Kafka in de polder of het rapport dat niet mocht verschijnen

In de eerste plaats wil ik met gepaste trots wijzen op de “alsnog “-publicatie op deze website van het eerste echte rapport over de betekenis van het VN Vrouwenverdrag, dat 22 jaar geleden niet mocht verschijnen.
Het verhaal wat ik u hier nu over ga vertellen begon als een sprookje en eindigde (althans voor mij) als een nachtmerrie.
Het is wat langer dan u van mij gewend bent, maar ik hoop dat u het volhoudt want spannend was het toen en blijft het nu denk ik.

Er was eens… begin jaren 90 een vrouw, lid van de Emancipatieraad voor de PvdA, tussentijds opvolgster van Jenny Goldschmidt die hoogleraar vrouw en recht was geworden in Leiden, die aan zag komen dat het mis ging met het emancipatiebeleid.
De raad zou eerst gedecimeerd en vervolgens opgeheven worden als eerste van de bestaande adviesraden en dat zei haar genoeg. Ook vreesde ze voor haar baan want last in first out, lag op de loer.
Toen haar de baan van universitair hoofddocent vrouw en recht in Maastricht werd aangeboden onder bijzonder gunstige condities, aarzelde ze nog wel even, want ze had een gezin met drie jonge kinderen in Leiden en haar man dacht er niet aan zijn en hun boeltje te verkassen naar deze mooie stad aan de Maas. Maar zette toch door.
Ze werd met open armen ontvangen daar in Maastricht, ze mocht er drie dagen zijn inclusief (betaald) pied a terre en vier dagen in Leiden .
Dit bijzondere avontuur heeft echter niet heel lang stand gehouden.
Tweeënhalf jaar hield ze allerlei ballen in de lucht: niet alleen gaf ze vrouw en recht, richtte een Platform met die naam op, gaf ook probleem-gestuurd onderwijs in andere vakken, maar ook slaagde ze erin twee derde geldstroom-onderzoeken op de rails te zetten.
Dat was een novum bij de juridische faculteit toen.
Het belangrijkste betrof een derde geldstroom-onderzoek gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken waar de directie Coördinatie emancipatiebeleid onder viel naar de betekenis van het VN Vrouwenverdrag. Juist omdat haar voorgangster Loes Brünott zich al eerder met het verdrag had beziggehouden zag ze het als haar taak dit werk aan deze faculteit voort te zetten. Wellicht zou ook het uitdiepen en versterken van de rol van het Verdrag het inzakkende emancipatiebeleid een boost kunnen geven

Zijzelf aarzelde echter wel of dit zo’n goed idee was, zij was immers geen deskundige op het gebied van internationaal recht en mensenrechten, laat staan vrouwenrechten, maar met name Jenny Goldschmidt, inmiddels hoogleraar zoals gezegd, overtuigde haar dat het haar wel zou lukken. Ook Liesbeth Lijnzaad, collega in Maastricht, zegde haar medewerking toe.
Liesbeth was al wel een deskundige op dat gebied, werkzaam bij professor Kees Flinterman. Jenny werd voorzitter van de begeleidingscommissie en Liesbeth kwam op de begroting.
So far so good.

In dit toneelstuk had een Griekse rei niet misstaan, een koor zoals u weet, dat de functie heeft de mens te waarschuwen voor overhaaste beslissingen en het noodlot dat daarmee vaak gepaard gaat.
Zeker toen Lijnzaad nadat de inkt van het contract met Sociale Zaken ternauwernood was opgedroogd aankondigde dat ze vertrok naar Buitenlandse Zaken en dus niet meer aan het onderzoek mee kon werken, had  het koor de  hoofdpersoon toegezongen: Niet doen, niet doen, daarbij ritmisch bewegend met dramatische gebaren.
“Tuin er niet in,” had het koor gezongen, “je wordt gebruikt, dom mens, als stand-in”.
“Over dit Verdrag ligt een doem, kijk naar wie je is voorafgegaan en naar haar lot, omgekomen bij een duistere brand in Schotland.” En het koor zou daarbij overgaan op gefluister, nauwelijks alleen nog voor de goede verstaander te horen.
Maar de hoofdpersoon in dit drama, zoals in alle drama’s, anders heet het geen drama, liet zich verleiden om het Vrouwenverdrag uit de doem die er toen over lag te bevrijden.
Het werd niet haar eigen dood maar wel die van haar loopbaan. Een betaalde baan was sindsdien niet meer voor haar weggelegd.

Ik, want ik  was het dus, die eigenzinnige domme vrouw die zich liet verleiden bleek later als vehikel te hebben gefunctioneerd, een soort tank die de vijandelijke linies wordt ingestuurd om de weg vrij te maken voor de rest van het peloton. Dat de tank natuurlijk is opgeblazen was “all in the game” en naar de resten kijkt niemand meer om.
Metaforen genoeg.
Het rapport dat voor u ligt mocht indertijd toen het eindelijk afkwam (een ziekte van een medewerker, computeruitval, van alles gebeurde er ondertussen) niet gepubliceerd worden van de begeleidingscommissie, ondanks het feit dat zeker drie mannelijke collega’s hoogleraren er achter stonden en het graag gepubliceerd hadden willen zien.
Maar het ministerie lag dwars en de decaan van de faculteit vond Vrouw en recht niet belangrijk genoeg om er problemen over te krijgen met het ministerie.
Ook de voorzitster, zoals gezegd Jenny Goldschmidt die het jaar daarop de Aletta Jacobsprijs zou krijgen voor haar voortrekkersrol op emancipatiegebied en haar voorbeeld functie voor andere vrouwen,  had op dat moment haar prioriteiten.

