Brief aan Jet Bussemaker, demissionair minister van Onderwijs

Geachte mevrouw Bussemaker,

Afgelopen zondag 7 mei was voor mijn goede vriend en promotor Louk Hulsman, bij leven hoogleraar strafrecht aan de Erasmus-universiteit te Rotterdam, een topdag geweest.
Hij was een overtuigd abolitionist en vond mede op basis van zijn eigen ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog dat opsluiting geen adequaat middel was om criminaliteit, hij sprak over “criminaliseerbare gebeurtenissen” te bestrijden.
Gevangenissen waren duur en leidden alleen tot recidive en strafrechttoepassing was in zijn ogen een bewijs van onvermogen.
Hij leidde in de tijd dat ik bij hem werkte (jaren 80) het zgn. abolitionistisch project dat inhield dat wij als medewerkers onderzoek deden naar andere afdoeningen als mogelijkheden om met strafbaar gesteld gedrag om te gaan.
Civiel recht, mediation, slachtoffer/dader-bemiddeling, hij was er een groot voorstander van.
Nu ging het afgelopen zondag in Buitenhof o.a. over de oproep van een groot aantal vrouwelijke journalisten en opiniemakers (meer dan 100), die in NRC en de Volkskrant aan het adres van grote en bekende bedrijven, om niet langer op de sites GeenStijl en Dumpert te adverteren. “Bedenkt dat uw logo, uw zorgvuldig opgebouwde imago naast dit soort teksten verschijnt: ‘Ze loenst een beetje, geil bij het pijpen als ze me aankijkt, terwijl ik zeg dat ze een lekkere hoer is’. U betaalt mee aan een site waar vrouwenvernedering en racisme de norm is, niet de uitzondering.” Aldus de brief.
Aanleiding voor de brief was de actie van GeenStijl gericht tegen een journaliste van de Volkskrant. De site plaatste haar foto online met de tekst: Zou u haar doen? Graag alleen antwoorden met seksistische complimentjes.
Vervolgens werden er verkrachting-fantasieën en beledigingen op de site gedeeld en niet verwijderd.
Bussemaker was bij Buitenhof uiterst content met deze weerbare reactie van de vrouwen en feliciteerde hen met dit initiatief ook al omdat ze nu via de markt en buiten de overheid om met hun actie de site GeenStijl in de portemonnaie en dus het hart (om niet te spreken van een ander lichaamsdeel) raakten.
Ook Louk Hulsman zou denk ik de vrouwen feliciteren omdat ze met hun brief zo duidelijk paal en perk stelden aan de seksueel getinte vernederingen die opiniërende vrouwen al veel vaker moesten ondergaan, aldus een recent onderzoek van de Volkskrant.
Bijkomend voordeel was natuurlijk ook dat er opeens een nieuwe lichting jonge vrouwelijke feministen leek te zijn opgestaan die naast seksuele intimidatie ook andere maatschappelijke wantoestanden aan de kaak wilden stellen als ongelijke behandeling en racisme.
Merkwaardigerwijs betrapte ik mezelf, altijd Hulsmanniaan geweest, tijdens de uitzending er op dat ik de reactie miste van feministen uit mijn tijd. Steeds, als ik voorstelde om seksueel geweld buiten het strafrecht om af te doen, wezen ze me er indertijd namelijk zeer geïrriteerd op dat er een “vader staat” is die zijn burgers moet beschermen tegen agressie en geweld van andere burgers, zeker als het kwetsbare burgers en/of minderheden betreft.
Mevrouw Bussemaker, waar bleef bij u eigenlijk die “vader staat”?
U maakte de indruk dat de vrouwen die bedreigd werden op het strafrecht geen beroep zouden kunnen doen en/of dat dat hen niet zou helpen…
Waarom eigenlijk?
Als iemand een middelvinger opsteekt tegen een politieagent kan hij wel berecht en bestraft worden, waarom dan eigenlijk niet iemand die de ander duidelijk wil aantasten in haar eer en goede naam door vernederende teksten uit te lokken? (Zie in dat verband art. 266 Wetboek van Strafrecht belediging en een arrest van het Hof van 12 juli 2007.)
Interessanter nog zou artikel 137d Wetboek van Strafrecht kunnen zijn en ik zal het nu maar even integraal noemen mocht het u niet meer helder voor de geest staan:
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goederen vanwege hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht… etc. ( komt het u al bekend voor van het proces Wilders misschien?) wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. Niet veel, maar het kan toch afschrikken lijkt me.
Maar ik heb nog wat suggesties.

Waarom niet wat nieuwe artikelen?
Zoals: Hij die publiekelijk oproept tot seksuele intimidatie van een persoon op basis van zijn/haar ras, godsdienst etc. kan gestraft worden met…
Of/en deze: Hij die door zijn of haar uitlatingen op internet opzettelijk de uitoefening van iemands functie ten behoeve van het algemeen belang in een democratische rechtsstaat verhindert, niet zijnde bij wet verboden handelingen of uitingen.
Tja, ik ben van mijn geloof in het abolitionisme afgevallen, zoveel mag duidelijk zijn.
Het gaat me in dit geval eigenlijk vooral om de normstelling, om een onderstreping van de normen en waarden die we er in deze democratische rechtsstaat op na houden.
Gut waar heb ik dat toch meer gehoord?
Misschien toevallig bij hypocriet rechts als het als schild kan dienen tegenover de islam?

En voor degenen die om het hardste roepen dat dan de vrijheid van meningsuiting wordt geschaad heb ik deze: Als alleen beledigingen en vernederingen als valide argumenten dienen in een publiek debat, waardoor de andere partij uit angst zijn mond wel moet houden, heeft dat niets meer te maken met vrijheid van meningsuiting, alleen met een gebrek aan argumenten.

2 gedachten over “Brief aan Jet Bussemaker, demissionair minister van Onderwijs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *