Ouwe koeien; deel 3: de Club van Rome

Herhaaldelijk krijg ik tegenwoordig door mijn kinderen de vraag voorgelegd hoe het toch kan dat hun vader en ik indertijd geen auto hadden. En dat met drie kinderen! roepen zij er dan achteraan.
Onvoorstelbaar vinden ze dat. Soms gaat hun verbazing gepaard met hoofdschudden in de trant van: wat een sukkels. Soms ook hoor ik een zekere bewondering in hun stem naast de verwondering. Dan klinkt er iets door van goh, dat flikten ze toch maar!

Sowieso begrijpen ze vaak niet ‘hoe wij het deden’.
Allebei werken, allebei ambities en weinig hulp en ondersteuning.
We zaten op tweedehands banken en stoelen en hoewel we uiteindelijk wel een werkster hadden liet het huishouden en de organisatie ervan te wensen over.
Materiële zaken leken wij niet zo belangrijk te vinden.

Waar kwam dat vandaan?
Wij, de babyboomers die nu alleen in verband worden gebracht met teveel geld en huizenbezit, zaten met een torenhoog schuldgevoel, althans dat zag ik om me heen.
De Club van Rome had ons in 1972 met het rapport Grenzen aan de groei al duidelijk gemaakt dat het zo niet langer kon.
Als de westerse maatschappij in hetzelfde tempo bleef consumeren, zou de rek er binnen honderd jaar uit zijn.
De uitputting van grondstoffen zou al binnen vijftig jaar voor problemen zorgen.
Het is nu dus zover en behalve uitputting van grondstoffen krijgen we te maken met rampen all over the world vanwege oververhitting en klimaatverandering.
Kinderen krijgen werd toen afgeraden, de aarde was al overvol. Ik weet nog goed dat ik vond dat een bevriend echtpaar eigenlijk verraad pleegde toen ze besmuikt vertelden dat de vrouw van het stel zwanger was.

En het bezit van auto’s leidde behalve tot schadelijke uitstoot tot een vreselijke achteruitgang van het leefklimaat.
Kinderen konden niet meer rustig buitenspelen zonder gevaar voor eigen leven en de vrijheid van zowel hen als hun ouders werd dus niet meer maar minder want ze moesten constant per auto naar al hun clubjes werden gebracht.
Fietsen werd immers gevaarlijk, zeker voor jonge kinderen.
Maar er was meer aan de hand.
Als je jezelf als feminist serieus nam nam je bijv geen werkster want je buitte je geslachtsgenoten niet uit.
Doe het zelf, was de leus.
En consuminderen dus.
Er was zelfs een echtpaar dat zich de Vrekken noemde en een gelijknamig blad uitbracht.
De foto op de cover liet zien dat ze, als de winter aanbrak, zichzelf verwarmden met eigen gemaakte slobbertruien die naadloos overgingen in stoelen.
Ook hun kinderen deden aan deze reductie van fossiele brandstoffen mee.
Kom daar nog maar eens om!

Wat ik wel eigenaardig vind is dat het erop lijkt of in een tijd van 5 over 12, ipv 5 voor, de algehele sfeer wel is dat duurzaamheid een goed is en dat we er wat aan moeten doen maar dat de urgentie bij opgeleide dertigers, zeker die met kinderen niet meer zo wordt gevoeld.
Misschien minder vlees en meer biologisch maar wel auto’s soms zelfs twee en zeker geen tiny houses!
Ook waar men vond dat consuminderen noodzakelijk was, zie je dat wanneer er kinderen komen de goederen zich in rap tempo uitbreiden..
Als zeventigplusser, zelf overigens zeker niet wonend in een tiny house houd ik mijn mond maar en vermijd te praten over de ‘goede oude tijd’, waarin schuldgevoelens nog een groot deel van ons gedrag beheersten.

Ouwe koeien 2: Het open huwelijk

In de NRC van 17 juli staat een stuk over polyamorie. Antropoloog Roanne van Voorst is op zoek naar de toekomst van de liefde en beschrijft erin een polyamoreus huishouden.
Wat mij betreft niets nieuws onder de zon ook al is misschien de taal wat veranderd.
Zo spreken degenen die lid zijn van zo’n huishouden over ‘jalief-zijn’ als alternatief van jaloers-zijn.
Volgens de polyamoristen is het hen niet te doen om kortstondige seksavontuurtjes met vreemden maar om het onderhouden van duurzame, romantische liefdesrelaties met meerdere mensen. Voordeel is dat je niet in hokjes hoeft te denken en dat het ‘gezelliger’ is dan in een monogame relatie.
Het nadeel is dat het wat ‘rommeliger’ is, dat je aan efficiënt tijdsmanagement moet doen en een gedeelde digitale agenda is een must, aldus ene Jochem met wie de schrijfster van het stuk een strandwandeling maakt.

Ik kan me voorstellen dat er in tijden van Corona nog wel een factor bijkomt, namelijk hoe doe je dat met vaccinaties zeker als er mensen tussen zitten die geen vaccinaties willen. Opvallend genoeg refereert Van Voorst aan verschillende wetenschappers die zeker weten dat polyamorie in de toekomst in het Westen een geaccepteerd en bekend alternatief zal gaan vormen voor ons huidige en dominante liefdesmodel.
Ik denk dan stiekem: Als je naar onze toekomst kijkt waarin een virus als Corona niet meer is weg te denken lijkt ego-amorie of het celibaat me nog het meest haalbare.
Overigens hoefden wij ons in onze tijd alleen met soa’s bezig te houden en dat vonden we al ingewikkeld genoeg.

Maar even terug naar de jaren zeventig.
‘Open marriage’ was in.
Ik herinner me nog een gesprek in de tent ergens in Finland waar ik met mijn eerste echtgenoot rondtrok, over de voor- en nadelen van het open huwelijk.
Hij was er wel voor, ik niet zo, werd allengs duidelijk. Ons huwelijk heeft niet lang stand gehouden. Misschien was dat gesprek toen al een manier om een escape-route aan de orde te stellen…

In het stuk van Van Voorst wordt het open huwelijk uit de jaren zeventig weggezet als een verhouding waarbij je openlijk seks kon hebben met anderen zonder dat dat ten koste ging van je huwelijk of relatie, maar dan ging het vooral om de seks.
Het open huwelijk kwam inderdaad voort uit de zogenaamde seksuele revolutie waarbij men afrekende met de zondige connotaties van het begrip overspel. Toch kon er ook wel degelijk sprake zijn van duurzame en intieme relaties.
Zo was er in het Leiden waarin ik veertig jaar heb gewoond een bekende commune (we noemden dat toen communes) op de Herengracht, met evenveel vrouwen als mannen, ik meen zes maar misschien waren het er vier, waarin ook kinderen werden geboren en opgroeiden.

Ik kende de vrouwen, twee waren actief in het onderwijs en in de PvdA.
Mij intrigeerde het altijd hoe ze leefden en hoe ze omgingen met relaties, ouderschap en met name rolverdeling.
Eén van hen wist mij in een paar boeiende gesprekken duidelijk te maken hoe voordelig het vooral voor vrouwen was en hoeveel individuele vrijheid het gaf, een dergelijk levens- en gezinsvorm.
Terwijl ik moeizaam voortploeterde in een relatie met iemand die in eerste instantie het vaderschap niet heel erg zag zitten en bij wie ik nogal eens krampachtig probeerde om hem ‘naar huis’ te trekken, leek me zoiets best weldadig.
Alleen realiseerde ik me ook dat ik qua karakter te jaloers zou zijn om me volkomen relaxed en gelukkig te voelen als ik weer een avondje vrijaf zou hebben omdat een commune-genoot samen met de biologische vader van mijn kind zowel zorg- als bed- dienst had.

Ik denk ook dat in die tijd, de tijd dus van de communes, speelde dat het begrip ‘bezit’ een verdachte klank had.
Dat gold voor materiële goederen en geld; ik herinner me nog dat ik me vreselijk schuldig voelde toen ik van de verkoop van ons eerste huis, dwz van mijn eerste echtgenoot en mij flink veel geld overhield.
Maar het gold zeker voor het bezit van een ander mens.
Een man of vrouw was geen bezit, kinderen ook niet trouwens.
Alles was tijdelijk. Er was toen een groot besef van tijdelijkheid en eigenlijk ook bescheidenheid. Daar kom ik in mijn volgende blog op terug.

Ouwe koeien; deel 1

De vakantie is begonnen.
Het lijkt me mooi om de gelegenheid te baat te nemen om wat ouwe koeien uit de sloot te halen.
Ik ben van 1946 en dan overvalt je steeds een zekere melancholie als je merkt dat er onderwerpen de revue passeren waar je je (en dat wil zeggen ik) een groot deel van je leven mee hebt beziggehouden.
Ik noem de vrouwenemancipatie, het probleem van de sociale ongelijkheid waar zelfs het opperhoofd van het Openbaar Ministerie zich bij Nieuwsuur zorgen over maakte in het kader van de georganiseerde misdaad, de leemte in de rechtshulp, waar ik eerder al aandacht voor vroeg, maar ook het milieu.
Wij leefden indertijd met het indringende rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de groei uit 1972, een duidelijk signaal dat we qua economische groei zo niet verder konden.
Als nu mijn kinderen zich vertwijfeld afvragen hoe het toch mogelijk was dat hun ouders drie kinderen opvoedden zonder het bezit van een auto en zich zoiets niet kunnen voorstellen verwijs ik naar de notie van een sterk besef van eindigheid uit die tijd.
Niet alleen voor mijn kinderen maar ook voor u, lezer, zal ik in deze periode proberen om iets weer te geven van het tijdsbeeld waarin ik leefde toen ik mijn gezin stichtte…

Laat ik in dit eerste deel beginnen met aan te haken aan de actualisering van Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre door Floris Alkemade in het programma Zomergasten.
Hij laat daarin een stukje zien van een documentaire uit 1960 waarin je het stel aan het werk ziet en De Beauvoir wordt bevraagd over haar boek Le deuxième sexe oftewel De tweede sekse dat ze schreef in 1949.
Ze zegt in de documentaire dat in een burgerlijke maatschappij de heersende klasse, die uit mannen bestaat, belang heeft bij het depolitiseren of onmondig houden van vrouwen.
Maar als vrouwen gedepolitiseerd zijn worden mannen dat ook, aldus De Beauvoir.
Zij vindt dat vrouwen moeten ‘werken’ en daarmee bedoelt ze actief deelnemen aan de samenleving, hetgeen ook impliceert dat ze participeren in een vakbond en voor hun rechten opkomen.
Kinderen en het aanrecht worden bij haar in één adem genoemd. Geen aanbeveling voor Simone.

En als de interviewer haar vraagt of ze zich niet gemankeerd voelt omdat ze geen kinderen heeft dan weet ze hem ferm van repliek te dienen en zegt dat zij tenminste als bekende schrijfster, sociologe en antropologe haar dromen waar maakt.
Met andere woorden: Mèt kinderen kun je het schudden als vrouw.
Als ik kijk naar haar grote invloed op mijn generatie, maar zeker ook op mij, dan weet ik voor mezelf nog het schrikbeeld op te roepen van een toekomst waarin je als vrouw totaal afhankelijk wordt van een man die de kost verdient.
Als zo’n man dan opeens verliefd wordt op een ‘huppelkutje’ – sorry voor de term maar zo noemden we dat in die tijd – dan sta jij met lege handen en een lege portemonnee en heb je nergens recht op.

Gelukkig zorgde Marga Klompé in die begin jaren zestig voor de introductie en aanname van een Algemene Bijstandswet, die vrouwen (samen met de inmiddels uitgevonden pil) de kans gaf om (met kinderen) een onafhankelijk leven te leiden en te scheiden als ze bijv werden mishandeld, maar het was een nooduitgang.
Ik wilde oorspronkelijk geen kinderen met de man die me bezwoer dat hij geen zin had om taken met mij te delen en zijn vrijheid even belangrijk vond als ik de mijne.
Dat ze er toch kwamen had erg veel met toeval te maken. De relatie bleef in elk geval altijd onder druk staan van moeizame onderhandelingen en mondde uiteindelijk uit in een echtscheiding.
Dat was natuurlijk niet de schuld van De Beauvoir maar als ik nu zie dat mijn oudste zoon en zijn vrouw een wat meer ouderwetse rolverdeling prima vinden en zich daar goed bij voelen, vraag ik me wel eens af hoeveel mijn ideologische stellingname me eigenlijk gekost heeft.

Boeken waren sowieso richtinggevend voor mij indertijd.
Zo werd het onderzoek van Lillian Rubin, Intieme vreemden, door mij verslonden en zeer serieus genomen.
Rubin stelde dat jongens een betere vaderband zouden moeten hebben en als ze zagen dat hun vader ook zorgzaam kon zijn dan zouden ze dat (goede) voorbeeld van hun vader volgen.
Maar daarvoor was natuurlijk wel nodig dat moeder de vrouw haar rol als zodanig meer losliet, ging werken en vader de kans gaf ook zorgend te zijn.
Een Umwertung aller werte dus! En buitengewoon veeleisend.

Achteraf betreur ik het nog steeds dat mijn oudste toen hij anderhalf was en erge koorts had op een vakantie en om zijn moeder riep, niet zijn zin kreeg.
Zijn vader werd door mij gemaand om naar hem toe te gaan.
De schat riep: “Weg, weg”, tegen hem en R. wilde mij er toen bij betrekken maar ik persisteerde en dwong hem alsnog zijn vaderrol op zich te nemen.

Zo ideologisch was ik toen.
Mijn kinderen hebben gelukkig een goede band met hun vader tot op de dag van vandaag en hoewel de een de onderlinge rolverdeling anders invult dan de ander, doen ze niet onder voor hun partner in zorg voor hun kinderen.
Eind goed al goed zou je zeggen en de moraal van het verhaal: voed je kinderen niet te ideologisch op, maar vergeet toch ook niet als vrouw je eigen (financiële) belangen in de gaten te houden en op tijd veilig te stellen.

Het aantrekkelijke van misandrie oftewel mannenhaat

We leven in een tijd van woede.
Ooit in het Nederlands Juristen Blad van 27 februari 1988* voorspelde ik al dat als het beschavingslaagje barsten vertoont we stuiten op een lava aan woede.
Vooral op internet kan die woede gemakkelijk en in een luttele seconde zijn weg vinden naar een miljoenenpubliek.
In het Juristen Blad verwees ik naar de functie van de staat en de veronderstellingen waarop het geweldsmonopolie van de staat is gebaseerd: namelijk dat de burger zijn directe uiting van affecten inlevert ten behoeve van een grotere veiligheid die gegarandeerd wordt door de staat.
Als die veiligheid niet langer gegarandeerd wordt of als de burger zijn vertrouwen in de staat en zijn instituties kwijt raakt door een continue demasqué van die instituties, dan is de kans dus groot dat de affecten vrij spel krijgen. Bestuurders, politici, rechters, Officieren van Justitie, maar ook journalisten krijgen de woede over zich heen van gefrustreerde burgers, die vinden dat ze nu wel carte blanche hebben.
Woede op hen die staan voor de zogenaamde bovenbouw of elite en dat zijn dus ook witte mannen. (Ik heb het even niet over de woede van (extreem)rechts op alles wat de positie van die witte mannen in gevaar zou kunnen brengen.)
We hadden al de MeToo-beweging en de Black Lives Matter-beweging en daar kun je dan nu de misandrie aan toevoegen als populaire nieuwe trend.
Het manifest van Pauline Harmange, Mannen, ik haat ze, uitgegeven door Atlas Contact en besproken in de Groene door Stella Bergsma voldoet kennelijk aan de behoefte om een groep aan te wijzen als schuldig aan alle ellende die een mens maar kan overkomen op deze aardkloot.

Waar komt die behoefte vandaan?
Overigens moet ik, op gevaar af dat ik weer word beschuldigd van oude koeien uit de sloot halen, bekennen dat het me erg bekend voorkomt. Werden wij vrouwen niet in de jaren zeventig en tachtig gewaarschuwd om niet met onze ‘onderdrukker’ naar bed te gaan?
Ik meen dat het Anja Meulenbelt was, maar ik kan me vergissen, die erachter kwam dat ze na een periode met een mishandelende man, op vrouwen viel en dat meteen maar als politiek correct bestempelde.

“Ik geloof,” zegt Harmange, “dat het haten van mannen de deur opent naar liefde voor vrouwen (en voor onszelf) in alle mogelijke vormen. En dat we die liefde – dat zusterschap – nodig hebben om onszelf te bevrijden”.
Haten van de ene groep, die niets goeds kan doen, ze zijn namelijk ‘gewelddadige, egoïstische, onverschillige en laffe wezens’, volgens de Franse auteur, (die overigens zelf besloten heeft er een te trouwen die ze erg leuk vindt) om uiteindelijk van jezelf (en jouw groep) te kunnen houden.
Maar ook stelt ze dat vrouwen zich al heel lang laten manipuleren. Ze durven hun negatieve gevoelens naar mannen niet te uiten omdat ze dan mannenhaters zouden zijn.
“Maar wat als mannenhaat nu eens noodzakelijk of heilzaam was?” aldus Harmange.
Zij weet de oplossing: “Gooi het eruit, ik geef het toe: ik haat mannen. Echt allemaal? Ja, allemaal”.

Lale Gül die met haar boek Ik ga leven, een waanzinnig succes heeft geoogst evenals veel doodsbedreigingen, heeft het er ook ‘lekker’ uitgegooid.
In een interview in NRC van het afgelopen weekend bekent ze dat ze graag ‘lekker’ expliciet wil zijn. Zoiets als ‘Koran-vaste lul’ vindt ze zo’n leuke term.
Belediging vindt ze een mooi stijlmiddel en ‘grof taalgebruik verwachten mensen van een man, niet van een vrouw’. Dat is dus kennelijk een aanbeveling.
Haar moeder beschrijft ze als dat ‘door en door giftige takkewijf, die ongekend zuren zeverzak, de karbonkel’ die ze het liefst uit een helikopter in de Sinaïwoestijn deponeert.
De ‘belligerente bloedhond’ die haar ‘onbesuisd zal uitschelden, bespugen en knijpen…’

Het heeft haar geen windeieren gelegd.
Gescheld lijkt het goed te doen.
Overigens zou Harmange het gescheld van Gül op haar moeder misschien afkeuren omdat juist het gescheld op mannen vrouwen dichter bij elkaar brengt.
Gül heeft daar geen behoefte aan en heeft na haar jaren met Freek nu alweer ondanks alle hectiek en doodsbedreigingen een nieuwe lover gevonden begreep ik.

Tot slot: woede verkoopt!!!
Vergeet dat niet lezers!
Trump was een voorbeeld voor miljoenen Amerikanen met zijn woedende tweets over niet-bestaande fraude bij de verkiezingen.
Beschaafd is elitair en uit, woede is in en haat helemaal. Zoals Stella Bergsma schrijft: ‘haat is een gruwelijke diamant maar wel een die onder bepaalde omstandigheden zichzelf vormt en daarmee een bepaalde logica heeft’. En er ontstaat, volgens haar, een begin van een dialoog waarbij de toehoorder wel móét luisteren.
Je kostje is gekocht.
De hockeytrutten en het homo-gescheld van onze populairste cabaretier, ach dat vinden we inmiddels allang old-fashioned.

  • Zie bij Essays op mijn website.

 

Stoelendans

De rechter heeft de overheid weer eens op de vingers getikt.
Dit keer over de wijze waarop het ministerie van VWS omgaat met de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Sinds het begin van de corona-crisis hanteert het ministerie een alternatieve werkwijze bij Wob-verzoeken, waarbij een verzoek niet individueel wordt beoordeeld. In plaats daarvan bepaalt het ministerie zelf welke informatie op welk moment naar buiten komt.
Volgens De Jonge is dit onvermijdelijk vanwege de grote hoeveelheid documenten en verzoeken.

Het doet wat denken aan het verhaal van Hoekstra en De Jonge over de kritiek van de Rekenkamer dat er miljarden ‘zoek’ zijn in de staatshuishouding.
Het standaardantwoord lijkt te worden: Ja, crisis hè? We hadden wel wat anders aan ons hoofd dan ons aan de wet te houden of financieel verantwoording af te leggen.
Als je achter het verhaal van De Jonge kijkt, blijkt aldus professor Wim Voermans bij Nieuwsuur dat er zwaar bezuinigd is de afgelopen jaren op ambtenaren van VWS die op de Wob-verzoeken hadden kunnen reageren.
Kennelijk lagen de prioriteiten niet erg bij de transparantie en openbaarheid van bestuur, moet je constateren.

Dus niks crisis maar keuze!
En dan kom ik op de andere ‘hinderlijke’ uitspraken van de rechter, die volgens vooral politici ter rechterzijde van het politieke spectrum steeds vaker op de stoel van de (gekozen) politiek gaat zitten.
Een rechter die die politiek, tevens wetgever, aan diens eigen wetten en geldende regels herinnert,  (voorbeelden zijn: de Urgenda-zaak of de Syri-kwestie (zie mijn blog hierover) maar  ook de recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie, waarin Nederland wordt terecht gewezen omdat jarenlang ten onrechte bewijsstukken van asielzoekers zijn genegeerd ), is ‘lastig’.
Nog sterker wordt nogal eens voorgesteld als te radicaal omdat zoals in de Shell-zaak of waar het ging om de stikstof-uitspraak van de Raad van State we daar opeens ‘wat mee moeten’.
Het verwijt dat we ‘niet kunnen bouwen’ vanwege de opgelegde stikstof-norm lijkt op de schouders van de rechter terecht te komen, een norm die overigens niet door de rechter was opgelegd maar door Europa.

Het doet me allemaal wel wat denken aan wat vroeger in mijn kindertijd zo populair was: de stoelendans.
Je danste met zijn allen om de stoelen heen. Als de muziek stopte moest je snel plaatsnemen. En telkens werd er een stoel weggehaald.
Wie overbleef had gewonnen.

Kijken we nu naar de stoelendans van politiek/beleid en rechter/rechtspraak dan wordt er bij de rechters telkens een stoel weggehaald zodat er letterlijk minder overblijft voor de ‘zitting’.
De onafhankelijkheid wordt aangetast door de invloed van de Raad voor de rechtspraak *. Daarmee wordt de eigen plek van de rechter gereduceerd, maar manmoedig blijft deze laatste pogen toch een eigen plaats te behouden en moet daarvoor steeds harder rennen!
Maar ook de ambtenaren leveren stoelen in. Hen wordt veel verweten maar hoe reëel is dat eigenlijk als de politiek, dwz de neoliberale politiek van de laatste tien jaren, transparantie of een kwalitatief goede en zorgvuldige uitvoering bij het oud vuil zet… Volgens Herman Tjeenk Willink is dat proces zelfs al veel langer aan de gang.
In hoeverre vertegenwoordigt de rechter in verhouding tot de gekozen politici het volk? wordt gesteld maar je kan ook zeggen:  in hoeverre vertegenwoordigen de gekozen politici eigenlijk het volk?

Kijken we naar de diverse politieke partijen dan kun je toch niet beweren dat het aantal en de diversiteit van de leden representatief zijn voor de 17 miljoen inwoners van dit land.
Die partijen zijn nog voornamelijk georganiseerd volgens een zuilensysteem dat allang uit de tijd is. En een partij als de PVV bestaat zelfs niet eens uit leden. Maar ook het onderscheid rechts/links kan men bekritiseren.
Immers als je naar de zogeheten linkse standpunten kijkt dan gaat het vaak om ‘behoud’ van het goede zoals (beschermde) natuurgebieden of kwaliteit in plaats van kwantiteit van voedsel, rechtsstaat etc, gebruik van zonne-energie en wind-energie in plaats van fossiele brandstoffen die de aarde uitputten.

Bij ‘rechts’ zie je nogal eens een levensgroot ontzag voor techniek en technologische ontwikkeling. Innovatie, nog meer digitalisering en gebruik van algoritmen en weinig vertrouwen in de mens. Ik generaliseer wat, maar een boek als Rutger Bregmans De meeste mensen deugen, zou niet door ‘rechts’ zijn geschreven, lijkt me.
En dan de rechter… Hoe zit het met diens representativiteit?
De rechter is in deze tijd steeds vaker vrouw…
Onder rechters zitten relatief meer vrouwen dan onder (vertegenwoordigende) politici, die stelling wil ik wel aan… Dus representatiever lijkt me……

Tja, zou dat dan misschien de reden zijn dat ook in de media steeds vaker als de rechter een ‘lastig’ vonnis velt, ZIJ te horen krijgt dat ZIJ niet op de stoel van de gekozen politici (nog steeds in hoofdzaak ‘witte’ mannen) moet gaan zitten?
’t Is maar een veronderstelling…

  • Zie in dat verband bij Lezingen op mijn website: Afscheid van Dick Allewijn; hoe erg is hiërarchie voor de rechter? Zie ook mijn vorige blog: Dolende identiteiten.

Dolende identiteitszoekers

In zijn boek Het nieuwe Westen stelt Hans Boutellier dat er een hevige strijd woedt om de sociale verbeelding van het Westen.
Daarbij lijkt, zo stelt hij, het geloof in het complot, de omvolking, de islamitische waarheid of welke waarheid dan ook de vluchtheuvel van de dolende identiteitszoekers die mensen in de moderne tijd steeds meer lijken te zijn.

Als de 20e eeuw gezien kan worden als ideologisch, dan is de 21e eeuw tot nu toe vooral ‘identitair’. Waar het in de 20e eeuw ging om de strijd tussen omvattende levensbeschouwingen, die soms zeer totalitaire vormen aannamen, wordt het ideologisch model nog in de jaren tachtig en negentig van die eeuw geleidelijk afgelost door een ‘pragmacratie’, waarin alles draait om effectiviteit en efficiency en waarin de eigen verdienste centraal staat.
“De westerse welvaartsstaten gingen in de jaren negentig door de neoliberale wasstraat”, stelt hij (op pag19).
Je kan er, aldus Boutellier, moeilijk in ‘geloven’.

En dat is wel een crux. ‘Wie een waarom heeft om voor te leven, verdraagt vrijwel elk hoe’, citeert hij een boek over de Tweede Wereldoorlog (Huber 2016). “Het materialisme van de westerse wereld belet het zicht op de immateriële motieven die mensen drijven” (pag 56).
Hij noemt het Griekse thymos als zielenkracht, waar wij in onze wereld moeilijk raad mee weten. “Het is verpakt in de opdracht om het maximale uit het leven te halen” (pag 58).

Maar dat blijft een materialistische aangelegenheid.
Hij wil weer een geloof terug en wel een geloof in de democratische rechtsstaat.
“Als de democratische rechtsstaat ook maar een geloof is, dan is het in ieder geval een geloof dat bereid is andere geloven te respecteren en te beschermen, het is geloof dat andere geloven mogelijk maakt (pag 138).
“De rechtsstaat is geen louter juridische aangelegenheid ; het is de grondslag voor westers samenleven”, aldus Boutellier. En ik ben het met hem eens.
En er zijn een paar vereisten: de legitimiteit van de liberale democratische rechtsstaat staat of valt met de inbedding ervan in de sociale orde.
En het gaat er om dat de grote democratische rechtsstaat als kenmerk van het nieuwe Westen zich ook in de praktijk weet waar te maken.

Dus: dankzij sociale media en internet zijn we een soort zwevende identiteiten te midden van onze bubbels geworden en is ons geloof in een gemeenschappelijke waarheid of een gemeenschappelijke sociale orde tot vrijwel nul gereduceerd.
Des te sterker hebben we juist nu een hernieuwd geloof nodig in een grote democratische rechtsstaat die zichzelf ook waarmaakt.
Als we met die ogen kijken naar de Toeslagen-affaire en de waarschuwingen vanuit de rechtspraak zelf, die, zoals Marc Fierstra (lid van de Hoge Raad) het verwoordt, vindt dat er nu al teveel sprake is van politieke beïnvloeding middels de Raad voor de Rechtspraak en weer ‘een slot op de deur’ wil en een herstel van de trias politica,* dan zou juist dit centrale thema met stip op één moeten komen bij het moeizame stuk dat Kaag en Rutte nu aan het voorbereiden zijn.

  • Zie hierover de uitzending van de Tussenruimte met Bas Mesters.

Vandaag 20 juni

Vandaag is het Vaderdag.
Vandaag is het Vluchtelingendag.
Vandaag is het de dag dat we vaders herdenken.
Vaders die vluchtten voor het geweld.

Vaders die hun kinderen een betere toekomst gunden.
Vaders die tevergeefs grepen naar hun kinderen
die verdronken voor hun ogen.

Of naar hun vrouwen
met nog een baby aan hun borst.

Vaders die geacht werden sterk te zijn
Vaders die machteloos moesten toezien
hoe hun dromen onder water verdwenen
vaders die bijna de oever bereikten
maar werden teruggeduwd
hardhandig door de vertegenwoordigers
van wat tot voor kort nog
beschaving werd genoemd.

Vaderdag een dag om te herdenken
al die vaders of aanstaande vaders
die een toekomst wilden voor
hun vrouwen en kinderen

Van wie de enige misdaad
dat ze niet begrepen
hoe onherbergzaam
het paradijs van hun verlangens
en hoe mensonvriendelijk.

We slaan palen in de grond
met hun namen
en die van hun vrouwen en kinderen

Zoals we struikelstenen legden
voor hen die nooit meer terugkwamen.

Misschien zijn we beter in herdenken
dan in de helpende hand reiken
in palen slaan in het zand
of tegels zetten in een namen-monument

Of misschien is het weinigen gegeven
om de ander te verwelkomen
als medebewoner van deze kleine planeet

Want lessen uit de geschiedenis
zijn gauw vergeten
maar angst
kan, zo blijkt steeds weer
zo makkelijk worden aangewakkerd
door hen die hun macht willen versterken.

Natuurverschijnsel

Afgelopen dinsdag was Femke Halsema bij College Tour van Twan Huys.
Ik zat rechtop want ik verwachtte dat Huys haar stevig zou ondervragen over haar opvattingen over hoe Amsterdam bestuurd zou moeten worden als ‘vrije’ en volgens de vorige burgemeester zelfs ‘lieve’ stad.
Ik dacht zeker te weten dat een onderwerp als de ontruiming van het ADM-terrein, waar 21 jaar lang een kunstenaarsdorp was gevestigd, waar gezinnen met kinderen woonden en festivals werden georganiseerd, vast wel ter sprake zou komen.
Of bijv iets als preventief fouilleren, waar de burgemeester nu wel fiducie in had en meer gebruik van ging maken. Zou dat misschien toch niet uitlopen op al of niet gewild etnisch profileren? Wat vond ze van ‘suicide by cop’? Was ze niet bang dat deze zich ontwikkelende praktijk uit de hand ging lopen en ‘verwarde’ personen vogelvrij zouden worden in de stad?

Hoe progressief vond ze eigenlijk dat de stad met dit linkse College werd bestuurd? Werden de bewoners bij alle ontwikkelde plannen zoals windmolens, wel serieus genoeg genomen?
En gingen bepaalde bezuinigingen juist niet ten koste van de groep aan de onderkant van de samenleving?
Hoe ging ze het toenemende probleem van de ongedocumenteerden en daklozen in Amsterdam met haar College aanpakken?
Was ze niet bang dat, als nu meer toeristen naar de stad zouden komen, dit ten koste van de inwoners zou gaan?
En tot slot: Wat verwachtte zij van de aanstaande nieuwe regering als Rutte weer premier werd en Hoekstra zich op rechts ging profileren? Hoe zou dan de relatie worden met het Amsterdamse stadsbestuur?

Nee dus.
Human interest daar had Huys duidelijk op ingezet. Hij wou Halsema aan het huilen krijgen, dacht ik op een gegeven moment. Echt zo’n mannelijke presentator!
Oude koeien werden uit de sloot gehaald zoals haar zoon die van het rechte pad was afgedwaald, de aanval van de Telegraaf die haar verdacht van het bevoordelen van haar kroost en haar eigen brief waarin ze het voor haar zoon opnam. De Damdemo kwam weer voorbij, waarvoor ze haar excuses had gemaakt.
Maar het werd erger, en dat konden we eigenlijk al voorvoelen toen haar moeder in een filmpje vertelde hoeveel moeite ze ermee had als behalve Femke, ook haar kleinkinderen mikpunt werden van mensen die het niet goed bedoelden.
En toen vielen mijn schoenen pas echt uit.
Ajax-fans hadden niet alleen bierblikjes naar haar gegooid, maar een hele groep mannen, vlak voor haar onder het podium, hadden haar voor hoer uitgemaakt.
En datzelfde scheldwoord bleek populair toen haar kinderen een keer uit de burgemeesterswoning kwamen en ze door een menigte heen moesten, die riepen: “Je moeder is een hoer!”
Vervolgens bleek ook nog eens dat als ze door de stad fietste ze ook nogal eens voor hoer werd uitgemaakt.
Snedig reageerde ze, naar eigen zeggen, door dan te roepen: “Voor jou ben ik mevrouw hoer!”

Ze verkreeg veel sympathie in de zaal bij de studenten en bij Twan met deze verhalen, maar ik was geschokt.
Dit betekende dat het in dit land dus zover was gekomen, dat de burgemeester van de hoofdstad, zonder enig echt probleem, behalve dan voor haarzelf en haar kinderen, voor hoer kon worden uitgemaakt.
Nog sterker dit leek eerder een natuurverschijnsel.
In plaats dat Twan woest werd en riep dat dat niet kon en dat dergelijke idioten moesten worden gestraft zoals Grapperhaus dat riep over de relschoppers toen de avondklok werd ingevoerd, keek hij haar alleen begripvol aan en reikte een glas water… o nee, dat nam ze zelf nog.

Niemand in de zaal suggereerde dat de straf op een opzettelijke belediging van het openbaar gezag zoals hier het geval was (artikel 267 Wetboek van Strafrecht) zou moeten worden verhoogd en op zijn minst uitgevoerd.
Kijken we naar de straffen tot nog toe, waarbij sprake was van het beledigen van burgemeesters dan zien we bijv 16 uur taakstraf voor een Vlaardinger die toenmalig burgemeester Annemiek Jetten uitschold voor stinkhoer, kutwijf en kankerhoer (dus ook veel gehoer), omdat ze de jaarlijkse vreugdevuren had verboden. Dan is er nog een geldboete van 350 euro en een week voorwaardelijk voor belediging van de burgemeester van Veenendaal in een aantal tweets, waarbij de politierechter had geoordeeld dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting waren overschreden.
Toenmalig burgemeester Van Zanen van Utrecht en Aboutaleb van Rotterdam waren beide zowel beledigd als bedreigd. Van Zanen in een video en Aboutaleb middels twitter, maar de straffen waren zeer gering respectievelijk: 390 euro boete en 120 uur taakstraf en bij Aboutaleb ook boete.

Halsema had helemaal niks gedaan of verboden, nog sterker alleen haar aanwezigheid riep kennelijk dit type seksistische agressie op.
Niet verwonderlijk dat ze persoonlijk zoveel voelde voor Lale Gül, die was bedreigd nadat ze Ik ga leven had geschreven, en zich in haar kon verplaatsen, haar ook bescherming bood.
Maar ik zou deze burgemeester willen zeggen: Wordt kwaad! Laat het niet over je kant gaan! Biedt jezelf ook eens bescherming! En schrijf een boek: Laat mij gewoon mijn werk doen, namelijk besturen!
Schaf een noodknop aan en bij iedere ‘lul’ die jou hoer noemt, één druk op de knop en er komt een hele politiemacht aan, die de persoon in kwestie inrekent.
Twan, wil je dat ook even twitteren, zodat iedereen hiervan op de hoogte is?
En het wel uit zijn stomme kop zal laten om deze burgemeester nog ooit aan te tasten in haar goede naam?

Woede, dat zou de terechte reactie moeten zijn van al diegenen die Nederland nog steeds niet zien als een achterlijk land, waar gefrustreerde idioten politieke ambtsdragers verrot kunnen schelden zonder dat dat enige consequentie heeft, behalve dan misschien wat emoties bij de ambtsdrager zelf die zich genoodzaakt ziet haar toevlucht regelmatig tot een coach, supervisor of psycholoog te nemen.

Leesknokploeg en Lale Gül

In de Volkskrant van 2 juni vroeg Adriaan van Dis zich in het kader van de boekenweek af of er misschien een leesknokploeg moest worden opgericht om de ontlezing op scholen tegen te gaan.
Ik weet een beter idee. Zet Ik ga leven van Lale Gül op de leeslijst!
Inmiddels zijn er al meer dan 100.000 exemplaren van verkocht en zijn de (doods)bedreigingen aan het adres van de schrijfster niet van de lucht.
Bedreigingen aan het adres van auteurs zijn doorgaans goed voor hoge verkoopcijfers  (behalve misschien in de jaren dertig toen Arnold Zweig zijn De Vriendt keert terug uitbracht en hij al snel het Duitsland van coming man Hitler moest ontvluchten).

Als we dan toch de aandacht van middelbare scholieren willen trekken wordt tegelijkertijd verplicht gesteld: De memoires van Deborah Feldman, verfilmd in de serie Unorthodox op Netflix en Bloed van Beatrijs Smulders.
In deze drie genoemde gevallen was er namelijk steeds sprake van dochters en jonge vrouwen die zich vrijvochten uit conservatieve, gelovige gezinnen.
Gül richt zich op haar conservatieve Milli Görüs-aanhangende Turkse ouders en scheldt  vooral haar moeder in het boek letterlijk verrot, hetgeen de lezer achterlaat met het gevoel, er zal toch wàt goeds zijn aan die moeder! Je zou bijna medelijden met haar krijgen dat ze zo’n onverbiddelijke dochter heeft.
In de serie Unorthodox gaat het om een orthodox joods gezin, waaruit het voor een meisje op zijn minst even moeilijk ontsnappen is en in het zeer toegankelijke Bloed van Beatrijs Smulders schetst ze een conservatief katholiek gezin in een dito dorp met een moeder die steeds zwanger is en een vader die als huisarts, tevens pater familias, de teugels strak in handen heeft.
Wat opvalt in deze drie gevallen is de manier waarop de seksualiteit van de dochter  tegemoet wordt getreden.
Niet, kun je zeggen, maar toch ook weer wel.

In de twee totaal verschillende milieus en religies van Gül en Smulders is sprake van een diamant waarover de dochter zou beschikken en die ze goed moet bewaren.
Op pag 6 van haar boek Bloed heeft de auteur op haar twaalfde een gesprek met haar vader die haar uitlegt dat ze op een schatkist zit van nu af aan, waarin parels zitten (haar toekomstige kinderen) en een ruwe diamant, waarop ze heel zuinig moet zijn en die ze moet bewaren tegenover rovers en ander tuig, die hem kunnen openbreken, beduimelen, beschadigen en zelfs voor altijd kapotmaken. Als remedie moet ze ‘haar onderbroek aanhouden’ De onderbroek zal haar helpen om zichzelf te beschermen.
Elders in haar boek geeft ze aan dat ze als kind al niets begreep van de onbevlekte ontvangenis van Maria.

“Bij ons moslims heerst er godbetert een maagdelijkheid-cultus. Voor vrouwen dan, want wederom worden beide geslachten niet met ‘hetzelfde sop overgoten’. Aldus Gül, die hier zoals vaker gebruik maakt van een verhaspeling van Nederlandse gezegden.
(Van Dis zou daarbij toch zijn wenkbrauwen fronsen.)
Er zijn ‘vrouwen om lol mee te hebben, de zogenaamde sletten, en vrouwen om mee te trouwen’.
“De vrouw die daadwerkelijk met de heer in de echt verbonden wordt moet ongerept zijn, een ‘ruwe diamant’, anders is ze inferieur en promiscue. Een jongen moet experimenteren, dat is normaal, maar bij een meisje is haar eer belangrijker dan haar leven”, citeert Gül een tante.

Tja, waar hebben we dat toch meer gehoord?
De conclusie kan geen andere zijn dan dat in de diverse godsdiensten, joods, christelijk, moslim, de vrouw en het meisje bezit is van de familie en dat de eer van de familie van haar en haar deugdzaamheid afhangt.
De straf op de doorbreking van de taboes kan verschillend zijn. In een hoger opgeleid en iets liberaler christendom levert het afkeuring op en nog geen verstoting of doodsbedreiging, maar het wordt de vrouw in de dop bepaald niet makkelijk gemaakt haar eigen weg te zoeken, al was het dat ze de afhankelijkheid van de man heeft verinnerlijkt en buitengewoon onzeker is geworden.

Wat overigens ook opvalt in de boeken van Smulders en Gül is dat over de moeders zeer kritisch wordt gedacht. Smulders moeder is een ‘angsthaas, een zeurpiet die te bang is om met haar vuist op tafel te slaan’ en bij Gül zien we een moeder als kakkerlak, de duvel zelve, iemand die ‘haar mantel graag naar de wind hangt’ (alweer een verdraaid gezegde) karbonkel en meer van dat fraais. Kennelijk is de negatieve houding naar het vrouwelijk geslacht verinnerlijkt en slaat terug op de moederfiguur.

Maar we hadden het over de boekenweek en de ontlezing.
Ik stel voor om het man/vrouw-verschil aan de hand van deze boeken en evt film ter discussie te stellen, dus niet het lezen óm het lezen maar maatschappelijke thema’s bespreken en zo het nuttige en misschien niet altijd aangename te combineren en tegelijkertijd te laten zien dat situaties zoals Gül ze beschrijft misschien helemaal niet zo uitzonderlijk zijn, zeker in het licht van de geschiedenis.