Later onder het genot van een heerlijk kopje thee met gebak, ik zat inmiddels al in de Ziektewet, vertrouwde ze me nog toe dat ze toen geen ruzie met Sociale Zaken kon gebruiken omdat ze in de race was voor het voorzitterschap van de Commissie Gelijke Behandeling en in dat verband wat meer afhankelijk van hun steun.
Ik heb daar wel een les aan overgehouden namelijk de les dat iemand kan behoren tot de groep van “ons soort mensen” nml in mijn geval joods, vrouw, hoog opgeleid, wonend in Leiden, humanist en feminist en PvdA-lid.  En toch als mens iemand zonder enige scrupule of zelfs maar meegevoel ten aanzien van mijn situatie laat staan voor de belangrijke rol die ik mezelf in mijn hoogmoed (hoogmoed komt ten val, haha) had toebedeeld als redster van de vrouwenemancipatie.

Over de gang die het niet gepubliceerde rapport ging nog het volgende:
Het werd vakkundig bijgeschaafd door mevrouw van Vleuten, aangezocht door het ministerie en kwam in gebonden toestand met onzer beider namen op de kaft in de onderste la van DCE te liggen.
Sindsdien heeft een Commissie onder leiding van de D66-er Louise Groenman het voortouw genomen en de angels eruit gehaald. Het werd het rapport van de Commissie Groenman zonder angels dus, want die zaten erin.
Dat mag ik u nog wel verklappen.
Maar meer zeg ik niet, lees het zelf, beoordeel zelf wat u ervan vindt, publicabel?
Ik heb zelf nooit begrepen waarom dit rapport niet de gewone weg mocht gaan en onderhevig mocht worden aan eventuele fikse kritiek vanuit de diverse geledingen van Vrouw en recht en wellicht andere juridische professionals. Begrijpt u dat misschien?
Laat het me vooral weten alsnog.

Had het soms iets te maken met de angst van de Nederlandse regering om internationale verdragen hier te lande te veel gewicht te geven zeker waar het de rechten van vrouwen betreft? Het ging immers ook over de implicaties op het terrein van arbeidsrecht en sociale zekerheid waar overigens later wel publicaties over verschenen.
(Zelf had ik zowel Irene Asscher, moeder van Lodewijk en hoogleraar arbeidsrecht, als Mies Westerveld om advies gevraagd in het kader van het brede derde geldstroom-onderzoek).

Eén ding is in elk geval gelukt: het Vrouwenverdrag, waar niemand ten tijde dat ik aan deze onmogelijke opdracht begon, meer iets in zag, kon door vooral mijn inspanning en ook die van mijn medewerkers Lucy Willems en Edith Franssen, op de kaart worden gezet.

Zoals uit onderzoek van met name Titia Loenen, hoogleraar mensenrechten in Leiden en haar medewerkers bleek, werd het Verdrag beleidsmatig en politiek zeker in relatie tot andere verdragen veel geciteerd en een succes.  Want hoewel dus dit eerste rapport nooit is gepubliceerd is het onderzoek dat tot het rapport leidde fundamenteel geweest voor de publicaties die nadien volgden.
Misschien voegt de publicatie van dit rapport iets toe aan de integriteit van de wetenschapsbeoefening, want wetenschap bedrijven betekent dat je eerlijk bent over je bronnen en deze zo belangrijke bron is nooit meer genoemd. Zie overigens ook de bibliografie over het Vrouwenverdrag van de Clara Wichmann werkgroep.

4 gedachten over “Kafka in de polder of het rapport dat niet mocht verschijnen

  1. Ik heb het hele onderzoeksverslag nog eens globaal doorgenomen. Wat een enorm werkstuk is dit geweest en wat zonde dat het in een lade is verdwenen. Ik ben echt heel erg onder de indruk. Wat jullie onderzoekers persoonlijk betreft : wat een dreun moet dat geweest zijn.
    Juist de tweedeling in op het eerste gezicht en op het tweede gezicht is boeiend.Het zou ook geel goed toegepast kunnen worden in de huidige formatie perikelen t.a.v. het Vluchtelingenverdrag. Op het eerste gezicht :VVD en CDA, op het tweede gezicht: Groen links en(aarzelend) D66. Ik vraag mij af of je niet een addendum moet maken,waarom het in die la is verdwenen. Dat is toch interessant uit het oogpunt van wetsgeschiedenis. Ik begrijp ook wel dat je daar geen zin in hebt,om die oude wonden weer open te halen,maar toch. Misschien samen met iemand doen? Jacqueline de Savornin Lohman

  2. Ha Joyce,
    Je hele verslag gelezen. Erg indringend en in prachtig proza geschreven. Nu begrijp ik beter hoe het allemaal is gelopen en de rol van het ministerie en Jenny daarin.
    Je kwam indertijd weleens bij mij in Utrecht je verhaal doen onder het genot van vette sigaren maar ik had toen niet dit overzicht van de gang van zaken op mijn netvlies. Ik luisterde en zag een gedreven en beschadigde vrouw.
    Natuurlijk herinner ik me het mooie congres dat je had georganiseerd (handen en voeten aan het vrouwenverdrag). Ik was onder de indruk van wat je allemaal op de rails had gezet.
    Het treft me dat je na zoveel jaren en nadat het stof is neergedwarreld je verhaal doet.

  3. Nog gebruik gemaakt van dit boeiende rapport voor mijn masterscriptie Arbeidsrecht. Zowel als inspiratiebron en als informatiebron erg nuttig geweest! Mooi en terecht dat dit rapport alsnog gepuliceerd is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *