Fair play

Artikel 2.4 Algemene Wet Bestuursrecht, dat over het fair play-beginsel gaat, houdt in dat het bevoegd gezag elke schijn van partijdigheid moet vermijden bij genomen besluiten en het mag de burger geen mogelijkheden ontnemen om voor zijn belang op te komen.
Met name dat laatste lijkt me overduidelijk het geval bij de kwestie van de voorzorgsmaatregelen in verpleeghuizen die werden afgeraden door Hugo de Jonge en zijn ministerie in maart/april 2020.
Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over het begin van de pandemie geeft aan dat er zich in de verpleeghuizen een stille ramp heeft voltrokken.
Er waren onvoldoende beschermende middelen met desastreuze gevolgen.

Inmiddels weten we meer over hoe dat zo is gekomen en hoe dat is gegaan.
Dankzij onderzoek van Milena Holdert van Nieuwsuur weten we nu dat de zin: “Het uit voorzorg gebruikmaken van persoonlijke beschermingsmiddelen bij patiënten die geen Corona hebben is niet nodig en uit het oogpunt van schaarste ongewenst” door (een ambtenaar van) het ministerie van VWS en via de toestemming van het RIVM is ingeschreven in een conceptadvies van het OMT.
Vervolgens is deze zin zelfs met terugwerkende kracht in de notulen van het OMT terecht gekomen.

Wat was hier eigenlijk aan de hand? In een interview met Jos de Blok van 24 april 2020 in de Volkskrant vertelt hij dat de manier waarop de overheid zich is gaan gedragen in de kwestie van de mondkapjes, perfect illustreert dat managers niet te veel te vertellen moeten hebben omdat ze de kracht weghalen bij mensen die het echte werk doen.
De overheid is zich volgens De Blok als Chef Beschermend Materiaal gaan gedragen, waardoor iedereen die bij zorginstellingen en verzekeraars normaal gesproken de inkoop en distributie doet, buitenspel is gezet.
Half maart stampte het ministerie het Landelijk Consortium Hulpmiddelen uit de grond om mondkapjes, handschoenen, handgel, schorten, brillen en testmateriaal voor àlle Nederlandse zorginstellingen te regelen. Er gingen 60 à 70 mensen aan de slag die niet per se de weg kenden in de wereld van de zorg-hulpmiddelen, aldus De Blok.

Waar dat toe leidde werd helder en shockerend verteld door Angelique Lamme, directeur van een verpleeghuis, bij Tijd voor Max. Ze gaf aan dat het alleringewikkeldst wat ze meemaakte in die eerste periode was, dat ze geen hulpmiddelen meer kregen. Zelfs geen desinfectant meer, dat ze moest gaan halen over de grens in Duitsland.
In het verpleeghuis waren ze sinds de oprichting van dat Consortium en de landelijke aansturing slechter af dan vóór Corona.

Haar redder was dezelfde Jos de Blok. Via hem kon ze tot slot toch nog aan mondkapjes komen.
Overigens werd hem dat niet in dank afgenomen. Zijn inzet om voor zijn organisatie Buurtzorg wel aan beschermende middelen te komen kwam hem op een vermanend gesprek met Hugo de Jonge te staan.
De Jonge had hem aangesproken op het bevorderen van preventief gebruik van mondkapjes en gezegd dat hij dat moest afraden op advies van deskundigen.
Achteraf was dat het advies van een ambtenaar en niet van een deskundige, aldus De Blok.
Het was niet het enige gejokkebrok van De Jonge want toen de Kamer vroeg om het advies van hoogleraar Buurman die als adviseur aan het OMT was toegevoegd en wel voor preventief gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen was geweest, had hij geantwoord dat de opsteller (Buurman dus) bezwaar had dat dat advies werd vrijgegeven, wat dus niet bleek te kloppen.

Samengevat: Er was De Jonge alles aan gelegen om te zorgen dat het preventief gebruik van beschermende middelen en zeker ook mondkapjes in verpleeghuizen werd geblokkeerd. Wellicht uit angst voor precedentwerking…?
Daarbij zijn methodes gebruikt die aldus hoogleraar gezondheidsrecht Jaap Sijmons tegen de wet zijn en de onafhankelijkheid van de adviezen aantasten.

Mijn conclusie kan geen andere zijn dan dat de overheid in dit geval burgers en professionals de mogelijkheid heeft ontnomen voor hun eigen belang op te komen met overduidelijke oversterfte in de verpleeghuizen als gevolg. De relatie tussen een gebrek aan beschermende middelen en oversterfte en ook ziekte van personeel lijkt me makkelijk aan te tonen.
Als dat zo is lijkt me een juridische procedure tegen de staat en de (ex-)minister op basis van onbehoorlijk bestuur voor de hand te liggen met aardig wat claims van nabestaanden en long covid-patiënten in het verschiet!

De wanhopige behoefte te generaliseren

Wat is toch die wanhopige behoefte te generaliseren? De mens, mensen, in te delen in wit, zwart, man, vrouw, elite of het ‘gewone’ volk, autochtoon of allochtoon, zeven vinkjes uit te delen, dader of slachtoffer etc.
Het gaat er daarbij vooral om de ander ‘thuis te brengen’.
Als je een etiket kan zetten op die ander weet je waar die persoon hoort.
Hoort hij of zij bij mij of niet?
Kan ik hem of haar vertrouwen of moet ik hem of haar wantrouwen?
Is dat misschien het dierlijke in onze soort?

Als ik naar mezelf kijk en mijn leven tot nog toe, kenmerkten twee eigenschappen mij, namelijk mijn grote behoefte aan vrijheid en mijn behoefte ergens bij te horen.
Dat maakte het dus ook meteen ingewikkeld.
Afkomstig uit een liberaal milieu wilde ik niets liever dan socialistisch zijn bijvoorbeeld.
Ik zong op 1 mei de internationale uit volle borst samen met mijn medeleden van de PvdA afdeling Leiden.
Met een problematische joodse achtergrond deed ik een groot deel van mijn leven of ik daar niets mee te maken had. Integreren was mijn levensmotto, erbij horen, zo ‘normaal’ mogelijk doen, aardig gevonden worden , geaccepteerd en gerespecteerd en eigenlijk vooral erkend als mens.

Terwijl ik me inzette voor de vrouwenbeweging, als lid van de Rooie vrouwen, als lid van de Emancipatieraad en als universitair hoofddocent vrouw en recht, en hoopte heel erg op solidariteit van wat het zwakke geslacht heet, heb ik helaas ervaren dat vrouwen tijdens mijn carrière het wespennest vertegenwoordigden waarin ik steek op steek opliep. Ik vroeg me af wat erger was, de apenrots die de mannen vertegenwoordigden of het wespennest waarin ik me herhaaldelijk bevond.
Terwijl ik tijdens mijn moederschap naar vrijheid snakte en regelmatig mij afzonderde op Schiermonnikoog om daar aan mijn onderzoeken te werken, merkte ik dat toen ik die vrijheid kreeg en verlost van kinderen als alleenstaande in de hoofdstad kon gaan en staan waar ik wilde, ik ze miste en vooral de zorg voor de ander, dezelfde zorg die me zo opgebroken was.
Kortom gecompliceerd. Niemand zei me meer hoe te leven. Ik moest het zelf uitvinden en raakte regelmatig de weg kwijt.

In het prachtige kinderboekje van David Grossman De omhelzing,  vertelt de moeder aan het kind dat hij uniek is. Het kind wil dat niet accepteren en roept: Ik wil dat er nog iemand is zoals ik!
Ik probeerde het voor te lezen aan mijn vierjarige kleinzoon maar hij zei dat hij het spannend vond en keerde zich ervan af. Ik las niet verder en begreep hem.
Het besef dat er geen ander is dan jij en ik voeg erbij dat je alleen geboren wordt en alleen doodgaat, is beangstigend, zelfs gekmakend.
Omhelzing is dan het enige wat nog helpt, heel dicht bij de ander komen en het gevoel hebben dat hij of zij een lotgenoot is en/of van je houdt.
Dat is de troost, dat is ons overlevingsmechanisme.
Maar ook de schijnveiligheid van de generalisatie, van het slachtoffer/dader denken, het denken in wij en zij, het denken in complottheorieën.
Het houvast zoeken in zwart-witbeelden, in zeven vinkjes of andere indelingen, alles om maar een ‘thuisgevoel’ te krijgen.
Lieve mensen, dat houvast is er niet, vergeet het.
Probeer eens één uur de ander als uniek te zien en kijk dan wat er gebeurt.

Abortus nog steeds strafbaar… tenzij

Bij alle vreugde in progressieve kringen over de afschaffing van de 5 dagen bedenktijd door een meerderheid van de Tweede Kamer zou je bijna vergeten dat in dit land abortus nog steeds strafbaar is gesteld in ons Wetboek van Strafrecht.
Artikel 296 luidt: Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor de zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
In het vijfde lid staat een bijzondere strafuitsluitingsgrond voor de arts indien de abortus begaan is in het kader van de Wet afbreking zwangerschap, een wet die op 1 november 1984 in werking is getreden. Aan deze wet liggen volgens de considerans twee waarden ten grondslag namelijk de rechtsbescherming van ongeboren menselijk leven en anderzijds hulp aan de vrouw bij ongewenste zwangerschap.
Abortus mag volgens die wet tot de vrucht buiten het lichaam van de moeder zou kunnen overleven. Dat is nu 24 weken, maar artsen houden een grens van 22 weken aan.
De bedenktijd van 5 dagen die er ook in stond wordt nu dus afgeschaft als ook de Eerste Kamer akkoord gaat.

Samengevat: In dit land kiezen we ervoor om abortus nog steeds in principe strafbaar te stellen en zijn we eveneens in principe op gelijke wijze bezig met bescherming van ongeboren menselijk leven als met de hulp aan de aanstaande moeder.

Zo progressief is dat alles niet, zou ik zo zeggen anno 2022, de tijd van de Me too-beweging, de tijd ook dat er weer steeds vaker aandacht wordt gevraagd voor seksueel geweld en intimidatie tegen vrouwen en ongelijke beloning.

Maar goed, een verbetering is het wel als we even 50 jaar teruggaan in de tijd.
Het was 1969 en ik was ongewild zwanger geraakt (zo heette dat toen) en kon pas een abortus krijgen nadat ik een heel buisje slaappillen achterover had geslagen en vervolgens bij een psychiater terecht was gekomen. Maar ook een zogenaamde Rorschachtest was verplicht. Ik zie de vlekken nog voor me waaruit ik vlinders dan wel vleermuizen  destilleerde. De uitslag kreeg ik niet te zien.
Vervolgens werd in het ziekenhuis onder narcose een operatie verricht, die voor zover ik me herinnerde rond de driehonderd gulden kostte, een heel bedrag indertijd voor een arme student. Ondertussen speelde er een stuk van mij, Avondmaal getiteld, in de bovenzaal van Sociëteit Minerva en vond er in Amsterdam een Maagdenhuisbezetting plaats. Kortom: roerige tijden!!!

Indertijd was voor mij die abortus een absolute must. Ik had nooit geweten hoe ik mijn leven anders  verder had moeten leven. En ik begrijp nog steeds niet hoe het kan dat er een kerk is waarin mannen die celibatair zijn en voor wie seks uit den boze is, bepalen dat abortus moord is.
En dan wordt zoiets ook nog ‘pro life’ genoemd.

27 januari 2022

Vandaag 77 jaar geleden
werd Auschwitz bevrijd
door de Russen wel te verstaan
die nu met hun legers
aan de grens van Oekraïne staan

Op de rand van een oorlog
die zo dadelijk
het hart van Europa treft
en onder de indruk
van de Omikronvariant
die een ongekend aantal mensen besmet

Maakt de poëzieweek zijn entrée
neemt al onze twijfels
zorgen en grieven
mee

Want ook daar waar een mens
tot nummer was gereduceerd
of waar de angst voor het virus
een immense afstand
tot de ander had gecreëerd

Bleef de klank van het dichterlijk woord
als een lichtstraat de duisternis
rondom ons doorklieven

Deed ons opkijken
van ons leed
naar de sterren
beseften we het wonder van deze kleine
heldhaftige planeet.

Stoere taal

Het was de week van de stoere taal.
In het filmpje van Tim Hofman over seksueel wangedrag bij The Voice of Holland kwam John de Mol aan het woord, die vertelde dat hij Jeroen Rietbergen, toen hij kennis had genomen van diens overschrijding van grenzen van kandidaten, alle hoeken van de kamer had laten zien.
Dat had dezelfde Jeroen overigens niet verhinderd om met zijn wangedrag door te gaan.
Ook niet zo verwonderlijk als je ziet dat er dan wel verschillende handboeken bestonden over hoe coaches ondersteunend moesten zijn ten aanzien van de ontwikkeling van het talent van hun pupillen, maar een protocol betreffende seksuele intimidatie ontbrak.

Het is misschien een wat grote sprong naar het stoere gedrag van onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Wopke Hoekstra, die nu recentelijk wèl voor wapenleveranties aan Oekraïne is. Een houding van gematigdheid en geloof in onderhandeling en diplomatie lijkt hier plaats te maken voor geloof in dreiging en afschrikking.
Volgens SP-kamerlid Jasper van Dijk zijn wapenleveranties in strijd met Europese regelgeving rond wapenexport, omdat je geen wapens mag leveren aan landen waar spanningen plaatsvinden en de regio instabiel is. Je krijgt een wapenwedloop, Koude Oorlog 2.0, aldus het kamerlid. De voorganger van Hoekstra, Ben Knapen, had nog geen vier weken geleden in de Tweede Kamer gezegd dat Nederland geen wapens aan Oekraïne levert, want dat draagt niet bij aan een politieke oplossing.
Terwijl het kabinet vindt dat een Russische inval – hoe beperkt ook – zal leiden tot een forse tegenreactie, wilde Hoekstra niet ingaan op hoe een eventueel sanctiepakket er uit zou moeten zien in het geval van een inval. Dat komt de ‘cohesie’ in de EU niet ten goede in het overleg over de repercussies, aldus de minister.

Ik heb nog wel een tip voor Hoekstra.
In de buitengewoon interessante serie De waarde van de aarde uit april 2021 liet Twan Huys zien dat het Russische Gazprom door de Nederlandse fiscale regels heel makkelijk belasting kan ontduiken.
Huys voegt daaraan toe dat zeker gezien de kwalijke rol van Rusland bij het neerhalen van de MH17 Nederland geen rode loper zou moeten uitrollen voor Poetin op de Zuidas.
Misschien is het een idee om daar nu in elk geval werk van te gaan maken en de voortvarendheid met het toesturen van wapens per direct toe te gaan passen op een (meer dan) voortvarende aanpak van die belastingontduiking.

Haat om de haat alleen

In mijn vorige blog heb ik een pleidooi gedaan voor mildheid, nu wil ik in gaan op een fenomeen dat zich in onze samenleving steeds duidelijker manifesteert, namelijk haat om de haat alleen. Uitingen zijn vooral te vinden op de sociale media, maar monden steeds vaker uit in persoonlijke bedreigingen van degenen die het algemeen belang dienen en onze instellingen draaiende houden.

Bas Heijne heeft in de publicatie Nationaal socialisme als rancuneleer, een heruitgave het licht doen zien van de brochure van Menno ter Braak uit 1937 met een voorwoord van hemzelf. Daarin wijst hij op de actualiteit van wat Ter Braak aan de orde stelt in zijn geschrift. Menno ter Braak houdt ons tachtig jaar na het uitkomen van zijn Nationaal socialisme als rancuneleer een spiegel voor, aldus Heijne.
Die rancune is niet een uitwas van het nationaal socialisme maar zit in ons allen haalt hij Ter Braak aan. Heel de samenleving is doortrokken van nijd, wrok en afgunst zoals Ter Braak opmerkt, en dat is aldus Heijne geen gemakzuchtig relativisme of het bagatelliseren van gevaarlijke tendensen.

Die rancune kan gemakkelijk een eigen leven gaan leiden en doel op zichzelf worden, waarop het democratisch proces geen greep meer heeft. Wanneer die rancune opnieuw wordt ingezet door een politiek die het ressentiment als bindmiddel propageert en dus altijd een zichtbare of onzichtbare vijand in het vizier heeft, een vijand die ‘achter de schermen’ op jouw vernietiging uit is, lopen democratie en rechtstaat uiteindelijk werkelijk gevaar, aldus Heijne.

Waar komt die rancune vandaan?
‘Het is’, aldus Ter Braak ‘de gelijkheid als ideaal die gegeven de biologische en sociologische onbestaanbaarheid van gelijke mensen de rancune promoveert tot een macht van de eerste rang in de samenleving; want wie niet gelijk is aan de ander en toch gelijk aan die ander wenst te zijn, wordt niet naar standen of kasten op zijn nummer gezet, maar hem wordt een premie toegekend! Zijn streven naar gelijkheid wordt theoretisch rechtvaardig geacht ook door degenen die er geen ogenblik aan zullen denken praktisch voor de verwezenlijking van een gelijkheid, die in hun nadeel zou zijn, iets te doen! Ziedaar de grote paradox van een democratische maatschappij waarin de rancune niet alleen aanwezig is, maar ook wordt aangemoedigd als mensenrecht!’ (Ter Braak, pag 36).
In de negentiende eeuw heeft het liberale vooruitgangsdenken korte metten gemaakt met het idee van ongelijkheid, zonder oog te hebben voor het daarmee gepaard gaande groeiende ressentiment. Dat wordt veroorzaakt door de discrepantie tussen ‘het recht op alles’ en ‘het bezit van weinig’ (Heijne, pag 14-15).

Is dat zo?

1  Heeft het liberale vooruitgangsdenken korte metten gemaakt met het idee van ongelijkheid? Of is het zo dat eind negentiende en begin twintigste eeuw er is gevochten om gelijke rechten ten koste van heel wat levens?
Waar blijft het socialisme en de sociaal democratie in dat verhaal en het vroege feminisme niet te vergeten?
2  Is de rancune en de rancuneleer in het Duitsland van de twintiger en dertiger jaren niet ontstaan vanuit (het aanwakkeren van) de rancune tegen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en hun vernederende eisen? Kortom vanuit het belang om te tamboereren op de nationale trots en de projectie van rancune op een vermaarde zondebok (de Joden). En niet vanwege de frustratie over de discrepantie tussen ‘het recht op alles’ en ‘het bezit van weinig’?
3  Schaart Heijne zich met Ter Braak in de rij modieuze critici op al hetgeen aan mensenrechtenverdragen is tot stand gebracht zeker na 1945? Zie bijv Mark Elchardus over de nonsens dat individuen rechten krijgen toebedeeld los van hun gemeenschap (de Volkskrant, 15-1-2022).
4  Is Ter Braak hoewel hij de democratie verdedigt misschien toch (stiekem) een aanhanger van een meritocratie waar duidelijk sprake is van een scheiding van een heersende elite en een rangen- of kastenmaatschappij, waar mensen niet op het idee komen om rechten op te eisen?

Ik zie onze samenleving en onze democratie als in een voortdurende ontwikkeling en een (soms hevige) botsing van belangen met ook natuurlijk alle risico’s van dien.
Dat die botsing er is en die conflicten boven tafel komen is zelfs waar onze samenleving zijn waarde aan ontleent.
Dat we in die botsing toch streven naar redelijkheid en uitgaan van de gelijkwaardigheid van mensen is niet een afwijking van een intellectuele elite maar voorwaarde om ons soort samenleving te kunnen handhaven.
Evenals de voorwaarde dat we niet gewelddadig worden of dat politici opstaan die haat om de haat verkondigen!

Het is niet slecht, het is jouw project. Pleidooi voor mildheid

Soms kunnen we van het bedrijfsleven nog wat leren.
Hornbach viert je imperfecte klussen, kunnen we al op 17 november jl lezen op sociale media. Het bedrijf is al eind vorig jaar een reclamecampagne gestart met als doelstelling trots aan te wakkeren bij doe-het-zelvers.
Wat je eigenhandig maakt hoeft niet perfect te zijn. Sterker nog: een kleine imperfectie maakt jouw project uniek en laat zien dat iets echt zelfgemaakt is, aldus Maarten Post, Hoofd Marketing en Communicatie van Hornbach Nederland.
De campagne speelt in op de nadruk die er tegenwoordig op perfectie ligt, aldus Post.
“Wij willen laten zien dat kleine onvolkomenheden juist karakter geven. Aan meubels, vloeren en huizen. En aan mensen. Wat je met eigen handen maakt, heeft ongelofelijk veel waarde.”

Het is naar mijn mening niet te veel gezegd als ik stel dat deze filosofie visionair is.
Hornbach slaagt er met zijn reclame in om in één klap van de klussende mens als metafoor voor het vallen en opstaan van een ieder die in deze wereld is geworpen, om met Heidegger te spreken, weer een echt mens te maken.
Niet een mens die concurreert met de machine en steeds vaker moet bewijzen dat hij/zij toch echt (nog) meer waard is. Ook niet de mens die vanaf zijn verschijnen op deze aarde zondig is en het in feite nooit echt goed kan doen, hoe hij/zij zich ook in het zweet werkt.
De christelijk calvinistische kijk op de mens.
Ook niet de mens als ding als object van wetenschapsbeoefening, de zogenaamde Verdinglichung van de mens.
Maar het herwaarderen van de mens als creatieve klusser die zijn best doet. Die niet anderen voor zich laat werken en de kolen uit het vuur laat halen, zoals we in een geglobaliseerde wereld gewend waren. Soms zelfs letterlijk zoals kinderen in Verweggistan die in mijnen werken om de grondstoffen voor onze electronica te delven.
Maar de mens die de hand aan de ploeg slaat en met wat hem gegeven is probeert er wat van te maken.
Onder het motto, dat ik van mijn moeder altijd hoorde: ‘Je kan niet meer dan je best doen’.

Even een gedachtesprongetje: Stel dat de overheid zo naar zijn burgers keek.
Stel dat de Belastingdienst zo’n soort reclame had: Een foutje is menselijk. Mocht u er echt niet meer uitkomen, wij staan altijd voor u klaar!!! Wat had die overheid zich zelf maar vooral ook de slachtoffers van de Toeslagen-affaire dan een hoop ellende kunnen besparen!
Stel dat we als samenleving ook zo naar elkaar keken, dat we er met zijn allen van uitgaan dat de ander het niet kwaad bedoelt maar ook maar zijn best doet om er in deze wereld wat van te maken en dat niemand perfect hoeft te zijn…
Dat dat geldt voor iedereen ongeacht zijn kleur, geaardheid, afkomst of voorkeuren.
Dat dat geldt voor iedereen die zich inzet voor het maatschappelijk belang als zorg-professionals, onderwijzers, politiemensen, bestuurders, journalisten maar ook vuilnismannen en -vrouwen, horecapersoneel, maar ook dak- en thuislozen, mensen die om één of andere reden buiten de boot zijn gevallen…
Dat dat geldt voor mensen ter linker of ter rechterzijde van het politieke spectrum.
Dan betekent het tegelijkertijd dat niemand meer uit kan groeien tot een soort heiland voor een groep mensen die vooral op zoek zijn naar een totaal concept, een leider die hen voorgaat en de weg wijst zodat ze zelf niet meer hoeven na te denken.
Want in de Hornbach-visie is een ieder feilbaar.
In de Hornbach-visie ligt de menselijkheid en de humor, de betrekkelijkheid ook, er zo dik bovenop dat er geen sprake meer kan zijn van nationaal socialistische, communistische of radicaal orthodoxe geloven. Kunnen we  samen ons best doen en kunnen we samen lachen en leren.

Nieuw élan…?; tip voor het nieuwe kabinet

Het nieuwe kabinet dat op 10 januari a.s officieel gepresenteerd wordt kan nu al rekenen op gemengde gevoelens. Is er bij de keuze van de bewindslieden sprake van oude wijn in nieuwe zakken, zeker als je kijkt naar de machtsspil Rutte, Kaag en Hoekstra of moet je dit kabinet toejuichen als een noviteit?

Want nog nooit was een ploeg ministers en staatssecretarissen zo divers, kan men optekenen uit alle commentaren. De helft vrouwen en ook nog eens een paar met een migratieachtergrond.
Zelf ben ik met name geïnteresseerd in (de positie van) D66. Misschien omdat ik me daar nog het meest mee verwant voel en ook omdat ik al een jaar met vaak stijgende verbazing naar de onvaste koers van Sigrid Kaag heb zitten kijken.

Wat wil die vrouw nou? vroeg ik me regelmatig af.
Nu heeft ze dan toch een prestatie geleverd namelijk om in elk geval twee bewindspersonen in het nieuwe kabinet te krijgen die op instemming van een groot publiek kunnen rekenen: Ernst Kuipers en Robbert Dijkgraaf. De eerste als man uit de medische praktijk, die Hugo de Jonge gaat vervangen en de tweede als iemand die beter dan Van Dissel uit kan leggen hoe het nu precies zit met die vaccins, maar zich vooral met onderwijs en wetenschap zal bezighouden. Bovendien heeft ze zichzelf in de positie van minister van Financiën gewurmd, een post die op dit moment naast het premierschap het hoogst wordt aangeslagen, ook al omdat alle werkelijke politieke keuzes zijn bedolven onder een berg miljarden met voor ieder wat wils.

Dat is wel eens anders geweest. Zo waren Justitie en Binnenlandse Zaken de ministeries waar de democratische rechtsstaat op dreef. In mijn boek Voetangels voor kopstukken uit 1999 heb ik gewezen op de tendens richting vermaatschappelijking van het ministerie, waarin minister en staatssecretaris al vanaf eind jaren zeventig steeds afhankelijker werden van het zogenaamde politiek-publicitaire complex. Daarbij werd ‘veiligheid’ als issue steeds belangrijker en verdrong de rechtsbescherming-functie van het recht. Opmerkelijk dat in een tijd waarin een nieuwe bestuurscultuur wordt aangekondigd met juist meer oog voor de kwaliteit van wetgeving, rechtsbescherming en transparantie een VVD-minister en niet jurist op de hoogste post belandt.

Hans van Mierlo sprak op het eerste werkcongres van D66 op 30 april 1966 nog over de noodzaak van radicale democratisering en het groeiend onbehagen over het vastgeroeste partijbestel, over de frustrerende dictatuur van het politieke establishment en de dogmatische en machteloze benadering van de werkelijke vraagstukken van deze tijd.

De vraag, hoe de burger meer zeggenschap te geven en bij het bestuur van het land te betrekken is nog steeds actueel.
Of deze ploeg meer burgerfora aan zal stellen? Lokale initiatieven in de richting van meer zeggenschap voor burgers en hun lokale besturen zal ondersteunen? Ik betwijfel het zeer…
De aanwijzing van staatssecretaris Ankie Broekers-Knol doet het tegendeel vermoeden…
En inmiddels hebben drie VVD ers al scherpe kritiek geuit op de aangekondigde daden van het nieuwe kabinet. De heer Bruls en van Zanen bij Buitenhof over de breuk in de relatie gemeenten en nationale overheid betreffende de jeugdzorg en de burgemeester van Groningen over de aangekondigde gasboring in Groningen tegen alle afspraken in.

Maar vooruit laten we vijfenvijftig jaar later eens out of the box gaan denken! En dan kijken we niet alleen naar het aanstellen van bewindspersonen die niet uit de politiek komen en/of een migratieachtergrond hebben maar inhoudelijk.
Een voorbeeld: Wat het Corona-beleid betreft is het voorzichtigheid troef ten aanzien van godsdienst en levensbeschouwing en vooral het eerste. Er wordt geadviseerd om maatregelen als placeringsplicht en bezoekersnorm van maximaal 50 personen vrijwillig te volgen en het Corona-toegangsbewijs is niet wettelijk verplicht als u naar de kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis voor uw geloof of levensovertuiging gaat. Zingen is ook niet verboden. Dat heeft met de in de Grondwet verankerde scheiding van Kerk en Staat te maken.

Ik stel voor dat we nu al in deze lockdown die zeker langer gaat duren, uitdrukkelijk een aantal plekken in de samenleving aanwijzen als plekken van samenkomst voor degenen die op humanistische grondslag hun zingeving en levensovertuiging inhoud willen geven.
Dat zijn dan: boekwinkels, culturele instellingen en alles wat met kunst en cultuur te maken heeft. Er mag daar ook duidelijk gezongen worden. Er wordt geadviseerd om placeringsplicht en de bezoekersnorm van maximaal 50 personen vrijwillig te volgen dus meer kan ook, en een Corona-toegangsbewijs is niet wettelijk verplicht. Voor de liefhebber wordt aan de ingang een booster uitgedeeld door vriendelijke leden van het Humanistisch Verbond.
Mensen verbinden, het motto van D66 anno 2021 krijgt zo gestalte op een emancipatoire en innovatieve manier.

Ik eindig met een gedicht:

Ik lees dus ik leef

Ik lees dus ik leef
beleef zoveel levens
terwijl ik de bladzijden omsla

Of gewoon ergens op een bank
halverwege hier en nergens
de woorden tot mij komen
via het scherm
want ook dat is lezen

Als ik jou lees of hem
een open of een gesloten boek
waarvan het plot
mij onbekend is

Of als ik mezelf
probeer te lezen
te onttalen
zodat alleen mijn kloppend hart
nog overblijft

Dwaal ik nu al zolang
door de wereld van het boek
mijn boek
de zwarte letters
op de beschreven vellen
en de lichte woordeloos

Weet ik nooit
hoe het afloopt.

Vandaag zaterdag 8 januari stond er een paginagrote advertentie op de achterkant van het Parool: Stop de lockdown voor de lectuursector. Oproep: Help ons .Nu!!! Steun de lectuursector en haar algemeen belang voor een gezonde samenleving.
En dan maar hopen dat de kersverse staatssecretaris Gunay Uslu, die in hetzelfde blad wordt gekenschetst als ambitieus, verbindend en vol humor zich deze oproep aantrekt!!!!

 

 

Eindejaarsgedicht 1, 2 en 3

Eindejaarsgedicht 1

In de taal waarmee onze beschaving begon
spreken we nu van alpha, delta en omikron
vraag: is de cirkel dan nu rond?

Eindejaarsgedicht 2

De vrees: overvolle IC’s
houdt de samenleving in een dodelijke greep

Op onszelf aangewezen
gaan we dan maar goede boeken lezen

Eindejaarsgedicht 3

Flakkerend kaarslicht
waarbij we elkaar verwarmen
en omarmen
tegen de instructie in

Beperkte duur en houdbaarheid
staat op de verpakking
liever een led
en geen brandgevaar

Of hinderlijk kaarsvet dat zich afzet
tegen de randen van het dressoir

Die kwetsbare vlam die betovert
ons hart verovert

Laat ons die toch alsjeblieft behouden
zolang

 

Veel leesplezier en mooie gedachten
bij de zacht trillende vlam
nu we op betere tijden wachten!

Geheugenopfrisser

Weer een harde lockdown!!!
Voorstanders hoor ik zeggen: Eindelijk doet dit kabinet iets voorùitlopend op een grote golf aan besmettingen die ons dreigt te overspoelen. Dat is tenminste nieuw.
Is dat zo?
Lopen ze vooruit? En is dat nieuw?
Als ze vooruit hadden gelopen hadden ze ervoor gezorgd dat wij hier net zo ver waren als de Belgen namelijk voor het grootste deel geboosterd.
Nu proberen 70-plussers met man en macht door de opgeworpen blokkades van internet en de telefoon te komen met als resultaat dat ze waarschijnlijk in januari in de rij aan kunnen sluiten.

En nieuw is het ook al niet, want kregen we niet bijna een jaar geleden te horen dat een avondklok moest worden ingevoerd vanwege de zeer besmettelijke Britse variant?
Er waren twee dingen bekend over die variant: Hij was uiterst besmettelijk en verder wist men er eigenlijk weinig over, onzekerheid troef.
Ook nu is de Omikron-variant super besmettelijk en weten we er verder weinig van.
De angst dat onze ziekenhuizen en IC’s zullen volstromen is de motor achter dit zeer verstrekkende besluit, dat de samenleving opnieuw lam legt. Dat was toen zo en is nu weer zo.
Voor wie geïnteresseerd is, mijn blogs waren van 21-1-2021, 13-2-2021 en 21-4-2021.
In de laatste memoreerde ik dat bij het begin van de avondklok er 669 mensen op de IC lagen met Corona en toen de avondklok werd afgeschaft 823, en ik haalde Ernst Kuipers aan die nog even vermeldde dat de avondklok eigenlijk niets had uitgehaald.

En ook toen al werd er opgemerkt dat er een discrepantie kan ontstaan tussen de modellen die de deskundigen hanteren en wat er in de praktijk van alledag in het land gebeurt.

Mijn eigen ervaring in twee dagen wil ik u niet onthouden:
Op mijn ov-reis naar Utrecht trof ik zowel in de trein als in de bus een dame aan, in de trein een oudere en in de bus een jongere, die geen mondkapje droegen en nog sterker, toen ik ze er een aanbood die weigerden. Kennelijk waren ze mondkapjes-weigeraars.
Wellicht vallen ze in dezelfde categorie als vaccinatie-weigeraars maar zeker weten doe ik dat niet.
Interessanter vond ik, dat toen ik na de rit tegen de buschauffeur zei dat er een vrouw was die een mondkapje weigerde, hij me vertelde dat zijn baas, Qbuzz, hem had opgedragen absoluut niet te reageren op mondkapjes-weigeraars. Hij mocht, zoals hij me meedeelde, daarover van zijn baas niets zeggen!
Eenzelfde soort ervaring had ik bij de supermarkt in mijn buurt.
Ook daar trof ik een paar mensen zonder mondkapje aan, die ik stelselmatig probeerde te omzeilen. Toen ik er tegen het personeel over sprak verzekerden ze me dat ze daar ‘niets over mochten zeggen’! Van hun baas ongetwijfeld.
De bazen van respectievelijk Qbuzz en de DekaMarkt zijn wellicht bang dat hun medewerkers in elkaar zullen worden geslagen als ze zich strenger opstellen maar het netto effect is wel denk ik, dat het mondkapjes-weigeren in tijden van Omikron een grote vlucht zal nemen. Want waarom zou je nog zo’n ding om doen als het toch naar jouw gevoel niet uitmaakt en niemand er wat van durft te zeggen?

Dus terwijl we en detail horen hoeveel mensen we in onze eigen woning mogen ontvangen (zonder overigens enig zicht op handhaving) zijn we in het openbaar vervoer en in de supermarkt overgeleverd aan medereizigers en consumenten die toch al  voor een groot deel een mondkapje wel heel letterlijk namen en hun neus niet bedekken en inmiddels dus ook mondkapjes-weigeraars.
Burgemeester Paul Depla van Breda heeft al aangegeven dat als mensen met meer dan twee personen buiten lopen ze dat in Breda per geval gaan beoordelen om niet teveel gedonder te krijgen. Hij zei het wat netter maar daar komt het wel op neer.

De vraag is nu waar we meer bang voor moeten zijn, voor de Omikron-variant of voor onze eigen medeburgers, die wel eens zeer agressief zouden kunnen worden als we hen aan de regels houden.