunnen verraden. Dat was nu juist ook zo leuk vonden ze daar op tv.
De psychiater hoorde zijn verhaal aan en moest heel erg lachen om Bartje.
“Weet je wat jij moet worden,” zei hij lachend, “je moet eerst slecht worden, gewoon van dat ‘goede inborst’-image af want beste Bart, ik mag wel Bart zeggen hè? Dat is allemaal onzin hoor. Jij bent tweede generatie oorlogsslachtoffer dat kan iedereen zien, je ouders hebben de oorlog overleefd omdat ze voor zichzelf opkwamen en dat nemen ze zichzelf nu nog kwalijk. Want naar hun idee gingen alle ‘goede’ mensen naar de gaskamers en werden geëxecuteerd omdat ze onderduikers hadden of in het verzet zaten of gewoon een verkeerde vader of moeder.Ze zijn bang dat hun kinderen te kwetsbaar zijn en het niet zullen overleven. Jij bent een heel gewoon kind hoor maar je ouders dachten maar steeds dat je veel te goed was en dus kwetsbaar, laat je niks wijsmaken hoor, jij bent net als alle anderen ook gewoon slecht en goed, een mix van van alles en nog wat!”

Dat gesprek luchtte Bartje enorm op en vanaf dat moment liet hij zich Bart noemen en hoefde van zichzelf geen goede inborst meer te hebben laat staan te zijn.

Hoe is het nu eigenlijk afgelopen met Bartje die Bart werd? Toen hij zijn middelbare schooltijd had doorlopen en als een van de besten slaagde voor zijn eindexamen, is hij begonnen om zijn droom zoals hij dat noemde waar te gaan maken en dat was BN’er worden. Niet studeren of op wereldreis gaan zoals veel van zijn klasgenoten maar goed om zich heen kijken en kijken waarmee je BN’er werd. En Bartje die zich nu Bart liet noemen en zijn volledige achternaam begon te gebruiken om meer indruk te maken, zag  dat er een paar goede mogelijkheden waren om bekend te worden bijv een grote brand stichten, hard schreeuwen op 4 mei op de Dam, een overval plegen, een top BN’er ontvoeren en dan was er grote kans dat je op tv kwam in een zogenaamde College Tour, waarbij studenten aan je lippen hingen. Je kon dan ook meteen je levensverhaal schrijven of laten schrijven en dat boek dat dan uitkwam werd zo goed verkocht dat je binnen was voor je hele leven.
Maar je kon natuurlijk ook oplichter worden, vaak eerst onzichtbaar bijv als financieel adviseur of bij een bank. Als je dan directeur van zo’n bank werd die valse beleggingen had uitgegeven waaraan heel veel mensen veel geld hadden verloren kon je later directeur van een toezichthouder op de banken worden, zo bleek Bart. Of in de politiek, je zei van alles wat je zou gaan doen en kreeg dan veel stemmen en dan kreeg je een mooie baan en werd bovendien bekend en deed dan iets heel anders. Of je schreef stukken in kranten die helemaal niet klopten en dan dachten mensen dat de wereld zo in elkaar stak. Of je bedroog de mensen door te beweren dat kanker te genezen was en dan wist je zelf wel beter maar toch zei je dat om dan weer geld te krijgen of je vervalste gewoon je resultaten van onderzoek om weer geld te krijgen. Al die mensen werden bekend, schreven boeken over zichzelf en mochten altijd op de eerste rij zitten bij een voetbalwedstrijd.

Bart zag dat en dacht dat kan ik ook. Ik ben mijn hele leven een goede inborst geweest, we gaan de bakens eens verzetten, zo noemde hij dat. En omdat hij toch nog steeds een beetje eerlijk was koos hij voor de georganiseerde misdaad, gewoon omdat iedereen dan wist dat hij misdadiger was en dat was wel zo eerlijk vond Bart. Dus na 24 jaar goed doen ging hij nu mis doen. Hij overviel een bank, maar op een tijdstip dat er niemand aanwezig was, kraakte een kluis en jawel hij kon er niets aan doen maar gaf tweederde van het geld aan arme mensen die hij toevallig kende, moeders in de bijstand. Eigenlijk werd hij een herverdeler, hij haalde geld weg bij de rijken en gaf het aan de armen, maar hield er zelf toch ook wel een aardig zakcentje aan over. Dat nu werd bekend, men wist niet wie het was maar dat er een grote crimineel was die aan herverdeling deed, daar kreeg men lucht van. En dat kon natuurlijk niet want nu paste hij nergens meer in, hij was niet slecht maar ook niet goed, hij was bekend maar ook weer niet. Na veel zoeken wist een journalist die onderzoek deed op het gebied van de georganiseerde misdaad hem op te speuren en interviewde hem op een geheime locatie.

Nu was iedereen geïnteresseerd. De minister van Veiligheid, vroeger heette dat Justitie wilde hem heel graag hebben als crimineel burgerinfiltrant, dat was een prachtbaan en een carrière voor misdadigers die zich toelegden op oplichting en verraad, een soort De Mol voor volwassenen. Maar Bart zag dat niet zitten. Want wat hij als groot inzicht in zijn leven kreeg is dat hij juist veel bekender was als hij zich niet bekend maakte en toch achter de schermen opzienbarende dingen deed. Zo dachten zijn ouders dat hij een keurige baan als boekhouder had, zijn vrouw dat hij zzp-er was, dat is een zelfstandig werkende ondernemer en veel thuiswerk deed en zijn kinderen dat hij een goede vader was maar ook geen watje.

En zo leefde Bart als mix van goed en kwaad nog lang en gelukkig! En de psychiater die hem ooit had onderzocht? Die lachte in zijn vuistje en dacht “Ach, wat een mooi vak heb ik toch!”