Ouwe koeien; deel 3: de Club van Rome

Herhaaldelijk krijg ik tegenwoordig door mijn kinderen de vraag voorgelegd hoe het toch kan dat hun vader en ik indertijd geen auto hadden. En dat met drie kinderen! roepen zij er dan achteraan.
Onvoorstelbaar vinden ze dat. Soms gaat hun verbazing gepaard met hoofdschudden in de trant van: wat een sukkels. Soms ook hoor ik een zekere bewondering in hun stem naast de verwondering. Dan klinkt er iets door van goh, dat flikten ze toch maar!

Sowieso begrijpen ze vaak niet ‘hoe wij het deden’.
Allebei werken, allebei ambities en weinig hulp en ondersteuning.
We zaten op tweedehands banken en stoelen en hoewel we uiteindelijk wel een werkster hadden liet het huishouden en de organisatie ervan te wensen over.
Materiële zaken leken wij niet zo belangrijk te vinden.

Waar kwam dat vandaan?
Wij, de babyboomers die nu alleen in verband worden gebracht met teveel geld en huizenbezit, zaten met een torenhoog schuldgevoel, althans dat zag ik om me heen.
De Club van Rome had ons in 1972 met het rapport Grenzen aan de groei al duidelijk gemaakt dat het zo niet langer kon.
Als de westerse maatschappij in hetzelfde tempo bleef consumeren, zou de rek er binnen honderd jaar uit zijn.
De uitputting van grondstoffen zou al binnen vijftig jaar voor problemen zorgen.
Het is nu dus zover en behalve uitputting van grondstoffen krijgen we te maken met rampen all over the world vanwege oververhitting en klimaatverandering.
Kinderen krijgen werd toen afgeraden, de aarde was al overvol. Ik weet nog goed dat ik vond dat een bevriend echtpaar eigenlijk verraad pleegde toen ze besmuikt vertelden dat de vrouw van het stel zwanger was.

En het bezit van auto’s leidde behalve tot schadelijke uitstoot tot een vreselijke achteruitgang van het leefklimaat.
Kinderen konden niet meer rustig buitenspelen zonder gevaar voor eigen leven en de vrijheid van zowel hen als hun ouders werd dus niet meer maar minder want ze moesten constant per auto naar al hun clubjes werden gebracht.
Fietsen werd immers gevaarlijk, zeker voor jonge kinderen.
Maar er was meer aan de hand.
Als je jezelf als feminist serieus nam nam je bijv geen werkster want je buitte je geslachtsgenoten niet uit.
Doe het zelf, was de leus.
En consuminderen dus.
Er was zelfs een echtpaar dat zich de Vrekken noemde en een gelijknamig blad uitbracht.
De foto op de cover liet zien dat ze, als de winter aanbrak, zichzelf verwarmden met eigen gemaakte slobbertruien die naadloos overgingen in stoelen.
Ook hun kinderen deden aan deze reductie van fossiele brandstoffen mee.
Kom daar nog maar eens om!

Wat ik wel eigenaardig vind is dat het erop lijkt of in een tijd van 5 over 12, ipv 5 voor, de algehele sfeer wel is dat duurzaamheid een goed is en dat we er wat aan moeten doen maar dat de urgentie bij opgeleide dertigers, zeker die met kinderen niet meer zo wordt gevoeld.
Misschien minder vlees en meer biologisch maar wel auto’s soms zelfs twee en zeker geen tiny houses!
Ook waar men vond dat consuminderen noodzakelijk was, zie je dat wanneer er kinderen komen de goederen zich in rap tempo uitbreiden..
Als zeventigplusser, zelf overigens zeker niet wonend in een tiny house houd ik mijn mond maar en vermijd te praten over de ‘goede oude tijd’, waarin schuldgevoelens nog een groot deel van ons gedrag beheersten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.