Ouwe koeien; deel 1

De vakantie is begonnen.
Het lijkt me mooi om de gelegenheid te baat te nemen om wat ouwe koeien uit de sloot te halen.
Ik ben van 1946 en dan overvalt je steeds een zekere melancholie als je merkt dat er onderwerpen de revue passeren waar je je (en dat wil zeggen ik) een groot deel van je leven mee hebt beziggehouden.
Ik noem de vrouwenemancipatie, het probleem van de sociale ongelijkheid waar zelfs het opperhoofd van het Openbaar Ministerie zich bij Nieuwsuur zorgen over maakte in het kader van de georganiseerde misdaad, de leemte in de rechtshulp, waar ik eerder al aandacht voor vroeg, maar ook het milieu.
Wij leefden indertijd met het indringende rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de groei uit 1972, een duidelijk signaal dat we qua economische groei zo niet verder konden.
Als nu mijn kinderen zich vertwijfeld afvragen hoe het toch mogelijk was dat hun ouders drie kinderen opvoedden zonder het bezit van een auto en zich zoiets niet kunnen voorstellen verwijs ik naar de notie van een sterk besef van eindigheid uit die tijd.
Niet alleen voor mijn kinderen maar ook voor u, lezer, zal ik in deze periode proberen om iets weer te geven van het tijdsbeeld waarin ik leefde toen ik mijn gezin stichtte…

Laat ik in dit eerste deel beginnen met aan te haken aan de actualisering van Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre door Floris Alkemade in het programma Zomergasten.
Hij laat daarin een stukje zien van een documentaire uit 1960 waarin je het stel aan het werk ziet en De Beauvoir wordt bevraagd over haar boek Le deuxième sexe oftewel De tweede sekse dat ze schreef in 1949.
Ze zegt in de documentaire dat in een burgerlijke maatschappij de heersende klasse, die uit mannen bestaat, belang heeft bij het depolitiseren of onmondig houden van vrouwen.
Maar als vrouwen gedepolitiseerd zijn worden mannen dat ook, aldus De Beauvoir.
Zij vindt dat vrouwen moeten ‘werken’ en daarmee bedoelt ze actief deelnemen aan de samenleving, hetgeen ook impliceert dat ze participeren in een vakbond en voor hun rechten opkomen.
Kinderen en het aanrecht worden bij haar in één adem genoemd. Geen aanbeveling voor Simone.

En als de interviewer haar vraagt of ze zich niet gemankeerd voelt omdat ze geen kinderen heeft dan weet ze hem ferm van repliek te dienen en zegt dat zij tenminste als bekende schrijfster, sociologe en antropologe haar dromen waar maakt.
Met andere woorden: Mèt kinderen kun je het schudden als vrouw.
Als ik kijk naar haar grote invloed op mijn generatie, maar zeker ook op mij, dan weet ik voor mezelf nog het schrikbeeld op te roepen van een toekomst waarin je als vrouw totaal afhankelijk wordt van een man die de kost verdient.
Als zo’n man dan opeens verliefd wordt op een ‘huppelkutje’ – sorry voor de term maar zo noemden we dat in die tijd – dan sta jij met lege handen en een lege portemonnee en heb je nergens recht op.

Gelukkig zorgde Marga Klompé in die begin jaren zestig voor de introductie en aanname van een Algemene Bijstandswet, die vrouwen (samen met de inmiddels uitgevonden pil) de kans gaf om (met kinderen) een onafhankelijk leven te leiden en te scheiden als ze bijv werden mishandeld, maar het was een nooduitgang.
Ik wilde oorspronkelijk geen kinderen met de man die me bezwoer dat hij geen zin had om taken met mij te delen en zijn vrijheid even belangrijk vond als ik de mijne.
Dat ze er toch kwamen had erg veel met toeval te maken. De relatie bleef in elk geval altijd onder druk staan van moeizame onderhandelingen en mondde uiteindelijk uit in een echtscheiding.
Dat was natuurlijk niet de schuld van De Beauvoir maar als ik nu zie dat mijn oudste zoon en zijn vrouw een wat meer ouderwetse rolverdeling prima vinden en zich daar goed bij voelen, vraag ik me wel eens af hoeveel mijn ideologische stellingname me eigenlijk gekost heeft.

Boeken waren sowieso richtinggevend voor mij indertijd.
Zo werd het onderzoek van Lillian Rubin, Intieme vreemden, door mij verslonden en zeer serieus genomen.
Rubin stelde dat jongens een betere vaderband zouden moeten hebben en als ze zagen dat hun vader ook zorgzaam kon zijn dan zouden ze dat (goede) voorbeeld van hun vader volgen.
Maar daarvoor was natuurlijk wel nodig dat moeder de vrouw haar rol als zodanig meer losliet, ging werken en vader de kans gaf ook zorgend te zijn.
Een Umwertung aller werte dus! En buitengewoon veeleisend.

Achteraf betreur ik het nog steeds dat mijn oudste toen hij anderhalf was en erge koorts had op een vakantie en om zijn moeder riep, niet zijn zin kreeg.
Zijn vader werd door mij gemaand om naar hem toe te gaan.
De schat riep: “Weg, weg”, tegen hem en R. wilde mij er toen bij betrekken maar ik persisteerde en dwong hem alsnog zijn vaderrol op zich te nemen.

Zo ideologisch was ik toen.
Mijn kinderen hebben gelukkig een goede band met hun vader tot op de dag van vandaag en hoewel de een de onderlinge rolverdeling anders invult dan de ander, doen ze niet onder voor hun partner in zorg voor hun kinderen.
Eind goed al goed zou je zeggen en de moraal van het verhaal: voed je kinderen niet te ideologisch op, maar vergeet toch ook niet als vrouw je eigen (financiële) belangen in de gaten te houden en op tijd veilig te stellen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.