Het nieuwe realisme

Wat me opvalt  bij nogal wat redeneringen die je hoort van publieke figuren is dat er als tegenargument tegen een bepaalde maatregel vaak een beroep wordt gedaan op nut en  realisme.
Een voorbeeld: het heeft geen zin om migranten in de regio op te vangen en in eerste instantie daar een schifting te maken tussen mensen die wellicht een kans maken Europa nog binnen te komen (als vluchteling) en anderen. Ze laten zich nl toch niet afschrikken en stappen toch wel in die gammele bootjes.
Wat zo iemand eigenlijk wil zeggen is: ik ben niet voor die maatregel, ik vind hem eigenlijk inhumaan en tegen ons internationale recht zoals vastgelegd in oa het Vluchtelingenverdrag ingaan. Maar hij of zij weet dat een dergelijk argument niet echt goed aankomt bij een groter publiek dus wordt een beroep gedaan op de functionaliteit.
Het heeft geen nut want “ze komen toch wel”.
Onderliggend is de implicatie: een dergelijke vergaande maatregel is niet realistisch.
Realisme is hèt argument van deze tijd.
In de Volkskrant van vandaag, 28 juni, stond een stuk waarin onderzoeker en rechtssocioloog  Marc Hertogh en zijn onderzoeksgroep van de universiteit Groningen aangeven dat de harde aanpak van uitkeringsfraude juist de fraude voedt en niet vermindert.
Hij heeft daar jarenlang onderzoek naar gedaan en concludeert dat in de eerste plaats de grootste groep niet fraudeert en ten tweede dat het benaderen van mensen als potentiële fraudeurs alleen maar achterdocht opwekt. Domme handhaving is alleen maar naar regels kijken en niet naar de persoon.
Dat laatste is uit mijn hart gegrepen. Ik heb er zelfs een deel van mijn proefschrift aan gewijd in 1981. Ik constateerde na een paar maanden participerende observatie bij een Sociale Dienst dat dat laatste nu net zo belangrijk was en een integrale benadering met zich mee bracht, maar stuitte op verzet bij de juridische afdeling die verder weg stond van de cliënten.
De vraag die de onderzoeksgroep zich kennelijk heeft gesteld is: wat werkt?
En het antwoord: de harde dwz repressieve en achterdochtige aanpak werkt niet, werkt nl fraude in de hand. En dat is een argument wat telt dezer dagen: deze aanpak is niet functioneel en dus niet realistisch, want werkt fraude in de hand.
Maar wat is hier: “werken”?
Ik zou zeggen: een aanpak werkt als degenen die een uitkering behoeven op goede dus legale gronden, deze ook kunnen krijgen en als degenen die een uitkering hebben deze ook terecht dus op legale gronden hebben.
In mijn tijd, dwz enige decennia geleden, werd het zogenaamde “niet-gebruik” van recht nog als een probleem gezien.
Veel potentiële uitkeringsgerechtigden vroegen geen uitkering of bijstand of bijzondere bijstand aan omdat ze niet op de hoogte waren van waar ze recht op hadden.
Het zou me niet verbazen als dat anno 2018 nog steeds het geval is.
Onderliggend wordt hierbij het probleem van recht en rechtvaardigheid gesteld. Als je ergens recht op hebt moet je het ook kunnen krijgen.
Sindsdien kwam een periode het begrip “plicht” in zwang en nu dus nut en realisme.
In mijn boek: Voetangels voor kopstukken uit 1999 heb ik beschreven hoe op het ministerie van Justitie het denken in recht plaatsmaakte voor het denken in “social engeneering” oftewel instrumentaliteit.
Recht en ethiek zijn zelfstandige waarden en zouden ook als zelfstandige waarden kracht moeten bezitten.
Ik ben bang dat we die tijd hebben gehad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *