Leesknokploeg en Lale Gül

In de Volkskrant van 2 juni vroeg Adriaan van Dis zich in het kader van de boekenweek af of er misschien een leesknokploeg moest worden opgericht om de ontlezing op scholen tegen te gaan.
Ik weet een beter idee. Zet Ik ga leven van Lale Gül op de leeslijst!
Inmiddels zijn er al meer dan 100.000 exemplaren van verkocht en zijn de (doods)bedreigingen aan het adres van de schrijfster niet van de lucht.
Bedreigingen aan het adres van auteurs zijn doorgaans goed voor hoge verkoopcijfers  (behalve misschien in de jaren dertig toen Arnold Zweig zijn De Vriendt keert terug uitbracht en hij al snel het Duitsland van coming man Hitler moest ontvluchten).

Als we dan toch de aandacht van middelbare scholieren willen trekken wordt tegelijkertijd verplicht gesteld: De memoires van Deborah Feldman, verfilmd in de serie Unorthodox op Netflix en Bloed van Beatrijs Smulders.
In deze drie genoemde gevallen was er namelijk steeds sprake van dochters en jonge vrouwen die zich vrijvochten uit conservatieve, gelovige gezinnen.
Gül richt zich op haar conservatieve Milli Görüs-aanhangende Turkse ouders en scheldt  vooral haar moeder in het boek letterlijk verrot, hetgeen de lezer achterlaat met het gevoel, er zal toch wàt goeds zijn aan die moeder! Je zou bijna medelijden met haar krijgen dat ze zo’n onverbiddelijke dochter heeft.
In de serie Unorthodox gaat het om een orthodox joods gezin, waaruit het voor een meisje op zijn minst even moeilijk ontsnappen is en in het zeer toegankelijke Bloed van Beatrijs Smulders schetst ze een conservatief katholiek gezin in een dito dorp met een moeder die steeds zwanger is en een vader die als huisarts, tevens pater familias, de teugels strak in handen heeft.
Wat opvalt in deze drie gevallen is de manier waarop de seksualiteit van de dochter  tegemoet wordt getreden.
Niet, kun je zeggen, maar toch ook weer wel.

In de twee totaal verschillende milieus en religies van Gül en Smulders is sprake van een diamant waarover de dochter zou beschikken en die ze goed moet bewaren.
Op pag 6 van haar boek Bloed heeft de auteur op haar twaalfde een gesprek met haar vader die haar uitlegt dat ze op een schatkist zit van nu af aan, waarin parels zitten (haar toekomstige kinderen) en een ruwe diamant, waarop ze heel zuinig moet zijn en die ze moet bewaren tegenover rovers en ander tuig, die hem kunnen openbreken, beduimelen, beschadigen en zelfs voor altijd kapotmaken. Als remedie moet ze ‘haar onderbroek aanhouden’ De onderbroek zal haar helpen om zichzelf te beschermen.
Elders in haar boek geeft ze aan dat ze als kind al niets begreep van de onbevlekte ontvangenis van Maria.

“Bij ons moslims heerst er godbetert een maagdelijkheid-cultus. Voor vrouwen dan, want wederom worden beide geslachten niet met ‘hetzelfde sop overgoten’. Aldus Gül, die hier zoals vaker gebruik maakt van een verhaspeling van Nederlandse gezegden.
(Van Dis zou daarbij toch zijn wenkbrauwen fronsen.)
Er zijn ‘vrouwen om lol mee te hebben, de zogenaamde sletten, en vrouwen om mee te trouwen’.
“De vrouw die daadwerkelijk met de heer in de echt verbonden wordt moet ongerept zijn, een ‘ruwe diamant’, anders is ze inferieur en promiscue. Een jongen moet experimenteren, dat is normaal, maar bij een meisje is haar eer belangrijker dan haar leven”, citeert Gül een tante.

Tja, waar hebben we dat toch meer gehoord?
De conclusie kan geen andere zijn dan dat in de diverse godsdiensten, joods, christelijk, moslim, de vrouw en het meisje bezit is van de familie en dat de eer van de familie van haar en haar deugdzaamheid afhangt.
De straf op de doorbreking van de taboes kan verschillend zijn. In een hoger opgeleid en iets liberaler christendom levert het afkeuring op en nog geen verstoting of doodsbedreiging, maar het wordt de vrouw in de dop bepaald niet makkelijk gemaakt haar eigen weg te zoeken, al was het dat ze de afhankelijkheid van de man heeft verinnerlijkt en buitengewoon onzeker is geworden.

Wat overigens ook opvalt in de boeken van Smulders en Gül is dat over de moeders zeer kritisch wordt gedacht. Smulders moeder is een ‘angsthaas, een zeurpiet die te bang is om met haar vuist op tafel te slaan’ en bij Gül zien we een moeder als kakkerlak, de duvel zelve, iemand die ‘haar mantel graag naar de wind hangt’ (alweer een verdraaid gezegde) karbonkel en meer van dat fraais. Kennelijk is de negatieve houding naar het vrouwelijk geslacht verinnerlijkt en slaat terug op de moederfiguur.

Maar we hadden het over de boekenweek en de ontlezing.
Ik stel voor om het man/vrouw-verschil aan de hand van deze boeken en evt film ter discussie te stellen, dus niet het lezen óm het lezen maar maatschappelijke thema’s bespreken en zo het nuttige en misschien niet altijd aangename te combineren en tegelijkertijd te laten zien dat situaties zoals Gül ze beschrijft misschien helemaal niet zo uitzonderlijk zijn, zeker in het licht van de geschiedenis.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *