Mijn naam is Haas

Na de serie “Ouwe koeien”, vandaag een sprookje van deze tijd. Voor wie geïnteresseerd is, een jaar geleden heb ik in de vakantie een serie sprookjes van deze tijd als blogs gepubliceerd.
De titel van dit sprookje is: Mijn naam is Haas
Er was eens een haas die zichzelf ook Haas noemde.
Hij was er trots op Haas te zijn.
Als iemand hem vroeg, hoe heet je? zei hij ook altijd: Mijn naam is Haas.
Haas stond erom bekend dat hij heel hard kon rennen, wegrennen wel te verstaan.
Als hij maar even dacht dat het moeilijk werd ging hij er als een haas vandoor.

Er leefden allemaal dieren in en op het duin zoals fazanten en veel vogels en soms hadden ze ruzie. Bijvoorbeeld omdat ze iets lekkers zagen en de ander hen net voor was.
Maar ook omdat ze vonden dat de ander te veel een borst opzette of te veel haantje de voorste wilde zijn. Diegene vond dan dat de ander maar een toontje lager moest zingen.
In die gevallen wachtte Haas de confrontatie niet af maar maakte zich haastig uit de voeten.
Hij moest er niets van hebben. Als hij alleen maar dácht dat er ergens een ruzie van zou komen was hij al vertrokken. Als er dieren waren die hem dat kwalijk namen, beweerde hij altijd bij hoog en bij laag dat hij dat voor ‘de lieve vrede’ deed.
Sommigen noemden hem schamper ‘angsthaas’ maar er waren er ook die heimelijk jaloers waren op Haas, konden zij maar zo hard rennen en zich uit de voeten maken als hen de grond te heet onder de voeten werd.

Op een goede dag of misschien een kwade waren er jagers met honden in het duin.
Nu wilde het geval dat de jagers er juist op uit waren om die dieren te schieten die het hardste renden. Een gewoon konijn of een sullige haas vonden ze niet spannend. Hoe harder het rende hoe groter de uitdaging was. Het vergde jagerskunst om een heel hard rennende haas neer te leggen.

En zo werd de levenskunst van de haas ook zijn noodlot.
Had hij het rustiger aan gedaan en had hij meer om zich heen gekeken, was hij minder angstig geweest dan had hij misschien op tijd een schuilplaats ontdekt en was hij niet aangeschoten wild geweest voor de jagers.

Wat is de moraal van dit verhaal?
Angsthazen en een angstcultuur trekt jagers aan en maakt de jacht tot een spel.
Angsthazen denken dat ze door hard weg te rennen geen gevaar lopen en aan het langste eind trekken maar in de praktijk trekken ze dus jagers aan die er veel plezier aan beleven hen te pakken.

Even een sprongetje: Europa lijkt meer en meer beheerst door de angst ‘overspoeld’ te worden door vreemdelingen. Daarom verloochent het de eigen waarden vastgelegd in verschillende Verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het Europa van nu, voorgezeten door Slovenië, lijkt de Zero-norm van Orban en PIS als uitgangspunt te nemen: Geen Afghanen naar Europa maar opvang in de reeds overbelaste regio.
Het netto effect is dat de jagers (extreem rechts) worden aangemoedigd in hun afkeer van alles wat buitenlands is (en op de vlucht). De jagers ruiken hun kans… Alles wat dan toch nog deze kant op komt zal met extra inzet worden ‘teruggeduwd’.

In Nederland is met name de VVD zo bang door rechts te worden ingehaald dat ze de democratische rechtsstaat steeds verder in gevaar brengt en partijen uitsluit, wat niets te doen heeft met de beloofde nieuwe bestuursstijl of op inhoud regeren.
De angst voor machtsverlies is leidend en overheerst veruit het algemeen belang.
Er worden schimmige spelletjes gespeeld, er is sprake van wetsovertredingen en het kan allemaal doorgang vinden omdat niets degene die hierbij leidend is tegenhoudt.
Ondertussen loeren de jagers en ruiken het angstzweet…
Ze staan onder leiding van een groot dagblad en sociale media klaar, en wachten hun kans af.
Het spel is allang begonnen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *