A lapse of memory

Het was het interview waar heel Nederland naar uit had zitten kijken.
Nu zou het komen! De premier zou met nieuwe radicale ideeën komen en vertellen hoe hij zichzelf opnieuw gaat uitvinden zoals Tjeenk Willink al had gesuggereerd.

Het gesprek met Mariëlle Tweebeeke bij Nieuwsuur, die zich duidelijk had voorgenomen streng te zijn, en te zorgen dat Mark de show niet stal – iets waar hij altijd erg goed in is – deed me denken aan een puber die door zijn moeder of misschien eerder vader op het matje wordt geroepen.

Mark, zegt pa, je hebt mijn vertrouwen geschaad. Ik heb je altijd veel ruimte gegeven, maar nou heb je het toch echt te bont gemaakt, knul. Er klopt niks van je verhalen. We gaan het allemaal anders aanpakken. Ik heb dat met je moeder afgesproken en we gaan je nu toch echt kort houden hoor. Je hebt de verkeerde vrienden, je verwaarloost je school, je vervalst briefjes en dan zeg je later dat je er niets meer van weet… Dat is allemaal afgelopen van nu af aan! En vertel eens, wat zeg je daar nu zelf op, en kijk me aan als ik tegen je spreek!
Pa, zegt de puber, ik begrijp volkomen waar je moeite mee hebt hoor, en ik zal mijn gedrag beteren. Ik ga echt beter opletten maar liegen, nee hoor dat heb ik nooit gedaan. Ik heb geen dingen toegedekt of van tafel gehaald en er is ook geen sprake van handigheidjes, zoals mams zegt. Ik ben op sommige dingen trots, pa, maar op andere dingen niet. Pa, ik ben jouw zoon, jouw genen, het is geen kwestie van goed of slecht, pa, geloof me. Ik praat nu als volwassene tegen jou. Je moet me geloven echt. Ik ga echt scherper opletten en beter mijn best doen!!!

Maar weet je wat het is, pa, ik heb soms gewoon last van een ‘lapse of memory’, dat moet jij en dat moet mams toch ook begrijpen. Opa is… En dan pa die ingrijpt en zegt: Mark, je kan altijd erg goed lullen maar ik heb nog geen verbetering gezien en waag het niet om over opa te beginnen. Hij is 5 keer jouw leeftijd en toen hij 15 was…

Kortom, zo’n soort gesprek dus.
Rutte die gewoon af en toe even last heeft van zijn geheugen en trouwens ook erg veel op een dag voorbij ziet komen en echt, serieus, scherper op zal letten of iets misschien belangrijk is. Hij zal er dan meer aandacht aan besteden maar zal overigens niet opeens ‘alles anders gaan doen’. En zijn interviewster die van alles probeert maar niet door het dubbele glas breekt dat de man vóór haar altijd ter bescherming om zich heen heeft opgetrokken.

En dan zijn radicale ideeën.
De man die nog bij het regeerakkoord met de PVV stelde dat rechts zijn vingers erbij zou aflikken en Nederlanders opriep vooral ‘normaal’ te doen kondigde nu met enthousiasme aan dat hij met ‘radicale’ ideeën zou komen en wij, het publiek, verbazen ons hier allang niet meer over, en zijn alleen benieuwd naar wat die radicale ideeën dan eigenlijk zijn.

Hij blijkt een club te willen oprichten die tussen en boven de regering en het parlement staat en als aanspreekpunt voor de gefrustreerde burger moet dienen.
Ook dat deed me weer denken aan vroeger . Als kind wou ik ook altijd een club oprichten, liefst een geheime club, waar een zweem van gevaar omheen hing en die in elk geval broeder- en in mijn geval zusterschap uitstraalde.
De club die Mark bedoelde bestond al en het was natuurlijk nieuws dat hij dat niet wist en al jaren eigenlijk ontkende anders had hij zich immers wat aangetrokken van de signalen die de Nationale Ombudsman al in 2017 uitzond over wat de Toeslagen-affaire zou gaan heten.

Ook vond hij dat er in de Kamer eerder maatschappelijke debatten zouden moeten plaatsvinden waar het maatschappelijk akkoorden betrof, stukken van ambtenaren moesten eerder worden vrijgegeven (maar dat wisten we al), elke organisatie en toezichthouder moest een plan maken om menselijker te worden. De menselijke maat zou voorop moeten staan. En ja hoor, daar kwam toch weer een Rutte-aapje uit een mouw: dat alles met het oog op de kosten.
Als je menselijker functioneerde zoals meer thuiszorg dan hoefden mensen minder snel naar het verpleeghuis. Zoiets. Of verstond ik dat nu verkeerd? Gek dat kwam me opeens erg bekend voor.

En de toegang tot het recht natuurlijk.
Ook erg belangrijk!
Dat was de les van de afgelopen jaren.
Maar ja, er was natuurlijk wel 70 miljoen extra naar het recht gegaan!
Hè? Had ik even niet zitten opletten? Waar doelde hij nu weer op?
Die Dekker had toch alleen zitten bezuinigen op de sociale advocatuur ? Juist Nieuwsuur had dat keurig in schema’s duidelijk gemaakt, nog niet zo lang geleden.
En ‘het recht’? Hij noemde het alsof het een fieldlab van Andreas Voss (arts microbioloog en hoogleraar infectieziekten) was.
Vergissing, foutje, lapse of memory? Tweebeeke reageerde niet.

En toen de uitsmijter: Hoe zorg je ervoor dat je een overheid hebt die sneller reageert? aldus de premier die hier nu zat als fractievoorzitter van de VVD
Dus toch een snellere procedure, zoals in het vreemdelingenrecht met alle risico’s van willekeur en onzorgvuldigheid en dan toch wel weer bezuinigen op die lastige sociale advocatuur en het recht zeker de rechtspraak op afstand houden ? En waar bleef de discretionaire bevoegdheid uit de motie van Klaver en Ploumen?
Of bedoelde hij de mislukte snelle procedure met de zogenaamde lichte toets van Van Huffelen misschien?

Hij zou een gesprek met Pieter Omtzigt hebben over diens tienpuntenplan.
Op basis van dit gesprek ben ik benieuwd waar dat over zal gaan! Maar Omtzigt heeft het vooralsnog afgehouden. Mocht het er binnenkort toch van komen dan heb ik een advies
aan de Kamer: Graag inzage in het verslag, Mark! En pak er dan toch nog even het VVD-verkiezingsprogramma bij, mensen!!!

De rechtsstaat: straffend of vol mededogen

Afgelopen donderdag zat ik aan de buis gekluisterd en volgde het debat in de Tweede Kamer over de beruchte notulen van de ministerraad.
Er waren een paar zaken die me opvielen.
In het eerste gedeelte ging het er flink aan toe. De fractievoorzitters van de diverse coalitiepartijen werden zeer stevig aan de tand gevoeld en de verwijten waren niet van de lucht.
Het tweede gedeelte waarin het kabinet aan het woord kwam, was opvallend veel gematigder van toon.
Het leek wel of de eerste ronde een afreageer-ronde was geweest zodat in de tweede ronde de grootste felheid eraf was. Was hiervoor gekozen? Was er een psycholoog ingeschakeld?
Of was het feit dat de eerste helft integraal werd uitgezonden op NPO 1 leidend geweest?Ook viel op dat er uitgebreid werd gesproken over de kwestie of er nu wel of geen opzet (politieke redenen) was geweest bij het onvoldoende voorlichten en in zekere zin dus ‘kaltstellen’ van de Kamer, waarmee artikel 68 van de Grondwet zou zijn overtreden. Eigenlijk leek mij de uitleg van Hoekstra nog het betrouwbaarst: Om staatssecretaris Snel, die de boel duidelijk niet meer in de hand had, te beschermen had Hoekstra ervoor gekozen voor te stellen Omtzigt te sensibiliseren en de Kamer even ‘on hold’ te zetten (mijn term). Bewindslieden zoals Cora van Nieuwenhuizen en Rutte zelf hadden meer aandacht gehad voor de lastpakkerij uit de geledingen van de Tweede Kamer, juist ook van coalitiegenoten, dan voor de slachtoffers van de toeslagen-affaire.
Die mentaliteit werd vooral door de SP en Denk, BIJ1 en PVV absoluut afgekeurd en Wilders wou zelfs nieuwe verkiezingen.
GroenLinks en de PvdA stelden zich uiteindelijk bemiddelend op en produceerden een motie, die door 14 van de 17 fracties werd aangenomen, waarin ze voorwaarden stelden aan een nieuw te vormen kabinet.

In deze motie staan behartenswaardige zaken die de democratische rechtsstaat betreffen zoals naast herstel van de informatiepositie van de Kamer, versterking van de rechtspositie van de burgers, meer geld naar de sociale advocatuur en naar controlerende instanties zoals de Nationale Ombudsman, de Algemene Rekenkamer, de Autoriteit Pesoonsgegevens en het Adviescollege toetsing regeldruk.
En ook Tjeenk Willink refereerde in zijn eindverslag aan deze aanbevelingen zoals verbeterde toegang tot het recht.

Hoe verhoudt zich nu deze aangenomen motie tot de politieke stellingnames van de diverse partijen, de VVD als grootste voorop?
Mij viel en valt in deze hele discussie – zoals overigens ook al tijdens de verkiezingen – op, dat de VVD gelijk wordt gesteld met Rutte en vice versa. Rutte = VVD en zijn partij heeft dat nog eens bevestigd door hem niet te laten vallen, een week geleden.
Maar misschien is het toch handig om nog even te memoreren waar die VVD eigenlijk voor staat.
Zoals in religies sprake kan zijn van een straffende en een meedogenloze God en een God vol mededogen, zo kun je bij politieke partijen onderscheid maken tussen partijen die geloven in een straffende overheid en zij die geloven in een overheid die mededogen heeft, een menselijke overheid die rekening houdt met schrijnende gevallen en mensen, burgers, in principe met vertrouwen tegemoet treedt.

Simpel gezegd: De VVD is voor repressie, ik breng even de spreuk van Hans Wiegel indertijd in herinnering: Liever twee misdadigers op één cel dan één op vrije voeten, een ‘harde’ aanpak, zo min mogelijk  bemoeienis door de rechter of zo je wilt het voor-de-voeten-lopen van de rechter en dus ook zo min mogelijk doorwerking van internationale verdragen zoals het EVRM.
Dus: Vóór buitengerechtelijke afdoening, vóór sterke bezuinigingen op de sociale advocatuur en de rechtsbijstand voor on- en minvermogenden, zodat de overheid daar ook geen last meer van heeft. Ik verwijs even naar het feit dat 60 procent van de rechtsbijstand-zaken van on- en minvermogenden betrekking heeft op procedures tegen de overheid.
In een eerder blog van september 2019 heb ik verwezen naar de ontwikkelingen sinds de jaren zeventig waarin wetswinkeliers de leemte in de rechtshulp aan de orde stelden als maatschappelijk probleem.

Ook de VVD die zich in een wat progressiever jasje hult (behalve dan waar het gaat om vreemdelingenzaken) heeft in haar verkiezingsprogramma over de rechtsbijstand alleen geschreven: Door oplopende kosten voor rechtsbijstand staat de toegankelijkheid van de rechtspraak onder druk…
Hoezo oplopende kosten? Nieuwsuur maakte in een schema duidelijk hoeveel er in feite op die rechtsbijstand was bezuinigd tijdens het bewind van Sander Dekkers (VVD).

Kortom afrondend: Als PvdA, D66 en GroenLinks nog iets met Rutte willen, zullen ze niet alleen een wonder moeten gaan verwachten van zijn persoonlijkheidswisseling maar zullen ze nog even de nare waarheid tot zich door moeten laten dringen dat hij staat voor waar de VVD, zijn partij, voor staat en dat is niet voor de bescherming van zwakkeren in de samenleving.

Vernieuwing of herhaling van zetten?

Het bestuurlijk stelsel van Amsterdam blijft een ‘pain in the ass’.
Het afschaffen van de deelgemeenten in 2014 en het gelijktijdig instellen van gekozen bestuurscommissies met een dagelijks bestuur dat uit hun midden werd benoemd (het budgetrecht en de kaderstellende bevoegdheid bleven uitdrukkelijk bij de gemeenteraad) werd al snel onbevredigend gevonden.
In 2016 was er het rapport van de Commissie Brenninkmeijer, dat te veel schuring constateerde tussen de verschillende bestuurslagen. Daarop is ervoor gekozen de dagelijkse bestuurders direct te laten benoemen door het college om binnen de stedelijke kaders vanuit de gemeenteraad een betere wisselwerking tot stand te brengen met het lokaal bestuur in de stadsdelen.
In 2018 kregen de gekozen stadsdeelcommissies de rol om ogen en oren van gebied en stadsdeel te zijn en de taak om het dagelijks bestuur over de lokale belangen te adviseren.
Inmiddels ligt er alweer een rapport van Necker van Naem en Tilburg University, waaruit blijkt dat de ambities die met het huidig stelsel worden beoogd onvoldoende uit de verf komen.
Het rapport onderstreept breed de noodzaak voor versterking en verbetering van de positie van het lokaal bestuur en van de invloed van Amsterdammers daarop. Ook is onvoldoende helder voor alle betrokkenen, bestuur, uitvoering en bewoners, wie waarover gaat en dat gaat ten koste van de stadsdelen.
Nu ligt er een notitie: Voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022, waarvan het de bedoeling is dat tijdens de verkiezingen van 2022 dat nieuwe stelsel wordt of is (?) geïmplementeerd.
Over de hoofdlijnen wordt op 1 juni definitief door het college besloten.

Wat zijn die hoofdlijnen en gaat er veel veranderen?
Er is gekozen uit de door de onderzoekers gepresenteerde modellen voor de zogenaamde stadsdeel-plus variant aangevuld met meer participatieve elementen.
Wat is de stadsdeel-plus variant?
Volgens de notitie: Een duidelijke opdracht en stevig mandaat op een aantal helder omschreven taken aan benoemde stadsdeelbestuurders die zich hierover verantwoorden aan gekozen stadsdeelcommissies.
Wat vooral opvalt hierbij is het taalgebruik: duidelijk, stevig, helder.
Het klinkt stoer en doelbewust.
De vraag is alleen; wat betekent dat nu eigenlijk in de praktijk?
Nog steeds worden de stadsdeelbestuurders benoemd en nog steeds worden de stadsdeelcommissies ingesteld door de raad. Nog steeds vindt de beleidsontwikkeling stedelijk plaats en worden de beleidskaders van alle beleidsdomeinen in de raad vastgesteld.
In het stedelijk beleid wordt expliciet bepaald op welke terreinen beleidsregels lokaal nader ingevuld kunnen worden, aldus de notitie.
Het gaat daarbij om zaken die de leefkwaliteit en directe omgeving van burgers in de straat en de wijk raken.

Wanneer we, zoals de Notitie niet doet, hierbij een voorbeeld nemen, valt direct op hoe ingewikkeld dergelijke voornemens zijn.
Neem de ambitie van Groen Links en een links College om een ferme slag te maken in het kader van de energietransitie. Niks inbreng van de directe omgeving maar een stevig beleid om 17 windmolens over diverse gebieden uit te strooien zodat Amsterdam qua energie meer selfsupporting wordt. Tegelijkertijd raakt zoiets wel degelijk de leefkwaliteit en zou dus juist lokaal moeten worden ingevuld of op zijn minst zouden de betreffende stadsdelen bij voorbaat sterk betrokken moeten worden bij dit beleid.
Maar dat staat dan die politieke doelstelling en ambitie erg in de weg!!!
Wat geldt voor het onderwerp klimaat geldt natuurlijk ook voor andere onderwerpen.
De nieuwe bestuursstructuur is geen technische operatie maar heeft alles met politiek te maken.
Als er dadelijk over een jaar een ander College zit met andere beleidsprioriteiten en een andere opvatting over welke beleidsterreinen lokaal zouden kunnen worden ingevuld, zal de verhouding tussen het stedelijk bestuur en de stadsdeelbesturen ongetwijfeld ook weer veranderen.
Met dit aspect is mijns inziens geen rekening gehouden in de notitie.

En dan de feitelijk macht van de lokale besturen.
De stadsdeelbesturen zelf vragen om beter uitgewerkte bevoegdheden en mandaten met de daarbij horende budgetten, maar dat valt tegen als ik de notitie goed begrijp.
Nog steeds is er geen sprake van budgetrecht, alleen worden aan de stadsdeel-plus variant participatieve elementen toegevoegd zoals buurtbudgetten en burgerpanels en wordt onderzocht of de stadsdeelcommissies gedeeltelijk uit door loting gekozen burgers zou kunnen bestaan.
Wat betreft de buurtbudgetten hebben we al enige ervaring opgedaan in de diverse stadsdelen. Bij Oost Begroot viel me wel de goede bedoeling op maar ook dat het om een beperkt budget ging voor een beperkte tijd. Er was geen garantie voor voortzetting en personele kosten konden niet worden uitgekeerd. Maar wat ik als grootste nadeel heb gezien was dat sommige participanten werden blij gemaakt met een dooie mus.
Ze hadden erg veel energie gestopt in een projectplan, wat vervolgens niet kon worden gehonoreerd omdat nog niet duidelijk was wat er met het betreffende gebied of de betreffende locatie stond te gebeuren (wat weer stedelijk werd bepaald).

Kortom: gemeente hoedt u voor oude wijn in nieuwe zakken!
Ga per onderwerp na in hoeverre het College en de raad ook daadwerkelijk zaken aan het lokale bestuur en aan burgerparticipatie willen overlaten en verwerk dat in een notitie…
Betrek erbij dat het stellen van politieke prioriteiten wel eens kan conflicteren met het bestuurlijke bottom-up denken. En vraag u af wat dat dan betekent in de praktijk.

De avondklok revisited

Vier blogs heb ik aan de avondklok gewijd en ja hoor, nu gaat ie toch echt verdwijnen!
Dat is aangekondigd in de persconferentie van afgelopen dinsdag 20 april.
FNV Zorg en Welzijn vindt dat het kabinet Russisch roulette speelt met zijn versoepelingen, diverse representanten van ziekenhuizen waarschuwen voor een code zwart-situatie als er geen enkel ic-bed meer beschikbaar is, werkgevers verzoeken aan verpleegkundigen hun mei-verlof in te trekken, maar het kabinet vindt het een verantwoord risico.
Zo min als ik begreep waarom de avondklok per se moest worden ingevoerd eind januari, zo min begrijp ik nu eigenlijk waarom die wordt afgeschaft.
De stelling was eind januari dat de situatie zo ernstig was dat op basis van de Wet  Buitengewone Bevoegdheden Burgerlijk Gezag er onmiddellijk moest worden ingegrepen.
Op dat moment lagen er op de verpleegafdelingen 1633 mensen en op de ic’s 669 mensen.
Dat is nu, dat wil zeggen ten tijde van de persconferentie, respectievelijk 1830 en 823.

Het verschil is, aldus Rutte in een reactie op een vraag uit de persgelederen, dat het risico nu verantwoord is, omdat op basis van een modelmatige berekening van het RIVM vanwege de oplopende vaccinaties en het verbeterde weer, er een daling zal gaan inzetten van het aantal ernstige Corona-patiënten.
Dat is dus een inschatting, waarbij er voor het eerst een opvallende afwijking valt te constateren van het advies van het OMT .
Terwijl de inschatting op basis van de toenemende Britse variant eind januari was dat het slechter zou gaan, is dat nu dus het omgekeerde.
Van de Britse variant repten Rutte en De Jonge dit keer niet, noch van de Braziliaanse of de Indiase.
Interessant is in dat verband nog het geluid van Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, die liet weten dat wat hem betreft de avondklok niets had uitgemaakt voor de ziekenhuizen, en een dag vóór de persconferentie stelde dat de ziekenhuizen over hun derde piek heen waren.

Wat moeten we hier nu mee als simpele burgers die, zoals bij herhaling wordt gezegd: snakken naar een terrasje?
Een koffie-tje bij mijn stamkroeg is natuurlijk erg fijn. Van de avondklok had ik al niet te veel last omdat ik een weliswaar klein, maar toch herkenbaar hondje heb, maar belangrijker misschien is dat ik bij mezelf constateerde dat ‘alles went’.
Terwijl ik me een paar maanden geleden nog erg kon opwinden over de slechte onderbouwing van de avondklok, is er inmiddels een grote gelatenheid over me gekomen.
Ach ja, je naam, adres, telefoonnummer opgeven aan winkels die je even wilt bezoeken, het hoort er allemaal bij en als je dat niet wilt, nou dan bezoek je toch geen winkels meer?
Of de GGD zijn ict en de beveiliging daarvan op orde heeft…
Ik ben inmiddels twee keer getest en ga er maar van uit…
Terwijl ik ooit een privacy-organisatie in het leven heb geroepen, laat ik na een jaar Corona met me sollen en denk dat het niet anders kan…
Tja, vrijheid.
Gewoon weer eens een museum bezoeken, een trein in zonder mondkapje, zwemmen in het Marnix, de avond kunnen besteden binnen of buiten met of zonder je dierbaren.
En dan hoor je over Navalny en dan besef je weer dat alles betrekkelijk is en hoop je maar dat een derde wereldoorlog nog ver weg is.

Groter denken, kleiner doen

Dat was de titel van de oproep van Herman Tjeenk Willink in 2019.
Het is nuttig dit boekje er even bij te pakken nu hij tot informateur is benoemd en mede als belangrijke opdracht heeft in zijn verkenning de noodzaak van een verandering van de bestuurscultuur en de relatie parlement en kabinet mee te nemen.
In zijn visie op een democratie die er toe doet, geeft de huidige informateur duidelijk aan dat de BV Nederland het failliet betekent van de democratische rechtsorde (pag 19), een opvatting waartegen hij zich, naar eigen zeggen sinds de tweede helft van de jaren tachtig heeft verzet.
Het accent lag, aldus Tjeenk Willink, op wat de overheid om financiële redenen niet meer zou kunnen doen, niet op wat de overheid in een democratische rechtsorde wel móet doen (pag 17).
Er is inmiddels een chronisch gebrek aan reflectie, vindt hij.
De terugtred van de overheid betekende feitelijke verwaarlozing van de politieke functie. Die functie houdt volgens TW in: Het steeds opnieuw bepalen wat algemeen belang vereist, het expliciet toedelen van waarden en keuzes maken (pag 23).
Belangrijk vindt hij ook dat we meer oog hebben voor het zogenaamde ‘republikeinse’ burgerschap in de zin van de gezamenlijke inzet van burgers voor de Res publica.
Volgens hem waren de liberalen na de ontzuiling te zeer gefixeerd op de markt en het individu. Het marktdenken staat haaks op het politieke, omdat het gericht is op het individu en niet op de samenleving; omdat het gericht is op de korte termijn en niet op de toekomst; omdat het gericht is op uniformering en niet op diversiteit; omdat het gericht is op kwantiteit en niet op kwaliteit; omdat het financieel-economisch en niet sociaal-cultureel  van aard is (pag 111).
Politici moeten burgers serieuzer nemen, burgers zijn meer dan consumenten. Initiatiefnemers voelen zich vaak tegengewerkt door ambtenaren en toezichthouders (pag 59).
Herman Tjeenk Willink maakt in zijn oproep gebruik van de term ‘een vernieuwd sociaal contract’, waarin ook informatierechten van de burger worden opgenomen.

Tja, en aan wie denken we dan als we dit alles lezen? Jazeker, ook aan Kim Putters van het Sociaal Cultureel Planbureau die over de noodzaak van een – uitdrukkelijk tweezijdig – vernieuwd sociaal contract  spreekt.
Maar ik bedoel hier: Degene over wie het na het per ongeluk openbaar worden van de notities van verkenner Ollongren steeds is gegaan: Pieter Omtzigt.
Hij lijkt wel verdwenen uit het maatschappelijk en politiek discours sinds Pasen en sinds er toch weer een begin is gemaakt met verkenningen richting een nieuw te vormen kabinet waarin, zo lijkt het, de VVD en zeker Rutte toch weer niet is weg te denken.
Omtzigt staat precies voor die tegenmacht en dat  type overheid en burgerschap waar Tjeenk Willink op doelt.
Juist Omtzigt heeft alle tools in handen om een draai te geven aan een andere invulling van onze parlementaire democratie en doet daar in zijn boek: Een nieuw sociaal contract, 10 suggesties voor, allemaal even zinnig.
Er zijn voorstellen die snel verwezenlijkbaar zijn zoals: Instelling van een Commissie Rijksuitgaven als controle-instituut, verbeterde bemensing van de Kamer  ten behoeve van het volgen van het hele wetgevingsproces, bestuursrechtspraak moet onafhankelijker worden van burger en overheid,  transparantie waar het gaat om met welke ambtenaar de burger contact heeft (gehad), een speciale belastingombudsman, meer denktanks en minder overheersing van modellen…

Mijn idee zou zijn: Vraag aan Pieter Omtzigt of hij huis en haard even wil verlaten om aan de hand van zijn voorstellen uit Een nieuw sociaal contract, een notitie en discussiestuk te maken, wat besproken kan worden met de fracties uit de Tweede Kamer, zowel de kleine als de grote.
Laat hen reageren op dat stuk.
En kijk dan welke partijen serieus ingaan op de voorstellen en die ook eventueel zouden willen uitvoeren dan wel zelf met constructieve voorstellen komen, zoals nu bv al Volt in de brief aan de informateur.
Grote kans dat de VVD daar niet bij zit, de VVD van BV Nederland, de VVD van het marktdenken, de VVD die niet echt uitblinkt door reflectie. Ik zou nu zeggen: Pieter, jij stond de afgelopen weken zo centraal, met het verhaal over je positie elders. Jij spreekt de taal van Tjeenk Willink. Jij hoort nu in het midden van die parlementaire democratie te staan, die  zichzelf opnieuw wil uitvinden.
Ere wie ere toekomt!!

Doktersbezoek

Dialoog tussen Mark Rutte en zijn huisarts:

Mark: ‘Kijk, dit bezoekje moet volstrekt vertrouwelijk blijven, dat in de eerste plaats!
Ik zit hier eigenlijk alleen maar omdat Sigrid dat als voorwaarde stelde en ze wil dat ik een CGA laat maken. Dat schijnt een afkorting te zijn van iets wat ik even vergeten ben’.
Huisarts: ‘Comprehensive Geriatric Assessment’.
Mark: ‘O ja, zoiets… Een onderzoek in elk geval naar mijn hersens. Sigrid is bang dat ik lijd aan een vroege alzheimer, maar dat is onzin hoor. Zit niet in de familie en trouwens ik heb helemaal geen geheugenproblemen, eerlijk waar.
Wat mij opbreekt, is dat er iedere keer een verkeerd beeld ontstaat naar aanleiding van iets wat ik gezegd heb. En het is ook erg vervelend dat het er zich telkens zo op gaat concentreren. Nu weer die Omtzigt-affaire. Ik bedoelde daar helemaal niets mee.
Wordt gewoon verkeerd uitgelegd’.
Huisarts: ‘Even ter correctie: Een CGA is een multidisciplinair onderzoek naar zowel lichamelijke als geestelijke functies. En in dat verband: Hebt u wel vaker de indruk dat men een verkeerd beeld van u heeft, dat u gaat achtervolgen?’
Mark: ‘Nou ik herinner me wel, ziet u met mijn geheugen is niks mis hoor, een gevalletje uit 2009. Ik had iets over Holocaustontkenning gezegd in het kader van vrijheid van meningsuiting. Totaal verkeerd begrepen!
En nu weer die Jesse Klaver, die notabene dolgraag met mij wil regeren en dan houdt hij me voor dat ik herhaaldelijk last van mijn geheugen had en heb: bonnetjesaffaire, toeslagen-affaire en nog zowat, ben ik vergeten’.
Huisarts: ‘En dat was volgens u niet zo?’
Mark: ‘Nee natuurlijk niet. Een mens kan fouten maken, maar als ik dan zogenaamd iets verkeerd doe of me even iets niet herinner wordt het me meteen enorm aangerekend. Niet normaal, joh!’
Huisarts: ‘Had u dat vroeger als kind ook wel eens dat u dacht dat de wereld u niet begreep?’
Mark: ‘Dat weet ik echt niet meer hoor. Mijn moeder vond wel dat ik een selectief geheugen had en me alleen herinnerde wat ik me wou herinneren. Nou dat doet ieder mens toch? Nog sterker, misschien heb ik het daarom wel zo ver geschopt.
Als je je constant herinnert wat je fout hebt gedaan dan word je depressief. Daar heb ik nooit last van gehad. Ik ben een optimist pur sang! Zie altijd overal mogelijkheden en uitwegen. Prima toch? Ik heb niet voor niets 34 zetels gescoord in mijn eentje want mijn partij was behoorlijk afwezig bij de verkiezingen’.
Huisarts: ‘Hebt u wel eens een onderzoek gezien waarin er een relatie wordt gelegd tussen succes en psychische afwijkingen?’
Mark: ‘Nee natuurlijk niet, daar ga ik me niet in verdiepen. Ik ben niet zo’n socioloog moet u weten. Zeg dit gesprek is toch echt vertrouwelijk hè?
Ik zag namelijk iemand in de wachtkamer die opvallende gelijkenissen vertoont met die Rutger van PowNed. Dat kan ik me niet permitteren hoor’.
Huisarts: ‘Beroepsgeheim. Gegarandeerd. We hadden laatst problemen met het elektronisch patiëntendossier, maar ik maak gewoon aantekeningen van dit gesprek in mijn blocnote, een gespreksverslag dus. Kan ik u dadelijk meegeven in een gesloten enveloppe’.
Mark: ‘Prima, die kan ik dan aan Sigrid geven. Kan geen fotograaf bij. Maar dokter, zo’n CGA is toch helemaal niet nodig? Mijn fysieke conditie is top, ik slaap goed, ik fiets naar mijn werk’.
Huisarts: ‘Eten?’
Mark: ‘Nou ja, ik kook nooit en haal altijd wat af, maar vaak salades hoor, super gezond’.
Huisarts: ‘Wat voor salades? Kunt u een voorbeeld noemen?’
Mark: ‘Gewoon, salades… iets met sla’.
Huisarts: ‘Is dit nu een gevalletje van een selectief geheugen, meneer Rutte?’.
Mark: ‘Kijk dat bedoel ik! Ik zeg niks bijzonders en het beeld ontstaat dat ik ongezond leef’.
Huisarts: ‘Het spijt me voor u maar ik vind toch echt dat een CGA passend zou zijn en ik zal dat in mijn gespreksverslag toelichten. Een vroege alzheimer gaat nogal eens gepaard met ontkenning en vormen van paranoia en dat moeten we echt even laten uitzoeken.
Ik maak mijn verslag vanavond af en dan krijgt u het meteen toegestuurd met de post, aangetekend’.

Mark verlaat het vertrek hoofdschuddend en in zichzelf pratend: Die vrouw begrijpt niets van politiek!

Pieter als premier

Het ondenkbare denkbaar maken, dat zouden scenarioschrijvers en kunstenaars kunnen doen als welkome aanvulling op de corona-aanpak van virologen en epidemiologen, aldus Ramsey Nasr in Buitenhof.
Gestimuleerd door zijn oproep, dacht ik: Wat zou er gebeuren als de veelbesproken Pieter Omtzigt in plaats van Mark Rutte premier werd?
Niet eens zo gek gedacht want als we Maurice de Hond mogen geloven had Pieter als hij zich voor de verkiezingen had afgesplitst van de CDA-fractie en voor zichzelf was begonnen 23 zetels gehad.
Iffy history maar toch. Dan waren de zetels voor hem wellicht van de VVD afgegaan en/of van het CDA natuurlijk, en in elk geval zat hij dan met de verkenners aan tafel. Wat zeg ik, was hij misschien zelf een verkenner geworden in plaats dat er, zoals nu, over hem werd geroddeld (ik kan het niet anders zien) door het verkenners-team in een per ongeluk aan de openbaarheid prijsgegeven notitie.
De vraag: Wat moeten we met Pieter, was dan geworden: Pieter, hoe zie jij de toekomst van Nederland, en hoe wil jij van een onbetrouwbare overheid naar een betrouwbare komen?

Wijffels noemde het in hetzelfde Buitenhof een keuze voor een ouderwetse industriële bestuursstijl gericht op control en command, of een open bestuursstijl waarin we de verhouding overheid/burger anders vorm gaan geven.

Maar naar mijn idee hebben we het hier niet alleen over stijl.
In de overgang naar een andere bestuursstijl zou volgens Wijffels Rutte een nieuwe ‘release’ nodig hebben, oftewel hij zou zichzelf opnieuw moeten uitvinden en dat zou kunnen, aldus Wijffels die heel filosofisch vind dat de opdracht van ieder mens in het leven is, om zichzelf steeds te vernieuwen.

Maar als het niet alleen om stijl gaat maar om een ander type persoonlijkheid, zoals naar mijn idee noodzakelijk zou zijn om die nieuwe politiek vorm te geven, gaat die ‘release’ van Rutte er niet komen.
Het verschil tussen Rutte en Omtzigt is immers dat Omtzigt zich kenmerkt als een man die het adagium ‘trouw zijn aan je principes’ op nationaal rechtsstatelijk niveau als ook op Europees niveau als hoogste goed in zijn vaandel heeft en daar de macht voortdurend aan herinnert.
Daarvoor is moed nodig zoals hij overduidelijk liet zien in de toeslagen-affaire waarin hij zelfs machtige leden van zijn eigen partij tegen zich in het harnas joeg. Zoals hij ook in de Raad van Europa corruptie aan de kaak stelde tegen het belang van fractiegenoten in.

De kunst van Rutte is dat hij voortdurend iets anders beweert, volkomen onbetrouwbaar is, grove fouten maakt en toch zo meebeweegt met populaire winden dat hij 35 zetels weet te bemachtigen en het nu zelfs weer voor het zeggen lijkt te gaan krijgen.
Maar ook Sigrid Kaag, die in een Abel Herzberg-lezing nog vurig betoogde tégen het wegkijken, verdedigde (met een zuinig mondje dat wel) het perfide gesjacher met 100 vluchtelingenkinderen nadat het Moria-kamp was afgebrand en zeker 170 gemeenten in Nederland 500 kinderen wilden opvangen.

Een ideaal hebben of verkondigen is iets anders dan ervoor stáán, blijkt telkens weer.
Omtzigt maar ook Leijten zijn mensen die hebben laten zien dat ze ‘staan’ voor wat ze voorstaan, ook al kost het ze veel aan gemoedsrust en etiketten als ‘lastig,’ ‘moeilijk om mee samen te werken,’ etc.

Op dit moment lijkt het erop of we in dit land alleen maar bezig zijn met de vraag ‘whodunit?’. Van wie is deze notitie over Omtzigt afkomstig? Wie wil hem weg hebben met zijn 342.000 voorkeurstemmen? Wie wil hem ontheffen uit zijn functie?
Het ironische is wel dat Omtzigt professor Cleveringa als groot voorbeeld zag, de man die zich openlijk verzette tegen de bezetter en het ontslag van zijn joodse collega professor Meijers, en wist, dat hem dat de kop zou kosten, en toch deed hij het. Ontheffing uit zijn functie volgde.
In Omtzigts woorden: “We kunnen van Cleveringa leren dat we de moed moeten hebben om grenzen te stellen, om soms de confrontatie te verkiezen boven de lieve vrede, om het principiële pad te bewandelen juist omdat dat in sommige gevallen de enige doelmatige weg is in de praktijk”.

Omtzigt is geen prinzipiënreiter, hij is ook degene die stelt dat onze modellen weinig meer met de werkelijkheid te maken hebben en hij laat dat in zijn boek aan de hand van voorbeelden overtuigend zien.
Waar ik in mijn ondenkbare denkbaarheid erg benieuwd naar zou zijn is hoe deze Pieter als premier om zou gaan met de modellen die bij het Corona-beleid worden gebruikt.
Henk van Essen, de chef van de Nationale Politie, liet (ook in Buitenhof) weten dat het maatschappelijk draagvlak voor de maatregelen begint te schuiven. De onvrede neemt toe, aldus Van Essen. Voor hem en de politie zijn juist duidelijkheid en maatschappelijk draagvlak essentieel.

Zou onder Omtzigt dát nou precies gaan veranderen als deze gebruikte modellen tegen het licht van de maatschappelijke werkelijkheid en dito draagvlak worden gehouden?
En er een premier is die betrouwbaar en overtuigend overkomt?

Het échec van GroenLinks

Er zijn veel dingen die opvallen bij deze verkiezingen.
Zo slaagde de man, onder wiens leiding de afstand overheid/burger met rasse schreden groeide (zie mijn blog van twee weken terug), en die inmiddels Teflon Mark wordt genoemd, erin, weer het grootste aantal zetels te verwerven op persoonlijke titel en natuurlijk als manager van de BV Nederland in Corona-tijd.
Ook de grote winst voor D66 is opvallend en doet mij natuurlijk goed als oudje die met nostalgie terugkijkt op de jaren zestig en zeventig. Heel bijzonder dat die tijd, die inmiddels door velen als onrealistisch is getypeerd, nu zo wordt geëerd in de winst van Sigrid Kaag en haar partij.
Ik hoop vooral dat Sigrid haar been stijf houdt waar het gaat om Europa en mensenrechten. En zeker waar het de humanistische ethiek van D66 betreft: Voltooid leven, abortus en het homohuwelijk. Dat laatste is door paus Franciscus in de ban gedaan helaas. Homoseksuele relaties mogen niet ingezegend worden, aldus de door de paus getekende verklaring. Geen probleem natuurlijk dat Kaag gelovig katholiek is, maar ik hoop van harte dat ze wat dat betreft een eigen D66-koers blijft varen.

Hier wil ik het over het échec van GroenLinks hebben. Mijn focus ligt hierbij op Amsterdam.
Het is de partij waar ik op stemde bij de vorige verkiezingen en met mij vele Amsterdammers.
Bij de Kamerverkiezingen in 2017 haalde GL in Amsterdam 19,8 procent van de stemmen en stond daarmee op kop. Bij de Gemeenteraadsverkiezingen in 2018 haalden ze zelfs 20,4 procent, en in 2019 bij de Europese verkiezingen 23,5 procent!
Nu zijn ze dan gehalveerd tot 10,3 procent en moeten ze zowel de VVD als D66 boven zich dulden.

Hoe kan dit??
Ik praat nu even voor mezelf. Ik ben woonachtig op IJburg, dat het landelijke nieuws heeft gehaald met het verzet tegen windturbines, een verzet dat ook in de verkiezingsdebatten tegen Jesse Klaver in stelling is gebracht.
Maar ook het onderwerp biomassa kwam aan de orde bij Nieuwsuur.

Fenna Swart, ex-lid van Stadsdeelcommissie Oost stelde Klaver zeer kritische vragen over biomassa. Zij is uit de Commissie gestapt als GroenLinks-vertegenwoordiger omdat ze zich niet meer kon vinden in het pro-biomassa partijstandpunt.

Het onderwerp speelt op IJburg omdat aanstaande bewoners van het in aanbouw zijnde Centrumeiland aldaar de vervuilende gevolgen gaan ondervinden van de biomassa-centrale in Diemen.

Zelf sinds vier jaar bewoner van deze wijk, woonde ik een avond bij met Johan Vollenbroek, bekend van de rechterlijke stikstofuitspraak door hem geïnitieerd, en liet mij overtuigen dat het GroenLinks-standpunt over biomassa volstrekt achterhaald is. Er is wel degelijk sprake van Co2-uitstoot en -vervuiling en misschien nog het belangrijkste: De bomen gaan eraan, en ook al is dat in andere landen zoals Estland. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een klimaattransitie. Ik schreef en publiceerde in ons blad IJopener, waar ik in de redactie zit, een gedicht met de titel:

“Geschiedenis van een foute investering, oftewel hoe bomen het loodje leggen”.
Ik beëindigde het gedicht met:

GroenLinks is om,
en vindt zichzelf voor de beoordeling van de benodigde vergunningen te dom,
een fikse miljoeneninvestering van Wiebes doet de rest,
en zo bevuilt Nuon’s opvolger
straks ons tot nog toe schone IJburgse nest,
legt het oerbos het loodje
en haakt de politiek ons pootje.
(IJopener, december 2019)

Ook over het verzet tegen de windturbines door Windalarm verscheen van mijn hand een stuk in de IJopener. Daarin gaf ik oa aan dat het geen zin heeft turbines op 350 m afstand van huizen te plaatsen omdat de praktijk leert dat je die te vaak zou moeten stilzetten.
Juist dat argument werd door het stadsbestuur en wethouder Van Doorninck gebruikt om uiteindelijk en veel te laat af te stappen van het idee om IJburg met deze korte afstand-turbines te belasten.

Er zijn wat mij betreft twee grote fouten die de GroenLinks-bestuurders maken zowel op het terrein van de biomassa als alternatief voor de fossiele industrie als op het terrein van de windturbines.
De ene is domheid (men had al sinds 1995 kunnen weten dat biomassa geen werkelijke optie kan zijn, aldus Vollenbroek) en de tweede is arrogantie van het type dat we kennen van CDA- en PvdA-bestuurders als ze te lang of te vanzelfsprekend de macht in handen hebben.
Wat dat betreft maakt het kennelijk niet zoveel uit van welke partij iemand is die op het pluche belandt.

Het herkennen van God in de vreemdeling

Er was eens een toerist die naar Amerika kwam om een zeer oude en wijze rabbi te bezoeken. Hij kwam binnen in het vertrek van de wijze rabbi en zag een bed, een stoel, een tafel, een kast en een wc-pot.
De toerist was geshockeerd en vroeg aan de rabbi: Waar zijn Uw bezittingen?
De rabbi antwoordde: En waar zijn Uw bezittingen?
De toerist zei: Wat is dat voor vraag. Ik ben hier op bezoek.
De wijze antwoordde: Ik ook.

Tijdens deze verkiezingen realiseerde ik me één ding: Deze notie, dit besef van onze tijdelijkheid als mens en dat wij niet anders zijn dan degenen die hier naar toe komen omdat ze oorlogen en geweld ontvluchten en/of een betere toekomst zoeken voor hun kinderen, was maximaal afwezig.

Maar ook de Levinassiaanse optiek van de confrontatie met het Gelaat van de ander als mogelijkheid om jezelf te worden, het was ver te zoeken.
Ik heb diverse debatten gevolgd maar vroeg me bijv af waarom een partij als het CDA met een C van christelijk in haar naam niet meer wordt bevraagd op dit onderwerp.
Als ik naar het verkiezingsprogramma kijk en naar het antwoord van het CDA op de vragen van Vluchtelingenwerk dan komt daar het volgende uit:
“Grip op migratie vraagt om concrete migratiedoelstellingen die rekening houden met de spankracht van de samenleving en de gewenste omvang van de bevolkingsgroei”.

Is het eigenlijk niet zo dat de spankracht van een samenleving mede afhangt van de moed en spankracht van politici die uitleggen waarom een zo rijk land als Nederland de plicht heeft een redelijk aantal vluchtelingen op te vangen? En daarmee ook arme landen als Griekenland die toevallig aan de Middellandse Zee liggen, te helpen en te ondersteunen en het menselijkerwijs goede voorbeeld te geven?
Maar nee, het CDA blinkt uit door termen als: strenge controle, effectievere terugkeer etc.
Ik heb het debat gezien tussen Jesse en Wopke en als het aan mij lag was dat wat anders verlopen.
Dan had de dialoog er als volgt uitgezien:

Jesse: Mag ik u iets vragen meneer Hoekstra, iets persoonlijks?
Wopke: Ja, hoor.
Jesse: Bent u christelijk?
Wopke: Ja, hoezo?
Jesse: Nou ik vraag het ook even in verband met de C in CDA…
Wopke: Vrijzinnig dat wel…
Jesse: Ik doel hier op de positie van de vreemdeling, de vluchteling in het christendom.
Misschien kunt u me uitleggen hoe het toch komt dat christelijke leiders In Hongarije en Polen, en ik proef dat ook nu weer in úw verhaal, zo bang zijn voor de vreemdeling en zo onbarmhartig.
Er zijn 72 miljoen vluchtelingen wereldwijd en u bent bang om zoals bij het afbranden van het vluchtelingenkamp op Lesbos er zelfs maar 1 op te vangen… U was zo bang dat Wilders rechtse kiezers weg zou kapen dat uw kabinet 0 kinderen hier naar toe heeft gehaald.
Is dat wat u nou noemt: christelijk, meneer Hoekstra???
170 gemeenten wilden 500 kinderen opvangen en ook in uw achterban waren er die de bijbel, uw bijbel, kennelijk serieus namen, ik wijs even op de Barmhartige Samaritaan…

Wopke: Meneer Klaver, mijn persoonlijke overtuiging doet er niet toe. Ik ben in de eerste plaats politicus.
En als politicus let ik op peilingen en die waarschuwen me als ik te soft ben. Mevrouw Merkel is ook uiteindelijk de mist ingegaan met haar “Wir schaffen es”.
Daarmee gaf ze juist de Alternative für Deutschland de wind in de zeilen.
Wij hier in Nederland zetten de huig naar de wind. Je kunt ook zeggen: We varen scherp aan de wind en die wind is guur, kan ik u vertellen.
Maar als je daar dus goed op let zoals ik doe, heb je de wind mee.
Er zijn partijgenoten zoals mijn collega Chris van Dam die godzijdank niet meer op een verkiesbare plek staat, die is echt losgezongen van de realiteit. Hij zegt nu zelfs in zijn pamflet dat het belangrijk is God te herkennen in de vreemdeling!
Dat is echt vragen om moeilijkheden!!!

Jesse: En over barmhartig gesproken. Vindt u het barmhartig dat landen die veel armer zijn dan wij, maar toevallig makkelijker te bereiken zijn via zee een veel grotere last te dragen hebben dan wij als het om vluchtelingen gaat?

Wopke: Hoor eens, Griekenland hebben we een paar miljoen gegeven, nou ja dat geld ging naar de bn-er, hoe heet ie ook alweer, met zijn organisatie om daar wat safe houses uit de grond te stampen…
Meneer Klaver, geloof me, zulke dingen werken, kijk maar naar de sociale media.
En verder moeten dat soort landen niet zeuren. Ze moeten niet door ons ‘gered’ willen worden.
Wij hebben hier onze zaakjes tenminste op orde en dat zouden ze als voorbeeld moeten nemen.

Jesse: Op orde? Belastingparadijs, toeslagen-affaire… U slaagt er zelfs niet in om te voldoen aan het bekende gezegde: Belofte maakt schuld. Kennelijk is het nu zelfs al te ingewikkeld om al diegenen die 5 jaar geleden een Nederlands paspoort hadden moeten hebben vanwege het generaal pardon, daar van te voorzien.

Etc. etc.

Helaas, Jesse pakte Wopke op het punt dat zijn kabinet er niet in geslaagd was zogenaamde veilige-landers terug te sturen. En natuurlijk wist ook hij dat hij met zo’n punt beter zou scoren in de peilingen.

Het succes van de leider anno 2021

Eind jaren zeventig zat ik in de gemeenteraad van Leiden.
Ik was nog jong en behoorlijk naïef.
Ik zat er voor de PvdA en dacht nog dat het allerbelangrijkste was dat je als gemeenteraadslid van een bepaalde fractie, het programma van je partij uitvoerde samen met je medefractiegenoten en de bestuurders die in het College zaten van dezelfde partij.
Het contact met de achterban stond daarbij centraal.
En natuurlijk botste dat meteen al omdat sommigen van onze achterban het liefst parkeerplaatsen wilden in de binnenstad en de bestuurders probeerden de stad autoluw te maken.
Vandaar dat ik toentertijd een notitie schreef over het burger- en het bestuurdersperspectief, dat op een fractieweekend werd besproken. Althans dat dacht ik, maar dat was natuurlijk niet echt de bedoeling van de PvdA-wethouders in die tijd, die als een soort alleenheersers over de sleutelstad regeerden en geen behoefte hadden aan dilemma’s.
Mij werd op handige wijze een oor aangenaaid door de procedure van behandeling zo in te richten dat er over mijn notitie geen enkele discussie ontstond. Ze verdween kortom in de bekende prullenbak.
Na twee jaar had ik het wel gezien en beëindigde mijn politieke loopbaan met een geschrift genaamd: Handleiding voor politiek trucs, nog steeds up to date en nuttig voor (aankomende) politici.

Behalve de door onze wethouders noodzakelijk geachte behendigheid in politieke trucs, viel me nog iets op tijdens deze periode. Er zat een vrouw in onze fractie (er zaten er toentertijd met mijzelf inbegrepen drie vrouwen in) die totaal onberekenbaar was. Je kon geen peil op haar trekken.
Ikzelf probeerde juist zo consistent mogelijk te zijn, zij leek zich aan God noch gebod te storen. Nou is God niet echt belangrijk in de PvdA, maar u begrijpt wat ik bedoel.
Gek genoeg was deze vrouw met de naam Koning zeer populair bij vooral de mannen en dan speciaal de wethouders.
Ik begreep daar niets van. Niemand kapittelde haar over haar onbetrouwbaarheid, integendeel. Het fascineerde kennelijk en ze verkreeg er macht door.
Je kon nooit weten wat ze zou stemmen dus moest je haar te vriend houden, dat was haar geheim. Men vreesde haar.

Daaraan moest ik denken toen ik de laatste tijd stukken las over het geheim van Ruttes populariteit. Hoe kan het toch dat iemand die als premier zo vaak de boel belazerde en in elk geval verantwoordelijk was voor aardig wat misstanden (de laatste is natuurlijk de Toeslagen-affaire, maar we hadden bijv ook de bonnetjesaffaire en andere affaires, waarvan hij af moest hebben geweten), maar steeds weg kwam met vage verhalen, terwijl collega’s aftraden.
In het buitengewoon leesbare boek van Pieter Omtzigt wordt Wim Voermans geciteerd, die heeft laten zien dat in de afgelopen 10 jaar onder Ruttes leiding zeker 40 zogenaamde informatie-incidenten hebben plaatsgevonden, waarbij de regering die (uiteindelijk) ook zelf toegegeven heeft. “Dat zijn dus geen incidenten meer,  dat is een zeer zorgwekkend patroon in een parlementaire democratie,” aldus Omtzigt.

Het antwoord op de bovengestelde vraag is keurig beschreven in Leugen & Waarheid van Bas Heijne, die met denkers van diverse pluimage in gesprek ging over de grote kwesties van onze tijd.
Onder de titel “In de politiek hebben ideeën plaatsgemaakt voor emoties” vindt er een gesprek plaats tussen Heijne en Peter Pomerantsev, journalist en onderzoeker.
Hij werkt  bij Arena, het onderzoeksprogramma van de London School of Economics, dat gericht is op de studie van de “diepere oorzaken van desinformatie, polarisatie en haatzaaien”.
Hij vraagt zich met zijn instituut af hoe je in kunt gaan tegen de hedendaagse propaganda, die erop uit is mensen verder uiteen te drijven, en het ideaal van een gedeelde publieke zaak te herstellen. Dat is overigens ook wat Omzigt wil en hij heeft daar een ingenieus nieuw sociaal contract voor bedacht.

Als Bas Heijne bij Pomerantsev naar de paralellen tussen de jaren dertig en nu vraagt, zegt hij dat de bewegingen van toen er een min of meer duidelijke ideologie op na hielden.
“Als je tegenwoordig als politicus succes wilt hebben, moet je er meer dan één ideologie op na houden. Je moet over het talent beschikken met een stalen gezicht totaal tegenstrijdige dingen te beweren” (cursivering is van mij). Wat mij betreft horen hier ook beloften bij die niet waar worden gemaakt, maar wel overtuigend zijn gebracht. Pomerantsev: “Je kunt jezelf op heel verschillende manieren verkopen, zeker als je je hebt omringd met marketingmensen die weten hoe je een specifieke doelgroep bereikt. Dus is het jouw taak als politicus zoveel mogelijk verschillende dingen te zeggen, waar heel verschillende mensen dan mee aan de haal kunnen gaan. Wanneer iemand de wildste dingen beweert, een schop geeft tegen de feiten en volkomen onvoorspelbaar is, vinden mensen dat fascinerend en ook bevrijdend”.

Misschien is Rutte niet zo volkomen onvoorspelbaar als mevrouw Koning indertijd, maar hij slaagt erin om uiterst meelevend te doen met de slachtoffers van de Toeslagen-affaire, terwijl het dezelfde man is die met droge ogen zorgt dat een fractielid van zijn coalitiegenoot verstoken blijft van zinnige informatie.