Proof of the pudding

The proof of the pudding is in the eating, is een bekend gezegde.
Dat gaat nu ook voor Europa op. Je kunt als Europa nog zulke mooie waarden proclameren na twee wereldoorlogen die waanzinnig veel mensenlevens hebben gekost, maar wat nu als dat Europa wordt “overspoeld” met vluchtelingen, die oorlog, conflicten, geweld ontvluchten, en steeds vaker klimaatrampen.
Vanavond is de nacht van en voor vluchtelingen, georganiseerd door Stichting Vluchtelingenwerk.
Even wat feiten op een rij:
In 2016 waren 65,6 miljoen mensen op de vlucht, 17,2 miljoen waren officiële vluchtelingen dwz stonden onder UNHCR-mandaat.
Van dat aantal wordt 84 procent opgevangen in een ontwikkelingsland. Libanon ving 1 miljoen Syrische vluchtelingen op dwz 1 op de 4 inwoners van dat land is vluchteling.
15 miljoen vluchtelingen in Afrika vinden een plek elders in Afrika.
In Libië is de chaos compleet. Vluchtelingenkampen zitten overvol.
Duidelijke cijfers zijn er niet, althans ik kon ze niet vinden.
Turkije, geen echt ontwikkelingsland maar ving toch 3,1 miljoen Syrische vluchtelingen op (de stand in maart 2017).
U verwacht natuurlijk dat de 28 Europese landen, met in totaal 517,408 miljoen inwoners toch wel zo’n 2 à 3 miljoen zouden kunnen herbergen zonder enige politieke discussie, gewoon voortvloeiend uit die mooie Europese waarden, vastgelegd in oa het Vluchtelingenverdrag waar alle Europese landen aan gecommitteerd zijn.
Nee dus. Van de 651.250 asielzoekers in 2017 en de 1,2 miljoen in 2016 vraagt een derde asiel in Duitsland. Van het totale aantal wordt 45,5 procent toegewezen en 54,5 procent afgewezen.
Angela Merkel, de voornaam zegt het al, stond zo’n ruimhartig beleid voor: Wir schaffen es, zei ze nog vol overtuiging.
Maar we blijken het niet meer te schaffen, of misschien is het wel snappen, in Europa.
Allerlei landen krijgen andere regeringen die de vluchtelingenstroom “zat zijn”. De vluchtelingencrisis is één van de belangrijkste politieke onderwerpen geworden.
Italië, Hongarije, Oostenrijk en meer Oost-Europese landen die niet begrijpen dat als je flink uit de Europese subsidieruif mee eet dat daar dan wat tegenover moet staan nl ruimhartigheid, en medemenselijkheid als hooggeachte Europese waarden.
En nu dan Duitsland, waar aangevuurd door Beieren (had altijd al een behoorlijk rechts image) de CSU met het idee komt de grenzen dicht te gooien voor asielzoekers die elders in Europa geregistreerd staan.
Hoe wil Duitsland dat overigens doen?
Een muur bouwen om dat land? Weer ouderwetse grensposten instellen met rijen vrachtwagens die er dus niet door kunnen?
Terecht zegt Merkel dat dat het einde zal zijn van het Europa van de open grenzen.
Ach ja dat kan er ook nog wel bij: het eigen land eerst van Trump en zijn begonnen handelsoorlog met Europa blijkt een populair recept te worden.
We vechten terug en zetten muren om ons land.
Eigen volk eerst, waar had ik dat toch eerder gehoord?

Liefde op het werk zorgt altijd voor onrust

“Liefde op het werk zorgt altijd voor onrust” is de kop in de Volkskrant van 7 juni jl.
Gedoeld wordt op de bekend geworden affaires van stellen die functies bekleden in de politiek en het openbaar bestuur.
Zo blijken nu Groen Links-voorzitter Marijke Meijer en Groen Links-kamerlid Rik Grashof al een relatie te hebben die stamt van vóór de verkiezingen. De verdenking is dat Rik zijn positie als Kamerlid te danken heeft aan de nauwe betrekkingen met Marijke. Maar het ergste vindt men dat het stel niet transparant was wat betreft hun intimiteiten. Beide zijn nu opgestapt en hebben de partij in verwarring achtergelaten.
Bij het Openbaar Ministerie  heeft Marc van Nimwegen inmiddels buitengewoon verlof gekregen vanwege een verzwegen relatie met een andere hoofdofficier Marianne Bloos (sommige achternamen zou je als romanschrijver niet verzinnen). Van Nimwegen blijkt een ex-partner van een minnares, die door zijn interventie overigens ex is geworden, te hebben beoordeeld als baas en wellicht dat hij Bloos als procureur-generaal aan haar huidige betrekking heeft geholpen.
Gerommel, gerommel en dat willen we hier niet!
Wat was hier aan de hand?
Twee aspecten vallen op: gebrek aan transparantie (buitenstaanders moeten aan de bel trekken) over de relatie, en integriteit-problemen waar het benoemingen en beoordelingen betreft die wellicht beïnvloed werden door de liefde (of haat) kortom door emoties en niet door de ratio. In het geval van het Openbaar Ministerie wordt de affaire zelfs onderzocht door een heuse onderzoekscommissie met oa een hoogleraar strafrecht erin.

Mijn eigen ervaring, die nog stamt uit de zeventiger jaren, kan hier misschien worden opgevoerd als interessante vroege casus.
Mijn toenmalige partner en ik hebben korte tijd samen in de PvdA-fractie van de Leidse gemeenteraad gezeten. Iedereen wist dat we een relatie hadden, nog sterker samenwoonden. Er was niet sprake van derden zoals bij Rik Grashof die al 22 jaar samenwoonde en dus niet meteen aan Jan en alleman wou vertellen dat hij het zo leuk had met Marijke. Volledige transparantie dus. Ook hadden we geen hiërarchische betrekkingen. R kon mij niet maken of breken en ik hem niet qua beoordeling of benoeming.
Toch presteerde Hans Glaubitz van D66, die er zelf een ruimhartige liefdesbetrekking op nahield en later trouwde met een man, het om een motie van afkeuring in te dienen, die het overigens niet haalde. Het geeft wel aan hoe ongewoon het toen was om werk en liefde in het openbaar bestuur te combineren. R en ik hebben het allemaal toen wat lacherig afgedaan maar misschien heeft het  indirect toch zijn doorwerking gehad.
Ik ben niet lang daarna opgestapt als raadslid, ook omdat ik er al snel achter kwam dat ik het zogenaamde burgerperspectief* in de fractie verdedigde tegenover het bestuurlijke perspectief van de toenmalige (in Leiden zeer machtige) PvdA-wethouders. R zat toen duidelijk op de bestuurlijke lijn en zo verbazingwekkend was het dus niet dat hij ook nog een tijdje wethouder is geweest.
Die periode heeft me vooral geleerd dat niemand last had van onze relatie behalve wijzelf.
De politiek en onze positie als raadslid heeft onze verhouding toen geen goed gedaan.
Overigens des te opvallender dat we toch nog drie kinderen kregen en nog 23 jaar bij elkaar bleven, maar dit terzijde. Misschien ben ik tijdig opgestapt?
Wat kan er aan dit soort situaties worden gedaan?
Het enige is volgens mij dat politieke loopbanen maar dat geldt natuurlijk ook voor allerlei andere werksoorten rekening houden met het persoonlijk leven van de betreffenden.
Natuurlijk zijn verleidingen op het werk altijd groot, maar ik denk dat als dat werk het belang ziet van harmonieuze (gezins-)relaties en daarvoor voldoende tijd en ruimte geeft, de neiging om het met een collega die ook nachtelijke uren draait “te doen” minder groot wordt.
En tenslotte: wat is transparantie eigenlijk waar het de liefde betreft?
Moet je het melden als je één nacht bij een ander doorbrengt of twee?
Moet je het melden als je verliefd wordt op iemand (zonder dat die ander het trouwens weet)?
Maar het omgekeerde is misschien minstens even belangrijk. Moet je het melden als je om wat voor triviale reden ook de pest hebt aan iemand?
Kortom er valt hier nog heel wat te onderzoeken.

  • Ik heb indertijd een memo geschreven over het verschil tussen een burgerperspectief en een bestuurlijk perspectief.  Op een roerig fractieweekend in Noordwijk is dat onderwerp besproken. Erg serieus ging dat toen niet.
    Wel interessant hoe nu bijna 40 jaar later Europa gespleten lijkt te gaan worden door het grote gat tussen het burger- en het bestuurlijke perspectief.

Zelfbeeld

Naar aanleiding van de rechter die vaststelde dat de man/vrouw-indeling achterhaald was, vroeg ik me af wat mijn zelfbeeld eigenlijk was.
Wat betreft gender: ik heb nooit een jongen willen zijn maar gedroeg me wel van jongs af aan heel jongensachtig. Was bijv altijd keeper bij het voetbal op het schoolplein en klom in bomen tot ik er op 8-jarige leeftijd uitviel en mijn wond in het ziekenhuis gehecht moest worden.
Sindsdien had ik hoogtevrees.
Op de leeftijd dat ik borsten kreeg zag ik met lede ogen dat ze veel te zwaar werden net als die van mijn moeder en zussen.
De strijd tegen oprukkend vet en dus ook tegen mezelf als pycnisch type was begonnen.
Eetproblemen dus. Overdag anorexia zouden we nu zeggen en ’s avonds boulimia. Jaja heel modern.
Op de middelbare school viel ik voor een docente en schreef lyrische gedichten over haar.
Mijn moeder vreesde dat ik lesbisch zou blijken te zijn.
Nog later verruilde ik het ene huwelijk (met een man) voor het andere en werd een ster in mono-seriële relaties.
Ook blonk ik uit in flexwerk en zogenaamde frictiewerkeloosheid (telkens weer een andere parttime baan met een tussenpoos) en was lang voor Tinder al te vinden op datingsites (happyvpro om mee te beginnen).
Kortom een mens van deze tijd, niet transgender, ook niet non-binair maar wel altijd zoekende, worstelend met mijn identiteit, met wat ik zelf zou willen, wat er van mij verwacht werd en met het leven als zodanig.
Maar hoe zie ik mezelf nu in deze tijd?
Ik zie mezelf nu vooral als 72-jarige met een eindig leven. Noch mijn borsten, noch mijn eventuele voorkeur voor mannen of vrouwen hinderen me nog. Ik ben al blij als ik gezond ben en mijn hersenen het nog doen.
Ik kan me met mijn kleinkind 3 voelen, dan is zij mijn mama, en met mijn geliefde 18 maar als ik er even niet aan denk word ik via allerlei websites wel aan mijn leeftijd herinnerd.
Kaartje voor een voorstelling? Iets bestellen bij bol.com? Klacht indienen bij welke instantie ook?
Graag even uw persoonlijke gegevens invullen. In de allereerste plaats: man/vrouw. Dat zal dan misschien nu gaan veranderen???
Het ergste vind ik nog: het verplicht invullen van mijn leeftijd. En als je dat niet wilt invullen, helaas dan geen kaartje, geaccepteerde klacht, boek… vult u maar in.
En je kan niemand er op aanspreken, hooguit het AL-goritme, dat God allang heeft vervangen.
Regelmatig heb ik de behoefte een andere leeftijd in te vullen zoals een vriendin van mij doet die kunstenaar is en zichzelf systematisch voor alle projecten waar ze aan mee wil doen uitgeeft voor zeker 10 jaar jonger omdat ze anders geen kans maakt.
Maar ik ben bang dat er dan in het rood een zin verschijnt: DIT IS FRAUDE. U BENT VAN 1946, DAT WETEN WE TOCH!
Soms trek ik me nog even op aan een Trump die als 70 plusser niet opgesloten wordt in een instelling voor bejaarde verwarde mannen maar de hele wereld op zijn kop zet en schrik aanjaagt. Of aan een Italiaanse bijna-minister van Financiën die met zijn 81e voor de uiterst jonge populisten niet echt te vervangen is!
Maar doorgaans voel ik dat ik heb afgedaan als trouwe kijker van Nieuwsuur, iemand die nog kranten leest, mensen persoonlijk opbelt om te vragen hoe het met ze gaat. Iemand ook die nog “geniet” van haar pensioen, op haar 65e verkregen!!! en zich tenslotte in haar handjes mag knijpen dat ze er nog zo goed vanaf is gekomen met de toen nog aanwezige verzorgingsarrangementen toen het niet meer zo goed met haar carrière ging en ze als te kritisch, denk ik nu, werd af-geserveerd.

Amsterdam, de revolutionaire stad

“Op naar de groenste stad van Europa” kopte de Volkskrant vandaag vrijdag 25 mei 2018.
Het Amsterdamse college bestaand uit centrum-linkse partijen laat zoals Het Parool op de eerste pagina in zijn kop liet weten de stad linksaf slaan.
D66, PvdA, SP, Groen Links, ze hebben alle vier een vertegenwoordiger in het nieuw gevormde college en slaan op een aantal terreinen een andere weg in dan Den Haag prefereert.
In strijd met landelijk beleid opent de nieuwe coalitie een 24 uurs opvang voor maximaal 500 ongedocumenteerden. Daar krijgen ze anderhalf jaar de tijd om “onder professionele begeleiding te werken aan perspectief”.
Het standpunt over vluchtelingen is een illustratie van de “zachte hand” waarmee het nieuwe Amsterdamse stadsbestuur de kwetsbaren in de stad tegemoet treedt.
Zo staat er ook in het coalitieakkoord dat de partijen sloten dat er geen verplichte tegenprestatie voor mensen in de bijstand zal zijn. Ze mogen bij wijze van proef ook zonder korting 200 euro bijverdienen.
Ook daar is Den Haag op tegen.
In de bijstandswet die ooit het sluitstuk van de verzorgingsstaat werd genoemd in 1963 was uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen dat gemeenten zelf een ruime marge in hun bevoegdheid zouden hebben waar het de uitvoering betrof. Het ging daar om het belang van “individualisering” en in dat kader een grote beleidsruimte voor het uitvoerend orgaan*. Wonderlijk is wel dat diezelfde centrale overheid die de jeugdzorg, de  thuiszorg en het pgb “over de schutting gooide van de gemeenten” er nu zo’n moeite mee heeft als een stad als Amsterdam beleidsruimte claimt.
Verder wil de stad de groei van Schiphol aan banden leggen en verzet het College zich tegen de wens van het kabinet om corporaties meer sociale huurwoningen te laten verkopen.
Vooral dit laatste lijkt me ook een kwestie van: schoenmaker houd je bij je eigen leest!
Uiteindelijk wil Amsterdam vooral een heel duurzame stad worden met het terugdringen van autoverbruik, het sluiten van de kolencentrale en de ambitie om de stad voor 2040 van het aardgas af te halen.
Wat kan Den Haag er tegen hebben, zou je zeggen? Zeker met het oog op de klimaatdoelen van Parijs?
Maken we even een sprong dan zien we dat Amsterdam er in de geschiedenis wel vaker uitsprong als recalcitrante stad.
Ook een Rutger** nl Rutger Jan Schimmelpenninck had in 1784 in zijn proefschrift de ideale regering beschreven: een regering van het volk (dat was in die tijd nog een regering van welgestelden) en voerde de beweging aan die de Fransen verwelkomden als brengers van vrijheid en gelijkheid. Het Amsterdamse volk moest nu zelf de vorm van stadsbestuur gaan bepalen en zijn vertegenwoordigers kiezen en alle Amsterdammers mochten meedenken over de manier waarop dat moest gebeuren… Herkenbaar?
Het was een revolte tegen het oude stadsbestuur en de regenten, maar de vervolgens gekozen representanten waren toch nog aan kritiek onderhevig van “het gewone volk”.
Op vrijdag 19 juni 1795 vierde Amsterdam met een groot feest het verdrag tussen de Bataafse en de Franse republiek. Jan Bernd Bicker, een echte patriot die 7 jaren in ballingschap had geleefd in Zwitserland  zei dat hij in de vergadering die bijeenkwam alleen de “zuyvere zucht voor t algemeen belang van een vrygemaakt volk en een echt besef van gelijkheid, waardoor niemand boven de anderen wilde heersen”, zag.
Maar ja, toen het Napoleontisch tijdperk aantrad en Nederland van een bestuurlijk gedecentraliseerd systeem vervolgens een nationale eenheidsstaat werd en het ministerie van Justitie ging heersen over het land met oa een genationaliseerde politie, nam Amsterdam alweer een recalcitrante positie in en weigerde ondergeschiktheid aan dat ministerie.
Het staat allemaal beschreven in: Naar eer en geweten; de geschiedenis van Justitie in vogelvlucht 1789-1998, uitgegeven door het ministerie van Justitie in 1998.
Is het erg?
Moeten we ons zorgen maken over het recalcitrante gedrag van Amsterdam?
Of moeten we ons realiseren dat wellicht de grote Europese steden aan een bestuurlijke herijking bezig zijn?
Zou het kunnen zijn dat het middeleeuwse stelsel weer meer opgeld gaat doen?
Dat nationale staten plaats gaan maken voor het grote belang van grootstedelijke agglomeraties en ook hun samenwerking in Europees verband?
Over deze en dergelijke zaken kan ik u van harte aanraden het één en ander te lezen van Bram de Swaan.
Voordeel zou wel zijn dat nationalisme en populisme het afleggen tegen het pragmatisme van de stadssteden

*Zie mijn proefschrift uit 1981: Tussen recht en hulpverlening, Loghum Slaterus
** Rutger Groot Wassink , leider van Groen Links (what s in a name?)

 

 

 

 

 

 

 

Onderzoek alles en behoud het goede

Naarmate de tijd verstrijkt en mijn moeder langer geleden gestorven is, betrap ik me erop dat ik steeds vaker haar alledaagse wijsheden debiteer.
Deze week werd ik op een avond in Pakhuis de Zwijger geconfronteerd met een déjà vu van jewelste, waarbij ik aan de wijsheid van mijn moeder dacht.
De stelling van Henri Beunders, hoogleraar Ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit, is dat naarmate het slachtoffer in het strafproces een belangrijker plaats krijgt, de uitgedeelde straffen hoger worden en het strafrecht repressiever.
Dat was precies waar we indertijd, ik spreek nu over eind jaren tachtig, bang voor waren. Er werden Congressen aan gewijd, er waren beleidsmedewerkers bij  het ministerie van Justitie die erg voor dit soort vernieuwingen waren en anderen die er voor terugschrokken met dezelfde argumenten als Beunders nu gebruikt.
Eind jaren tachtig, toen ik voorzitter was van de Coornhert Liga heb ik het begin van de afbraak van het klassieke strafrecht meegemaakt.
Voorbereidingshandelingen werden strafbaar gesteld, de identificatieplicht, dwz de beperkte, stuitte op veel verzet maar leek niet meer tegen te houden…
Wij van de Coornhert Liga stonden bekend als hervormers, maar wat wilden we eigenlijk? Natuurlijk: minder gevangenissen, meer rechten voor gedetineerden, slachtoffer/dader bemiddeling en een strafrecht dat beter aansloot op de samenleving, een effectiever strafrecht ook, minder duur, meer samenwerking met de hulpverlening en de reclassering. Maar ik herinner me ook dat ik in die tijd bezig was, vaak juist op verzoek van de media, om het milde, humane Nederlandse strafrecht te verdedigen tegenover een berg  maatregelen die morrelden aan het principe van de rechtsstaat en als een tsunami op ons afkwam.
Beunders sprak over 2001 en 9-11 maar al eind jaren tachtig was er sprake van een glijdende schaal van voorstellen die allemaal te maken hadden met aantasting van het principe van de onschuld-premisse en de wet  als bescherming tegen willekeurig ingrijpen van de uitvoerende macht.
Wonderlijk dat iemand als Tineke Cleiren, hoogleraar Strafrecht in het Pakhuis deed alsof er wat dat betreft de laatste decennia weinig veranderd was.
Deze week las  ik ook het essay van Femke Halsema: Macht en Verbeelding.
En ook bij lezing van haar verhaal dacht ik weer aan de uitspraak van mijn moeder.
Zij pleit indirect voor meer nationale trots. Niet zo bijzonder. Daar pleit zowat iedere linkse of rechtse politicus voor.
Het interessante is alleen dat wij van de strafrechtbeweging maar ook van de sociale rechtshulp-beweging, van de vrouwenbeweging en van bijv het opbouwwerk, al die sectoren waar ik me indringend mee heb beziggehouden ons juist beriepen op  het Nederlandse normen en waarden-stelsel, zouden we nu zeggen, op “small is beautiful”, op “de menselijke maat”, op een zekere “Calvinistische” bescheidenheid waar het betreft de zgn helden van de terugtocht oftewel hulpverleners die zich echt in dienst stelden van hun cliënten, en tenslotte op het exportartikel van dit land bij uitstek: mensenrechten en de implementatie ervan.
Achteraf kun je misschien zeggen dat die houding wat hypocriet was omdat Nederland niet zo’n schone lei had als we wel eens naar buiten toe wilden voordoen, maar dat was wel hoe we dit land zagen, als een voorbeeld van een sociale verzorgingsstaat en rechtsstaat die hooguit nog best wat verbetering behoefde, maar de principes daar stonden we achter.
Zo revolutionair als nu deze generatie wordt voorgesteld waren we dus niet.
De grote veranderingen kwamen niet van ons babyboomers en veranderaars, nee die kwamen juist van rechts, waar overigens de PvdA keurig aan meewerkte.
Herman Vuijsje was zo iemand, een linkse intellectueel die het gedachtegoed van links aan de kaak stelde en een “harde” aanpak voorstond. Of Paul Scheffer over het multiculturele drama.
Ik heb veel geschreven en dat ging vaak over veranderingen: van zachte naar harde aanpak, van een welzijns en gezondheidsbenadering bijv waar het drugs betrof naar een repressieve benadering., van een bottom up benadering naar manageralisme en een top down benadering.
Dat alles zonder dat er veel immigratiegolven, moslims of andere buitenlanders aan te pas kwamen. Dat deden we zelf, dat deden wij als elite ook.
Ik zat voor de Emancipatieraad in Brussel begin jaren negentig en maakte daar mee dat Europa een zwenking maakte richting multinationals en de vakbeweging het nakijken had.
Dat was het begin van de verwijdering tussen het bestuur van de EU en de gewone burgers.
We schreven er een rapport over, maar het werd niet opgepakt.
Soms lijkt het of er zelfstandige ontwikkelingen zijn waar je machteloos tegenover staat.
Nu in deze tijd van Brexit, van Trump en van steeds vaker leiders die af willen van burgerrechten, denk ik terug aan al onze gevechten tegen een ontwikkeling richting de-humanisering en dan denk ik: Ach, laten we niet rechts of links zijn, maar laten we vooral bescheiden zijn, het kleine eren en nog geloven in de mens als mens en het goede behouden.

Stroomloos

Sinds ik op IJburg woon ben ik voor mijn vervoer naar Amsterdam CS en de stad afhankelijk van tram 26. Bus 66 is er ook nog. Die brengt je naar Bijlmer Arena, vanwaar je met de metro oa naar Amsterdam Centraal kan maar het is en blijft een omweg en de aansluitingen zijn niet altijd je dat.
Zo stond ik een keer, met de bus komend uit Amstelveen  in de verwachting dat ik ruimschoots de tijd had om over te stappen, ‘s avonds laat een half uur te wachten op de godvergeten halte Diemerknoop en zag 66 precies voor mijn neus wegrijden.

Tram 26, ik had gewaarschuwd kunnen zijn want ik hoorde echte IJburgers erover klagen. Maar ik wou daar niet aan, zo erg kon het toch niet zijn en zoveel narigheid had ik in die twee jaar zelf nog niet ondervonden. Dus ik maar roepen tegen iedereen die het wou horen dat het openbaar vervoer van en naar IJburg ideaal was.
Tot… gisteren, om precies te zijn.
’s Middags op weg naar mijn tafeltennis in de Schoolstraat bij de Overtoom werd ik al geconfronteerd met een verontrustend bericht op de elektronische trampaal: tram 26 staat even stil… Wat betekende dat? Forget it mensen, voorlopig rijden er geen trams , of binnen 5 minuten is het probleem verholpen?
Ik had nog niet lang daarvoor meegemaakt dat we bij de Bob Haarmslaan te horen kregen dat er problemen waren in de tunnel en dat we niet verder konden.
Hele stoeten mensen moesten zich behelpen met halve informatie en waagden zich over de snelweg richting bussen, die zich niet lieten zien.
Enfin, ik wachtte toch maar met als netto resultaat dat ik in plaats van een uur een half uur mee kon spelen. ‘OV-problemen’, mompelde ik maar naar mijn teamgenoten.

Op de terugweg  werd het aanzienlijk gekker.
Halverwege de brug die naar Steigereiland leidt, stond de tram plotseling stil.
Even later riep de bestuurster om dat we geen stroom hadden.
Ze voegde er wat machteloos aan toe dat zij er ook niets aan kon doen. Ze ging daar niet over. Misschien was ze bang dat één van de passagiers haar zou bedreigen en zeggen: ‘En nu rijden, anders…’

We stonden dus stil en wachtten op stroom. Dan kun je dus lang wachten zo bleek.
Tot mijn verbazing waren er opeens een heleboel mensen die met een gezicht dat uitdrukte dat ze wisten wat ze deden, naar voren liepen en uitstapten.
Het was inmiddels half tien ‘s avonds. Gelukkig lekker weer en nog niet erg donker, maar om te lopen was mijn bestemming veel te ver.

Daar was de stem van de bestuurster weer. We konden de tram uitstappen, nu nog. Daarna gingen de deuren onherroepelijk dicht vanwege iets met een accu. Dan zaten de overgebleven  gestrande reizigers dus gevangen in een dichte tram.
Enige zekerheid over hoelang die ongewilde gevangenschap kon duren kreeg je niet.
Ik werd er zweterig van. Wat moest ik doen? Uitstappen midden op de brug… Maar anders, ik ben toch al claustrofobisch…

Een jonge kordate vrouw tegenover me onderbrak mijn zorgelijke gedachten.
‘Zullen we samen een taxi nemen?’, vroeg ze vriendelijk. Ik nam haar reddende voorstel met beide handen aan. We verlieten het zinkende schip voorzover je hier van schip kunt spreken, volgden anderen naar beneden over een stuk asfalt en een grasveld langs de weg.
Ondertussen belde mijn engel een taxi en bij de halte Steigereiland stapten we in bij een aardige chauffeur die zelf in IJburg woonde en niet opkeek van ons verhaal.
Hij verdiende zijn brood met uitgevallen trams. ‘Ach, ja’ zei hij, ‘de leidingen hè. Als het een beetje warm wordt vallen ze uit.’ Dat kon dan nog wat worden deze zomer!
Hoe zouden ze dat in godsnaam doen als ook nog een Midden- en Strandeiland zou worden gerealiseerd? vroeg ik me af.

Ik besloot  toch wat vaker dan maar de omweg van bus 66 te nemen.
Dan kon je in elk geval niet uren vast komen te zitten als in de tunnel de stroom uitviel.

Verduistering het nieuwe “normaal”?

Het zou een quizvraag kunnen zijn (zie mijn blog van twee weken geleden waarin ook al een quizvraag werd gesteld): Wat hebben de zgn “bonnetjes-affaire”, de kwestie van de onafhankelijkheid van het WODC oftewel Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum, het gedoe rond de afschaffing van dividendbelasting  à raison van 1, 4 miljard en de kwestie van de financiering van moskeeën door Saoedie-Arabië met elkaar gemeen?
Juist, heel goed: verduistering en wel verduistering van stukken of praktijken in het geval van het WODC.
In alle gevallen wisten de betreffende vertegenwoordigers in het kabinet van niks en moesten journalisten van Nieuwsuur en/of NRC de boel aan het rollen brengen.
In het geval van de financiering van moskeeën, was er, zo zei minister Blok, door Buitenlandse Zaken voor gekozen, om de kennis en informatie geheim te houden anders zouden de Saoedie’s niets meer met ons delen.
Gelukkig, ik mag bijna zeggen Godzijdank, hebben we in dit land nog een Wet Openbaarheid van Bestuur waardoor dit openbaar bestuur gedwongen wordt, ondanks de sterke behoefte aan het tegendeel, geheimen prijs te geven die een groot algemeen belang vertegenwoordigen met grote politieke consequenties zoals in het geval van de bonnetjes-affaire het aftreden van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
En ere wie ere toekomt daar maken journalisten zoals van Nieuwsuur of dagbladen of ook wel universiteiten en een hoogleraar belastingrecht dankbaar gebruik van.
Dat deze wet nog bestaat is eigenlijk een wonder.
Misschien kunnen we in Europa de vraag of een land een rechtsstaat is, mede laten afhangen van de vraag of er in landen sprake is van een vergelijkbare wet. Voorwaarde is wel dat die dus ook kan worden geïmplementeerd zonder gevaar voor baanverlies of erger.
Rutte, de premier van “doe normaal man”, die zich bij de bonnetjes-affaire nog had kunnen verschuilen achter een onschuld die velen in twijfel trokken, ligt nu onder vuur bij de kwestie van de afschaffing van de dividendbelasting.
Nu blijkt dat Unilever en Shell een uitstekende lobby-campagne hebben gevoerd met Eric Wiebes en de VVD, iets wat niet verrassend is voor die partij, moet Rutte daar dus van hebben geweten.
Mij verbaast het zeer dat Rutte, toen de afschaffing van de dividendbelasting ter sprake kwam, wat door de oppositie breed werd uitgemeten, niet heeft gezegd: Jongens, doe normaal, ik zit hier voor de VVD, een partij die de belangen van grote multinationals behartigt, dat weet iedereen. Is het zo verbazend dat Wiebes en ik met deze partijen een deal maakten en in de onderhandelingen druk uitoefenden om met de afschaffing van de dividendbelasting akkoord te gaan?

Het waren onderhandelingen, mensen! Wij wilden dit actiepunt verwezenlijken en daar stonden weer andere actiepunten van de andere partijen tegenover, hè hè!
Hadden de kiezers niet in zo grote getale op ons moeten stemmen toch?
Maar wat gebeurt?
Er wordt gewezen op de werkgelegenheid die de afschaffing met zich mee zou brengen (zonder dat dit is aangetoond), er wordt een slap verhaal gehouden, er wordt omheen gedraaid.
En tenslotte zijn er mensen zoals onderzoeksjournalisten en een hoogleraar belastingrecht  die toch het naadje van de kous willen weten.
Allemaal heel begrijpelijk. Wie “draait” heeft iets te verbergen, zo denken deze onderzoekers terecht.
Een premier die heel direct en open probeert te ogen en steeds roept dat iedereen “normaal” moet doen loopt het risico dat mensen gaan denken. En dat is altijd riskant.
En als die mensen gaan denken, denken ze: wat wordt er toch gedraaid!
En als er wordt gedraaid dan is er dus iets te verbergen.
Het zou fijn zijn als er in de politiek echt wordt gepoogd om aan het publiek eerlijk uit te leggen wat de politieke prioriteiten van de diverse partijen zijn en hoe onderhandelingen kunnen verlopen.
Dat geeft werkelijk inzicht en dat betekent ook dat mensen, burgers een volgende keer beter weten op wie of wat ze moeten stemmen.

Uw persoonlijke gegevens: goud geld

Langzaam maar zeker begint nu toch eindelijk het besef bij mensen door te dringen dat hun persoonlijke gegevens een goudmijn zijn.
Dachten we met zijn allen voor niks en niemendal op Facebook en Twitter en WhatsApp te zitten, lopen we nu aan tegen de aloude leus: Voor niks gaat de zon op!
Natuurlijk hadden al die Facebook-gebruikers kunnen weten dat de oprichter van dit bedrijf multi-miljonair is geworden. Waarvan? Van idealen om mensen dichter tot elkaar te brengen all over the world? Welnee zeg, natuurlijk niet.
Van big business en big data, hè , hè.
Advertenties en de verkoop van al die gegevens, dat levert inderdaad goud geld op. Met alle risico’s van dien, zoals beïnvloeding van verkiezingen.
Daar zijn we nu wel achter en even lijkt het erop of Zuckerberg echt wordt aangepakt, maar in het Amerika van de bewondering voor ondernemerschap en succes, vertaald in exorbitante winsten, zal de straf voor Mark hoogstwaarschijnlijk beperkt blijven tot een beetje in de rats zitten voor een verhoor door senatoren.
Maar laten we eens kijken in ons eigen land. Als je je als zelfstandige wilt vestigen moet je je, let wel móét je je, van onze overheid inschrijven bij de Kamer van Koophandel.
Dan zou je zeggen dat je gegevens worden beschermd. Immers we hebben niet voor niets een Wet op de Privacy. De Kamer van Koophandel zelf zegt op haar website: “Wij verstrekken uw persoonsgegevens niet aan derden zonder uw toestemming, tenzij wij daartoe verplicht zijn op basis van de wet of een rechterlijke uitspraak of als dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst tussen u en de Kamer van Koophandel”.
Maar wat blijkt?
Je persoonlijke gegevens zijn helemaal niet beschermd! Om te kunnen overleven, moeten de KvK’s, let wel móéten, je gegevens verkopen aan derde marktpartijen die er grof voor betalen om al die zzp’ers voortdurend lastig te vallen met aanbiedingen.
Als je daarvan af wil, moet je je laten uitschrijven met alle consequenties van dien.
Je krijgt dan problemen met de Belastingdienst en ongetwijfeld andere diensten van de overheid.
Terwijl de Facebook-gebruiker “vrijwillig” op Facebook zit en zo dom is om er met open ogen in te stinken – klinkt natuurlijk lullig maar is wel waar – is de KvK-gebruiker verplicht om zich, dwz zijn gegevens, te laten misbruiken voor commerciële doeleinden.
Het verhaal van de KvK op de eigen website is dus gewone volksverlakkerij
Er had moeten staan: Helaas zijn we gedwongen wegens bezuinigingen van uw overheid om uw gegevens door te verkopen aan derde partijen die daar commercieel een slaatje uit slaan. Onze excuses voor dit misbruik, het is tegen de wet, maar wij staan ook met onze rug tegen de muur. Wilt u deze praktijk(en) veranderd zien dan zult u toch echt op andere partijen moeten stemmen bij de volgende verkiezing, partijen die nog heil zien in een zorgvuldige overheid, in een rechtsstaat en in rechtszekerheid voor de eigen burgers.
Gelukkig (ja, gelukkig meneer Baudet!) hebben we Europa nog!
Vanaf 25 mei van dit jaar krijgen we in heel Europa de zogenaamde AVG: de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Onder deze wetgeving moet de organisatie die persoonsgegevens opslaat aan een aantal voorwaarden voldoen voor ze  persoonsgegevens aan derde partijen mag verstrekken, zoals goede en specifieke informatie over wat en aan wie ze die gegevens verstrekken, u moet toestemming geven en daarin volstrekt vrij zijn.
Dus met andere woorden: Geen verplichting je in te schrijven bij de KvK meer als deze gekoppeld is aan een door u niet gewenste gegevensverstrekking aan derden.
Kijk, dat onze overheid zijn eigen wetten aan de laars lapt, tja dat is tot daar aan toe, maar Europese regelgeving?
Dat zou wel eens flink wat kunnen kosten.
En waar is onze overheid gevoelig voor?
Juist: kosten!!!

Onvoorzien

Er zijn veel zaken niet te voorzien in dit leven. Ik sta er elke dag van te kijken hoe anders de dingen kunnen lopen dan je denkt.
Stel er word je in een quiz de vraag  gesteld: Er wordt een bouwproject gepland van 200 miljoen, er moeten 8000 woningen worden gebouwd waarin 20.000 mensen komen te wonen, hoelang van te voren zou, denkt u, zoiets gepland worden, inclusief locatie?
U mag kiezen: 10 jaar van te voren, 6 jaar van te voren, 4 jaar van te voren, 2 jaar van tevoren of 1 jaar van te voren?
Ik zou zelf eerder neigen naar 10 jaar.
Inmiddels weten we dankzij een klein zakelijk stukje in Het Parool dat  de strandtent Blijburg die volgens de toezegging tot 2027 kon blijven,  na de zomer al dichtgaat in verband met het gigantische bouwproject dat inmiddels al gestart is.
Had dat niet voorzien kunnen worden?
Nee dus kennelijk.
Ik woon inmiddels 2 jaar op IJburg en was gewend aan de dagelijkse gang met mijn hond naar het zeer gastvrije Blijburg, om daar te genieten van het unieke uitzicht, de vriendelijke bediening en de ondernemersspirit die bleek uit alle feesten en evenementen die er werden georganiseerd. Voor elk wat wils, kleine gastjes in de zomer, al ijs-likkend met zwembandjes, ouderen zoals ik, hondenbezitters, families, iedereen was en is er nu nog welkom.

Mij werd vorig jaar nog meegedeeld dat Blijburg nog 2 jaar kon blijven op deze locatie terwijl was toegezegd zeker 10 jaar.
Ik schrok ervan en vroeg of er niets aan te doen was. Het personeel schudde treurig het hoofd. Tegen de gemeente Amsterdam was geen kruid gewassen, bleek de boodschap.
Maar de verwachting was ook dat Blijburg vrij snel weer elders kon worden opgebouwd.
Nee. Ook die hoop wordt de bodem ingeslagen.
Inmiddels weten we dat 2 jaar alweer 1 jaar is geworden en dat Blijburg wellicht in 2023 dus over 5 jaar, kon ook 6 jaar worden, opnieuw zou kunnen beginnen elders maar enige zekerheid is er niet. Het personeel verwachtte dat het einde oefening zou zijn voor Blijburg!
Het lijkt erop of daar geen traan om wordt gelaten maar IK doe dat dus wel!
Daarom wil ik hier nogmaals een stuk uit De Brug citeren van 19-07-2012 dus 6 jaar geleden waar bovenaan een mooie foto met de eigenaresse Stanja van Mierloo is te zien met vlag.
De titel luidt: “Blijk van erkenning voor populaire strandtent: Blijburg tot najaar 2014 op huidige locatie”. In het artikel wordt bovendien aangegeven dat in 2015 de stadsstrandtent die al zo vaak heeft moeten verhuizen in haar tienjarige bestaan, verkast naar “het mooiste plekje van Centrumeiland, de noordpunt” voor ten minste twaalf jaar. Stanja is superblij en beschouwt het als een blijk van erkenning dat Blijburg er helemaal bij hoort. Amsterdam spreekt hiermee uit hoeveel we voor IJburg en de rest van de stad betekenen, aldus de eigenaresse. Dat was niet altijd de visie van de gemeente, zeker niet in de pioniersdagen van Blijburg. Stanja zegt dat ze toen vaak heeft moeten vechten tegen de ambtelijke molens. Wij wilden een nomadische onderneming zijn en zoiets was nieuw voor de gemeente. Maar dat is veranderd, aldus Stanja in 2012. We hebben ons bestaansrecht bewezen en ik voel me gedragen door de gemeente Amsterdam. Er is geen strijd meer, er is samenwerking.

Tja, samenwerking…
Zoveel samenwerking dat het bouwproject de nomadische strandtent die dacht 12 jaar te kunnen blijven en daartoe veel investeringen deed, wegvaagt.
Bouwen, bouwen en nog eens bouwen lijkt het devies. Voor wie?
Voor zelfbouwers, alle kavels schijnen al verkocht te zijn en ach ja er komen stranden, natuurlijk, maar Blijburg, met zijn unieke uitstraling en bijzondere festivals en zigeunermuziek-avonden, waar een ieder welkom was?
Stanja heeft het nakijken.
Zelfs een dochter van de bekende D66er met ongetwijfeld een goed netwerk kan dus niet op tegen de onvoorzienigheid van een grote gemeente als Amsterdam.

Schrille tegenstelling

Op 1 februari jl vraagt Vera Bergkamp van D66 aan haar partijgenote  en minister van Onderwijs en Cultuur Ingrid van Engelshoven of zij heeft kennisgenomen van het bericht “Zorgen over Joods cultureel erfgoed buiten de grote steden” waaruit blijkt dat er Amerikaanse joden aan te pas moeten komen om nog te redden wat er te redden valt. Van Engelshoven stelt haar min of meer gerust en verwijst tevens naar een  Verkenning Herdenkingscultuurnota die nog moet komen.
Op 19 februari reageert Van Engelshoven op het verzoek van haar partijgenote  van 30 januari waarin zij mede namens CDA, ChristenUnie en VVD vraagt om een debat over hoe we ons erfgoed kunnen beschermen en behouden.
De minister antwoordt dat er eerst twee brieven moeten worden verzonden door haar aan de Kamer over de uitkomsten van een Erfgoed Telt-traject en een advies van de Raad voor Cultuur en de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur over een toekomstbestendig erfgoed-beleid en -stelsel.
Er is dus nogal wat heen en weer gevraag en gedoe tussen de D66 dames partijgenoten.
Vera maakt zich zorgen en wil een publiek debat, Ingrid schuift vooral voor zich uit en ook ten aanzien van de vraag over het Joodse Erfgoed buiten Amsterdam verwijst ze naar komend beleid.
Des te opvallender is de kloeke benadering van het tot rijksmonument aanwijzen van de muur van Mussert. Het ontwerp besluit ligt al ter inzage in Amersfoort bij het Rijksinstituut voor cultureel erfgoed met een begeleidende argumentatie waarin de minister alweer verwijst naar de genoemde verkenning.
Wat we in elk geval tot nog toe weten is dat het huidige beleid inzake rijksmonumenten uitgaat van behoud en beheer en alleen in het uiterste geval van uitbreiding van rijksmonumenten, waarvan we er overigens 63.000 hebben, voornamelijk woonhuizen.
Vanwaar die haast, vanwaar die kloekheid?
Waarom kan het aanwijzen van de muur als rijksmonument niet wachten tot de Kamer -discussie over cultureel erfgoed is geweest?
De muur stort in, dat is al veel langer het geval en de campinghouder wil weten waar hij aan toe is. Oké. Is dat een reden een zo controversieel bouwwerk tot rijksmonument te verklaren? We zijn al vanaf 2004 bezig met de muur van Mussert. Toen leefden er nog mensen die in het verzet hadden gezeten en tegen waren.
Als je maar lang genoeg wacht is die generatie van “gevoelige” ervaringsdeskundigen uitgestorven, zie ook pag 13 van De muur van Mussert van René van Heijningen waar hij zegt: “Aanwijzing van de muur als monument zou anno 2004 tot te veel maatschappelijke onrust leiden, zo vreesde de verantwoordelijk wethouder van Ede. Na een gesprek met vertegenwoordigers van het voormalig verzet liet zij zich overtuigen dat er elders in Nederland nog genoeg te zien was dat aan het NSB-verleden herinnerde”. Is dat een reden om de muur dan nu maar tot rijksmonument te verklaren, nu deze mensen niet meer leven, nog voor een discussie over cultureel erfgoed dus ook fout erfgoed is losgebarsten?

Wonderlijk allemaal.
Als je kijkt naar de zorgen van de Stichting Synagogen Noord- en Oost-Nederland bij monde van de heer Mak (wellicht familie van Geert die juist met andere historici pleit voor behoud van de muur) die  juist het vergroten van kennis over en begrip van Joods Cultureel Erfgoed zo belangrijk acht, dan is het schrijnend te noemen dat alle belangstelling in 2018 uitgaat naar een fascistisch bouwwerk dat aan Neurenberg doet denken en waar architecten zo in geïnteresseerd zijn. Dit in plaats van zorg voor de synagogen in de mediene die de laatste vertegenwoordigers zijn van een vervolgde en bijna uitgemoorde groep Nederlandse joden.
Als de synagogen sterven, zo zei een rabbijn, krijgt Hitler toch nog gelijk.
Als Van Engelshoven de muur van Mussert tot rijksmonument maakt en deze voor 2 miljoen wordt opgeknapt ter lering en vermaak(?) voor de jeugd, krijgt in elk geval Mussert gelijk die de muur “voor eeuwig” wilde bouwen!