Door met de strijd

Door met de strijd is de titel van het essay van Nelleke Noordervliet over Nederland in opstand, met een oranje kaft en een leeuw erop.
Ook ons nationale museum, het Rijksmuseum, had het thema opstand als onderwerp tijdens de nacht van de geschiedenis afgelopen weekend.
Nelleke, die ik ooit in Leiden in de jaren zestig had leren kennen als Nel Bol, legde in de prachtige bibliotheek van het Rijksmuseum uit, wat ze bedoelde met haar essay. Het werd een enerzijds-anderzijds verhaal waarbij De mens in opstand van Camus haar leidraad was.
‘De ware opstand is een “ja”, vertegenwoordigt een waarde die het uiterste offer vraagt, een waarde die het eigen leven overstijgt. Het gaat niet alleen om brood of werk, het gaat om een andere inrichting van de maatschappij’ aldus Noordervliet die op pag 26  Camus aanhaalt.  Volgens Noordervliet heeft opstand een positief romantisch image, maar laat Camus zien dat bij een echte opstand er sprake is van de waanzin van het geweld die een eigen logica heeft. ‘Zo worden de eerste jaren van de Opstand van Amsterdam in 1578 gekenmerkt door een irrationele, onbeheersbare spiraal van geweld en bloeddorst.’ Op pag 9 verwijst ze naar de opstand van de studenten onder leiding van  Daniel Cohn-Bendit (ook op de nacht van de geschiedenis aanwezig), die zou hebben geroepen: ’Sterft gij oude vormen en gedachten’. ‘Eerst komt de opstand’ aldus Noordervliet, ‘en dan de moraal’.
Met andere woorden: Opstand is zeker niet altijd goed en rechtvaardig, kan veel geweld met zich meebrengen en eenmaal geslaagd ook in zijn tegendeel gaan verkeren. Alle oude idealen worden aan de kant gezet en kunnen de gestalte aannemen van een dictatuur. Voorbeelden te over: van de Franse revolutie tot  de communistische in Rusland, China, Cuba.

Wat hiervan zij: Ik heb twee aanvullingen en ook bedenkingen.
In dezelfde week dat ik haar essay las en naar de nacht van de geschiedenis in het Rijks ging, was er donderdag een herdenking van de opstand in Sobibor, 75 jaar geleden, 14 oktober 1943 onder leiding van Alexander Pechersky, in het Verzetsmuseum.
Selma Leydesdorff hield er een lezing over haar recent uitgekomen boek over deze Russisch-joodse soldaat Pechersky.
Wie was hij? En wat bezielde hem om een opstand te beginnen onder dergelijke onmogelijke omstandigheden als het dodenkamp Sobibor, waar overigens 34.000 Nederlandse joden werden omgebracht dwz één derde van het aantal dat in de oorlog is gedeporteerd en vermoord.
En hoe is het hem vergaan toen hij na de oorlog in Rusland weer een bestaan probeerde op te bouwen?
Ik kan u wel verklappen dat hij met zijn leiderschap van een dergelijke onmogelijke opstand geen macht verkreeg, zelfs geen erkenning in het Rusland van die tijd.
Over joden had men het niet, hooguit over Russische soldaten. Onder Stalin kon je als je als Russische soldaat gevangen had gezeten onder de meest vreselijke omstandigheden daar beter geen aandacht voor vragen want dat was not done en als je dan terugkwam werd je meteen naar de Goelag doorgestuurd.
Dat Pecherski er überhaupt als je het boek van Leydesdorff leest, in slaagde om in leven te blijven, mag goed beschouwd een raadsel heten, maar hij stierf, oud, ziek en gefrustreerd dat wel.
Deze Sasha zoals Selma hem noemt, had geen maatschappelijke omwenteling op het oog, het was er hem uitsluitend om te doen om een zekere menselijke waardigheid terug te winnen. Het bekende: ‘Joden lieten zich als gewillige schapen naar de slachtbank leiden’ zal hem een doorn in het oog zijn geweest.
En zoals Liesbeth van der Horst bij haar inleiding vertelde: het beeld van joden die niet in verzet of opstand kwamen is een foutief beeld en moet worden herzien zowel wat hun aandeel in het verzet in Nederland betreft, als elders.
Opstand dus als wanhoopsdaad, als enige manier om nog enige menselijke waardigheid te verwerven terwijl je weet dat je het hoogstwaarschijnlijk met de dood zal moeten bekopen.

Omgekeerd denk ik bij opstand ook aan het bekende boek van José Ortega y Gasset uit 1930: De opstand der horden, waarmee hij de massamens bedoelde.
Hij gaf daarin een veel minder romantisch beeld van opstand dan waar Noordervliet in het begin van haar lezing aan refereerde.
Een voorbeeld uit de geschiedenis van ons land dat dezer dagen op veel belangstelling kan rekenen:  Zo werd in de Volkskrant van vrijdag 26 oktober jl zowel in het Commentaar als bij de Opinie positief gereageerd op de beslissing van de Noorse premier om namens de regering haar excuses aan te bieden aan die ‘moffen-meiden’ die in de oorlog een relatie met een Duitse militair hadden gehad en daarvoor ‘onevenredig’ gestraft werden.
In Noorwegen betekende dit vaak verbanning van huis en haard naar Duitsland en rechteloosheid in eigen land. In Nederland werd ook niet bepaald zachtzinnig omgesprongen met deze categorie.
Ze werden en plein public kaalgeschoren, een vernedering waar geen rechter of overheid aan te pas kwam. Het waren zoals het Commentaar vermeldt ‘Volksgerichten’.
‘In het machtsvacuüm van die dagen trapte niemand op de rem’ aldus de Volkskrant.
Je zou ook kunnen zeggen dat de ‘moffen-meiden’ slachtoffer zijn geweest van de hierboven genoemde massamens.
Die massamens heeft dan opeens na de bevrijding de macht gekregen zich zonder autoriteit die hem tegenhoudt, te wreken voor de bezettingsjaren op de individuen die ‘fout’ waren.
Dat was dus anders dan in Noorwegen begrijp ik, waar de overheid kennelijk bepaalde maatregelen heeft genomen.
Het is dezelfde massamens die zich in Duitsland op de joodse bevolking stortte tijdens de Kristallnacht (progrom) in de nacht van 9 op 10 november 1938, dus deze week 80 jaar geleden.
Je zou met andere woorden kunnen zeggen dat onder bepaalde omstandigheden, een machtsvacuüm of misschien moet ik eerder zeg een ‘rechtsstaat’-vacuüm en ophitsing vanuit opinion-leaders, de ratten uit hun holen komen.
Zo komen nu onder Trump de ratten uit hun holen, sturen bombrieven her en der en schieten 11 mensen dood in een synagoge.
Kan die ongecontroleerde wraakoefening van meer dan 70 jaar geleden de (huidige) overheid worden aangerekend en moet ze daarvoor nog excuses maken?
Wat dat betreft heb ik dan nog wel een paar wensjes liggen die wat mij betreft toch nog wat eerder zouden moeten worden gerealiseerd.

PS: Geïnteresseerd? Stuur uw reactie!

Komt goed

In het verlengde van mijn vorige column over “geen probleem”, als kreet, dit keer een column over “komt goed”.
De standaarduitdrukking van mijn kinderen en hun voltallige generatie: “komt goed” is des te verwonderlijker als je kijkt waar ze vandaan komen.
De generatie van de zogenaamde tachtigers, de kinderen die in de jaren tachtig van de vorige eeuw werden geboren, komt doorgaans van ouders met een godsdienstige achtergrond en/of ouders, wier ouders de oorlog nog hadden meegemaakt.
Neem mij nou: Mijn ouders hebben de oorlog ternauwernood overleefd en dat alleen omdat mijn vader zich al heel snel indringend had beziggehouden met de vraag: Hoe overleven wij dit. Hij stond met David Simons aan het begin van de zogenaamde Barneveld-lijst en heeft het dankzij de inspanningen van een ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken, de heer Kloosterman, gepresteerd om van een lijst met een paar personen, familieleden er een te maken van 700 mensen. Secretaris-generaal Frederiks, de baas van Kloosterman, hechtte eraan dat op die lijst veel vrouwen en meisjes stonden. Gek genoeg was de man die mee heeft geholpen aan de soepele registratie en deportatie van de joodse Nederlanders, ervoor dat ze niet uitgestorven raakten.
De lijst staat in de annalen sinds Presser bekend als een elitelijst, maar dat is slechts een deel van de waarheid.
Enfin, als mijn vader toen gedacht had: “komt goed” waren er geen 700 mensen van de oorlog teruggekeerd.
Mijn moeder schijnt met mijn hele jonge zussen de kampen te hebben overleefd onder het motto dit is een droom, geen werkelijkheid, zoiets als in de film La vita è bella.
Haar fantasie heeft haar en hen gered, heb ik begrepen. Misschien een variant op “komt goed” maar dan een heel speciale. Maar zowel bij mijn vader als moeder, allebei ook juristen, was wantrouwen en alertheid, een bepalende levenshouding.
Bij de familie van de vader van mijn kinderen kwam er niets zomaar goed. Integendeel, het motto was veeleer: Het ìs niets en het wòrdt niets, met de mens wel te verstaan.
Het geloof was alles overheersend.
Men leefde toe naar een hiernamaals en het gedrag op dit ondermaanse was eigenlijk uitsluitend daarop gericht. En dat het goed zou komen in het hiernamaals dan, was ook bepaald niet zeker.
Sinds het humanisme en de individualisering terrein hebben gewonnen, is het hiernùmaals populair. We moeten het van dit hiernumaals hebben en dat betekent ook dat er zolang het duurt hoge eisen worden gesteld aan de kwaliteit van het bestaan en moet er vooral worden “genoten”.
Genieten is een vrijwel even sterke drive en must geworden als het afzien in de tijd van de ouders van mijn ex. Dat dit een steeds groter probleem gaat worden in een periode waarin we onszelf moeten gaan matigen in verband met het klimaat, laat zich raden.
Genieten bracht schuldgevoel met zich mee bij de vorige generatie. Het hoorde niet, doe maar gewoon dan doe je gek genoeg, was de kreet en mijn ouders vroegen zich bij herhaling af waarom zij er nog waren en dus konden genieten en al die anderen niet meer.
Toch genoten mijn ouders wel van het leven maar dan in het licht van de gedachte “het kon zo afgelopen zijn”.
“Komt goed” is net zo’n bezwering als “geen probleem” en heeft weinig met de werkelijkheid te maken.
Wel is er het geloof, let wel het geloof, dat een positieve levensinstelling, je geliefder maakt bij je medemensen en misschien zit daar wel wat in, dus als ik nu maar vaak genoeg roep: “komt goed”, vindt iedereen me aardiger en gezelliger en tja, wie wil dat nu eigenlijk niet?

Geen probleem

In een van de zeldzame gesprekken met mijn zoon (als dertiger met een drukke baan, een gezin en een uitgebreid sociaal netwerk, ook van belang voor de baan, schiet zo’n gesprek er wel eens bij in) vroeg hij me waarom ik toch altijd zo nadacht over de dingen.
“Je zoekt steeds oorzaken voor van alles en nog wat, maar misschien zijn die er wel niet en trouwens wat brengt al dat gegraaf je verder?” was zijn welgemeende hartenkreet.
De schat maakt zich serieus zorgen om me, dacht ik meteen.
Hij noemt een voorbeeld. Bij hem in de directie van zijn bedrijf zitten op één vrouw na allemaal witte mannen.
Dat signaleert hij wel maar als hij erover na gaat denken en nog sterker gaat nadenken over wat hij eraan zou kunnen doen heeft hij geen leven. (Overigens zegt Sigrid Kaag recentelijk in haar Abel Herzberglezing wel dat je iets moet dòèn als je onrechtvaardigheden ziet, maar zelf blijft ze ook rustig in een kabinet zitten met een minister van Buitenlandse Zaken die denkt dat mensen van verschillende genetische herkomst niet vredig samen kunnen leven.)
En ik geef hem gelijk.
Als je een prettig, ongestoord leven wilt hebben in dit land, of misschien in ieder ander land, moet je je niet druk maken over onrechtvaardigheden.
Dat heb ik mijn hele leven gedaan en kwam daarbij vrijwel altijd van een koude kermis thuis. Nog sterker, ik ben uiteindelijk in een toen nog bestaande voorziening van de verzorgingsstaat beland met een burn out.
Mijn enige echt succesvolle actie met een aantal anderen was die voor een Vondelpark waar de honden mochten blijven loslopen.
Daar hebben die honden en hun baasjes tot op de dag van vandaag nog plezier van.

Maar is een prettig, vooral ongestoord leven nu het enige doel om naar te streven in dit ondermaanse? Het lijkt er wel op als je naar het taalgebruik kijkt.
Geen probleem, het stopwoord van deze tijd, wordt te pas en vooral te onpas gebruikt.
Oorspronkelijk stond het voor: ik wil je graag helpen en dat is geen probleem, maar nu kan je in een winkel staan en willen afrekenen en dan wordt er al geroepen: geen probleem!
Terwijl in de wereld het aantal problemen alleen maar lijkt toe te nemen en de EU al ten onder lijkt te gaan als ze van de 65 miljoen vluchtelingen wereldwijd er slechts een gering percentage zou moeten opnemen, voegen wij hier elkaar de mantra toe: geen probleem.
Maar als Angela Merkel zegt: “Wir schaffen es”, oftewel geen probleem, valt iedereen inclusief de zgn linkse media in dit land over haar heen en wordt haar een gebrek aan realiteitszin verweten.
Inmiddels lijkt het erop of ook in ons buurland haar dagen geteld zijn. Geen probleem wil dan ook niet zeggen een probleem zien en daarmee serieus willen dealen maar de ander ervan willen overtuigen dat er geen problemen zijn. Een vorm van bezwering, waar we wellicht net zo als aan het geloof, meer behoefte lijken te hebben naarmate de wereld om ons heen onherbergzamer wordt.
We voegen elkaar toe: Fijne dag en geen probleem, en denken dat er dan ook vast een fijne dag en geen probleem zal zijn.

Aanpak op maat

Op maat gerichte aanpak.
Als ik dat even google krijg ik de volgende resultaten:
Zo is er een facilitair onderzoek- en adviesbureau dat niets aanneemt als standaardwerk en u (als bedrijf) op basis van een oriënterend gesprek een voorstel op maat biedt.
Het draait bij dit bureau om 1 ding: alles om het beste uit jouw organisatie en facilitaire team te halen, aldus hun website.
Er is een gemeente Giessenlanden die onder het kopje: Een aanpak op maat ondersteuning wil bieden bij maatschappelijke en financiële participatie voor mensen in de bijstand.
Vanuit de gedachte “de burger centraal” en 1 huishouden, 1 plan, 1 contactpersoon en 1 budget biedt de gemeente een ondersteuningsplan aan aan de burgers van Giessenlanden met een bijstandsuitkering.
Dan zijn er nog regionale arbeidsmarktanalyses voor een aanpak op maat van het lerarentekort.
En natuurlijk begint onder de stijgende vraag naar werknemers op de arbeidsmarkt er een behoefte te bestaan aan een aanbod op maat, waarmee bedoeld wordt dat werknemers secundaire arbeidsvoorwaarden steeds belangrijker beginnen te vinden omdat ze zich weer meer willen ontwikkelen en geld alleen niet genoeg meer is.
De maat-gerichte en dus ook persoonsgerichte aanpak mag zich verheugen in een overweldigende belangstelling in een tijd waarin kunstmatige intelligentie, robotisering
en algoritmen die ons sturen zonder dat we er erg in hebben onze toekomst, wat zeg ik ons heden lijken te (gaan?) bepalen.

Maar nu is er dan een aanpak op maat die PGA heet (persoonsgerichte aanpak) niet  te verwarren met PGB (persoonsgebonden budget) waarbij twintig gemeenten sinds 2015, als we de Volkskrant mogen geloven, jaarlijks 6 miljoen euro ontvangen van het ministerie van Veiligheid en Justitie om geradicaliseerde moslims in de gaten te houden.
Daartoe  werken politie- en inlichtingendiensten, gemeentelijke instanties en zorginstanties, reclassering, jeugdzorg, jongerenwerkers samen.
Dus niet 1 plan, 1 contactpersoon en 1 budget maar een onoverzichtelijke hoop instanties die zich allemaal bezighouden met personen die er radicaal-islamitische ideeën op nahouden.
Nou dacht ik in mijn onschuld altijd dat ideeën hier in dit land niet werden vervolgd en dat overigens ook het spuien van die ideeën onder het kopje vrijheid van meningsuiting (en godsdienst) werd beschermd door de grondwet, maar ik moet er sinds de Hofstadgroep wel op terugkomen.
Wat mij betreft is het probleem dat bepaalde ideeën kennelijk een aanpak op maat behoeven en andere ideeën niet.
De ideeën van ene A.H. (zie vorige blog) gaan  recentelijk in grote getale over de toonbank en mensen die die ideeën aanhangen dan wel verspreiden zie ik nog niet erg terug in de op maat gerichte aanpak. Of vergis ik me nu?
Bovendien wordt over deze op maat gerichte aanpak heel geheimzinnig gedaan en kom je er waarschijnlijk niet meer vanaf. En dat kan lijkt me toch niet de bedoeling zijn.
De Volkskrant vermeldt als voorbeeld dat ene Achmed in eerste instantie een zachte maatregel krijgt, hij kan bijv vrijwillig(?) praten met een maatschappelijk werker of krijgt een wijkagent aan de deur, maar als Achmed blijkt steeds verder te radicaliseren kan tijdens een casusoverleg besloten worden om een hardere maatregel in te zetten. Hij zit op dat moment in het traject van de persoonsgerichte aanpak en kan er pas uitkomen als er geen dreiging meer van hem uitgaat.
Tjonge!
Waarom doet zoiets me denken aan bijv de persoonsgerichte aanpak van de Palestijnen in de bezette gebieden, waar een “ander” recht heerst dan in de rest van Israël?
En aan de persoonsgerichte aanpak van landen als Rusland, Turkije, Saoedi Arabië?
Nu gaan we in Nederland nog niet zover dat we als preventieve persoonsgerichte aanpak mensen doodleuk “kalt” stellen, maar je zal toch maar onderwerp van deze aanpak zijn zonder dat je de neiging hebt een aanslag te plegen?
Is er een mogelijkheid van opkomen voor je rechten?
Kun je instanties aanklagen als je naar eigen zeggen niet en naar hun idee wel geradicaliseerd bent?
De beslissing wordt achter gesloten deuren genomen en de instanties geven geen inzage in hun besluitvorming. Soms is het dragen van een baard genoeg, aldus de advocaten die deze objecten van persoonsgerichte aanpak bijstaan.
Er zijn twee dingen die me verontrusten:
1. Kennelijk maakt niemand er zich meer druk om dat er nu een groep ontstaat van verdachten op willekeurige grondslag, die zich niet of nauwelijks tegen staatsbemoeienis kunnen verweren, iets wat naar mijn bescheiden mening haaks staat op het idee van een rechtsstaat omdat we ons meer druk maken om onze veiligheid en de dreiging die er van het islamitisch gedachtegoed uit zou gaan.
2. We doen dit onder de eufemistische titel van aanpak op maat. De taal die hierbij gebruikt wordt verhult de werkelijke intentie nl een totalitaire bemoeienis met het persoonlijke leven van mensen.

A.H. Erlebnis

Laatst kwam ik op internet een aantal  oude citaten tegen die  tot mijn verbazing zeer van toepassing waren op deze tijd.
Ik vond er opeens ook een antwoord  op een dringende vraag die me nu al sinds de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer bezighoudt.
Die vraag is de volgende: hoe kan het dat een gepromoveerd jurist, die tevens cum laude een onderzoeksmaster grondslagen van het recht heeft gevolgd een voorstel doet in het parlement dat flagrant in strijd is met artikel 1 van de Grondwet en het hier te lande geldende gelijkheidsbeginsel.
En hoe kan het dat zo iemand, die tevens fractievoorzitter is van de grootste partij niet meteen wordt geschorst onder de voorwaarde dat hij eerst alsnog een (her)examen doet in de grondslagen van ons recht?
Ik doel hierbij natuurlijk op Klaas Dijkhoff met zijn voorstel om de locatie waar iemand woonachtig is bepalend te laten zijn voor de strafmaat.
Merkwaardigerwijs? doelt hij hierbij niet op een yuppen-wijk waar ontwijking en ontduiking van de belasting dubbel moet worden bestraft.
Dijkhoff kent dus, gezien de goede reputatie van de universiteit Tilburg het vigerende recht, maar weigert dat toe te passen omdat een hogere moraal hem roept.
Die hogere moraal bestaat erin dat het doel de massa tevreden te stellen voor een politicus altijd moet gaan boven dat recht. Diegenen die dat niet deden zijn roemloos ten onder gegaan aldus de auteur A.H. in zijn boek dat dezer dagen (ondanks de prijs: 49,95) op de derde plaats staat van best verkochte boeken onder Simpel van Ottolenghi.
Letterlijk citaat: “Een beweging met grote doelstellingen moet daarom angstvallig zorg dragen dat ze het contact met de grote massa niet verliest. Zij dient elke kwestie in de eerste plaats uit dit oogpunt te bekijken en haar beslissing hiervan afhankelijk te maken.” (pag 128).
Maar in het boek van A.H. zijn meer citaten te vinden die zo van hedendaagse politici en leiders afkomstig zouden kunnen zijn.

Wat te denken van: “Zodra de AL Duitse beweging door haar intrede in het parlement het hoofdgewicht van haar werkzaamheden verplaatste van het volk naar het parlement, verloor zij haar toekomst en won daarvoor een reeks goedkope succesjes-van-het-ogenblik”. Iets voor Thierry Baudet misschien met zijn opvallende afwezigheid in en dédain voor het parlement? Maar zelfs de SP zou zich het volgende citaat aan kunnen trekken: “Indien men had ingezien, welk een geweldige machtsfactor de massa als draagster van de revolutionaire weerstand altijd betekent, dan zou men in sociaal en propagandistisch opzicht heel anders gehandeld hebben. Dan zou men zijn krachten ook niet hoofdzakelijk hebben geconcentreerd op het parlement maar op de werkplaats en de straat”.

Deze  dan: “Onze huidige parlementaire democratie heeft niet ten doel om een vergadering van wijzen samen te stellen; veeleer om een schare geestelijk afhankelijke nullen bijeen te garen”.
Iets voor Wilders? En deze: “Verantwoordelijkheid kan alleen door een enkel persoon gedragen worden en niet door een parlementaire kletsclub”.
Tja en dan komt er natuurlijk eentje die makkelijk anders kan worden ingevuld: “Alleen de … kan een inrichting prijzen die vuil en onwaar is als hijzelf”. Vul voor jood (wat ouderwets van A.H.) hier bv elite, grachtengordel, linkse politiek correcten in en je hebt een eigentijdse formulering te pakken!

En wat te denken van wat uitspraken over de pers: “Onderwijs voor volwassenen ligt in de klauwen van ten dele uiterst minderwaardige krachten”. En: “Het is een uiterst perfide manier om opeens en bij toverslag van meer dan honderd zijden tegelijk lage lasteringen en eer-rovende beweringen, bij vuilnisemmers vol over het onschuldige hoofd van eerlijke mensen uit te gieten”. Vul bij uiterst perfide manier in plaats van joden democraten in en je hebt Trump ten voeten uit!

Wonderlijk zijn de commentaren op het succes van Mijn strijd.
Zoals: “Niet verwacht, toch gebeurd: Hitlers Mijn strijd is een instant-bestseller, Prometheus komt binnenkort met de vierde druk!”.
Natuurlijk is het een instant-bestseller in deze tijd. A.H. brengt een heleboel “fake news” in een tijd waarin we niet meer op de waarheid zitten te wachten want die wordt zo negatief en intellectueel ervaren en intellect staat steeds meer onder verdenking als elitair.
Alle bestaande instellingen met enig gezag moeten het ontgelden zoals bv de rechterlijke macht (zie Wilders: een D66 club) het parlement, de politiek, de pers.
In zo’n klimaat is het uiterst plezierig als het wantrouwen naar bestaande instellingen kan worden geprojecteerd op een groep die “het  eigen volk? vreemd” is.
Dat kan van alles zijn: Van oudsher joden, homofielen, communisten maar vandaag de dag intellectuelen, mensenrechten-aanhangers, links-denkenden, humanisten, moslims, migranten, vluchtelingen, en globalisten.
Inmiddels moet het geen verbazing meer wekken dat in Oost Europa Soros staat voor alles wat gruwelijk is: iemand die gelooft in mensenrechten, in de democratische rechtsstaat, wetenschap en onderwijs en het belangrijk vindt dat ook jongeren daarin worden opgevoed en tot slot en niet onbelangrijk een jood, internationalist en globalist.
A.H. had het allemaal met heel veel genoegen aangezien.

Dat ene bordje

Naar aanleiding van het verschijnen van het autobiografische werk van Alexander Rinnooy Kan: Bordjes duiken, dat recent bij uitgeverij Balans verscheen, kan ik het niet nalaten om hier een heel persoonlijke reactie te plaatsen. Het is een overdenking geworden over hoe wonderlijk het leven kan lopen en hoe wonderlijk het is als je  al 48 jaar een deels intieme deels afstandelijke waarnemer bent van het leven van een ander.

Hoe wonderlijk als je zoals ik iemand al 48 jaar kent, van nog toen hij student was, van nog toen hij in 1969 o.a. met zijn a.s. eerste echtgenote en tweede en mijn a.s. eerste echtgenoot meedeed aan mijn experimentele theaterstuk met de veel zeggende titel: “Avondmaal”.
Hoe wonderlijk als je zo iemand als hij op zijn levenspad hebt gevolgd, zijn familie van dichtbij hebt leren kennen, zijn vader, zijn tante die je zo aan je eigen familie deden denken in hun gecompliceerdheid.
Als je hem en zijn a.s.  eerste vrouw, jouw beste vriendin, nog een slaapplaats hebt aangeboden begin jaren zeventig, tijdelijk, toen ze geen dak boven hun hoofd hadden.
Als je getuige bent geweest bij zijn eerste huwelijk, hebt meegemaakt hoe dat strandde, terwijl ook je eigen eerste huwelijk al gestrand was. Hebt meegemaakt hoe hij daar zat verscheurd bij jou thuis omdat zijn vrouw, jouw vriendin, hem niet trouw kon zijn.
Hoe je op de Pauwhof waar je werkte aan je proefschrift hem opeens tegenkwam met iemand die je niet kende maar hem kennelijk dierbaar was in die zo moeilijke periode.
Hoe hij je zijn tweede vrouw voorstelde die je nog kende van de middelbare school en met wier ouders (met een Indisch verleden) jouw ouders (met hun joodse achtergrond en oorlogsverleden) bevriend waren in het Den Haag waar zij en jij beide opgroeiden.
Hoe je van een afstand het grote geluk en de verwondering zag toen hij zijn eerste kind kreeg, iets wat jij toen al had meegemaakt met je tweede man. Allebei een zoon die jij Ruben noemde en hij Robert.
Hoe je alweer van een afstand zag hoe hij nog 2 kinderen kreeg en hoe zijn carrière hem steeds meer opslokte.
Hoe zijn vrouw bij jou op bezoek kwam, en haar zorgen met je deelde over zijn zo bezette leven en de weinige tijd die hij aan zijn gezin kon geven.
Hoe jij ook zelf worstelde met je rol als werkende moeder en partner van een man die van het begin af aan het vaderschap anders wilde invullen dan je voor ogen had.
Hoe dat levenspad van ons, dat zo verstrengeld was geweest tijdens zijn eerste huwelijk zich zo opsplitste, hij rector magnificus van de universiteit waar jij onderzoekster was en zijn vak onderhandelen volgde. De universiteit die je later bijna een proces aandeed omdat je een onderzoek afrondde waarop de opvolger van jouw promotor niet gerekend had.

Hoe later en nog later hij steeds belangrijker werd en zelfs de invloedrijkste man van Nederland werd genoemd terwijl jij inmiddels gescheiden een bescheiden woninkje in Amsterdam betrok.
Hoe hij ook in die tijd  van groeiende macht en invloed, zich op jouw verzoek bekommerde om zijn eerste echtgenote, zorgde dat zij een plek in een verpleeghuis kreeg en haar financiën voor haar rekening nam, iets waartoe hij zeker niet verplicht was.
Hoe hij ondanks alles trouw was en jou af en toe uitnodigde voor een exclusief en duur diner met zijn vieren, gepland tussen zeer belangrijke afspraken door.
Hoe jij altijd probeerde iets meer te weten te komen over de diepere lagen van zijn zijn en dat van zijn vrouw, beide met een door de oorlog getekende achtergrond die onmiskenbaar aan de jouwe deed denken.
Hoe steeds jouw pogingen werden ondermijnd omdat zovele dure plichten, de wereld, de vele reizen en de inner-circle van mede-invloedrijken, we zeggen nu makkelijker “de elite” riepen.
En hoe dan nu, 48 jaar later er dat boek lag: Bordjes duiken, waarin hij over zijn leven vertelt maar zoals hij zelf zegt liefde en dood liever onvermeld laat.
Hoe hij in dat boek de naam van zijn eerste vrouw niet noemt en alleen onder het kopje “Koken” de lezer een doorkijkje geeft in de “joodse” grootmoeder die hij heeft gehad.
Maar hoe hij ook mooi en treffend zijn moeilijkste levensjaar beschrijft waarin zijn moeder overleed, zijn huwelijk stuk liep en hij dacht dat hij snel zou komen te overlijden.
Het jaar waarin jij heel dichtbij was en met zijn vrouw de weg reed naar zijn witte bed, zoals zij dat noemde in haar gedicht dat in 1977 in de bundel Driemaal aangekruist, werd opgenomen:

Ik rij de weg
telkens weer
een lange grijze baan
een lint
dat eindigt
bij je witte bed

Happy Hoek

Hoe hij vertelde daar bij uitgeverij Balans dat hij een optimist is en dankbaar voor alle kansen die hem werden geboden in zijn leven  en hoe je als stille getuige van zijn leven
vanaf een zijkant hem bewonderde om wat hij was geworden maar vooral om de strijd die hij had moeten leveren om als oudste zoon en ware representant van de tweede (oorlogs-)generatie dat ene onmogelijke bordje op te duiken met de titel: “goedmaken”.
Maak goed, wat niet goed te maken is, vervang een oom die is doodgeschoten, familieleden die niet meer terugkomen, wees invloedrijk als compensatie voor de onmacht van hen die vogelvrij waren.
Hoe bij hem godzijdank de paniekaanvallen minder werden en mildheid en wijsheid het wonnen van de onmogelijke opdracht en de niet te bevredigen ambitie en hem een gemoedsrust gaven die daar nu bij Balans te midden van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen op zijn gezicht te lezen was.

De ideale grootouder

De ideale grootouder is:
Onvermoeibaar
Verwacht niets maar geeft des te meer
Velt geen oordelen (als het huis een rotzooi is, zeg er niks van, als je kleinkinderen teveel verwend worden, houd alsjeblieft je mond…)
Doet niet moeilijk
Gaat nooit in tegen de ouders
Heeft een fijn eigen leven waarin zij of hij prima functioneert maar staat altijd klaar op afroep
Is uiterst betrouwbaar
Zegt onmiddellijk vrienden of vriendinnen af als de plicht van het grootouderschap roept
Dringt zich niet op
Is dienstbaar
Is lief en gewild bij de kleinkinderen maar schuwt liefdesconcurrentie met de ouders
Is bekwaam en handelt adequaat maar zal zich er nooit op voorstaan
Verlangt nooit een tegenprestatie of wat extra aandacht
Respecteert het zeer drukke bestaan van de ouders/eigen kinderen
Accepteert iedere vorm van moderne communicatie (whatsapp, sms, Tinybeans) ook al kost dat de privacy en  past zich daar technisch op aan (nieuwe telefoon, computercursus ed)
Zal nooit aandringen op persoonlijk contact, een belletje of een diepergaand gesprek
Is mild, vriendelijk en optimistisch
Is handig en verstandig
Blijft op de achtergrond maar leeft ook mee
Heeft het eeuwige leven.

U begrijpt al: daar voldoe ik niet aan.
Ik heb met vallen en opstaan een autonome levensstijl en visie ontwikkeld, waarin vooral het persoonlijk contact , het leren en begrijpen van mezelf en anderen centraal staat en ik heb eindelijk wat meer geleerd over wat mijn grenzen zijn.
Het bewustzijn dat het leven nu geleefd moet worden omdat het zo voorbij kan zijn, maar ook dat je nu nog de kans hebt om van je eigen geschiedenis te leren, dat je fouten uit het verleden als ouder misschien nu nog recht kunt trekken met elkaar, het zijn allemaal hobbels op de weg van en naar het grootouderschap. Daar is immers geen TIJD voor.

Bovendien ben ik alleen
Goede grootouders, zo valt me vaak op, zijn samen
Ze delen vreugde en smart
Dat is anders dan toen ze nog ouders waren en misschien vast zaten aan rolpatronen als de man buitens- en de vrouw binnenshuis
Maar rolpatronen blijven
Oma doet snel even de was en de vaat erbij en bereidt de maaltijd  voor als ze moe van het werk komen
Opa doet een hoognodig klusje: repareert wat kleinzoon heeft gemold, zet een hekje zodat kleindochter niet van de trap af rolt. Je kunt zo gek niet denken of opa kan het

Eigenlijk zijn het helden
Oma omdat ze zo lief is, iedereen altijd begrijpt en het huis schoon en opgeruimd houdt
Opa omdat hij ongelukken voorkomt
Veiligheid, samen geven ze de kinderen en kleinkinderen een gevoel van veiligheid. De chaos van het moderne veeleisende leven, zij zijn het tegenwicht
Zij zorgen voor de stabiele basis die per definitie ontbreekt in de hectiek en jawel ze verlangen er niets voor terug behalve misschien dat ze geluk en vooral zin mogen ontlenen
aan hun nieuwe levenstaak
Gelukkig voor mijn kinderen hebben ze schoonouders die allemaal nog bij elkaar zijn, zich volledig inzetten, niets vragen, handig en verstandig zijn, adequaat inspringen op iedere behoefte en elkaar hebben dus niet teveel van de kids verwachten
Het eeuwige leven, daar lijkt het wel wat op.
Dat heb ik niet. De tijd lijkt juist weer te dringen. Misschien kan ik nu dan zonder schuldgevoel en jaloezie (onderschat die emotie niet!) een eigen leven beginnen (roman schrijven, verre reizen maken etc) in de geruststellende overtuiging dat voor mijn kinderen en hun nageslacht wordt gezorgd.

