Kan dat zomaar in dit land?

Een vraagje voor de lezer:

Kun je in dit land gewoon in de gaten gehouden worden door een grijze BMW met twee mannen erin, die de hele dag zonder enige verklaring voor je deur staan en je woning in kunnen kijken? Een buurvrouw vertelt dat ze van de politie zijn.

Je klopt op het portier van de BMW met het nummerbord: 5-TPK-37 en je vraagt wat ze daar doen en je hoort van hen dat ze niks mogen zeggen. Je belt de politie en vraagt of het kan dat je huis en het gebouw waar je in woont in de gaten wordt gehouden. Ze gaan het na en zeggen dat het klopt en dat dit nummerbord dat je opgeeft inderdaad van de politie is en dat ze verder niks mogen zeggen.
Je belt de gemeentelijke ombudsman die je verwijst naar de nationale ombudsman en de laatste zegt dat je een klacht kunt indienen bij de politie Amsterdam die waarschijnlijk binnen 10 weken wordt behandeld.
Wat te doen?
Aangezien ik op Groen Links had gestemd bij deze verkiezingen en altijd dacht dat het de partij van de rechtsstaat was bel ik met de fractie en krijg een medewerker aan de lijn.
Hij hoort mijn verhaal aan en raadt me aan ergens anders mijn heil te zoeken omdat Groen Links daar toch niks aan kan doen.
Ok, de burgemeester?
Of toch een advocaat misschien?
De buurvrouw had me in vertrouwen verteld dat ze daar al tijden stonden. Ik, echte Hollandse sukkel, niet gewend aan praktijken die ik bestaanbaar acht in allerlei landen maar niet in Nederland, sta even met de mond vol tanden en begin dan maar uit frustratie aan deze blog.
Net als ik een nieuwe ingeving krijg om een mij bekende advocaat te bellen over deze vergaande inbreuk op mijn privacy, die misschien al wel een week of langer duurt zonder dat ik er erg in heb en ik even een kopje thee wil zetten, zie ik dat ze vertrokken zijn.
Toch gealarmeerd nadat ik contact had gezocht met hun werkgever?
Of is hier nog wat anders aan de hand?
Komen ze terug?
Wanneer?
Ik besef dat mijn naïveteit ten aanzien van de zekerheid hier op deze plek op IJburg ongestoord en ongezien te leven en te genieten van mijn oude dag, een flinke knauw heeft gekregen.
Niet de maffia bedreigt me nu maar onze eigen Amsterdamse “jongens” van de politie, die me wellicht dag en nacht waarnemen en geen enkele uitleg verschuldigd zijn.
“Voor mijn eigen bestwil” natuurlijk.
Voor de zekerheid dien ik dan toch maar een klacht in digitaal. Baat het niet dan schaadt het ook niet. Wellicht krijg ik over 10 weken bericht.
De lieve stad van wijlen Eberhard van der Laan blijkt een voor mij beangstigend heimelijk gezicht te hebben.

Zo gek is het geworden

Onder die titel is een een boek uitgekomen van Arthur Blok over Geert Wilders, Van eenmansfractie tot brede volksbeweging luidt de subtitel.
Parafraserend gebruik ik deze titel om mijn commentaar op Wilders en zijn partij zoals in het boek behandeld, te geven in het navolgende deel:

Zo gek is het geworden dat in een land als Nederland dat zichzelf beschouwt als democratische rechtsstaat een volstrekt ondemocratische partij met slechts één man als allesbepalend leider de tweede partij van het land is geworden.
Zo gek is het geworden dat deze allesbepalende leider vrijheid van meningsuiting het grootste goed vindt en daar steeds op hamert, hij vindt dat hij zelf alles moet kunnen zeggen ook al is dat kwetsend of beledigend naar bepaalde bevolkingsgroepen of personen, maar in zijn eigen partij geen vrijheid van meningsuiting duldt, geen contact met de pers buiten hem om, geen open confrontaties of verschillen van mening, geen afwijkingen van de partijlijn.
Zo gek is het geworden dat de man, allesbepalend leider van zijn partij, die de vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel heeft een enorme bewondering heeft voor leiders als Poetin en Trump. De eerste die wettelijke maatregelen neemt om de persvrijheid aan banden te leggen; als je het durft kritiek te uiten op zijn leiderschap en politiek maak je je al snel schuldig aan smaad en laster; de tweede die de media in zijn land de mond snoert door alles wat niet in zijn kraam te pas komt uit te maken voor fake news en/of elitair.
Zo gek is het geworden  dat in een land als Nederland de partijleider van de op één na grootste partij zijn financiële middelen uit het buitenland haalt en met name van de zeer rechtse Horovitch die banden heeft met de Tea Party, Breitbart en anderen ter uiterst rechter zijde van het politieke spectrum in Amerika. Poetin zou zo iemand in het Rusland onder zijn regie bestempelen als een “buitenlandse agent”. Zie overigens ook de grote vriend van Wilders Victor Orban van Hongarije over Soros en de door hem gefinancierde universiteit.
Zo gek is het geworden dat deze partijleider niets anders doet dan schelden op de Nederlandse instituties, zoals rechterlijke macht, het zgn “nep”parlement maar ook de premier, de leider van D66 etc, maar ondertussen de islam als grootste vijandelijke ideologie typeert omdat deze onze normen en waarden en rechtsorde niet respecteert.
Zo gek is het geworden dat een Nederlandse politicus ter rechterzijde af wil van Europa en de grenzen dicht wil gooien, terwijl hij tegelijkertijd betoogt dat hij zo’n voorstander is van gelijke rechten van mannen en vrouwen. Kennelijk is hij niet op de hoogte van het feit dat gelijkberechtiging in dit land zeker sociaal-economisch via de band van de Europese gemeenschap moest komen (zie bijv pensioenrechten ed, art 119 EEG-Verdrag).
Zo gek is het geworden  dat een partijleider van de tweede partij van dit land zich bedient van taalgebruik dat we kennen uit de tijden van het Derde Rijk. Zoals hij spreekt over “vervuiling” van de publieke ruimte door de islam en dan bedoelt hij mensen die uiterlijk de kenmerken dragen van het aanhangen van deze religie.
“Laten we onze straten terug veroveren, en zorgen dat Nederland er weer uit gaat zien als Nederland”, aldus Wilders, zie ook pag 239 van Blok.
Ik heb het citaat niet bij de hand maar ongetwijfeld komen dergelijke teksten ook bij de bekende Nazi’s en antisemieten uit de Derde Rijk-periode voor. Overigens wordt het in Mein Kampf  als strategie aangeprezen om een vijand te kiezen en zich daar systematisch en radicaal tegen af te zetten. Zo komt men aan macht, aldus de schrijver. Maar als we Kurz uit Oostenrijk beluisteren over het migranten-vraagstuk en de Oostenrijkers, komen we helaas weer dichter bij een dergelijke benadering in de buurt.
Zo gek is het geworden  dat deze partijleider zich profileert als pro-Israël en pro-joods en ondertussen in zee gaat, zelfs één fractie vormt in het Europees Parlement met qua antisemitisme zeer verdachte partijen als de FPÖ van Oostenrijk. Bovendien is hij een aanhanger gebleken van de zgn Groot-Hongarije gedachte en een vriend van Orban, die een antisemitische heksenjacht op Soros heeft geopend en een duidelijk voorstander van een verbod op rituele slacht, een kwetsbaar onderwerp zoals blijkt uit de joodse geschiedenis.
Wat betreft de pro-Israël houding heeft hij bewondering voor de administratieve detentie, die ze daar onder het uiterst rechtse kabinet van Netanyahu hebben geïntroduceerd, wat betekent dat ze mensen “die voor problemen gaan zorgen” van de straat halen. Zes maanden van de straat halen zonder proces, lijkt Wilders wel wat.
Als we dat op Wilders zelf toepassen met zijn plannen om een Mohammed-cartoon-wedstrijd te organiseren, waarmee hij de veiligheid in dit land ernstig in gevaar zou kunnen brengen zou “van de straat halen” van hem dus zo gek nog niet zijn.
Overigens is het “behoorlijk gek” dat hij wel voor dit soort buitenrechtelijke maatregelen is maar ondertussen zelf, als hij in een rechterlijke procedure terecht komt, eist dat hij een eerlijk proces krijgt en uiterst secuur is op iedere rechter die wellicht bevooroordeeld zou kunnen zijn.
Zo gek is het geworden tenslotte, dat een partijleider als Wilders in een land als Nederland alle kansen krijgt om een hele bevolkingsgroep letterlijk zwart te maken, en om zeer vergaande voorstellen te doen ze buiten de grondwettelijke bescherming te plaatsen (pag 213) en als het even kan te “verwijderen” uit Nederland. Zijn uitspraak over minder Marokkanen was wat mij betreft vooral schokkend vanwege de toevoeging: dat gaan we regelen!
Op pag 222 van het boek van Blok komen we een hartenkreet van Wilders tegen. Hij wijst op Hugo de Groot die ontsnapte in een boekenkist toen hij tot levenslang werd veroordeeld “omdat hij aan de kant van Van Oldenbarnevelt streed voor onze Nederlandse vrijheden.” … “Soms wens ik wel eens dat ik zelf zou kunnen ontsnappen. Maar ik weet dat ik dat niet kan,” zegt hij.
“Ik zou moeten zwijgen. En dat kan ik niet. Dat wil ik niet. De vrijheid van meningsuiting is de enige vrijheid die ik nog heb”.
Dat klinkt moedig, heel moedig.
Maar ik zou tegen hem willen zeggen: Meneer Wilders, als u zo’n moeite hebt met de rechtsorde en de instituties en hoe ze functioneren in dit land en met het feit dat we hier ons wat aantrekken van Verdragen en mensenrechten en onze Grondwet die nu eenmaal ook een vrijheid van godsdienst, van Vereniging en vergadering kent waarom, in botte tekst, “rot” of “pleurt” u dan niet gewoon op?
Landen als Amerika met zijn Trump, Hongarije met zijn Orban, Oostenrijk met zijn Kurz, en wellicht Israël anno nu met zijn Netanyahu staan klaar om u met open armen te ontvangen samen met uw Hongaarse echtgenote!

Het nieuwe realisme

Wat me opvalt  bij nogal wat redeneringen die je hoort van publieke figuren is dat er als tegenargument tegen een bepaalde maatregel vaak een beroep wordt gedaan op nut en  realisme.
Een voorbeeld: het heeft geen zin om migranten in de regio op te vangen en in eerste instantie daar een schifting te maken tussen mensen die wellicht een kans maken Europa nog binnen te komen (als vluchteling) en anderen. Ze laten zich nl toch niet afschrikken en stappen toch wel in die gammele bootjes.
Wat zo iemand eigenlijk wil zeggen is: ik ben niet voor die maatregel, ik vind hem eigenlijk inhumaan en tegen ons internationale recht zoals vastgelegd in oa het Vluchtelingenverdrag ingaan. Maar hij of zij weet dat een dergelijk argument niet echt goed aankomt bij een groter publiek dus wordt een beroep gedaan op de functionaliteit.
Het heeft geen nut want “ze komen toch wel”.
Onderliggend is de implicatie: een dergelijke vergaande maatregel is niet realistisch.
Realisme is hèt argument van deze tijd.
In de Volkskrant van vandaag, 28 juni, stond een stuk waarin onderzoeker en rechtssocioloog  Marc Hertogh en zijn onderzoeksgroep van de universiteit Groningen aangeven dat de harde aanpak van uitkeringsfraude juist de fraude voedt en niet vermindert.
Hij heeft daar jarenlang onderzoek naar gedaan en concludeert dat in de eerste plaats de grootste groep niet fraudeert en ten tweede dat het benaderen van mensen als potentiële fraudeurs alleen maar achterdocht opwekt. Domme handhaving is alleen maar naar regels kijken en niet naar de persoon.
Dat laatste is uit mijn hart gegrepen. Ik heb er zelfs een deel van mijn proefschrift aan gewijd in 1981. Ik constateerde na een paar maanden participerende observatie bij een Sociale Dienst dat dat laatste nu net zo belangrijk was en een integrale benadering met zich mee bracht, maar stuitte op verzet bij de juridische afdeling die verder weg stond van de cliënten.
De vraag die de onderzoeksgroep zich kennelijk heeft gesteld is: wat werkt?
En het antwoord: de harde dwz repressieve en achterdochtige aanpak werkt niet, werkt nl fraude in de hand. En dat is een argument wat telt dezer dagen: deze aanpak is niet functioneel en dus niet realistisch, want werkt fraude in de hand.
Maar wat is hier: “werken”?
Ik zou zeggen: een aanpak werkt als degenen die een uitkering behoeven op goede dus legale gronden, deze ook kunnen krijgen en als degenen die een uitkering hebben deze ook terecht dus op legale gronden hebben.
In mijn tijd, dwz enige decennia geleden, werd het zogenaamde “niet-gebruik” van recht nog als een probleem gezien.
Veel potentiële uitkeringsgerechtigden vroegen geen uitkering of bijstand of bijzondere bijstand aan omdat ze niet op de hoogte waren van waar ze recht op hadden.
Het zou me niet verbazen als dat anno 2018 nog steeds het geval is.
Onderliggend wordt hierbij het probleem van recht en rechtvaardigheid gesteld. Als je ergens recht op hebt moet je het ook kunnen krijgen.
Sindsdien kwam een periode het begrip “plicht” in zwang en nu dus nut en realisme.
In mijn boek: Voetangels voor kopstukken uit 1999 heb ik beschreven hoe op het ministerie van Justitie het denken in recht plaatsmaakte voor het denken in “social engeneering” oftewel instrumentaliteit.
Recht en ethiek zijn zelfstandige waarden en zouden ook als zelfstandige waarden kracht moeten bezitten.
Ik ben bang dat we die tijd hebben gehad.

Toekomstperspectief

Dit jaar 2018 is het 70 jaar geleden dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens het levenslicht mocht zien.
2018 is ook het jaar van het Europees Cultureel Erfgoed. De EU heeft gekozen voor het toekennen van een Europees erfgoed-label aan de belangrijkste elementen van het Europees erfgoed. Hiervoor komt in aanmerking het cultureel erfgoed dat een sterke symbolische Europese waarde heeft en de gemeenschappelijke geschiedenis van Europa en de opbouw van de Europese Unie benadrukt.
Bij de criteria die een rol spelen  om een aanmelding te honoreren wordt genoemd: dat de betreffende aanmelding een belangrijke rol kan spelen om Europese burgers met name jongeren meer inzicht te geven in het gemeenschappelijk Europese cultureel erfgoed, inclusief de democratische waarden en mensenrechten. Vooral jongeren moet geleerd worden wat de gemeenschappelijke waarden en belangrijkste elementen uit de Europese geschiedenis zijn en hoe deze zijn verankerd in het Europees cultureel erfgoed.
Interessant is dat in Nederland zowel het Vredespaleis als Westerbork de titel van Europees cultureel erfgoed hebben gekregen.
Met dank zou ik zeggen aan oa mijn voorgeslacht, mijn moeder en zussen en andere verwanten die in Westerbork hebben gezeten als doorgangskamp. Maar ook natuurlijk de Duits-joodse vluchtelingen die Wilhelmina niet in haar achtertuin wou hebben en de Molukkers die vanaf 22 maart 1951  in woonoord  Schattenberg zoals Westerbork toen werd genoemd hun intrek hebben genomen.
Wat betekent dit? Dat we er via Westerbork aan worden herinnerd hoe belangrijk mensenrechten, zoals in de Universele Verklaring verwoord, zijn omdat zonder die mensenrechten een mens, ieder mens, jood of Molukker of misschien nu: vluchteling uiteindelijk vogelvrij is, een ding, object, nummer?
Of misschien ook dat dit Europa wat zich zo voorstaat op zijn middels verdragen en rechtspraak bereikte beschaving  een geschiedenis kent van uitzonderlijke industriële vernietiging van een deel van de menselijke soort.
Een geschiedenis ook van enthousiasme voor der Wille zur Macht en voor oorlog als middel om de “sterken” boven te laten drijven (met dank aan Hitler en Friedrich Nietzsche).
Norbert Elias maakte ons als socioloog al duidelijk dat beschaving flinterdun kan zijn en dat wat zich daaronder toont buitengewoon gewelddadige vormen aan kan nemen.
Nu de Tweede Wereldoorlog – laat staan de Eerste met al zijn verschrikkingen – al meer dan 70 jaar achter ons ligt  en nieuwe generaties zijn aangetreden, lijkt het er steeds meer op dat mensenrechten een “links” thema wordt gevonden.
Verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag interesseren alleen juristen (een raar slag mensen) en een “bovenlaag”. Men noemt deze “politiek correct” maar dat is inmiddels dus een scheldwoord geworden.
Hoogstwaarschijnlijk hebben we over veertig jaar historici, als die dan nog bestaan, die terugkijken en constateren dat 2018 het jaar was waarin Europa overstapte op een officiële erkenning van zijn status als vesting.
Een vesting waarin kennismigranten meer dan welkom zijn, mensen met geld, netwerken en opleiding  ook evt uit derde wereldlanden maar waar mensen die daarvan verstoken zijn worden beschouwd als “overig” en er dus niet meer in komen.
Het begrip vluchteling is dan allang afgeschaft.
Menswaardig, dwz een bestaan waardig, zijn dan in Europa alleen nog diegenen van de eerste categorie en degenen die zeggen dat ze de klompendans nog kunnen uitvoeren.

Proof of the pudding

The proof of the pudding is in the eating, is een bekend gezegde.
Dat gaat nu ook voor Europa op. Je kunt als Europa nog zulke mooie waarden proclameren na twee wereldoorlogen die waanzinnig veel mensenlevens hebben gekost, maar wat nu als dat Europa wordt “overspoeld” met vluchtelingen, die oorlog, conflicten, geweld ontvluchten, en steeds vaker klimaatrampen.
Vanavond is de nacht van en voor vluchtelingen, georganiseerd door Stichting Vluchtelingenwerk.
Even wat feiten op een rij:
In 2016 waren 65,6 miljoen mensen op de vlucht, 17,2 miljoen waren officiële vluchtelingen dwz stonden onder UNHCR-mandaat.
Van dat aantal wordt 84 procent opgevangen in een ontwikkelingsland. Libanon ving 1 miljoen Syrische vluchtelingen op dwz 1 op de 4 inwoners van dat land is vluchteling.
15 miljoen vluchtelingen in Afrika vinden een plek elders in Afrika.
In Libië is de chaos compleet. Vluchtelingenkampen zitten overvol.
Duidelijke cijfers zijn er niet, althans ik kon ze niet vinden.
Turkije, geen echt ontwikkelingsland maar ving toch 3,1 miljoen Syrische vluchtelingen op (de stand in maart 2017).
U verwacht natuurlijk dat de 28 Europese landen, met in totaal 517,408 miljoen inwoners toch wel zo’n 2 à 3 miljoen zouden kunnen herbergen zonder enige politieke discussie, gewoon voortvloeiend uit die mooie Europese waarden, vastgelegd in oa het Vluchtelingenverdrag waar alle Europese landen aan gecommitteerd zijn.
Nee dus. Van de 651.250 asielzoekers in 2017 en de 1,2 miljoen in 2016 vraagt een derde asiel in Duitsland. Van het totale aantal wordt 45,5 procent toegewezen en 54,5 procent afgewezen.
Angela Merkel, de voornaam zegt het al, stond zo’n ruimhartig beleid voor: Wir schaffen es, zei ze nog vol overtuiging.
Maar we blijken het niet meer te schaffen, of misschien is het wel snappen, in Europa.
Allerlei landen krijgen andere regeringen die de vluchtelingenstroom “zat zijn”. De vluchtelingencrisis is één van de belangrijkste politieke onderwerpen geworden.
Italië, Hongarije, Oostenrijk en meer Oost-Europese landen die niet begrijpen dat als je flink uit de Europese subsidieruif mee eet dat daar dan wat tegenover moet staan nl ruimhartigheid, en medemenselijkheid als hooggeachte Europese waarden.
En nu dan Duitsland, waar aangevuurd door Beieren (had altijd al een behoorlijk rechts image) de CSU met het idee komt de grenzen dicht te gooien voor asielzoekers die elders in Europa geregistreerd staan.
Hoe wil Duitsland dat overigens doen?
Een muur bouwen om dat land? Weer ouderwetse grensposten instellen met rijen vrachtwagens die er dus niet door kunnen?
Terecht zegt Merkel dat dat het einde zal zijn van het Europa van de open grenzen.
Ach ja dat kan er ook nog wel bij: het eigen land eerst van Trump en zijn begonnen handelsoorlog met Europa blijkt een populair recept te worden.
We vechten terug en zetten muren om ons land.
Eigen volk eerst, waar had ik dat toch eerder gehoord?

Liefde op het werk zorgt altijd voor onrust

“Liefde op het werk zorgt altijd voor onrust” is de kop in de Volkskrant van 7 juni jl.
Gedoeld wordt op de bekend geworden affaires van stellen die functies bekleden in de politiek en het openbaar bestuur.
Zo blijken nu Groen Links-voorzitter Marijke Meijer en Groen Links-kamerlid Rik Grashof al een relatie te hebben die stamt van vóór de verkiezingen. De verdenking is dat Rik zijn positie als Kamerlid te danken heeft aan de nauwe betrekkingen met Marijke. Maar het ergste vindt men dat het stel niet transparant was wat betreft hun intimiteiten. Beide zijn nu opgestapt en hebben de partij in verwarring achtergelaten.
Bij het Openbaar Ministerie  heeft Marc van Nimwegen inmiddels buitengewoon verlof gekregen vanwege een verzwegen relatie met een andere hoofdofficier Marianne Bloos (sommige achternamen zou je als romanschrijver niet verzinnen). Van Nimwegen blijkt een ex-partner van een minnares, die door zijn interventie overigens ex is geworden, te hebben beoordeeld als baas en wellicht dat hij Bloos als procureur-generaal aan haar huidige betrekking heeft geholpen.
Gerommel, gerommel en dat willen we hier niet!
Wat was hier aan de hand?
Twee aspecten vallen op: gebrek aan transparantie (buitenstaanders moeten aan de bel trekken) over de relatie, en integriteit-problemen waar het benoemingen en beoordelingen betreft die wellicht beïnvloed werden door de liefde (of haat) kortom door emoties en niet door de ratio. In het geval van het Openbaar Ministerie wordt de affaire zelfs onderzocht door een heuse onderzoekscommissie met oa een hoogleraar strafrecht erin.

Mijn eigen ervaring, die nog stamt uit de zeventiger jaren, kan hier misschien worden opgevoerd als interessante vroege casus.
Mijn toenmalige partner en ik hebben korte tijd samen in de PvdA-fractie van de Leidse gemeenteraad gezeten. Iedereen wist dat we een relatie hadden, nog sterker samenwoonden. Er was niet sprake van derden zoals bij Rik Grashof die al 22 jaar samenwoonde en dus niet meteen aan Jan en alleman wou vertellen dat hij het zo leuk had met Marijke. Volledige transparantie dus. Ook hadden we geen hiërarchische betrekkingen. R kon mij niet maken of breken en ik hem niet qua beoordeling of benoeming.
Toch presteerde Hans Glaubitz van D66, die er zelf een ruimhartige liefdesbetrekking op nahield en later trouwde met een man, het om een motie van afkeuring in te dienen, die het overigens niet haalde. Het geeft wel aan hoe ongewoon het toen was om werk en liefde in het openbaar bestuur te combineren. R en ik hebben het allemaal toen wat lacherig afgedaan maar misschien heeft het  indirect toch zijn doorwerking gehad.
Ik ben niet lang daarna opgestapt als raadslid, ook omdat ik er al snel achter kwam dat ik het zogenaamde burgerperspectief* in de fractie verdedigde tegenover het bestuurlijke perspectief van de toenmalige (in Leiden zeer machtige) PvdA-wethouders. R zat toen duidelijk op de bestuurlijke lijn en zo verbazingwekkend was het dus niet dat hij ook nog een tijdje wethouder is geweest.
Die periode heeft me vooral geleerd dat niemand last had van onze relatie behalve wijzelf.
De politiek en onze positie als raadslid heeft onze verhouding toen geen goed gedaan.
Overigens des te opvallender dat we toch nog drie kinderen kregen en nog 23 jaar bij elkaar bleven, maar dit terzijde. Misschien ben ik tijdig opgestapt?
Wat kan er aan dit soort situaties worden gedaan?
Het enige is volgens mij dat politieke loopbanen maar dat geldt natuurlijk ook voor allerlei andere werksoorten rekening houden met het persoonlijk leven van de betreffenden.
Natuurlijk zijn verleidingen op het werk altijd groot, maar ik denk dat als dat werk het belang ziet van harmonieuze (gezins-)relaties en daarvoor voldoende tijd en ruimte geeft, de neiging om het met een collega die ook nachtelijke uren draait “te doen” minder groot wordt.
En tenslotte: wat is transparantie eigenlijk waar het de liefde betreft?
Moet je het melden als je één nacht bij een ander doorbrengt of twee?
Moet je het melden als je verliefd wordt op iemand (zonder dat die ander het trouwens weet)?
Maar het omgekeerde is misschien minstens even belangrijk. Moet je het melden als je om wat voor triviale reden ook de pest hebt aan iemand?
Kortom er valt hier nog heel wat te onderzoeken.

  • Ik heb indertijd een memo geschreven over het verschil tussen een burgerperspectief en een bestuurlijk perspectief.  Op een roerig fractieweekend in Noordwijk is dat onderwerp besproken. Erg serieus ging dat toen niet.
    Wel interessant hoe nu bijna 40 jaar later Europa gespleten lijkt te gaan worden door het grote gat tussen het burger- en het bestuurlijke perspectief.

Zelfbeeld

Naar aanleiding van de rechter die vaststelde dat de man/vrouw-indeling achterhaald was, vroeg ik me af wat mijn zelfbeeld eigenlijk was.
Wat betreft gender: ik heb nooit een jongen willen zijn maar gedroeg me wel van jongs af aan heel jongensachtig. Was bijv altijd keeper bij het voetbal op het schoolplein en klom in bomen tot ik er op 8-jarige leeftijd uitviel en mijn wond in het ziekenhuis gehecht moest worden.
Sindsdien had ik hoogtevrees.
Op de leeftijd dat ik borsten kreeg zag ik met lede ogen dat ze veel te zwaar werden net als die van mijn moeder en zussen.
De strijd tegen oprukkend vet en dus ook tegen mezelf als pycnisch type was begonnen.
Eetproblemen dus. Overdag anorexia zouden we nu zeggen en ’s avonds boulimia. Jaja heel modern.
Op de middelbare school viel ik voor een docente en schreef lyrische gedichten over haar.
Mijn moeder vreesde dat ik lesbisch zou blijken te zijn.
Nog later verruilde ik het ene huwelijk (met een man) voor het andere en werd een ster in mono-seriële relaties.
Ook blonk ik uit in flexwerk en zogenaamde frictiewerkeloosheid (telkens weer een andere parttime baan met een tussenpoos) en was lang voor Tinder al te vinden op datingsites (happyvpro om mee te beginnen).
Kortom een mens van deze tijd, niet transgender, ook niet non-binair maar wel altijd zoekende, worstelend met mijn identiteit, met wat ik zelf zou willen, wat er van mij verwacht werd en met het leven als zodanig.
Maar hoe zie ik mezelf nu in deze tijd?
Ik zie mezelf nu vooral als 72-jarige met een eindig leven. Noch mijn borsten, noch mijn eventuele voorkeur voor mannen of vrouwen hinderen me nog. Ik ben al blij als ik gezond ben en mijn hersenen het nog doen.
Ik kan me met mijn kleinkind 3 voelen, dan is zij mijn mama, en met mijn geliefde 18 maar als ik er even niet aan denk word ik via allerlei websites wel aan mijn leeftijd herinnerd.
Kaartje voor een voorstelling? Iets bestellen bij bol.com? Klacht indienen bij welke instantie ook?
Graag even uw persoonlijke gegevens invullen. In de allereerste plaats: man/vrouw. Dat zal dan misschien nu gaan veranderen???
Het ergste vind ik nog: het verplicht invullen van mijn leeftijd. En als je dat niet wilt invullen, helaas dan geen kaartje, geaccepteerde klacht, boek… vult u maar in.
En je kan niemand er op aanspreken, hooguit het AL-goritme, dat God allang heeft vervangen.
Regelmatig heb ik de behoefte een andere leeftijd in te vullen zoals een vriendin van mij doet die kunstenaar is en zichzelf systematisch voor alle projecten waar ze aan mee wil doen uitgeeft voor zeker 10 jaar jonger omdat ze anders geen kans maakt.
Maar ik ben bang dat er dan in het rood een zin verschijnt: DIT IS FRAUDE. U BENT VAN 1946, DAT WETEN WE TOCH!
Soms trek ik me nog even op aan een Trump die als 70 plusser niet opgesloten wordt in een instelling voor bejaarde verwarde mannen maar de hele wereld op zijn kop zet en schrik aanjaagt. Of aan een Italiaanse bijna-minister van Financiën die met zijn 81e voor de uiterst jonge populisten niet echt te vervangen is!
Maar doorgaans voel ik dat ik heb afgedaan als trouwe kijker van Nieuwsuur, iemand die nog kranten leest, mensen persoonlijk opbelt om te vragen hoe het met ze gaat. Iemand ook die nog “geniet” van haar pensioen, op haar 65e verkregen!!! en zich tenslotte in haar handjes mag knijpen dat ze er nog zo goed vanaf is gekomen met de toen nog aanwezige verzorgingsarrangementen toen het niet meer zo goed met haar carrière ging en ze als te kritisch, denk ik nu, werd af-geserveerd.

Amsterdam, de revolutionaire stad

“Op naar de groenste stad van Europa” kopte de Volkskrant vandaag vrijdag 25 mei 2018.
Het Amsterdamse college bestaand uit centrum-linkse partijen laat zoals Het Parool op de eerste pagina in zijn kop liet weten de stad linksaf slaan.
D66, PvdA, SP, Groen Links, ze hebben alle vier een vertegenwoordiger in het nieuw gevormde college en slaan op een aantal terreinen een andere weg in dan Den Haag prefereert.
In strijd met landelijk beleid opent de nieuwe coalitie een 24 uurs opvang voor maximaal 500 ongedocumenteerden. Daar krijgen ze anderhalf jaar de tijd om “onder professionele begeleiding te werken aan perspectief”.
Het standpunt over vluchtelingen is een illustratie van de “zachte hand” waarmee het nieuwe Amsterdamse stadsbestuur de kwetsbaren in de stad tegemoet treedt.
Zo staat er ook in het coalitieakkoord dat de partijen sloten dat er geen verplichte tegenprestatie voor mensen in de bijstand zal zijn. Ze mogen bij wijze van proef ook zonder korting 200 euro bijverdienen.
Ook daar is Den Haag op tegen.
In de bijstandswet die ooit het sluitstuk van de verzorgingsstaat werd genoemd in 1963 was uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen dat gemeenten zelf een ruime marge in hun bevoegdheid zouden hebben waar het de uitvoering betrof. Het ging daar om het belang van “individualisering” en in dat kader een grote beleidsruimte voor het uitvoerend orgaan*. Wonderlijk is wel dat diezelfde centrale overheid die de jeugdzorg, de  thuiszorg en het pgb “over de schutting gooide van de gemeenten” er nu zo’n moeite mee heeft als een stad als Amsterdam beleidsruimte claimt.
Verder wil de stad de groei van Schiphol aan banden leggen en verzet het College zich tegen de wens van het kabinet om corporaties meer sociale huurwoningen te laten verkopen.
Vooral dit laatste lijkt me ook een kwestie van: schoenmaker houd je bij je eigen leest!
Uiteindelijk wil Amsterdam vooral een heel duurzame stad worden met het terugdringen van autoverbruik, het sluiten van de kolencentrale en de ambitie om de stad voor 2040 van het aardgas af te halen.
Wat kan Den Haag er tegen hebben, zou je zeggen? Zeker met het oog op de klimaatdoelen van Parijs?
Maken we even een sprong dan zien we dat Amsterdam er in de geschiedenis wel vaker uitsprong als recalcitrante stad.
Ook een Rutger** nl Rutger Jan Schimmelpenninck had in 1784 in zijn proefschrift de ideale regering beschreven: een regering van het volk (dat was in die tijd nog een regering van welgestelden) en voerde de beweging aan die de Fransen verwelkomden als brengers van vrijheid en gelijkheid. Het Amsterdamse volk moest nu zelf de vorm van stadsbestuur gaan bepalen en zijn vertegenwoordigers kiezen en alle Amsterdammers mochten meedenken over de manier waarop dat moest gebeuren… Herkenbaar?
Het was een revolte tegen het oude stadsbestuur en de regenten, maar de vervolgens gekozen representanten waren toch nog aan kritiek onderhevig van “het gewone volk”.
Op vrijdag 19 juni 1795 vierde Amsterdam met een groot feest het verdrag tussen de Bataafse en de Franse republiek. Jan Bernd Bicker, een echte patriot die 7 jaren in ballingschap had geleefd in Zwitserland  zei dat hij in de vergadering die bijeenkwam alleen de “zuyvere zucht voor t algemeen belang van een vrygemaakt volk en een echt besef van gelijkheid, waardoor niemand boven de anderen wilde heersen”, zag.
Maar ja, toen het Napoleontisch tijdperk aantrad en Nederland van een bestuurlijk gedecentraliseerd systeem vervolgens een nationale eenheidsstaat werd en het ministerie van Justitie ging heersen over het land met oa een genationaliseerde politie, nam Amsterdam alweer een recalcitrante positie in en weigerde ondergeschiktheid aan dat ministerie.
Het staat allemaal beschreven in: Naar eer en geweten; de geschiedenis van Justitie in vogelvlucht 1789-1998, uitgegeven door het ministerie van Justitie in 1998.
Is het erg?
Moeten we ons zorgen maken over het recalcitrante gedrag van Amsterdam?
Of moeten we ons realiseren dat wellicht de grote Europese steden aan een bestuurlijke herijking bezig zijn?
Zou het kunnen zijn dat het middeleeuwse stelsel weer meer opgeld gaat doen?
Dat nationale staten plaats gaan maken voor het grote belang van grootstedelijke agglomeraties en ook hun samenwerking in Europees verband?
Over deze en dergelijke zaken kan ik u van harte aanraden het één en ander te lezen van Bram de Swaan.
Voordeel zou wel zijn dat nationalisme en populisme het afleggen tegen het pragmatisme van de stadssteden

*Zie mijn proefschrift uit 1981: Tussen recht en hulpverlening, Loghum Slaterus
** Rutger Groot Wassink , leider van Groen Links (what s in a name?)

 

 

 

 

 

 

 

Onderzoek alles en behoud het goede

Naarmate de tijd verstrijkt en mijn moeder langer geleden gestorven is, betrap ik me erop dat ik steeds vaker haar alledaagse wijsheden debiteer.
Deze week werd ik op een avond in Pakhuis de Zwijger geconfronteerd met een déjà vu van jewelste, waarbij ik aan de wijsheid van mijn moeder dacht.
De stelling van Henri Beunders, hoogleraar Ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit, is dat naarmate het slachtoffer in het strafproces een belangrijker plaats krijgt, de uitgedeelde straffen hoger worden en het strafrecht repressiever.
Dat was precies waar we indertijd, ik spreek nu over eind jaren tachtig, bang voor waren. Er werden Congressen aan gewijd, er waren beleidsmedewerkers bij  het ministerie van Justitie die erg voor dit soort vernieuwingen waren en anderen die er voor terugschrokken met dezelfde argumenten als Beunders nu gebruikt.
Eind jaren tachtig, toen ik voorzitter was van de Coornhert Liga heb ik het begin van de afbraak van het klassieke strafrecht meegemaakt.
Voorbereidingshandelingen werden strafbaar gesteld, de identificatieplicht, dwz de beperkte, stuitte op veel verzet maar leek niet meer tegen te houden…
Wij van de Coornhert Liga stonden bekend als hervormers, maar wat wilden we eigenlijk? Natuurlijk: minder gevangenissen, meer rechten voor gedetineerden, slachtoffer/dader bemiddeling en een strafrecht dat beter aansloot op de samenleving, een effectiever strafrecht ook, minder duur, meer samenwerking met de hulpverlening en de reclassering. Maar ik herinner me ook dat ik in die tijd bezig was, vaak juist op verzoek van de media, om het milde, humane Nederlandse strafrecht te verdedigen tegenover een berg  maatregelen die morrelden aan het principe van de rechtsstaat en als een tsunami op ons afkwam.
Beunders sprak over 2001 en 9-11 maar al eind jaren tachtig was er sprake van een glijdende schaal van voorstellen die allemaal te maken hadden met aantasting van het principe van de onschuld-premisse en de wet  als bescherming tegen willekeurig ingrijpen van de uitvoerende macht.
Wonderlijk dat iemand als Tineke Cleiren, hoogleraar Strafrecht in het Pakhuis deed alsof er wat dat betreft de laatste decennia weinig veranderd was.
Deze week las  ik ook het essay van Femke Halsema: Macht en Verbeelding.
En ook bij lezing van haar verhaal dacht ik weer aan de uitspraak van mijn moeder.
Zij pleit indirect voor meer nationale trots. Niet zo bijzonder. Daar pleit zowat iedere linkse of rechtse politicus voor.
Het interessante is alleen dat wij van de strafrechtbeweging maar ook van de sociale rechtshulp-beweging, van de vrouwenbeweging en van bijv het opbouwwerk, al die sectoren waar ik me indringend mee heb beziggehouden ons juist beriepen op  het Nederlandse normen en waarden-stelsel, zouden we nu zeggen, op “small is beautiful”, op “de menselijke maat”, op een zekere “Calvinistische” bescheidenheid waar het betreft de zgn helden van de terugtocht oftewel hulpverleners die zich echt in dienst stelden van hun cliënten, en tenslotte op het exportartikel van dit land bij uitstek: mensenrechten en de implementatie ervan.
Achteraf kun je misschien zeggen dat die houding wat hypocriet was omdat Nederland niet zo’n schone lei had als we wel eens naar buiten toe wilden voordoen, maar dat was wel hoe we dit land zagen, als een voorbeeld van een sociale verzorgingsstaat en rechtsstaat die hooguit nog best wat verbetering behoefde, maar de principes daar stonden we achter.
Zo revolutionair als nu deze generatie wordt voorgesteld waren we dus niet.
De grote veranderingen kwamen niet van ons babyboomers en veranderaars, nee die kwamen juist van rechts, waar overigens de PvdA keurig aan meewerkte.
Herman Vuijsje was zo iemand, een linkse intellectueel die het gedachtegoed van links aan de kaak stelde en een “harde” aanpak voorstond. Of Paul Scheffer over het multiculturele drama.
Ik heb veel geschreven en dat ging vaak over veranderingen: van zachte naar harde aanpak, van een welzijns en gezondheidsbenadering bijv waar het drugs betrof naar een repressieve benadering., van een bottom up benadering naar manageralisme en een top down benadering.
Dat alles zonder dat er veel immigratiegolven, moslims of andere buitenlanders aan te pas kwamen. Dat deden we zelf, dat deden wij als elite ook.
Ik zat voor de Emancipatieraad in Brussel begin jaren negentig en maakte daar mee dat Europa een zwenking maakte richting multinationals en de vakbeweging het nakijken had.
Dat was het begin van de verwijdering tussen het bestuur van de EU en de gewone burgers.
We schreven er een rapport over, maar het werd niet opgepakt.
Soms lijkt het of er zelfstandige ontwikkelingen zijn waar je machteloos tegenover staat.
Nu in deze tijd van Brexit, van Trump en van steeds vaker leiders die af willen van burgerrechten, denk ik terug aan al onze gevechten tegen een ontwikkeling richting de-humanisering en dan denk ik: Ach, laten we niet rechts of links zijn, maar laten we vooral bescheiden zijn, het kleine eren en nog geloven in de mens als mens en het goede behouden.

Stroomloos

Sinds ik op IJburg woon ben ik voor mijn vervoer naar Amsterdam CS en de stad afhankelijk van tram 26. Bus 66 is er ook nog. Die brengt je naar Bijlmer Arena, vanwaar je met de metro oa naar Amsterdam Centraal kan maar het is en blijft een omweg en de aansluitingen zijn niet altijd je dat.
Zo stond ik een keer, met de bus komend uit Amstelveen  in de verwachting dat ik ruimschoots de tijd had om over te stappen, ‘s avonds laat een half uur te wachten op de godvergeten halte Diemerknoop en zag 66 precies voor mijn neus wegrijden.

Tram 26, ik had gewaarschuwd kunnen zijn want ik hoorde echte IJburgers erover klagen. Maar ik wou daar niet aan, zo erg kon het toch niet zijn en zoveel narigheid had ik in die twee jaar zelf nog niet ondervonden. Dus ik maar roepen tegen iedereen die het wou horen dat het openbaar vervoer van en naar IJburg ideaal was.
Tot… gisteren, om precies te zijn.
’s Middags op weg naar mijn tafeltennis in de Schoolstraat bij de Overtoom werd ik al geconfronteerd met een verontrustend bericht op de elektronische trampaal: tram 26 staat even stil… Wat betekende dat? Forget it mensen, voorlopig rijden er geen trams , of binnen 5 minuten is het probleem verholpen?
Ik had nog niet lang daarvoor meegemaakt dat we bij de Bob Haarmslaan te horen kregen dat er problemen waren in de tunnel en dat we niet verder konden.
Hele stoeten mensen moesten zich behelpen met halve informatie en waagden zich over de snelweg richting bussen, die zich niet lieten zien.
Enfin, ik wachtte toch maar met als netto resultaat dat ik in plaats van een uur een half uur mee kon spelen. ‘OV-problemen’, mompelde ik maar naar mijn teamgenoten.

Op de terugweg  werd het aanzienlijk gekker.
Halverwege de brug die naar Steigereiland leidt, stond de tram plotseling stil.
Even later riep de bestuurster om dat we geen stroom hadden.
Ze voegde er wat machteloos aan toe dat zij er ook niets aan kon doen. Ze ging daar niet over. Misschien was ze bang dat één van de passagiers haar zou bedreigen en zeggen: ‘En nu rijden, anders…’

We stonden dus stil en wachtten op stroom. Dan kun je dus lang wachten zo bleek.
Tot mijn verbazing waren er opeens een heleboel mensen die met een gezicht dat uitdrukte dat ze wisten wat ze deden, naar voren liepen en uitstapten.
Het was inmiddels half tien ‘s avonds. Gelukkig lekker weer en nog niet erg donker, maar om te lopen was mijn bestemming veel te ver.

Daar was de stem van de bestuurster weer. We konden de tram uitstappen, nu nog. Daarna gingen de deuren onherroepelijk dicht vanwege iets met een accu. Dan zaten de overgebleven  gestrande reizigers dus gevangen in een dichte tram.
Enige zekerheid over hoelang die ongewilde gevangenschap kon duren kreeg je niet.
Ik werd er zweterig van. Wat moest ik doen? Uitstappen midden op de brug… Maar anders, ik ben toch al claustrofobisch…

Een jonge kordate vrouw tegenover me onderbrak mijn zorgelijke gedachten.
‘Zullen we samen een taxi nemen?’, vroeg ze vriendelijk. Ik nam haar reddende voorstel met beide handen aan. We verlieten het zinkende schip voorzover je hier van schip kunt spreken, volgden anderen naar beneden over een stuk asfalt en een grasveld langs de weg.
Ondertussen belde mijn engel een taxi en bij de halte Steigereiland stapten we in bij een aardige chauffeur die zelf in IJburg woonde en niet opkeek van ons verhaal.
Hij verdiende zijn brood met uitgevallen trams. ‘Ach, ja’ zei hij, ‘de leidingen hè. Als het een beetje warm wordt vallen ze uit.’ Dat kon dan nog wat worden deze zomer!
Hoe zouden ze dat in godsnaam doen als ook nog een Midden- en Strandeiland zou worden gerealiseerd? vroeg ik me af.

Ik besloot  toch wat vaker dan maar de omweg van bus 66 te nemen.
Dan kon je in elk geval niet uren vast komen te zitten als in de tunnel de stroom uitviel.