Hoe passend is passende zorg

Het  (concept) Integraal Zorgakkoord houdt de gemoederen bezig. Nu de vergrijzing verder doorzet, de kosten voor de zorg de pan uitlopen en personeel steeds moeilijker is te krijgen moet de zorg toekomstbestendig worden gemaakt.

Huisartsen en Actiz , de branchevereniging van circa 400 zorgorganisaties tekenen vooralsnog niet.
“Zorgorganisaties willen niets liever dan investeren in arbeidsvoorwaarden, opleiding en scholing van zorgprofessionals, in het verlichten van de werkdruk, in het samenwerken met andere zorgverleners in de keten en digitalisering. Maar daar zijn wel reële tarieven voor nodig, dat is een basisvoorwaarde” aldus Actiz op de eigen site.
Bij de huisartsen blijkt met name het vertrouwen te ontbreken dat de afspraken uit het Zorgakkoord  ook zullen worden nageleefd door zorgverzekeraars en het NZA ( Nationale Zorg Autoriteit). Ze willen op korte termijn concrete resultaten zien oa ten aanzien van de avond- nacht en weekenddienst tarieven en wat ‘Meer tijd voor de Patiënt’ betekent in de praktijk voor de zorgverzekeraars.

Passende zorg

Wat mijzelf opviel in de tekst van het Akkoord is vooral het begrip passende zorg.
‘Passende zorg vergt (digitale en technologische) innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke missie om zorg mensgericht, houdbaar en duurzaam te maken’.
‘Passende zorg is arbeidsbesparende zorg en passende zorg is de juiste zorg op de juiste plek’.
‘Passende zorg is waardegedreven (dat betekent dat zorg op de eerste plaats effectief is, voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk en meerwaarde heeft voor de patiënt met daarnaast een doelmatige inzet van mensen, middelen en materialen’.
‘Passende zorg is zorg waarvan op basis van de stand van de wetenschap en praktijk aannemelijk is dat het op groepsnivo effectief en doelmatig is’.
‘Passende zorg vindt digitaal plaats als het kan en fysiek als het moet’.
‘Passende zorg begint bij zelfzorg en informele zorg. Pas als dit onvoldoende bijdraagt, sluit formele zorg aan’.

Samengevat: Een oudere (want vooral de groep ouderen die zorg vraagt of nodig heeft zal zeer toenemen) die een hulpvraag heeft, zal zich eerst moeten afvragen: kan ik dit alleen oplossen? Dat zal hij of zij so wie so wel doen dus dat slaan we even over.
Dan moet deze oudere zich afvragen: heb ik een kind, buurvrouw, vriend of vriendin die me met mijn hulpvraag bv pijnscheuten rond de hartstreek kan helpen?
Ook dat zal de oudere zich ongetwijfeld afvragen alvorens naar een hulpverlener te rennen.
Nog sterker de meesten zullen te lang doorlopen met pijn rond de hartstreek omdat ze bv bang zijn voor de dokter of zichzelf niet zo serieus nemen (ach het zal wel overgaan…. een vermoeidheidskwestie ed).
De volgende stap is dat ze via de telefoon na drie kwartier wachten worden verwezen naar de website van de huisarts, waar hen wordt aangeraden contact op te nemen met de chatbox.
De computerstem van de chat box zal hen wijzen op de laatste stand van zaken in de wetenschap betreffende hartklachten en verwijzen naar de site waar hierover meer te vinden is.
Als u dan nog klachten heeft of denkt dat ze zo ernstig zijn dat u persé fysiek moet worden onderzocht kun u alsnog met ons contact opnemen, aldus de chatstem.
Tegen die tijd zal de betreffende oudere wellicht een zodanig infarct hebben ontwikkeld dat er NIETS MEER aan te doen is, wat wetenschappelijk kan worden vastgesteld.

Zo wordt dan toch weer een probleem van teveel ouderen opgelost!
In 1981 schreef ik een proefschrift over eerstelijns (rechts) hulpverlening en constateerde dat het aanbod niet aansloot op de vraag omdat de complexiteit van de vraag niet werd erkend.
Er werd te weinig rekening gehouden met de menselijke factor en er werd te veel gecategoriseerd.
Van technologie en instrumentalisme werd het heil verwacht.
Van de actualiteit van deze stelling is nog niets verloren gegaan. Alleen wordt ze nu toegedekt door termen als waardegedreven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.