Mens durf te leven

Gisteravond keek ik na een lange tijd weer eens naar Jeroen Pauw. Wende Snijders, zangeres, en Bas Heijne hadden er duidelijk een één-tweetje. Bas was vol bewondering over Wende en vooral haar nieuwe lied dat in feite een heel oud lied is (100 jaar oud) en omgekeerd bleek Wende een bewonderaar van Bas.
Bas die met zijn boek en serie over het Onbehagen aan de orde stelt dat het verlichtingsdenken op zijn retour is en de geglobaliseerde wereld nu wel zijn beste tijd heeft gehad, beklemtoonde dat het oude nieuwe lied: Mens durf te leven ontzettend actueel is, weer helemaal van deze tijd.
U begrijpt, ik ging er even helemaal voor zitten toen Wende op het einde van het programma haar lied zong, met verve, dat moet gezegd!
Ik noteerde: Je leeft maar kort – ze roepen in koor zo moet je leven – dat heeft het fatsoen voorgeschreven – kruip niet in je kooi – lap aan je laars wat een ander vindt – op je vierkante meter een vorst.
En ik dacht meteen: dat doen we toch al!
Ik ben zelf twee keer getrouwd en gescheiden, verscheidene malen op een datingsite geweest, daar een paar keer iemand gevonden van wie er één bleef.
Wie schrijft je vandaag de dag nog voor hoe je moet leven???
Bas stelt dat aan de orde in zijn serie Onbehagen.
We leven in een verdeelde samenleving, zegt hij, tja. Politiek gezien wordt dat steeds minder werkbaar. De kop in Het Parool dat de SD had gewonnen bracht een Alzheimer-moment bij mij teweeg. De SD??? Gaan we weer terug naar Adolf H.? Zijn boek waarvan ieder redelijk denkend mens toegeeft dat er pure onzin in staat is nu alweer drie maal uitgegeven, eenmaal in Duitsland en tweemaal hier, zo enthousiast zijn we!
Nee zeg, het ging om good old sociaal-democratisch Zweden, nu ook al de weg kwijt.
150.000 immigranten waren ervoor nodig om extreem rechts, de SD dus, te laten winnen en nu was Zweden verdeeld en wisten ze niet hoe ze een regering rond moesten krijgen.
Zouden we even doorrekenen dan zou in Turkije, Libië, diverse Afrikaanse landen, Jemen, Jordanië – welk land dat miljoenen vluchtelingen opvangt ben ik nog vergeten – Adolf H. in viervoud handenwrijvend zijn teruggekeerd.
En Wende maar zingen: Lap aan je laars wat een ander vindt!
Precies! Daar hebben we toch allang geen boodschap meer aan. Hoezo: fatsoen moet je doen? Mensenrechten staan onder druk en de jongste generaties weten niet meer waarom we al die verdragen ook weer hadden.
Avishai Margalit heeft met een schuin oog naar zijn eigen land Israël, een boek geschreven over De fatsoenlijke samenleving. Dit is een samenleving waar de instituties de mensen niet vernederen oftewel uitsluiten.
Kunnen we dat van ons land zeggen?
We hebben net de kwestie van de twee Armeense kinderen Lili en Howick achter ons, die met een hoop mediageweld tenslotte toch hier konden blijven. En nu zijn er kennelijk nog 400 kinderen over die ieder moment uitgezet kunnen worden maar Wende zingt gewoon lekker door over dat je een vorst moet zijn op je vierkante meter.
Volgens Bas is dat allemaal geweldig actueel. Een ander voegde eraan toe dat Twitter net als de pastoor vroeger functioneert.
Ik zit niet op Twitter maar kan me daar niets bij voorstellen.
Worden er en masse zonden toegegeven op Twitter? Kun je daar dan met een “weesgegroetje” vanaf komen? Thierry Aartsen had 10 jaar terug een rare tweet de wereld in gestuurd maar komt daar niet makkelijk meer vanaf.
Wat ik me eigenlijk naar aanleiding van het lied Mens durf te leven vooral afvroeg, is dat ons wordt voorgehouden dat we onze droom moeten verwezenlijken en ons daarbij niets van anderen aantrekken. Betekent dat dan dat we met zijn miljoenen in een vliegtuig blijven stappen, een idiote buiten-proportie footprint erop nahouden en de aarde naar de kloten helpen, zoiets?
Enfin het zal wel weer het gemopper van een oude babyboomer zijn.

Vreedzaam samenlevingsverband

Deze week moest de minister van Buitenlandse Zaken zich verantwoorden voor zijn opmerkelijke uitspraken tijdens een besloten bijeenkomst in Den Haag voor medewerkers van internationale organisaties.
Dat bleken oa medewerkers bij de Verenigde Naties te zijn.
Tegen hen zei onze minister Stef Blok op een vraag uit de zaal: “Dat we niet goed in staat zijn om een binding aan te gaan met ons onbekende mensen, een vreedzaam samenlevingsverband (met die onbekende mensen) ik ken hem niet”.
Er kwam helaas geen reactie uit de zaal zoals: “Meneer Blok, wat vindt u dan van de Verenigde Naties waarin 50 landen zijn vertegenwoordigd, is deze organisatie zelf niet een voorbeeld van zo’n vreedzaam samenwerkingsverband? Of gelooft u inmiddels niet meer in zoiets als de VN en waar deze instelling voor staat zoals dat is opgeschreven in het Charter van de VN uit 1945 en overigens ook is te vinden in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? Hierbij gaat het immers om een geloof in een (mogelijkheid van) vreedzaam samenleven van diverse volken en om het voorkomen van oorlogen zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog met zulke afschuwelijke aantallen en vormen van moorden”.
“Als u zegt, meneer Blok, dat waarschijnlijk ergens  diep in onze genen zit dat we een overzichtelijke groep willen hebben om mee te jagen of een dorpje te onderhouden, dan
bedoelt u eigenlijk aan te geven dat op basis van biologisch determinisme de mens tot niet veel meer in staat is.”
“Maar zoals Yval Noah Harari in Sapiens, een boek dat inmiddels een soort bijbel aan het worden is, aangeeft is nu net het onderscheid tussen de mens en de chimpansee dat wij Sapiens, in staat zijn om met vele duizenden mensen all over the world samen te werken. Dat impliceert al van de vroegste tijden af aan: handelsbetrekkingen, communicatienetwerken, of zoals bij de VN samenwerking bij de implementatie van internationale rechtsbetrekkingen en regels. Als je zoals u kennelijk niet gelooft in dat vreedzame samenleven van “gevestigden” en “buitenstaanders” (zie Norbert Elias, die dat fenomeen heeft proberen te analyseren niet om het te bevestigen maar juist om het te ontmythologiseren) lijkt het er op zijn minst op dat u zich ook niet erg zal inspannen om het tegendeel te realiseren.”
“Hoe ziet u dan eigenlijk uw rol nog als minister van Buitenlandse Zaken, meneer Blok?
Als u al niet in ons als instituut gelooft, en in onze inspanningen, waar maakt u zich dan nog druk om? Waarom bent u dan geen voorstander van het sluiten van de grenzen en wordt u minister van Binnenlandse Zaken met uw rug naar de buitenwereld?”

Dergelijke vragen had ik op zijn minst ook van Kamerleden verwacht, maar ze kwamen niet, althans ik heb ze niet gehoord. U wel misschien?

In memoriam Uri Avnery

Maandag 20 augustus aan het begin van deze week zwierf ik zoals wel vaker rond in Scheltema en liep een boek tegen het lijf: Israel’s vicious circle, van Uri Avnery; ten years of Writings on Israel and Palestine.
Ik kende hem van Gush Shalom, een Israëlische vredesbeweging, waar we indertijd, toen ik nog in het bestuur zat van “Een Ander Joods Geluid” begin 2000, regelmatig contact mee hadden.
Uri Avnery maakte op mij in die tijd een onuitwisbare indruk. Een knappe oudere man met een fenomenaal geheugen, die oa de opkomst van Hitler en de (joodse) revolte in Palestina tegen de Engelsen in de veertiger jaren, de stichting van de staat Israël en wat erop volgde aan oorlogen, vredesbesprekingen, bezetting en verrechtsing had meegemaakt.
Ik was meer dan eenmaal onder zijn publiek, als hij naar Nederland kwam. Een keer vertelde hij dat de situatie van de Palestijnen te vergelijken was met een flat die in brand stond waar mensen uit vielen. Onder die flat liepen andere mensen, die indirect slachtoffer werden van die brand. De brand was de Holocaust en de slachtoffers waren de Palestijnen.

Nu bedacht ik me opeens: zou hij nog leven? hoe oud is hij inmiddels? Ik keek op mijn telefoon en zag dat hij die dag 6 uur eerder overleden was.
Soms kan een mens het gevoel hebben dat toeval niet bestaat.
Op 94-jarige leeftijd is deze held, want zo keek en kijk ik naar hem, gestorven.
Wanneer is iemand een held in mijn ogen?
Een held is iemand die ondanks zoveel bewijzen van het tegendeel in de mens en ook in vrede blijft geloven.
Een held is iemand die zichzelf blijft, die blijft zeggen wat hij denkt ook al moet hij vrezen voor zijn leven. Avnery heeft diverse bedreigingen en aanslagen overleefd, waarvan één bijna echt dodelijk.
Een held is iemand die anderen blijft inspireren en hoop geven door te zijn, door voorbeeld te zijn. Iemand die zich niet laat intimideren door uitspraken als: dit is niet verstandig, niet goed voor je reputatie of carrière en andere zogenaamd rationele argumenten.
Een held is een mens uit één stuk, die oog heeft voor eigen zwakheden en zwakheden van anderen maar ondanks dat toch een eigen koers blijft varen.
En tenslotte noem ik een held iemand die nog gelooft in mensenrechten en in de ander, zich niet van het pad laat afbrengen door cynisme en zogenaamd realisme.
Een held heeft het in deze wereld nooit makkelijk. Een held wordt meestal pas na zijn of haar dood vereerd.
Uri Avnery was bijna in het harnas gestorven en maakte zich op voor de zoveelste demonstratie tegen het beleid van de regering Netanyahu, dit keer naar aanleiding van het aannemen van de wet waarbij de exclusieve Joodse staat werd uitgeroepen. Zie mijn blog van enkele weken terug.
Hij maakte zich ooit sterk voor het vervangen van het begrip Jood in zijn paspoort door Israëli. Hij heeft die juridische strijd niet gewonnen, maar ook toen was zijn visie visionair.
Hij vond dat hij in de eerste plaats Israëli was in een land geheten Israël dat zich als land moest voegen in een semitische regio.
Dat was cruciaal. Een land Israël kon democratisch zijn en rekening houden met de rechten van vele minderheden, niet alleen arabieren maar ook druzen en christenen.
Een exclusief Joodse staat impliceert een staat voor joden. Daarin is eigenlijk voor anderen geen plaats.
Amerika voor de (echte) Amerikanen, Engeland voor de (echte) Engelsen, Holland voor de (echte) Hollanders, Hongarije voor de (echte) Hongaren, het past in een hedendaagse trend. Die bovendien als risico heeft dat zoals Turkije voor de (echte) Turken zo’n land en de machthebbers van zo’n land zich gaan bemoeien met de (echte) Turken elders.
Zo staat er in de aangenomen Israëlische basiswet dat Israël zich actief zou moeten gaan bezighouden met de joden in de Diaspora.
Dat joden in de Diaspora last hebben van Israël als dat land weer eens in oorlog is, raketten afvuurt op Gaza, onschuldige slachtoffers maakt, en hun eigen veiligheidsmaatregelen moeten aanscherpen is één ding, dat dat land joden in de Diaspora moet gaan indoctrineren is een ander ding.
Laten we in hemelsnaam met Avnery er van uit blijven gaan dat joden in Frankrijk in de eerste plaats Frans zijn, in Israël in de eerste plaats Israëli, In Holland in de eerste plaats Nederlander etc.
Hopelijk is met de dood van Uri Avnery niet de hoop gestorven dat er ooit nog eens vrede en gerechtigheid komt in het Midden-Oosten en dat Israëli’s en Palestijnen in welke organisatievorm ook goed met elkaar door één deur kunnen, gewoon omdat ze nu eenmaal mensen zijn.