Vreedzaam samenlevingsverband

Deze week moest de minister van Buitenlandse Zaken zich verantwoorden voor zijn opmerkelijke uitspraken tijdens een besloten bijeenkomst in Den Haag voor medewerkers van internationale organisaties.
Dat bleken oa medewerkers bij de Verenigde Naties te zijn.
Tegen hen zei onze minister Stef Blok op een vraag uit de zaal: “Dat we niet goed in staat zijn om een binding aan te gaan met ons onbekende mensen, een vreedzaam samenlevingsverband (met die onbekende mensen) ik ken hem niet”.
Er kwam helaas geen reactie uit de zaal zoals: “Meneer Blok, wat vindt u dan van de Verenigde Naties waarin 50 landen zijn vertegenwoordigd, is deze organisatie zelf niet een voorbeeld van zo’n vreedzaam samenwerkingsverband? Of gelooft u inmiddels niet meer in zoiets als de VN en waar deze instelling voor staat zoals dat is opgeschreven in het Charter van de VN uit 1945 en overigens ook is te vinden in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? Hierbij gaat het immers om een geloof in een (mogelijkheid van) vreedzaam samenleven van diverse volken en om het voorkomen van oorlogen zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog met zulke afschuwelijke aantallen en vormen van moorden”.
“Als u zegt, meneer Blok, dat waarschijnlijk ergens  diep in onze genen zit dat we een overzichtelijke groep willen hebben om mee te jagen of een dorpje te onderhouden, dan
bedoelt u eigenlijk aan te geven dat op basis van biologisch determinisme de mens tot niet veel meer in staat is.”
“Maar zoals Yval Noah Harari in Sapiens, een boek dat inmiddels een soort bijbel aan het worden is, aangeeft is nu net het onderscheid tussen de mens en de chimpansee dat wij Sapiens, in staat zijn om met vele duizenden mensen all over the world samen te werken. Dat impliceert al van de vroegste tijden af aan: handelsbetrekkingen, communicatienetwerken, of zoals bij de VN samenwerking bij de implementatie van internationale rechtsbetrekkingen en regels. Als je zoals u kennelijk niet gelooft in dat vreedzame samenleven van “gevestigden” en “buitenstaanders” (zie Norbert Elias, die dat fenomeen heeft proberen te analyseren niet om het te bevestigen maar juist om het te ontmythologiseren) lijkt het er op zijn minst op dat u zich ook niet erg zal inspannen om het tegendeel te realiseren.”
“Hoe ziet u dan eigenlijk uw rol nog als minister van Buitenlandse Zaken, meneer Blok?
Als u al niet in ons als instituut gelooft, en in onze inspanningen, waar maakt u zich dan nog druk om? Waarom bent u dan geen voorstander van het sluiten van de grenzen en wordt u minister van Binnenlandse Zaken met uw rug naar de buitenwereld?”

Dergelijke vragen had ik op zijn minst ook van Kamerleden verwacht, maar ze kwamen niet, althans ik heb ze niet gehoord. U wel misschien?

In memoriam Uri Avnery

Maandag 20 augustus aan het begin van deze week zwierf ik zoals wel vaker rond in Scheltema en liep een boek tegen het lijf: Israel’s vicious circle, van Uri Avnery; ten years of Writings on Israel and Palestine.
Ik kende hem van Gush Shalom, een Israëlische vredesbeweging, waar we indertijd, toen ik nog in het bestuur zat van “Een Ander Joods Geluid” begin 2000, regelmatig contact mee hadden.
Uri Avnery maakte op mij in die tijd een onuitwisbare indruk. Een knappe oudere man met een fenomenaal geheugen, die oa de opkomst van Hitler en de (joodse) revolte in Palestina tegen de Engelsen in de veertiger jaren, de stichting van de staat Israël en wat erop volgde aan oorlogen, vredesbesprekingen, bezetting en verrechtsing had meegemaakt.
Ik was meer dan eenmaal onder zijn publiek, als hij naar Nederland kwam. Een keer vertelde hij dat de situatie van de Palestijnen te vergelijken was met een flat die in brand stond waar mensen uit vielen. Onder die flat liepen andere mensen, die indirect slachtoffer werden van die brand. De brand was de Holocaust en de slachtoffers waren de Palestijnen.

Nu bedacht ik me opeens: zou hij nog leven? hoe oud is hij inmiddels? Ik keek op mijn telefoon en zag dat hij die dag 6 uur eerder overleden was.
Soms kan een mens het gevoel hebben dat toeval niet bestaat.
Op 94-jarige leeftijd is deze held, want zo keek en kijk ik naar hem, gestorven.
Wanneer is iemand een held in mijn ogen?
Een held is iemand die ondanks zoveel bewijzen van het tegendeel in de mens en ook in vrede blijft geloven.
Een held is iemand die zichzelf blijft, die blijft zeggen wat hij denkt ook al moet hij vrezen voor zijn leven. Avnery heeft diverse bedreigingen en aanslagen overleefd, waarvan één bijna echt dodelijk.
Een held is iemand die anderen blijft inspireren en hoop geven door te zijn, door voorbeeld te zijn. Iemand die zich niet laat intimideren door uitspraken als: dit is niet verstandig, niet goed voor je reputatie of carrière en andere zogenaamd rationele argumenten.
Een held is een mens uit één stuk, die oog heeft voor eigen zwakheden en zwakheden van anderen maar ondanks dat toch een eigen koers blijft varen.
En tenslotte noem ik een held iemand die nog gelooft in mensenrechten en in de ander, zich niet van het pad laat afbrengen door cynisme en zogenaamd realisme.
Een held heeft het in deze wereld nooit makkelijk. Een held wordt meestal pas na zijn of haar dood vereerd.
Uri Avnery was bijna in het harnas gestorven en maakte zich op voor de zoveelste demonstratie tegen het beleid van de regering Netanyahu, dit keer naar aanleiding van het aannemen van de wet waarbij de exclusieve Joodse staat werd uitgeroepen. Zie mijn blog van enkele weken terug.
Hij maakte zich ooit sterk voor het vervangen van het begrip Jood in zijn paspoort door Israëli. Hij heeft die juridische strijd niet gewonnen, maar ook toen was zijn visie visionair.
Hij vond dat hij in de eerste plaats Israëli was in een land geheten Israël dat zich als land moest voegen in een semitische regio.
Dat was cruciaal. Een land Israël kon democratisch zijn en rekening houden met de rechten van vele minderheden, niet alleen arabieren maar ook druzen en christenen.
Een exclusief Joodse staat impliceert een staat voor joden. Daarin is eigenlijk voor anderen geen plaats.
Amerika voor de (echte) Amerikanen, Engeland voor de (echte) Engelsen, Holland voor de (echte) Hollanders, Hongarije voor de (echte) Hongaren, het past in een hedendaagse trend. Die bovendien als risico heeft dat zoals Turkije voor de (echte) Turken zo’n land en de machthebbers van zo’n land zich gaan bemoeien met de (echte) Turken elders.
Zo staat er in de aangenomen Israëlische basiswet dat Israël zich actief zou moeten gaan bezighouden met de joden in de Diaspora.
Dat joden in de Diaspora last hebben van Israël als dat land weer eens in oorlog is, raketten afvuurt op Gaza, onschuldige slachtoffers maakt, en hun eigen veiligheidsmaatregelen moeten aanscherpen is één ding, dat dat land joden in de Diaspora moet gaan indoctrineren is een ander ding.
Laten we in hemelsnaam met Avnery er van uit blijven gaan dat joden in Frankrijk in de eerste plaats Frans zijn, in Israël in de eerste plaats Israëli, In Holland in de eerste plaats Nederlander etc.
Hopelijk is met de dood van Uri Avnery niet de hoop gestorven dat er ooit nog eens vrede en gerechtigheid komt in het Midden-Oosten en dat Israëli’s en Palestijnen in welke organisatievorm ook goed met elkaar door één deur kunnen, gewoon omdat ze nu eenmaal mensen zijn.

Fascisme. Een waarschuwing

Een destructieve kracht is in de hele wereld bezig aan een hernieuwde opmars. En die kracht heeft volgens de voormalige US Secretary of State en Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties de inmiddels 81 jarige Madeleine Albright alle kenmerken van fascisme.
In haar boek Fascisme. Een waarschuwing, noemt zij fascisme al in haar eerste hoofdstuk waarin ze haar jeugd beschrijft, een doctrine van woede en angst.
Haar (joodse) familie moest twee maal in ballingschap gaan, eenmaal op de vlucht voor de nazi’s in 1939 en de tweede maal op de vlucht voor de communistische dictatuur in 1948.
Verderop op pag 238 beschrijft ze wat een beweging fascistisch maakt. Dat is volgens Albright niet haar ideologie maar de bereidheid al het nodige te doen – inclusief het gebruik van geweld en het vertrappen van de rechten van anderen – om de overwinning te behalen en gehoorzaamheid af te dwingen.
“Het is ook de moeite waard te beseffen dat fascisme zelden met een dramatische opkomst ten tonele verschijnt. Het verhaal begint doorgaans met iemand die schijnbaar een bijrol speelt – Mussolini in een bedompt zaaltje, Hitler in een bierkelder – en pas voor het voetlicht komt als zich dramatische gebeurtenissen ontvouwen. Het verhaal krijgt vaart als de mogelijkheid ontstaat om op te treden en alleen de fascisten bereid zijn om toe te slaan. Dat is het moment waarop de kleine agressie die geen tegenstand ontmoet uitgroeit tot grote agressie, als wat niemand wilde wordt aanvaard en als dissidente stemmen wegsterven.” aldus Albright.
Ze haalt Mussolini aan die constateerde dat als men uit is op macht het vergaren ervan zoiets is als het plukken van een kip – veer voor veer – zodat iedere pijnkreet los van elkaar wordt gehoord en het hele proces zo stil mogelijk verloopt.
En dat zien we vandaag de dag volgens Albright ook gebeuren. De eerste tekenen van fascisme zijn volgens haar: het in diskrediet brengen van mainstream-politici; de opkomst van nieuwe leiders die liever verdelen dan verenigen, het najagen van politiek gewin ten koste van alles en het aanroepen van nationale grootheid door personen die een verwrongen beeld hebben van wat die grootheid betekent.
Signalen die ons zouden moeten alarmeren worden gemaskeerd: de grondwetswijziging wordt gepresenteerd als hervorming, aanvallen op de vrije pers gerechtvaardigd met een beroep op staatsveiligheid, de ontmenselijking van anderen gemaskeerd als verdediging van de deugdzaamheid of het uithollen van een democratisch politiek systeem tot alleen het etiket nog over is.
Interessant is ook dat ze de “goede” en dus ook aantrekkelijke kanten van het fascisme laat zien. Vaak werden er, zeker bij aanvang, maatregelen genomen die  het gemene volk ten goede kwamen zoals betere huisvesting en gezondheidsvoorzieningen, infrastructuur en vooral hoop, “alles wat door de nieuwe orde werd aangeraakt” (zie pag 126) aldus de auteur.
Omdat ze de term fascisme zo breed opvat vallen er leiders onder van uiterst links tot uiterst rechts.
Naast Mussolini en Hitler noemt ze Stalin, die er alledrie op uit waren “een nieuwe mens te smeden, een schepping van de moderniteit die zou uitstijgen boven het individuele streven naar geld, bezit en genot dat arbeiders tegen elkaar opzette en dat – in hun ogen – van de democratie een morele beerput had gemaakt”.
Slobodan Milosevic op de Balkan, Hugo Chavez in Venezuela die net als Mussolini politiek als vorm van amusement zag, Erdogan in Turkije, Duterte op de Philippijnen, Vladimir Poetin als ex-man van de KGB, die wil dat zijn onderdanen geloven dat hij politiek onoverwinnelijk is, Orban in Hongarije met zijn illiberale democratie, die geen rekening meer houdt met de problemen van minderheden, Kacynski in Polen die spreekt namens het “ware” Polen, Kim Il sung in Noord Korea en tot slot Trump In de VS, ze passeren allen de revue met hun zeer verschillende achtergronden, ideologieën en toekomstvisies.
Ze wijst erop hoe riskant de ontwikkelingen in één land kunnen zijn omdat  de ene leider de andere inspireert en navolgt en zo een hele reeks fascistische leiders op gang brengt.

Albright waarschuwt niet alleen, ze deelt haar ervaringen en brede kennis van de buitenlandse politiek met ons en sleept ons mee met haar aantrekkelijke stijl en voorbeelden.
Haar geloof in de democratie en haar behoefte om jonge mensen op te leiden tot wat Hannah Ahrendt de kritisch-onafhankelijk denker en politiek bewuste en geëngageerde burger heeft genoemd, motiveert haar op haar leeftijd om nog zo’n erudiet en doorwrocht boek te schrijven.
Ze haalt Tomas Masaryk, in 1918 president van Tsjecho-Slowakije, aan: Democratie is niet alleen een staatsvorm, niet alleen iets dat is belichaamd in een grondwet; democratie is een kijk op het leven, vereist geloof in menselijke wezens, in de mensheid.
De vraag is of we in deze eeuw van ernstige aantasting van het klimaat, waarin we meer vertrouwen in algoritmen en KI lijken te hebben dan in de mens nog een echte oprechte discussie met elkaar kunnen hebben over waarden en zaken die er werkelijk toe doen.

In memoriam Dushi

Maandag 6 juli is bij Dierenkliniek IJburg ingeslapen mijn lieve schapendoes Dushi op de leeftijd van 16 jaar en 3 maanden. Geboren in Mierlo bij het gezin Egberts op 9 mei 2002 uit een Hollandse moeder en een Deense vader heeft Dushi (wat in het Antilliaans schatje betekent), die eerst bij geboorte de naam Bibi kreeg, haar leven doorgebracht respectievelijk in Leiden op de Hogerbeetsstraat 2 jaar, vervolgens in Amsterdam op de Derde Helmersstraat en tenslotte op IJburg, de Erich Salomonstraat.
Voordat we Dushi kregen of liever namen ging er wel het een en ander aan vooraf.
Zoon Misha wilde het liefst voor zijn 16e verjaardag een brommer, maar dat vond zijn vader te gevaarlijk en als tweede grote wens had hij een hond maar ook daar had zijn vader aanvankelijk bezwaar tegen. Het duurde even voor we in het gezin er aan toe waren maar toen de relatie tussen de ouders dwz mij en mijn toenmalige echtgenoot ging stranden zagen we in dat een hond voor de  twee kinderen die nog thuis waren goed zou zijn.
Na een vergeefse tocht naar een asiel in Almere, gaf ik ons op aan de Vereniging Schapendoezen. Tegen de tijd dat het idee van een hond was ingezakt en andere zaken onze aandacht opeisten, werden we opeens gebeld door de Vereniging dat er een pup voor ons klaar stond!
We togen met het hele gezin richting Mierlo nabij Eindhoven en troffen daar een nestje aan met allerliefste pupjes. De laatste die nog niet weg was lag er wel erg stilletjes bij, bijna helemaal wit met een zwart/wit kopje. Schattig dat wel maar ik vroeg me even af of ze misschien wat mankeerde.
Er was  toen overigens geen sprake meer van dat we terug konden komen op onze schreden. De kinderen vielen meteen als een blok voor dat kleine hoopje daar in de mand.
Na 8 weken haalden we Bibi op, die al snel werd omgedoopt tot Dushi.
Ze was omgetoverd tot een vrolijke, best brutale en heel energieke jonge kleine schapendoes.
We wisten niet wat we zagen. Ook toen al was duidelijk dat ze een loopje had waar beroepsdanseressen jaloers op konden zijn.
Dush was echt een knuffeldier, maar moest ook in de gaten worden gehouden zo bleek alras.
Een half jaartje na haar entree in het gezin presteerde ze het bijv om een chocolade piet, die op de eettafel lag (en dus dacht ik voor haar onbereikbaar), goed verpakt in cellofaan, helemaal soldaat te maken zonder aantasting van de verpakking.
Levensgevaarlijk, zei mijn zus, de dierenkenner, maar Dushi overleefde het en zou nog veel chocolade en andere lekkernijen in cellofaan of plastic tot zich nemen zonder dat er dan ook maar een stukje plastic in haar maag terecht kwam en ze ook schijnbaar geen last kreeg van haar darmen.
Als oude dame slaagde ze er 14 jaar later in om de best lekkere (en ook dure!) pillen van de dierenarts tegen artrose die goed verpakt zaten in een kartonnen doos en verstopt in een tas van Deen, te voorschijn te halen en achter elkaar op te vreten. De gang lag vol met stukjes karton. Ik was doodsbang dat ze eraan onderdoor zou gaan maar Dush heeft niet één keer gekotst nav deze actie. Overigens viel qua toegenomen lenigheid ook niet veel van de inname van zoveel anti-artrose pillen te merken.

Zonder dat ze het wist heeft Dushi, nadat de kinderen uit huis waren gegaan en ik als gescheiden vrouw verhuisd was naar een souterrain op de Derde Helmersstraat, een cruciale rol gespeeld bij het hondenbeleid van het stadsdeel Zuid, waar het Vondelpark onder viel.
Ik heb een maatschappelijk zeer actief leven geleid, mij oa ingezet voor de vrouwenbeweging en mensenrechten maar mijn succesvolste actie betrof toch de samen met anderen opgerichte Vereniging Hondenbezitters Vondelpark.
Al tijdens een van mijn eerste wandelingen in dat park waarbij ik genoot van de zon, de mensen, het feit dat ik nu in mijn altijd al geliefde Amsterdam woonde, kwam ik Lidia tegen, een stoere stevige dame mèt bokser die me meteen aanklampte.
Wist ik dat er binnenkort geen sprake meer zou zijn van de mogelijkheid van loslopen voor de hondjes? Ze keek vol medelijden naar mijn lieve hondje en mompelde: ach wat jammer voor die lieve schat!
Nu was ik speciaal in de buurt van het Vondelpark gaan wonen omdat mijn zoon die zo graag een hond had gewild mij er op opmerkzaam had gemaakt dat de hondjes in het Vondelpark los mochten lopen.
Op Marktplaats had ik op een zondag een souterrainachtige woning gezien op de Derde Helmersstraat,  dus vlakbij het zo geliefde hondenpark, die voor mij betaalbaar leek en zonder makelaar had ik me in een uitzonderlijk avontuur gestort. Later bleek nl dat er  daar in het souterrain sprake was van aardig wat optrekkend vocht. Dat alles om mijn lieve Dushi een heerlijk bestaan te bezorgen.
En nu zou dus het einde naderen van een dartel avontuur voor deze energieke jonge hond die het heerlijk vond achter balletjes aan te rennen.
Tegen Lidia zei ik dat ik jurist was, bijna gepensioneerd, tijd had en me best wou inzetten voor zo’n belangrijke zaak.
De Dierenbescherming kwam eraan te pas in de persoon van Heleen en september 2005 togen we met honderden hondenbezitters naar het stadsdeelkantoor waar Joep Blaas van D66 als wethouder zijn anti-honden beleid verdedigde.
We hebben wat afgevochten Lidia en Heleen en ik en ook anderen maar de Vereniging kwam er, we werden actief in de voorlichting over het opruimen van hondenpoep aan onze leden en wisten uiteindelijk gedaan te krijgen dat het hondenveld niet werd afgesloten voor het hondenpubliek.
Dush bleef lekker loslopen en genoot daar zichtbaar van evenals haar baasje. Mijn vriendschap met een andere bezitster van een schapendoes bloeide op onder het wandelen en mijn wereld kreeg er een “honden”-dimensie bij.
Alras bleek dat honden vielen binnen de politieke voorkeur van vooral rechts, terwijl ik mijn leven lang juist een voorkeur voor links had gehad. Diervriendelijkheid blijkt te kunnen worden opgesplitst in soorten. Groen Links bijv moet weinig van honden hebben, de VVD daarentegen is er dol op.
Bij sommige godsdiensten hebben ze een voorkeur voor bepaalde dieren en anderen zijn dan taboe. Moslims zijn niet erg dol op varkens en honden maar daar zijn bijv vogels en katten weer meer in trek, terwijl Joden ook niet bepaald varken-georiënteerd zijn maar je daar wel  weer vaak honden aantreft. Anderen stoppen honden in de pot. Enfin zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Het algemene beeld dat er sprake is van of diervriendelijk of dier-vijandig klopt dus niet.
Ik bevond me dus nu opeens in het hondenkamp waar je overigens ook enge honden en enge baasjes aantreft. Ook viel me op hoeveel emoties het onderwerp hond teweeg kan brengen bij mensen. De hond-vriendelijken kunnen bijzonder agressief worden als de anti-hondenlobby kennelijk de hond zowel uit het straatbeeld als uit het park wil hebben.
Ze gaan dan letterlijk met de ander op de vuist merkte ik.

Terug naar Dushi. De lieve schat heeft hier niets van gemerkt gelukkig.
Maar het feit dat ze zo oud is geworden heeft denk ik wel te maken met een leven dat dartel en vol vrijheid en vrolijkheid kon zijn.
Mensen noch honden houden van een leiband, ze worden er doorgaans agressief van juist ook tegen soortgenoten. Terwijl het Vondelpark dus dankzij de Vereniging hond-vriendelijk bleef en de hondjes los mochten blijven lopen behalve op de kinderspeelweides, werd in de omgeving de sfeer hier en daar juist wat grimmiger. Een poging van Jeanette Kalb en mij om op het WG-terrein een honden-losloop-route te creëeren stuitte op woedende reacties.
Onze eigen sigarenboer op de Eerste Constantijn Huygensstraat schakelde schijnbaar moeiteloos over van een pro-hondenbeleid op een alleenheerschappij van een kat toen de hond-vriendelijke eigenaresse de winkel aan haar zoon overdeed en zo kan ik nog even doorgaan.
Wonderlijk heb ik altijd gevonden dat je als hondenbezitter zowat werd gecriminaliseerd als je je in de openbare ruimte begaf met een hond. Tegelijkertijd had ik elke dag met Dushi de ervaring dat er altijd wel kinderen, oude mensen, daklozen, psychisch gestoorden dan wel anderen waren die als hoogste goed zagen om mijn hond te aaien.
Hoeveel van die mensen heb ik en vooral Dush niet een fantastische dag bezorgd als ze haar lieve kop konden betasten!

Waar ik wel eerst moeite mee had is dat ze mij steeds in de gaten hield. Interessant is dat dat waken en mij in de gaten houden twee gezichten had, nl die van een soort beschermengel, die naar me toe kwam en mijn hand likte als ik het zichtbaar moeilijk had met het leven en de mensen om mij heen, maar ook die van een soort big brother die ik niet kon ontlopen.
Als ik op mijn bank zat en een boek las en op keek, keek ik in de deels door haar bedekte zwarte ogen van mijn hond, die zich zo voor mijn openslaande deuren had genesteld dat ze het beste zicht op me had.
De dag voor haar dood had ik weer diezelfde ervaring, ik op de bank en zij liggend onder mijn tv, met haar kop mijn kant uit. Alleen zagen die oude ogen van haar niet veel meer denk ik nu.
Zo’n 6 jaar geleden had ze het opeens moeilijk rond 12 uur ’s nachts. Ze bleek volgens de dierenarts spondylose te hebben, een soort artrose voor honden in haar rug, zodat de wervels aan elkaar vast gingen groeien.  Geschrokken ging ik eerst op de medische tour met pijnstillers en ander voer maar alras besloot ik tot een koerswending na consultatie van mijn hondenvriendinnen. Het voer van Hill’s bleef ik geven, maar ik vulde het aan met zalm een paar keer per week. Vette vis bleek een toverformule.
Ik had bij de visboer al gemerkt dat ze dol was op vis en nu gaf ik het haar dus systematisch als medicijn vanwege de omega 3 en de omega 6.
Ook hiervan weet ik niet precies wat het effect was maar dat ze opknapte was een feit en haar mooie danseressen-loopje bleef ze houden.

Dushi wisselde zeker éénmaal per jaar van gedaante.
Ze  werd nl om de 5 à 6 maanden getrimd en kwam dan als een slank dennetje met een bijna poedel-achtig voorkomen uit de behandeling. Afhankelijk van het aantal klitten wist trimster Josée haar wel of geen schapendoes-uiterlijk meer te geven. Soms kwam ze er met een spitse snuit uit en dan excuseerde Josée zich en vertelde dat er rond haar bek teveel klitten hadden gezeten. Dush liet zich niet graag kammen zoveel was wel duidelijk.
Hoe ze er ook uitzag: wollig, breed en een beetje schaap of juist dun, kalig een beetje poedel ze was altijd mooi. Sommigen zoals vriend Jan hielden meer van haar slanke versie, ik eigenlijk stiekem meer van dat schaap-uiterlijk waarin je zo heerlijk weg kon duiken.
In 2013 werd mijn eerste kleinkind geboren en ging Dush al snel mee naar Broek in Waterland waar ik 4 jaar iedere week een dag als oppasoma functioneerde.
Bloem, zo heet mijn kleindochter, groeide op die manier met een hond op.
Dushi heeft ook nog een verhuizing meegemaakt van de Derde Helmersstraat naar IJburg en gaf geen krimp. Ze lag op een gegeven moment uitgestrekt naast een vuilniszak in een totaal lege kamer rustig te liggen.
Haar verhouding met mijn vriend Jan, die voor ons beide 12 jaar lang grillig verliep was fantastisch. Ze holde met hem in het Amsterdamse Bos en genoot daar volop van. Ook dat heeft aan haar fitheid en gezondheid bijgedragen.
Soms als het weer eens uitging tussen ons zag ik haar treurig kijken en in haar ogen las ik dan steevast een verwijt.

Een jaar geleden in april kreeg ze voor het eerst wat wij mensen een Tia noemen, ze verloor haar evenwicht en tolde rond, at en dronk niet meer en ik dacht dat het einde in zicht was.
Hoe bijzonder dat ze het daarna nog een jaar en drie maanden heeft volgehouden.
Weliswaar ook wisselend en op het laatst wat incontinent omdat ze in huis begon te poepen, maar haar goede humeur bleef en haar staart bleef omhoog gaan!
Gelukkig hebben Jan en ik haar samen naar haar einde kunnen begeleiden.
Twee dagen voordat we van haar afscheid namen was ze bij Jan in Monnickendam en kreeg weer een soort aanval van epilepsie. Kotsen, hijgen, omvallen, niet meer eten en drinken, Jan dacht dat ze doodging.
Gelukkig heeft hij haar zondagochtend om half 7 nog kunnen brengen naar mij op IJburg en heb ik de hele zondag nog in alle rust met haar doorgebracht.
Maar maandag moesten we toch met de dierenarts constateren dat gezien de staat van haar hart en algehele gezondheidstoestand het beter was als ze wat we dan noemen zou inslapen.
Mijn moeders woorden indachtig dat we humaner omgaan met honden dan met mensen waar het euthanasie betreft, heb ik, hoe moeilijk ook, de knoop doorgehakt.
Dushi is in mijn armen gestorven op maandagochtend 6 augustus.
Hoeveel heb ik en hoeveel hebben diegenen die haar kort of lang leerden kennen van haar genoten.
Een bijzonder en bijzonder lieve hond is heengegaan en laat letterlijk een lege plek achter.

Joodse staat

Afgelopen woensdagnacht, van 18 op 19 juli 2018 was een zwarte nacht voor al diegenen die Israël als democratie en relatieve* rechtsstaat in het Midden Oosten nog een hart toedragen. Ik zeg hier uitdrukkelijk niet warm hart want dat hoeft niet.
Er kan van een hart sprake zijn wanneer je zoals ik met mijn achtergrond begrijpt hoe het zo is gekomen dat: ten eerste Israël bestaat en ten tweede: dat joden hopen dat ze in een eigen land ten minste veilig zijn voor vervolging, genocide en vormen van vernedering en vernietsing.** Warm hoeft dat hart dus niet te zijn want daarvoor is steeds minder reden.
Israël toont zich steeds meer een natie-staat die, om met Stef Blok, onze minister van Buitenlandse Zaken te spreken, niet meer in multi-culturaliteit gelooft en niet meer gelooft dat  mensen van verschillende achtergronden en godsdiensten vreedzaam kunnen samenleven.
Ik ben opgegroeid met de idée-fixe dat Israël een land zonder volk is voor een volk zonder land. Dat dat een idée-fixe was is pas veel later tot mij doorgedrongen. Het was ook een wishfullthinking van mensen zoals mijn moeder die ternauwernood de kampen hadden overleefd. Ze wilden gewoon ergens in geloven. Al was het zoals we nu zouden zeggen “nepnieuws”.
Israël was niet een ‘eigen’ land en is het nog steeds niet, net zo min als Amerika een ‘eigen’ land was of Nieuw Zeeland. Nederland is alleen een ‘eigen’ land geworden omdat we hier land veroverden op het water, dus niet op mensen, die daarvoor verjaagd en/of vermoord moesten worden.
Kolonisten die zich nu op de bijbel beroepen om te legitimeren dat ze recht hebben op de Judea en Samaria, de grond van de Westelijke Jordaanoever, leven in een verleden van een paar duizend jaar terug van mensen met wie ze nauwelijks meer enige verwantschap hebben.
Nu met het aannemen van de wet waarbij Israël officieel een Joodse staat wordt genoemd, Arabisch niet langer een gelijkwaardige tweede taal is, en het uitbreiden van joodse nederzettingen op illegaal bezet Palestijns gebied een kwestie is van ‘nationaal’ belang, heeft Israël iedere illusie de grond in geboord.
Zie Basic Law art 7A: “The State views the development of Jewish settlement as a national value and will act to encourage and promote its establishment and consolidation”.
Kennelijk is er dus behoefte om dievenpraktijken met wetten te legitimeren en dan kom ik op het briljante boek van Avraham Burg: De Holocaust is voorbij, waarin hij een vergelijking maakt tussen het Israël van nu en de tijd dat Hitler in Duitsland aan de macht kwam.
Er zijn een aantal overeenkomsten. Zo voelden de Duitsers zich slachtoffer en vernederd na het Verdrag van Versailles en maakte zich een gevoel van hen meester dat de hele wereld tegen hen was. Maar Burg wijst ook op een ideologische overeenkomst.
Hij maakt wat betreft het jodendom in het boek een onderscheid tussen aanhangers van Korach in de Torah en Mozes en Aaron en hun aanhangers. Korach en zijn aanhangers hingen het zij-allen-zijn-heiligen-judaïsme aan, wat impliceert dat je geen eigen verantwoordelijkheid hebt als mens, maar automatisch heilig bent als je tot een bepaald volk of ras behoort. Burg zelf stelt dat hij evenals Mozes gelooft in een heiligheid die betekent dat je voortdurend kritisch op jezelf moet zijn en zelfbeheersing moet tonen, het zgn ‘tikkoen-geloof’, dat wil zeggen het geloof dat de wereld en jij als mens in die wereld beter gemaakt kan worden. Het gaat om een gelijke liefde voor God, je naaste en de bij jou wonende vreemdeling.
De Wehrmachtsoldaat droeg een riem met een gesp waarop stond: Gott mit uns. Duitse soldaten trokken ten strijde met God strak op hun buik, aldus Burg. Evenals Korach claimden de nazi’s automatische heiligheid. Beide waren van mening dat mensen zonder moreel onderscheidingsvermogen een uitverkoren volk kunnen zijn, geboren om het heersende ras te zijn (pag 226).***
‘Mijn judaïsme daarentegen is een voortdurende strijd tegen racisme, religieuze arrogantie en zelfbenoemde afgezanten van God die geloven dat God altijd aan hun en uitsluitend hun zijde staat,’ aldus Burg.

Eén ding is zeker: sinds de moord op Rabin, die verovering van grond nog zag als middel om via onderhandelingen tot vrede te komen, door een Korach-aanhanger, heeft het Korach-jodendom het gewonnen van het ‘tikkoen’-jodendom.
In dat licht moeten we de huidige wet zien. En als Netanyahu, zijn macht ontlenend aan deze rechtse orthodoxen, de ECHTE joodse staat uitroept, die nodig zou zijn omdat ‘iedereen tegen ons is’, dan sluit hij aan bij wat Burg opmerkt in zijn boek: ‘Een staat die leeft met het zwaard in de hand en zijn doden vereert zal in een voortdurende noodtoestand verkeren, omdat iedereen een nazi of een Arabier is, omdat iedereen ons haat, omdat de hele wereld tegen ons is’.
Netanyahu heeft zich publiekelijk tot het zwaard gekeerd en als hij de joodse staat uitroept bedoelt hij dat al diegenen die ‘tikkoen’-joden zijn daar niet meer in thuis horen.

Noten:
* Met relatieve bedoel ik hier dat er in Israël twee soorten recht bestaan nl het recht van Israëli’s en van mensen die in de bezette gebieden wonen
** Zie mijn artikel “Over de vernietsing” in Een Ander  Joods Geluid, Uitgeverij Contact 2003
*** Zie ook  pag 201 van Burg over de uitroeiing van de Herero aan de begin van de 20e eeuw tussen 1904 en 1908, de eerste genocide. ‘De uitroeiing van de Herero was één van de rode draden die door de parameters van het kolonialisme liep. Veel Europeanen en Noord-Amerikanen geloofden toen in het sociaal-darwinisme, volgens welke opvatting ‘minderwaardige rassen’ behoorden uit te sterven’.

 

Kan dat zomaar in dit land? work in progress

Een vraagje voor de lezer:

Kun je in dit land gewoon in de gaten gehouden worden door een grijze BMW met twee mannen erin, die de hele dag zonder enige verklaring voor je deur staan en je woning in kunnen kijken? Een buurvrouw vertelt dat ze van de politie zijn.

Je klopt op het portier van de BMW met het nummerbord: 5-TPK-37 en je vraagt wat ze daar doen en je hoort van hen dat ze niks mogen zeggen. Je belt de politie en vraagt of het kan dat je huis en het gebouw waar je in woont in de gaten wordt gehouden. Ze gaan het na en zeggen dat het klopt en dat dit nummerbord dat je opgeeft inderdaad van de politie is en dat ze verder niks mogen zeggen.
Je belt de gemeentelijke ombudsman die je verwijst naar de nationale ombudsman en de laatste zegt dat je een klacht kunt indienen bij de politie Amsterdam die waarschijnlijk binnen 10 weken wordt behandeld.
Wat te doen?
De buurvrouw had me in vertrouwen verteld dat ze daar al tijden stonden. Ik, echte Hollandse sukkel, niet gewend aan praktijken die ik bestaanbaar acht in allerlei landen maar niet in Nederland, sta even met de mond vol tanden en begin dan maar uit frustratie aan deze blog.
Net als ik een nieuwe ingeving krijg om een mij bekende advocaat te bellen over deze vergaande inbreuk op mijn privacy, die misschien al wel een week of langer duurt zonder dat ik er erg in heb en ik even een kopje thee wil zetten, zie ik dat ze vertrokken zijn.
Toch gealarmeerd nadat ik contact had gezocht met hun werkgever?
Of is hier nog wat anders aan de hand?
Komen ze terug?
Wanneer?
Ik besef dat mijn naïveteit ten aanzien van de zekerheid hier op deze plek op IJburg ongestoord en ongezien te leven en te genieten van mijn oude dag, een flinke knauw heeft gekregen.
Niet de maffia bedreigt me nu maar onze eigen Amsterdamse “jongens” van de politie, die me wellicht dag en nacht waarnemen en geen enkele uitleg verschuldigd zijn.
“Voor mijn eigen bestwil” natuurlijk.
Voor de zekerheid dien ik dan toch maar een klacht in digitaal. Baat het niet dan schaadt het ook niet. Wellicht krijg ik over 10 weken bericht.
De lieve stad van wijlen Eberhard van der Laan blijkt een voor mij beangstigend heimelijk gezicht te hebben.

Inmiddels het is nu vrijdag 20 juli ben ik wat wijzer geworden. Mijn klacht naar de politie is digitaal verstuurd en ik kreeg bericht van een bijzonder aardige politievrouw met de naam Cindy die graag nog even telefonisch contact met me wou.
Dat is gebeurd. We hebben elkaar zeker een half uur gesproken waarin ik de reden van mijn klacht heb uitgelegd. Oa dat ik me ernstig in mijn privacy geschaad voelde, dat ik het niet erg “modern”vond dat de politiemannen geen enkele belangstelling voor mij als burger en evt informant hadden en kennelijk niet geïnteresseerd waren in nader contact met de buurt, dat ik toen ik ze echt nodig had voor een bovenbuurvrouw die werd opgelicht zij ver te zoeken waren en tenslotte dat ik meende dat ze weinig efficiënt bezig waren nu de hele buurt inmiddels van ze af wist behalve ik dan.
Het mocht niet baten. Terwijl Cindy eigenlijk niet zeker wist of het wel politiemensen waren met wie ik te maken had gehad en zij dat kennelijk niet geverifieerd had, kreeg ik even later al een bericht dat mijn klacht niet werd gehonoreerd.
Ik moest de klacht richten op persoonlijke misdragingen van de betreffende politiemensen, maar aangezien ze zich nauwelijks lieten zien laat staan contact maakten was hier geen sprake van.

Ik trok mijn conclusies: In het Amsterdam van 2018 is het kennelijk geoorloofd voor politiemensen om een zeker een maand lang zo niet langer als ze dat nodig oordelen voor iemands huis te gaan staan en die persoon’s handel en wandel te volgen zonder enige verantwoording althans zichtbaar voor die persoon. Die persoon hoeft dus niet eens “verdacht”te zijn.
Dat ze daarbij een onveiligheidsgevoel opwekken bij de geschaduwde persoon of personen of zelfs een hele wijk schijnt dus niet van belang te zijn?

Beste lezer,

De titel: Kan dat zomaar in dit land, moet inmiddels slaan op de door mij nu veronderstelde reden waarom de politie daar 3 a 4 weken stonden nl: een (verijdelde) aanslag op een dominee!!
Mij werd zoals u hierboven ziet niets gezegd met al mijn frustratie en machteloosheid van dien, maar in het Parool van vandaag, zaterdag, 21 juli moet ik lezen dat de dominee van Ijburg, die zich sterk maakt voor de lhbt gemeenschap een vuurwerkbom aan zijn raam heeft gekregen, die dankzij actie van zijn man net niet is afgegaan!
En dat allemaal bij mij om de hoek. Althans dat neem ik nu dus even aan.
Hij is zelf als ik het goed begrijp met zijn verhaal naar buiten gekomen met een grote foto van hem in de krant. Van dezelfde buurvrouw die mij had gewezen op de BMW die voor mijn deur stond al enige tijd, hoorde ik dat de dominee heel geliefd was en een heel aardige man.
Zijn de aanslagplegers rechtse protestants christelijke gelovigen die het niet kunnen uitstaan dat er homosexuele dominees zijn die ook nog voor hun geaardheid uitkomen?
Het zou wellicht een interessante aanslag, om dat woord maar eens te gebruiken, op ons vooroordeel zijn dat alleen moslims tot zoiets in staat zijn.

 

 

Zo gek is het geworden

Onder die titel is een een boek uitgekomen van Arthur Blok over Geert Wilders, Van eenmansfractie tot brede volksbeweging luidt de subtitel.
Parafraserend gebruik ik deze titel om mijn commentaar op Wilders en zijn partij zoals in het boek behandeld, te geven in het navolgende deel:

Zo gek is het geworden dat in een land als Nederland dat zichzelf beschouwt als democratische rechtsstaat een volstrekt ondemocratische partij met slechts één man als allesbepalend leider de tweede partij van het land is geworden.
Zo gek is het geworden dat deze allesbepalende leider vrijheid van meningsuiting het grootste goed vindt en daar steeds op hamert, hij vindt dat hij zelf alles moet kunnen zeggen ook al is dat kwetsend of beledigend naar bepaalde bevolkingsgroepen of personen, maar in zijn eigen partij geen vrijheid van meningsuiting duldt, geen contact met de pers buiten hem om, geen open confrontaties of verschillen van mening, geen afwijkingen van de partijlijn.
Zo gek is het geworden dat de man, allesbepalend leider van zijn partij, die de vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel heeft een enorme bewondering heeft voor leiders als Poetin en Trump. De eerste die wettelijke maatregelen neemt om de persvrijheid aan banden te leggen; als je het durft kritiek te uiten op zijn leiderschap en politiek maak je je al snel schuldig aan smaad en laster; de tweede die de media in zijn land de mond snoert door alles wat niet in zijn kraam te pas komt uit te maken voor fake news en/of elitair.
Zo gek is het geworden  dat in een land als Nederland de partijleider van de op één na grootste partij zijn financiële middelen uit het buitenland haalt en met name van de zeer rechtse Horovitch die banden heeft met de Tea Party, Breitbart en anderen ter uiterst rechter zijde van het politieke spectrum in Amerika. Poetin zou zo iemand in het Rusland onder zijn regie bestempelen als een “buitenlandse agent”. Zie overigens ook de grote vriend van Wilders Victor Orban van Hongarije over Soros en de door hem gefinancierde universiteit.
Zo gek is het geworden dat deze partijleider niets anders doet dan schelden op de Nederlandse instituties, zoals rechterlijke macht, het zgn “nep”parlement maar ook de premier, de leider van D66 etc, maar ondertussen de islam als grootste vijandelijke ideologie typeert omdat deze onze normen en waarden en rechtsorde niet respecteert.
Zo gek is het geworden dat een Nederlandse politicus ter rechterzijde af wil van Europa en de grenzen dicht wil gooien, terwijl hij tegelijkertijd betoogt dat hij zo’n voorstander is van gelijke rechten van mannen en vrouwen. Kennelijk is hij niet op de hoogte van het feit dat gelijkberechtiging in dit land zeker sociaal-economisch via de band van de Europese gemeenschap moest komen (zie bijv pensioenrechten ed, art 119 EEG-Verdrag).
Zo gek is het geworden  dat een partijleider van de tweede partij van dit land zich bedient van taalgebruik dat we kennen uit de tijden van het Derde Rijk. Zoals hij spreekt over “vervuiling” van de publieke ruimte door de islam en dan bedoelt hij mensen die uiterlijk de kenmerken dragen van het aanhangen van deze religie.
“Laten we onze straten terug veroveren, en zorgen dat Nederland er weer uit gaat zien als Nederland”, aldus Wilders, zie ook pag 239 van Blok.
Ik heb het citaat niet bij de hand maar ongetwijfeld komen dergelijke teksten ook bij de bekende Nazi’s en antisemieten uit de Derde Rijk-periode voor. Overigens wordt het in Mein Kampf  als strategie aangeprezen om een vijand te kiezen en zich daar systematisch en radicaal tegen af te zetten. Zo komt men aan macht, aldus de schrijver. Maar als we Kurz uit Oostenrijk beluisteren over het migranten-vraagstuk en de Oostenrijkers, komen we helaas weer dichter bij een dergelijke benadering in de buurt.
Zo gek is het geworden  dat deze partijleider zich profileert als pro-Israël en pro-joods en ondertussen in zee gaat, zelfs één fractie vormt in het Europees Parlement met qua antisemitisme zeer verdachte partijen als de FPÖ van Oostenrijk. Bovendien is hij een aanhanger gebleken van de zgn Groot-Hongarije gedachte en een vriend van Orban, die een antisemitische heksenjacht op Soros heeft geopend en een duidelijk voorstander van een verbod op rituele slacht, een kwetsbaar onderwerp zoals blijkt uit de joodse geschiedenis.
Wat betreft de pro-Israël houding heeft hij bewondering voor de administratieve detentie, die ze daar onder het uiterst rechtse kabinet van Netanyahu hebben geïntroduceerd, wat betekent dat ze mensen “die voor problemen gaan zorgen” van de straat halen. Zes maanden van de straat halen zonder proces, lijkt Wilders wel wat.
Als we dat op Wilders zelf toepassen met zijn plannen om een Mohammed-cartoon-wedstrijd te organiseren, waarmee hij de veiligheid in dit land ernstig in gevaar zou kunnen brengen zou “van de straat halen” van hem dus zo gek nog niet zijn.
Overigens is het “behoorlijk gek” dat hij wel voor dit soort buitenrechtelijke maatregelen is maar ondertussen zelf, als hij in een rechterlijke procedure terecht komt, eist dat hij een eerlijk proces krijgt en uiterst secuur is op iedere rechter die wellicht bevooroordeeld zou kunnen zijn.
Zo gek is het geworden tenslotte, dat een partijleider als Wilders in een land als Nederland alle kansen krijgt om een hele bevolkingsgroep letterlijk zwart te maken, en om zeer vergaande voorstellen te doen ze buiten de grondwettelijke bescherming te plaatsen (pag 213) en als het even kan te “verwijderen” uit Nederland. Zijn uitspraak over minder Marokkanen was wat mij betreft vooral schokkend vanwege de toevoeging: dat gaan we regelen!
Op pag 222 van het boek van Blok komen we een hartenkreet van Wilders tegen. Hij wijst op Hugo de Groot die ontsnapte in een boekenkist toen hij tot levenslang werd veroordeeld “omdat hij aan de kant van Van Oldenbarnevelt streed voor onze Nederlandse vrijheden.” … “Soms wens ik wel eens dat ik zelf zou kunnen ontsnappen. Maar ik weet dat ik dat niet kan,” zegt hij.
“Ik zou moeten zwijgen. En dat kan ik niet. Dat wil ik niet. De vrijheid van meningsuiting is de enige vrijheid die ik nog heb”.
Dat klinkt moedig, heel moedig.
Maar ik zou tegen hem willen zeggen: Meneer Wilders, als u zo’n moeite hebt met de rechtsorde en de instituties en hoe ze functioneren in dit land en met het feit dat we hier ons wat aantrekken van Verdragen en mensenrechten en onze Grondwet die nu eenmaal ook een vrijheid van godsdienst, van Vereniging en vergadering kent waarom, in botte tekst, “rot” of “pleurt” u dan niet gewoon op?
Landen als Amerika met zijn Trump, Hongarije met zijn Orban, Oostenrijk met zijn Kurz, en wellicht Israël anno nu met zijn Netanyahu staan klaar om u met open armen te ontvangen samen met uw Hongaarse echtgenote!

Het nieuwe realisme

Wat me opvalt  bij nogal wat redeneringen die je hoort van publieke figuren is dat er als tegenargument tegen een bepaalde maatregel vaak een beroep wordt gedaan op nut en  realisme.
Een voorbeeld: het heeft geen zin om migranten in de regio op te vangen en in eerste instantie daar een schifting te maken tussen mensen die wellicht een kans maken Europa nog binnen te komen (als vluchteling) en anderen. Ze laten zich nl toch niet afschrikken en stappen toch wel in die gammele bootjes.
Wat zo iemand eigenlijk wil zeggen is: ik ben niet voor die maatregel, ik vind hem eigenlijk inhumaan en tegen ons internationale recht zoals vastgelegd in oa het Vluchtelingenverdrag ingaan. Maar hij of zij weet dat een dergelijk argument niet echt goed aankomt bij een groter publiek dus wordt een beroep gedaan op de functionaliteit.
Het heeft geen nut want “ze komen toch wel”.
Onderliggend is de implicatie: een dergelijke vergaande maatregel is niet realistisch.
Realisme is hèt argument van deze tijd.
In de Volkskrant van vandaag, 28 juni, stond een stuk waarin onderzoeker en rechtssocioloog  Marc Hertogh en zijn onderzoeksgroep van de universiteit Groningen aangeven dat de harde aanpak van uitkeringsfraude juist de fraude voedt en niet vermindert.
Hij heeft daar jarenlang onderzoek naar gedaan en concludeert dat in de eerste plaats de grootste groep niet fraudeert en ten tweede dat het benaderen van mensen als potentiële fraudeurs alleen maar achterdocht opwekt. Domme handhaving is alleen maar naar regels kijken en niet naar de persoon.
Dat laatste is uit mijn hart gegrepen. Ik heb er zelfs een deel van mijn proefschrift aan gewijd in 1981. Ik constateerde na een paar maanden participerende observatie bij een Sociale Dienst dat dat laatste nu net zo belangrijk was en een integrale benadering met zich mee bracht, maar stuitte op verzet bij de juridische afdeling die verder weg stond van de cliënten.
De vraag die de onderzoeksgroep zich kennelijk heeft gesteld is: wat werkt?
En het antwoord: de harde dwz repressieve en achterdochtige aanpak werkt niet, werkt nl fraude in de hand. En dat is een argument wat telt dezer dagen: deze aanpak is niet functioneel en dus niet realistisch, want werkt fraude in de hand.
Maar wat is hier: “werken”?
Ik zou zeggen: een aanpak werkt als degenen die een uitkering behoeven op goede dus legale gronden, deze ook kunnen krijgen en als degenen die een uitkering hebben deze ook terecht dus op legale gronden hebben.
In mijn tijd, dwz enige decennia geleden, werd het zogenaamde “niet-gebruik” van recht nog als een probleem gezien.
Veel potentiële uitkeringsgerechtigden vroegen geen uitkering of bijstand of bijzondere bijstand aan omdat ze niet op de hoogte waren van waar ze recht op hadden.
Het zou me niet verbazen als dat anno 2018 nog steeds het geval is.
Onderliggend wordt hierbij het probleem van recht en rechtvaardigheid gesteld. Als je ergens recht op hebt moet je het ook kunnen krijgen.
Sindsdien kwam een periode het begrip “plicht” in zwang en nu dus nut en realisme.
In mijn boek: Voetangels voor kopstukken uit 1999 heb ik beschreven hoe op het ministerie van Justitie het denken in recht plaatsmaakte voor het denken in “social engeneering” oftewel instrumentaliteit.
Recht en ethiek zijn zelfstandige waarden en zouden ook als zelfstandige waarden kracht moeten bezitten.
Ik ben bang dat we die tijd hebben gehad.

Toekomstperspectief

Dit jaar 2018 is het 70 jaar geleden dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens het levenslicht mocht zien.
2018 is ook het jaar van het Europees Cultureel Erfgoed. De EU heeft gekozen voor het toekennen van een Europees erfgoed-label aan de belangrijkste elementen van het Europees erfgoed. Hiervoor komt in aanmerking het cultureel erfgoed dat een sterke symbolische Europese waarde heeft en de gemeenschappelijke geschiedenis van Europa en de opbouw van de Europese Unie benadrukt.
Bij de criteria die een rol spelen  om een aanmelding te honoreren wordt genoemd: dat de betreffende aanmelding een belangrijke rol kan spelen om Europese burgers met name jongeren meer inzicht te geven in het gemeenschappelijk Europese cultureel erfgoed, inclusief de democratische waarden en mensenrechten. Vooral jongeren moet geleerd worden wat de gemeenschappelijke waarden en belangrijkste elementen uit de Europese geschiedenis zijn en hoe deze zijn verankerd in het Europees cultureel erfgoed.
Interessant is dat in Nederland zowel het Vredespaleis als Westerbork de titel van Europees cultureel erfgoed hebben gekregen.
Met dank zou ik zeggen aan oa mijn voorgeslacht, mijn moeder en zussen en andere verwanten die in Westerbork hebben gezeten als doorgangskamp. Maar ook natuurlijk de Duits-joodse vluchtelingen die Wilhelmina niet in haar achtertuin wou hebben en de Molukkers die vanaf 22 maart 1951  in woonoord  Schattenberg zoals Westerbork toen werd genoemd hun intrek hebben genomen.
Wat betekent dit? Dat we er via Westerbork aan worden herinnerd hoe belangrijk mensenrechten, zoals in de Universele Verklaring verwoord, zijn omdat zonder die mensenrechten een mens, ieder mens, jood of Molukker of misschien nu: vluchteling uiteindelijk vogelvrij is, een ding, object, nummer?
Of misschien ook dat dit Europa wat zich zo voorstaat op zijn middels verdragen en rechtspraak bereikte beschaving  een geschiedenis kent van uitzonderlijke industriële vernietiging van een deel van de menselijke soort.
Een geschiedenis ook van enthousiasme voor der Wille zur Macht en voor oorlog als middel om de “sterken” boven te laten drijven (met dank aan Hitler en Friedrich Nietzsche).
Norbert Elias maakte ons als socioloog al duidelijk dat beschaving flinterdun kan zijn en dat wat zich daaronder toont buitengewoon gewelddadige vormen aan kan nemen.
Nu de Tweede Wereldoorlog – laat staan de Eerste met al zijn verschrikkingen – al meer dan 70 jaar achter ons ligt  en nieuwe generaties zijn aangetreden, lijkt het er steeds meer op dat mensenrechten een “links” thema wordt gevonden.
Verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag interesseren alleen juristen (een raar slag mensen) en een “bovenlaag”. Men noemt deze “politiek correct” maar dat is inmiddels dus een scheldwoord geworden.
Hoogstwaarschijnlijk hebben we over veertig jaar historici, als die dan nog bestaan, die terugkijken en constateren dat 2018 het jaar was waarin Europa overstapte op een officiële erkenning van zijn status als vesting.
Een vesting waarin kennismigranten meer dan welkom zijn, mensen met geld, netwerken en opleiding  ook evt uit derde wereldlanden maar waar mensen die daarvan verstoken zijn worden beschouwd als “overig” en er dus niet meer in komen.
Het begrip vluchteling is dan allang afgeschaft.
Menswaardig, dwz een bestaan waardig, zijn dan in Europa alleen nog diegenen van de eerste categorie en degenen die zeggen dat ze de klompendans nog kunnen uitvoeren.

Proof of the pudding

The proof of the pudding is in the eating, is een bekend gezegde.
Dat gaat nu ook voor Europa op. Je kunt als Europa nog zulke mooie waarden proclameren na twee wereldoorlogen die waanzinnig veel mensenlevens hebben gekost, maar wat nu als dat Europa wordt “overspoeld” met vluchtelingen, die oorlog, conflicten, geweld ontvluchten, en steeds vaker klimaatrampen.
Vanavond is de nacht van en voor vluchtelingen, georganiseerd door Stichting Vluchtelingenwerk.
Even wat feiten op een rij:
In 2016 waren 65,6 miljoen mensen op de vlucht, 17,2 miljoen waren officiële vluchtelingen dwz stonden onder UNHCR-mandaat.
Van dat aantal wordt 84 procent opgevangen in een ontwikkelingsland. Libanon ving 1 miljoen Syrische vluchtelingen op dwz 1 op de 4 inwoners van dat land is vluchteling.
15 miljoen vluchtelingen in Afrika vinden een plek elders in Afrika.
In Libië is de chaos compleet. Vluchtelingenkampen zitten overvol.
Duidelijke cijfers zijn er niet, althans ik kon ze niet vinden.
Turkije, geen echt ontwikkelingsland maar ving toch 3,1 miljoen Syrische vluchtelingen op (de stand in maart 2017).
U verwacht natuurlijk dat de 28 Europese landen, met in totaal 517,408 miljoen inwoners toch wel zo’n 2 à 3 miljoen zouden kunnen herbergen zonder enige politieke discussie, gewoon voortvloeiend uit die mooie Europese waarden, vastgelegd in oa het Vluchtelingenverdrag waar alle Europese landen aan gecommitteerd zijn.
Nee dus. Van de 651.250 asielzoekers in 2017 en de 1,2 miljoen in 2016 vraagt een derde asiel in Duitsland. Van het totale aantal wordt 45,5 procent toegewezen en 54,5 procent afgewezen.
Angela Merkel, de voornaam zegt het al, stond zo’n ruimhartig beleid voor: Wir schaffen es, zei ze nog vol overtuiging.
Maar we blijken het niet meer te schaffen, of misschien is het wel snappen, in Europa.
Allerlei landen krijgen andere regeringen die de vluchtelingenstroom “zat zijn”. De vluchtelingencrisis is één van de belangrijkste politieke onderwerpen geworden.
Italië, Hongarije, Oostenrijk en meer Oost-Europese landen die niet begrijpen dat als je flink uit de Europese subsidieruif mee eet dat daar dan wat tegenover moet staan nl ruimhartigheid, en medemenselijkheid als hooggeachte Europese waarden.
En nu dan Duitsland, waar aangevuurd door Beieren (had altijd al een behoorlijk rechts image) de CSU met het idee komt de grenzen dicht te gooien voor asielzoekers die elders in Europa geregistreerd staan.
Hoe wil Duitsland dat overigens doen?
Een muur bouwen om dat land? Weer ouderwetse grensposten instellen met rijen vrachtwagens die er dus niet door kunnen?
Terecht zegt Merkel dat dat het einde zal zijn van het Europa van de open grenzen.
Ach ja dat kan er ook nog wel bij: het eigen land eerst van Trump en zijn begonnen handelsoorlog met Europa blijkt een populair recept te worden.
We vechten terug en zetten muren om ons land.
Eigen volk eerst, waar had ik dat toch eerder gehoord?