Profileerdrang en de Dag van de Mensenrechten

Terwijl de gele hesjes Frankrijk in hun greep houden en Theresa May tegen beter weten in opgewekt blijft roepen dat ze Engeland wil behoeden voor de ondergang, vierden we maandag dat we 70 jaar geleden op 10 december 1948 internationaal een algemene morele en juridische standaard vastlegden in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Na wat een dieptepunt mag heten van de menselijke beschaving, het op een industriële wijze vernietigen van een deel van de mensensoort, bleek er toch behoefte aan  een verklaring die de rechten van ieder mens gelijkelijk en zonder aanziens des persoons formuleert zonder overigens zelf bindende kracht te hebben.
Maar de UVRM is wel gebruikt als basis voor het zgn BUPO-verdrag (inzake burgerrechten en politieke rechten) en het ESOC-verdrag (economische, culturele en sociale rechten).
Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1950 is erop gebaseerd. Inmiddels heeft de VN op het gebied van de mensenrechten zo’n driehonderd verdragen en (niet-bindende) verklaringen aangenomen.
Nu, 70 jaar na de Holocaust, nu deze geschiedenis al weer lijkt te verwateren en nieuwe generaties op zijn gestaan, lijkt de oude angst voor de ‘vreemde’ ander weer als vanouds de kop op te steken en wordt wat als mensen- en grondrecht is geformuleerd op sociale media en bij sommige partijen afgedaan als (gevaarlijke) linkse hobby of elitair grachtengordel-gepraat.
Dat gelijke behandeling geen luxe goed betreft en ook niet vanzelfsprekend maar altijd opnieuw beschermd en verdedigd moet worden toonde de docu ‘Verdacht’, gemaakt door Nan Rosens op de avond van de 10e december aan.
Het gaat in deze documentaire om het zogenaamde ‘etnisch profileren’, waar vooral (jonge) mannen mee te maken krijgen met een donkere huid dan wel een Marokkaans uiterlijk.
Deze mensen worden allemaal regelmatig aangehouden, vaak zonder opgaaf van redenen.
Telkens weer wil de politie weten wie ze zijn, wat ze op die plek doen en waar ze naar toe gaan. Keer op keer op keer.
Als ze dan geïrriteerd raken of niet (althans volgens de aanhouders) goed reageren, escaleert de zaak en worden ze vaak ook nog ingerekend.
Zich verzetten tegen discriminatie lijkt op deze manier uit den boze.
Wat dit met mensen doet, maakt de documentaire pijnlijk zichtbaar. De symboliek van wat er gebeurt is in feite: jij, zwarte, bruine, moslim, met je krullebol, baard etc, hoort hier niet thuis en dat zullen we je inpeperen!
Als je daar niet tegen kan is dat alleen al een misdrijf en zal je de gevolgen moeten dragen.
Zeker als deze mensen ook nog eens over een dure auto beschikken is het raak, want hoe kan nu iemand die ‘minder’ wordt geacht wel meer status hebben dan jij (politieagent met je beperkte inkomen) zo zal de etnisch profileerder wellicht hebben gedacht.
Interessant aan deze documentaire is dat Rosens de mannen heel sec aan het woord laat en hen hun verhaal laat vertellen aan een lege tafel in een verhoorkamer, terwijl ze pas op het eind hun identiteit onthult.
Die blijkt in schrille tegenstelling tot de behandeling die ze keer op keer ondergaan. Ze blijken hoog opgeleid, volkomen maatschappelijk geïntegreerd en ook nog eens bij de politie te werken,  zelfs twee van hen.
De documentaire houdt ons een spiegel voor. De nadruk op integratie van minderheden is slechts een heel beperkt middel. Vooroordelen blijven, ook al is iemand volledig geïntegreerd.
Het gaat erom om zo’n maatschappelijk aanvaard systeem op te bouwen en te handhaven dat dit soort vernedering en rechteloosheid niet plaats kan vinden dan wel wordt gepareerd/bestraft.
Dat was precies de bedoeling van het hele mensenrechten-gebouw dat we sinds  de fundering in 1948 internationaal vorm hebben gegeven.
Door rechten te verankeren en betekenis te geven aan de ‘rule of law’ dachten we het soort excessen van rechteloosheid zoals ten tijde van WO2 te voorkomen.
Maar kennelijk is dat gebouw nu aan het wankelen.
Onder het kopje veiligheid (voor mij en mijn gezin of land) wordt de ‘rule of law’ nog maar voor een beperkt aantal mensen als geldig gezien (de gevestigden in termen van Norbert Elias) en wat als niet gevestigd, als buitenstaanders wordt ervaren, ook al zijn ze wel gevestigd, hoeft dan niet meer op (rechts-)bescherming te rekenen.
Dat we zo langzamerhand weer naar een afgrond van beestachtigheid (hoewel dieren soms veel beter omgaan met machts- en statusverschillen) glijden, mag duidelijk zijn.
Dat een algemene legitimatieplicht zoals al bij de invoering ervan duidelijk was, gezien het voorbeeld uit België, ook tot dergelijk misbruik kan leiden, was bekend.
Desniettegenstaande blijven we moed houden.
Gelukkig blijkt onze politie in elk geval gevoelig voor de spiegel die haar wordt voorgehouden!

Gezond leven

De maand december staat bekend als een maand waarin mensen zich, ook al omdat het buiten donker en koud is, te goed doen aan een glaasje en allerlei lekkernijen.
De leus: “Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe” mag dan niet meer kunnen anno 2018 maar hij zit nog wel in ons dna, haha, dat rijmt! En zoals u weet: december is ook de maand van het rijmen.
Misschien omdat onze regering vreesde dat de bevolking zich in december massaal wegens hart- en vaatziekten naar de EHBO van de dichtstbijzijnde ziekenhuizen zou spoeden (en dat kost je dus tegenwoordig wat meer tijd met al die sluitingen) is er nu dan nog net in november het Nationaal Preventie-akkoord door 70 organisaties onderschreven.
Organisaties die zich druk maken om onze ongezonde levensstijl.
Om te beginnen de overheid.
Namens de regering legt de heer Blokhuis, die me altijd aan de enge man van Kees van Kooten doet denken, uit wat zo’n preventie-akkoord eigenlijk inhoudt.
De pakjes sigaretten worden nu echt onbetaalbaar, er moet gezond eten worden verstrekt in sportkantines en op scholen, alcoholische dranken uitgeven in dezelfde sportkantines is taboe, mogen niet meer te goedkoop worden aangeboden en er wordt vooral veel verwacht van informatieverstrekking
Dat valt me ook altijd op: waar de politiek geen wil of zin heeft belangrijke spelers, zoals bv het bedrijfsleven, tegen de haren in te strijken gelooft men meer in voorlichting.
Onze nationale voedseldeskundige Martijn Katan legt op zijn rustige manier uit dat dit slechts een eerste stap is.
De betekenis van die woorden wordt me pas echt duidelijk als mevrouw van Rossem, hoogleraar Endocrinologie, een hele mond vol,  bij Buitenhof vertelt dat als je bij de huisarts komt voor een pijnlijke knie hij of zij je door kan sturen naar de leefstijl-interventie-therapeut, nog meer mond vol.
Niks nieuwe knie meer, 65 plussers!
Eerst je leefstijl veranderen. Daar ben je dan zeker 2 jaar mee zoet.
Tegen die tijd kun je geen therapeut meer zien, denk ik.
En dat zou nog wel eens de verborgen agenda kunnen zijn van de zorgverzekeraars.
Ga de film van Michael Moore zien over het huidige Amerika, Catch 9/11 en je  begrijpt wat ik bedoel.
Iedereen verplicht een lifestyle gezondheid-app met controlefunctie en als je daar dan niet aan kan of wil voldoen, jammer dan, maar dan vis je naast elke vergoeding van welke ziektekosten ook. Preventie is het nieuwe genezen.
Dat bleek ook uit de Tegenlicht-docu over Estland dat er een biobank met dna-data van al bijna de helft van de bevolking op na houdt. Estland “gelooft” in preventie en de presidente wist heel vriendelijk duidelijk te maken dat ook de bevolking er stellig in gelooft en helemaal achter het beleid staat om mensen al in een vroeg stadium aan de hand van hun dna profiel uit te leggen wat hun levensrisico’s zijn.
Een even vriendelijke jongeman werkzaam bij een high-techbedrijf in Nederland voegde aan die info stralend toe dat in de toekomst als je boodschappen gaat doen bij AH, ze daar al voor-geïnformeerd zijn over welke producten jij daar zal aanschaffen nl die producten die dna-technisch gezien gezond voor jou zijn.
Mocht je dan iets anders willen bv omdat je eters krijgt en voor allen hetzelfde (ongezonde?) menu wilt bereiden, dan krijg je de dna-interventie-politie op je dak (een soort postmoderne sharia-politie)! Dat verzin ik nu even maar dat lijkt me dan logisch in zo’n maatschappij.

Tja, het deed me allemaal terugverlangen naar die goede oude tijd van de sociaal-democratie, weet u nog?
Ongezond had per definitie te maken met sociaal-economische achterstand, die natuurlijk verholpen moest worden.
En dat kon door armoedebestrijding, verbetering van woon- en leefomstandigheden en natuurlijk ook beter toegankelijk onderwijs en andere voorzieningen zoals kinderopvang.
Opbouwwerk om mensen in hun kracht te zetten en sociale rechtshulp om bureaucratische incompetentie te compenseren waren belangrijke middelen die werden ingezet.
Beide zijn gesneuveld of zo goed als in de haast om van dit land een neo-liberale samenleving te maken (waar de PvdA overigens vol overtuiging aan mee heeft gewerkt).
Waar ik ook aan dacht is mijn dikke familie. Na de oorlog kwam mijn moeder tot op het bot vermagerd uit de kampen en zag het als het grootste goed om vooral behoorlijk aan te komen.
Zo sterk was ze daarmee bezig dat ze niet in de gaten had dat ze zwanger was van mij!
Alcohol gebruikten ze amper en alleen mijn vader rookte pijp maar eten deden ze des te meer: wit brood met roomboter, een eitje iedere ochtend en veel zoetigheid als taart en ijs. Als je in gezelschap een koekje weigerde was het meteen: doe je aan de lijn?
Zowel mijn zus als ik hebben er een eetcomplex aan overgehouden.
We waren duidelijk voorlopers want een ziekte als anorexia won later veel terrein.
Het idiote idee dat we allemaal een perfect gestroomlijnd en slank lichaam zouden moeten hebben zorgde nou net voor allerlei minderwaardigheidsgevoelens en dus gezondheidsproblemen.
Jawel meneer Blokhuis, daar kijkt u van op?

Het klimaatakkoord lijkt nu al een onmogelijke opdracht te behelzen, de CO2 uitstoot stijgt met dank aan Amerika en China en de uiterst rechtse nieuwe man van Brazilië, de heer Bolsonaro, staat nu al handenwrijvend klaar om wat er nog aan bos is daar, zo duur mogelijk te verkopen.
De zeespiegel omhoog.
Maar wij gaan onder leiding van de endocrinoloog en natuurlijk de heer Blokhuis, gezonder leven. Jawel: onder NAP!

In memoriam Jacqueline de Savornin Lohman

Zondag 26 augustus vierde ze haar 85e verjaardag met een spetterende show in het vernieuwde Parooltheater, een afscheid van haar cabaretcarrière, het theater waar ze ook begon. Well alive and kicking stond ze daar op het kleine podium en droeg met verve en zonder hapering haar liedjes voor. De zaal of liever het volgepropte zaaltje lag aan haar voeten. Jacqueline de Savornin Lohman, ze leek honderd te worden, minimaal. De dag erop kreeg ik nog een mailtje van haar: “Ha, Joyce, hier is de toestand: gelukkig en confuus van alle indrukken, liefdesbetuigingen, uitingen van vreugde en gezellige dingen in het vooruitzicht. Ga door met van alles, adrenaline-shot nog werkzaam”.

Het mocht niet zo zijn.
De vrouw die zich haar leven lang niet liet kisten en zichzelf steeds weer uitvond is niet meer, 3 maanden na wat een groots slotakkoord bleek te zijn.
Er hebben al vele beschrijvingen van Jacqueline de revue gepasseerd zoals ‘avontuurlijk’ (op haar rouwkaart), ‘een ware Heintje Davids’ (de digitale Parool van zaterdag jl) of ‘homo universalis'(Volkskrant).  En dan heb ik het nog niet over alle interviews met haar en portretten die tijdens haar leven van haar zijn gemaakt.
Want een succesvolle cabaretcarrière beginnen na je zeventigste valt op en na een optreden bij De Wereld Draait Door was het hek van de dam en werd ze voortdurend gevraagd, bereisde de gekste plekken van het land.
Ze was daarvoor al heel veel: jurist, advocaat, onderzoeker, professor, promotor en scriptiebegeleider, Eerste Kamerlid voor D66, moeder, grootmoeder.
En dus nu ook nog cabaretière die haar eigen liedjes schreef.

Ze was van adel (daar kwam ze later in haar interviews ook rond voor uit), kwam uit een bekende Nederlandse CHU-familie en had, zou je zeggen, dus alles mee.
Elite, ja.
Maar heeft ze het daarom in haar leven makkelijk gehad?
Nee.
Ze paste niet in straatjes en wilde dat ook niet.
Misschien begon dat wel met haar ervaring als tiener in de Indische kampen. Ze had precies de leeftijd van mijn oudste zus in Theresienstadt.
Een kwetsbare leeftijd met een aankomende puberteit, een leeftijd waarop je je verantwoordelijk voelt voor een jonger zusje of broertje, een leeftijd waarop je een steunpilaar voor je moeder probeert te zijn onder de meest bizarre omstandigheden.
Zoals veel mensen die de kampen hebben overleefd zei ze er weinig over, ook in de intensieve gesprekken die wij samen hadden in 2008, 2009, 2010, waarin we over zeer veel uiteenlopende onderwerpen hebben gesproken van actuele politiek, wetenschap, denkbeelden van Louk Hulsman, met wie we beiden een band hadden tot en met moederschap, scheiding, leven en dood.
Of misschien ontstond die buitenstaanders-positie ook toen ze tijdens haar studie in Leiden voor haar onverwacht werd opgenomen in een inrichting, een ervaring die ze later dubbel en dwars te gelde heeft gemaakt met haar onderzoek naar en betrokkenheid bij afwijkend gedrag, de geestelijke gezondheidszorg en het welzijnswerk.
Toen ze een keer moest optreden voor CEO’s van banken heeft ze een liedje ten gehore gebracht over faal-kracht, wat ze me trots liet zien. Faal-kracht, kracht ontleend aan dingen die tegenzitten in plaats van zo goed gaan.

Als vrouw met een mening en visie op de samenleving ondervond ze in de jaren zeventig en tachtig weerstand van gevestigde heren. Zo werd ze geen rechter (daarover heeft nog een stuk in Vrij Nederland gestaan), geen hoogleraar in Twente (een man en protegé van professor Melai in Leiden werd daar benoemd), en werd haar latere benoeming in Amsterdam ondermijnd.
Maar ook haar afkomst en lidmaatschap van D66 konden tegen haar werken.
Ik citeer: ‘Mijn benoeming in Amsterdam heeft vier jaar geduurd. Ik was veel te liberaal voor al die meer marxistisch geörienteerde studenten. Een aantal actiegroepen wou toen niets met D66 te maken hebben, een elitair stelletje geleerden, ambtenaren’.
Terwijl ze door sommigen bv op het ministerie van Justitie (Mulder) maar ook later in haar eigen D66-fractie in de Eerste Kamer te radicaal werd gevonden, was ze voor anderen weer te liberaal.
Jacqueline vond zichzelf uit, keer op keer.
Een scheiding die ze niet zag aankomen en ook niet had gewild bracht haar er uiteindelijk toe de fraaie villa in Oegstgeest in te ruilen voor een appartement aan de  Weesperzijde in Amsterdam. (Ze ging me voor want ook ik scheidde jaren later en ook ik verhuisde naar deze bruisende stad.)
Ze begon er na een moeilijke periode een nieuw leven en slaagde daarin met verve.
En dan tot slot een brand die uitbrak in haar sfeervolle appartement omdat een kaarsje omviel en haar sprei aanstak. Ze moest tijdelijk haar woning uit en huurde een andere.
Ook dat overleefde ze en vertelde me lachend dat haar kinderen haar al hadden aangeraden in verband met haar leeftijd  om eens te gaan denken aan een comfortabele aanleunwoning, geheel senior-proof.

Jacqueline, de doorzetter, Jacqueline van de savoir vivre, Jacqueline die zoals ze me vertelde zo hield van de geur van gras als het pas gemaaid was.
Ze had een theorie over het einde van het leven: Het is allemaal niet vergeefs, je wordt stof en daar zit van alles in: je dna en daar is intelligentie in opgeslagen, het is sterrenstof, het gaat gewoon de kosmos in, al dat geploeter en gefaal en wat je hebt bereikt. Er gaat niks verloren en alles keert zich naar buiten en daar komen weer onvoorspelbare processen uit voort.
In 2010 verscheen mijn dichtbundel Kwijt. Jacqueline zei me indertijd dat als ze ooit kwam te overlijden dat gedicht moest  worden voorgedragen. Ik eindig er graag mijn In Memoriam mee, opgedragen aan Jacqueline!

Als ik morgen doodga

Als ik morgen doodga
of vannacht plotseling overlijd
in mijn slaap

Treur dan niet om mij
vergeet ons niet-afscheid
of onze laatste woorden

Als ik morgen doodga
of vannacht heb dan geen spijt
om wat niet gezegd of gedaan is

Vergeet hoe het anders had gekund
en beter, vergeet de pijn
om wat als leegte voelt

Weet dat ik gelukkig ben
een zachte dood gestorven
dat ik tevreden het leven heb gelaten
voor wat het was

Ik hield ervan
weet dat en ook dat ik liefde  heb gekend
en vriendschap
en een onuitputtelijke bron van inspiratie
anderen noemen die God

Weet dat ik hield van jullie allemaal
die ik achterliet
weet dat en nog veel meer

Niet in woorden te vatten
zoek de stilte op
dan weet je het.

Rechter bijt van zich af

De Amerikaanse opperrechter John Roberts heeft president Trump woensdag terecht gewezen na diens aanval op een rechter die het niet eens was met zijn besluit om geen asiel meer te verlenen aan mensen die illegaal over de grens zijn gekomen.
Trump zette de rechter weg als een “Obama”-rechter.
Opperrechter Roberts, die zelf tot de conservatieve vleugel van het Hooggerechtshof wordt gerekend liet weten dat we geen “Obama-rechters of Trump-rechters, geen Bush-rechters of Clinton-rechters hebben. Wat we hebben is een uitzonderlijke groep van toegewijde rechters die hun uiterste best doen om op gelijke voet recht te doen aan iedereen die voor hen verschijnt. En die onafhankelijke rechterlijke macht is iets waarvoor we allemaal dankbaar zouden moeten zijn” (VK pag 16,22-11).
Polen moet dankzij een uitspraak van het Hof van Justitie de pensioenwet voor rechters terugdraaien. 22 van de met pensioen gestuurde (onwelgevallige) rechters van het Hooggerechtshof mogen terugkomen. Maar ondertussen zijn er wel in noodtempo door de PiS (regeringspartij) 37 rechters benoemd die zitting hebben in twee extra rechtskamers.
Volgens de Volkskrant heeft PiS het Constitutioneel Hof in zijn zak, net als de Raad voor de rechtspraak. Hongarije heeft het nog wat anders aangepakt. Orban heeft daar in juni een Nieuw Hof van beroep aangesteld. Wie het aan de stok krijgt met de regering op het gebied van asiel, demonstratierecht, politiegeweld of openbare aanbestedingen zal zich tot het nieuwe hof moeten wenden. De president van het Hof wordt door het parlement aangesteld waar de partij van Orban een meerderheid heeft.
Terwijl Polen zijn rechters op straat zet, bouwt Orban aan een parallel rechtssysteem, zo schrijft de waakhond-organisatie van het Helsinki Comité in een recent rapport.
Het lijkt erop dat  leiders als Trump en Orban en in Polen de PiS-partij geen boodschap hebben aan de rule of law. Rechters worden door hen beschouwd als lastpakken die hen voor de voeten lopen en niet door het volk gekozen zijn.
Onafhankelijkheid en professioneel optreden dwz een optreden dat een eigen professionele afweging vraagt, onafhankelijk van de politieke wind die er waait, het is ze een doorn in het oog.

In Nederland doen we het anders. Behalve Wilders die het systematisch over rechters als D66-ers had en heeft, is de VVD, de grootste partij, noch de premier bezig met ontmanteling van de rechterlijke macht omdat ze lastige uitspraken doet.
In dit land pakken we de rechterlijke macht op een andere manier aan.
We ontnemen ze hun professionele status en maken er koekjes-producenten van.
Het product wordt belangrijk als output dus niet beoordeeld op zijn juridische merites.
De druk om te presteren dwz in kwantitatieve zin wordt zodanig opgevoerd dat er nauwelijks meer principiële uitspraken kunnen worden gedaan die veel tijd vergen dan wel strafzaken die zeer complex zijn.
De standaardisering neemt toe, de druk op rechters neemt toe, hun overspannenheid neemt toe en dat alles heeft tot gevolg dat zelfs deze zeer gemotiveerde beroepsgroep afhaakt.
Wie dit proces nader wil bestuderen raad ik ook aan om even een blik te werpen op een lezing die ik heb gehouden ter gelegenheid van het vertrek van een bevriend rechter uit Amsterdam in 2003 naar aanleiding van de instelling van de Raad voor de rechtspraak. U kunt deze lezing vinden op deze site.

Leven in een idee

Mensen leven in een idee. Harari noemt het mythes in zijn boek Sapiens: “Elke vorm van grootschalige menselijke samenwerking – een moderne staat, een middeleeuwse kerk, een antieke stad of een archaïsche stam – is geworteld in gemeenschappelijke mythes die alleen bestaan in de collectieve fantasie” (pag 37). En dat lijkt typisch menselijk te zijn. Wij hebben ideeën of mythes nodig om zin te geven aan ons bestaan. Apen, honden of mieren hebben dat niet, althans wij weten er niks van.
Mijn hond Dushi, die helaas in augustus is overleden voelde mijn stemmingen aan, maar ook of er iets lekkers haar kant uit kwam.

Een mythe, bv dat alle grotere honden dan zij of dat zwarte honden voor haar gevaarlijk waren en haar bestaan bedreigden als er teveel van waren of dat er een God hond was die het hondenleven bestierde en vorm gaf, mijn Dush had daar geen last van.
Inmiddels is er een duidelijke geestverwant van Harari opgestaan: Timothy Snyder. Hij heeft al diverse boeken geschreven maar nu trekt zijn boek The Road to Unfreedom of de weg naar onvrijheid veel aandacht.

Eindelijk is er iemand die op een zeer erudiete en verantwoorde manier ten strijde trekt tegen de radicalisering op rechts, zo was mijn eerste reactie.
Hij stelt dat er een aantal mythes zijn die doorgeprikt zouden moeten worden.
Zoals de mythe van de onvermijdelijkheid (inevitability) in zijn woorden, ik zou zeggen van de continuïteit van de maakbaarheid. De mythe dat het althans voor het Westen goed is en altijd zal blijven, nog sterker, beter zal worden.
Mensen worden steeds gezonder, ouder, het leven wordt steeds makkelijker met behulp van robotten en internet, de wetenschap schrijdt voort en blijkt steeds meer vorderingen te maken richting het eeuwige leven en richting maakbaarheid van de (nieuwe) mens.
Dat zijn enkele mythes die passen in dit type denken, zo veronderstel ik.
Bij Snyder gaat het  om de politieke mythe van de steeds betere organisatie van de samenleving, de “wij gaan er alleen maar op vooruit met zijn allen”-mythe.
Dan valt het enorm tegen als er opeens een Trump wordt gekozen die volkomen onvoorspelbaar opereert en alle oude waarden overhoop gooit.

Maar er is ook nog zoiets als de mythe van de eeuwigheid.
Volgens Snyder passen de Russen die toe in navolging van een, althans voor mij, volkomen onbekende filosoof Ilyin, een Hegeliaan, weet u wel die van de Wereldgeest, volgens Snyder vooral een christelijk fascist. Enkele citaten van de man: “Bevrijding komt niet van het begrijpen van de geschiedenis maar van het elimineren ervan”.  Of: “Degene die het ridderlijke gevecht tegen de duivel aanvecht is zelf een duivel” (denkt u even aan de inmiddels zo populaire demonisering van Soros). Of: Christendom betekent de terechte oproep van de filosoof om geweld te gebruiken in de naam van liefde”.
De toekomst bestaat eigenlijk niet in die mythe gek genoeg, maar juist het  (illusoire)verleden wordt vereeuwigd alsof dat verleden ooit zou hebben bestaan. Met andere woorden zo iemand is dus niet geïnteresseerd in geschiedkundige feiten.

In dat verband wijst Snyder ook op de mythe van de natiestaat. Hij maakt een onderscheid tussen koloniale rijken en daarna in Europa geïntegreerde staten. Wat dat betreft is hij net als Harari overigens een denker die de controverse niet schuwt.
In het eeuwigheidsgeloof van een geloof in het roemrijke verleden van, vul maar in: het eigen land, volk, geslacht, ras etc, passen geen mensen, volkeren, geslachten ed die “anders”zijn, dwz geen deel uitmaakten van dat roemrijke verleden.
Bv teruggrijpend op het veronderstelde roemrijke verleden van ariërs zijn joden van het verkeerde en vijandige ras. Verheerlijking van de man brengt een hiërarchische achterstelling van de vrouw  mee, etc.
Van dat laatste vond ik een staaltje terug in het scheppingsverhaal volgens de nieuwe Bijbelvertaling.*
“Uitgerust met waardigheid en hoogheid, begiftigd met kracht en moed, opgericht ten hemel staat daar de mens, een man en koning van de natuur. Zijn breed gewelfde verheven voorhoofd verkondigt de diepe zin van zijn wijsheid, en uit zijn heldere blik straalt de geest, de adem en het evenbeeld van de schepper. Aan zijn borst vlijt zich zijn schone, bevallige gade, voor hem en uit hem gevormd. Als het bekoorlijke beeld van de lente lacht zij hem in vrolijke onschuld, liefde, geluk en verrukking toe.”
Dat doet me denken aan Harari’s opmerking op pag 162 van Sapiens: “De meeste wetten, normen, rechten en plichten die bij mannelijkheid of vrouwelijkheid horen, zeggen meer over de menselijke verbeelding dan over de biologische werkelijkheid”.

Soms vind ik het bijna jammer dat er bij een kritische atheïst en humanist als ik ben zo weinig mythes overblijven.
Ach wacht, toch nog eentje: Als we met zijn allen zorgen dat de democratische rechtsstaat kan blijven bestaan en zo goed en zo kwaad als het gaat onze verantwoordelijkheid nemen en  daar ons steentje aan bijdragen, kunnen we misschien toch een kader vinden waarin we elkaar niet naar de strot vliegen (zie overigens Harari op pag 37: “Rechtssystemen zijn geworteld in gemeenschappelijke juridische mythen”).

  • Ik was bij een overigens mooie uitvoering van het scheppingsverhaal van Haydn in Edam en volgde de vertaling van het Duits in het Nederlands. Tja en dan schrik je toch weer even.

Totalitaire technologie

Ook de reclamespot gezien? Het doorgroefde maar opgewekte gelaat van een duidelijke 70-plusser met de tekst erdoorheen: Tikkie, de betaal-app voor iedereen en daaronder: hashtag, het teken voor  de sociale media, #Stuur een tikkie.
De werkelijkheid laat een ander beeld zien. In 2015 hadden bijna 1,2 miljoen personen nog nooit internet gebruikt. Vooral bij 75-plussers en dan met name vrouwen en lager opgeleiden zijn er nog veel niet-internetgebruikers, al wordt deze groep geleidelijk kleiner.

Soms wordt de oudere mens tot wanhoop gedreven. Hoe hij of zij ook zijn of haar best doet zich aan te passen, het is nooit genoeg. Ons aller rupsje nooit genoeg in de gedaante van een overal en alles doordringend oprukkend technologisch systeem stelt met name de oudere medemens voor enorme opgaven.

Even een greep uit mijn eigen ervaringen. Zo kwam ik deze week van alles tegen.
Ik werd door de tandarts gebeld dat ik een rekening van de mondhygiëniste niet had voldaan en geneerde me verschrikkelijk. Zo’n lieve tandarts die nooit iets zegt, maar keurig doet waar hij voor is opgeleid moet opeens aan mijn telefoon gaan hangen om me te herinneren aan de betaling van een rekening.
Wat is het geval?
Mijn zorgverzekeraar stuurde geen brieven meer maar had me geheel gedigitaliseerd. Ik kon op Mijn… mijn zorgkosten inzien maar moest dan wel eerst mijn digi-code intoetsen en verderop werd me nog een extra code gevraagd.
Hoezo extra code?
Tja, de digi-code bleek zo lek als een mandje dus… (hoorde ik veel later van een overigens best moeilijk bereikbare medewerker aan de overbezette telefoonlijn).
Als ik die extra code die slechts eenmaal werd gegeven via de mail wou intoetsen was hij op dat moment al verouderd. Ik moest, bleek na onderzoek, mijn tabblad aanhouden.
Na een ochtend zwoegen kwam ik erachter dat mijn te besteden bedrag was overschreden, overigens buiten mij om, want een kennisgeving daarvan had ik dus niet gehad.

Vanochtend kreeg ik van Liander een dreigende brief in de bus dat ik nu echt aan de slimme meter moest anders zou me dat veel geld gaan kosten en toen ik bij mijn administratie keek naar het hoge bedrag dat de KPN berekent voor mijn vaste telefoon, kwam ik er via de medewerker van die instelling die ik na een half uur dan eindelijk toch te pakken kreeg (zie boven), achter, dat vaste telefoons  voor hen een kostenpost vormen.Die hebben ze sowieso liever niet.
Maar als je er dan toch eentje wil, zien ze bij KPN liever dat je alles dwz tv, mobiele en vaste telefoon en internet aan elkaar knoopt en dat levert hen let wel, hen, dan voordeel op.
Nee zei ik eigenwijs daar heb ik geen zin in.  Ik zit al sinds mensenheugenis bij DDS, de eerste provider in Amsterdam en die laat ik niet in de steek!
Onbegrip aan de andere kant.
Overigens geldt hetzelfde voor de KPN en de ING en mijn zorgverzekeraar.
Terwijl ze allang een heel ander bedrijf zijn, vreemde en illegale wegen bewandelen (zoals ING) of zijn overgenomen zoals mijn zorgverzekeraar, ik blijf ze eeuwig trouw als babyboomer.
Idioot maar toch. Om elk jaar van provider, bank, zorgverzekeraar en eigenlijk moet je daarbij ook denken aan werkgever (die ik als gepensioneerde niet heb), partner ( die ik wel heb, zie mijn bundel Keer op keer), of woonomgeving te wisselen is leuk als je jong, dynamisch en digi-nomade bent, maar ik ben dus 72 en honkvast geworden.
Bovendien trouw, een vreselijke eigenschap, en heb behoefte aan een bepaalde stabiliteit en persoonlijk contact.
Ik maak me ook zorgen over mijn privacy en onveiligheid ten aanzien van mijn cruciale gegevens. Terwijl we worden gewaarschuwd door de overheid en de bank om zorgvuldig om te gaan met pincodes ed, schakelt de ING bv moeiteloos over van een degelijk tan-codesysteem naar overmaking via de mobiele app omdat dat zo makkelijk zou zijn.
(Let overigens ook op de geautomatiseerde stem op de telefoon als je naar een willekeurig telecombedrijf belt. ‘Om het u zo makkelijk mogelijk te maken’, wordt u dwz ons het hemd van het lijf gevraagd alvorens een medewerker te pakken te kunnen krijgen.)
Die app moet dan wel geïnstalleerd worden op de mobiele telefoon, waarvan ze aannemen dat iedereen die heeft. Daarvoor moet je naar een ING-kantoor, wel even je legitimatie meenemen en dan schijnt het nog heel wat voeten in de aarde te hebben.

Ik heb inmiddels WhatsApp vanwege de kleinkinderen maar ik mis nog: een gezondheids-app, een dieet-app, een relax-app, een internetbankieren-app, een buienradar-app en ga zo maar door. Overigens heb ik een 70-plus kennis die nog steeds aan het stoeien is met een parkeer-app, die je moet hebben want de parkeerautomaten zijn inmiddels zo ingesteld dat je, aldus een vriendin, heel wat oefening moet hebben om er  normaal mee te kunnen betalen.
Misschien is er inmiddels ook een klaarkom-app, anders is dat zeker een gat in de markt!
Kortom de technologisch totalitaire wereld waar we al inzitten en zeker naar toe gaan heeft de volgende kenmerken :
1) Alles wordt aan elkaar gekoppeld zodat één bedrijf de verschaffer van tv, internet en telefoon, kortom alle communicatienetwerken is en daarmee ook monopolist waar het inzicht in jouw gegevens betreft evenals overigens de energieleverancier met de slimme meter die precies op de hoogte kan zijn van je doen en laten.
2) Al het verkeer dus ook betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk gemobiliseerd dwz mobiel gemaakt. Vast bestaat dadelijk niet meer.
3) Contant geld verdwijnt, want dat is veel lastiger in kaart te brengen.
4) Door die flexibilisering en mobilisering worden de gevaren van kwetsbaarheid van systemen aanzienlijk veel groter en er zullen er dus steeds meer toegangscodes en beveiligingen nodig zijn, waar vergeetachtige ouderen slecht mee overweg kunnen.
5)Uiteindelijk  zal de  uitkomst van dit proces zijn dat er robotten aan te pas moeten komen die geen moeite hebben met deze gecreëerde, totalitaire technologische wereld en zich daar veel beter in thuis voelen.
6) Wat mensen betreft zal er een feitelijke selectie plaatsvinden. De onaangepasten, dwz degenen die deze ontwikkeling niet kunnen bijbenen, achterop raken, geïsoleerd raken en gefrustreerd, zullen als ze niet worden kalltgestelt door het systeem (boetes opgelegd krijgen en schulden en daarvoor worden gestraft en weggezet) zo onzeker in het leven staan, dat ze dit leven niet meer aan kunnen.

Christelijke partijen zijn bang dat mensen euthanasie zullen plegen omdat er zoveel op de zorg bezuinig wordt, maar ik voorzie een grijze euthanasie-golf bij een verdere versnelde voortschrijding van het technologisch totalitarisme.

Door met de strijd

Door met de strijd is de titel van het essay van Nelleke Noordervliet over Nederland in opstand, met een oranje kaft en een leeuw erop.
Ook ons nationale museum, het Rijksmuseum, had het thema opstand als onderwerp tijdens de nacht van de geschiedenis afgelopen weekend.
Nelleke, die ik ooit in Leiden in de jaren zestig had leren kennen als Nel Bol, legde in de prachtige bibliotheek van het Rijksmuseum uit, wat ze bedoelde met haar essay. Het werd een enerzijds-anderzijds verhaal waarbij De mens in opstand van Camus haar leidraad was.
‘De ware opstand is een “ja”, vertegenwoordigt een waarde die het uiterste offer vraagt, een waarde die het eigen leven overstijgt. Het gaat niet alleen om brood of werk, het gaat om een andere inrichting van de maatschappij’ aldus Noordervliet die op pag 26  Camus aanhaalt.  Volgens Noordervliet heeft opstand een positief romantisch image, maar laat Camus zien dat bij een echte opstand er sprake is van de waanzin van het geweld die een eigen logica heeft. ‘Zo worden de eerste jaren van de Opstand van Amsterdam in 1578 gekenmerkt door een irrationele, onbeheersbare spiraal van geweld en bloeddorst.’ Op pag 9 verwijst ze naar de opstand van de studenten onder leiding van  Daniel Cohn-Bendit (ook op de nacht van de geschiedenis aanwezig), die zou hebben geroepen: ’Sterft gij oude vormen en gedachten’. ‘Eerst komt de opstand’ aldus Noordervliet, ‘en dan de moraal’.
Met andere woorden: Opstand is zeker niet altijd goed en rechtvaardig, kan veel geweld met zich meebrengen en eenmaal geslaagd ook in zijn tegendeel gaan verkeren. Alle oude idealen worden aan de kant gezet en kunnen de gestalte aannemen van een dictatuur. Voorbeelden te over: van de Franse revolutie tot  de communistische in Rusland, China, Cuba.

Wat hiervan zij: Ik heb twee aanvullingen en ook bedenkingen.
In dezelfde week dat ik haar essay las en naar de nacht van de geschiedenis in het Rijks ging, was er donderdag een herdenking van de opstand in Sobibor, 75 jaar geleden, 14 oktober 1943 onder leiding van Alexander Pechersky, in het Verzetsmuseum.
Selma Leydesdorff hield er een lezing over haar recent uitgekomen boek over deze Russisch-joodse soldaat Pechersky.
Wie was hij? En wat bezielde hem om een opstand te beginnen onder dergelijke onmogelijke omstandigheden als het dodenkamp Sobibor, waar overigens 34.000 Nederlandse joden werden omgebracht dwz één derde van het aantal dat in de oorlog is gedeporteerd en vermoord.
En hoe is het hem vergaan toen hij na de oorlog in Rusland weer een bestaan probeerde op te bouwen?
Ik kan u wel verklappen dat hij met zijn leiderschap van een dergelijke onmogelijke opstand geen macht verkreeg, zelfs geen erkenning in het Rusland van die tijd.
Over joden had men het niet, hooguit over Russische soldaten. Onder Stalin kon je als je als Russische soldaat gevangen had gezeten onder de meest vreselijke omstandigheden daar beter geen aandacht voor vragen want dat was not done en als je dan terugkwam werd je meteen naar de Goelag doorgestuurd.
Dat Pecherski er überhaupt als je het boek van Leydesdorff leest, in slaagde om in leven te blijven, mag goed beschouwd een raadsel heten, maar hij stierf, oud, ziek en gefrustreerd dat wel.
Deze Sasha zoals Selma hem noemt, had geen maatschappelijke omwenteling op het oog, het was er hem uitsluitend om te doen om een zekere menselijke waardigheid terug te winnen. Het bekende: ‘Joden lieten zich als gewillige schapen naar de slachtbank leiden’ zal hem een doorn in het oog zijn geweest.
En zoals Liesbeth van der Horst bij haar inleiding vertelde: het beeld van joden die niet in verzet of opstand kwamen is een foutief beeld en moet worden herzien zowel wat hun aandeel in het verzet in Nederland betreft, als elders.
Opstand dus als wanhoopsdaad, als enige manier om nog enige menselijke waardigheid te verwerven terwijl je weet dat je het hoogstwaarschijnlijk met de dood zal moeten bekopen.

Omgekeerd denk ik bij opstand ook aan het bekende boek van José Ortega y Gasset uit 1930: De opstand der horden, waarmee hij de massamens bedoelde.
Hij gaf daarin een veel minder romantisch beeld van opstand dan waar Noordervliet in het begin van haar lezing aan refereerde.
Een voorbeeld uit de geschiedenis van ons land dat dezer dagen op veel belangstelling kan rekenen:  Zo werd in de Volkskrant van vrijdag 26 oktober jl zowel in het Commentaar als bij de Opinie positief gereageerd op de beslissing van de Noorse premier om namens de regering haar excuses aan te bieden aan die ‘moffen-meiden’ die in de oorlog een relatie met een Duitse militair hadden gehad en daarvoor ‘onevenredig’ gestraft werden.
In Noorwegen betekende dit vaak verbanning van huis en haard naar Duitsland en rechteloosheid in eigen land. In Nederland werd ook niet bepaald zachtzinnig omgesprongen met deze categorie.
Ze werden en plein public kaalgeschoren, een vernedering waar geen rechter of overheid aan te pas kwam. Het waren zoals het Commentaar vermeldt ‘Volksgerichten’.
‘In het machtsvacuüm van die dagen trapte niemand op de rem’ aldus de Volkskrant.
Je zou ook kunnen zeggen dat de ‘moffen-meiden’ slachtoffer zijn geweest van de hierboven genoemde massamens.
Die massamens heeft dan opeens na de bevrijding de macht gekregen zich zonder autoriteit die hem tegenhoudt, te wreken voor de bezettingsjaren op de individuen die ‘fout’ waren.
Dat was dus anders dan in Noorwegen begrijp ik, waar de overheid kennelijk bepaalde maatregelen heeft genomen.
Het is dezelfde massamens die zich in Duitsland op de joodse bevolking stortte tijdens de Kristallnacht (progrom) in de nacht van 9 op 10 november 1938, dus deze week 80 jaar geleden.
Je zou met andere woorden kunnen zeggen dat onder bepaalde omstandigheden, een machtsvacuüm of misschien moet ik eerder zeg een ‘rechtsstaat’-vacuüm en ophitsing vanuit opinion-leaders, de ratten uit hun holen komen.
Zo komen nu onder Trump de ratten uit hun holen, sturen bombrieven her en der en schieten 11 mensen dood in een synagoge.
Kan die ongecontroleerde wraakoefening van meer dan 70 jaar geleden de (huidige) overheid worden aangerekend en moet ze daarvoor nog excuses maken?
Wat dat betreft heb ik dan nog wel een paar wensjes liggen die wat mij betreft toch nog wat eerder zouden moeten worden gerealiseerd.

PS: Geïnteresseerd? Stuur uw reactie!

Komt goed

In het verlengde van mijn vorige column over “geen probleem”, als kreet, dit keer een column over “komt goed”.
De standaarduitdrukking van mijn kinderen en hun voltallige generatie: “komt goed” is des te verwonderlijker als je kijkt waar ze vandaan komen.
De generatie van de zogenaamde tachtigers, de kinderen die in de jaren tachtig van de vorige eeuw werden geboren, komt doorgaans van ouders met een godsdienstige achtergrond en/of ouders, wier ouders de oorlog nog hadden meegemaakt.
Neem mij nou: Mijn ouders hebben de oorlog ternauwernood overleefd en dat alleen omdat mijn vader zich al heel snel indringend had beziggehouden met de vraag: Hoe overleven wij dit. Hij stond met David Simons aan het begin van de zogenaamde Barneveld-lijst en heeft het dankzij de inspanningen van een ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken, de heer Kloosterman, gepresteerd om van een lijst met een paar personen, familieleden er een te maken van 700 mensen. Secretaris-generaal Frederiks, de baas van Kloosterman, hechtte eraan dat op die lijst veel vrouwen en meisjes stonden. Gek genoeg was de man die mee heeft geholpen aan de soepele registratie en deportatie van de joodse Nederlanders, ervoor dat ze niet uitgestorven raakten.
De lijst staat in de annalen sinds Presser bekend als een elitelijst, maar dat is slechts een deel van de waarheid.
Enfin, als mijn vader toen gedacht had: “komt goed” waren er geen 700 mensen van de oorlog teruggekeerd.
Mijn moeder schijnt met mijn hele jonge zussen de kampen te hebben overleefd onder het motto dit is een droom, geen werkelijkheid, zoiets als in de film La vita è bella.
Haar fantasie heeft haar en hen gered, heb ik begrepen. Misschien een variant op “komt goed” maar dan een heel speciale. Maar zowel bij mijn vader als moeder, allebei ook juristen, was wantrouwen en alertheid, een bepalende levenshouding.
Bij de familie van de vader van mijn kinderen kwam er niets zomaar goed. Integendeel, het motto was veeleer: Het ìs niets en het wòrdt niets, met de mens wel te verstaan.
Het geloof was alles overheersend.
Men leefde toe naar een hiernamaals en het gedrag op dit ondermaanse was eigenlijk uitsluitend daarop gericht. En dat het goed zou komen in het hiernamaals dan, was ook bepaald niet zeker.
Sinds het humanisme en de individualisering terrein hebben gewonnen, is het hiernùmaals populair. We moeten het van dit hiernumaals hebben en dat betekent ook dat er zolang het duurt hoge eisen worden gesteld aan de kwaliteit van het bestaan en moet er vooral worden “genoten”.
Genieten is een vrijwel even sterke drive en must geworden als het afzien in de tijd van de ouders van mijn ex. Dat dit een steeds groter probleem gaat worden in een periode waarin we onszelf moeten gaan matigen in verband met het klimaat, laat zich raden.
Genieten bracht schuldgevoel met zich mee bij de vorige generatie. Het hoorde niet, doe maar gewoon dan doe je gek genoeg, was de kreet en mijn ouders vroegen zich bij herhaling af waarom zij er nog waren en dus konden genieten en al die anderen niet meer.
Toch genoten mijn ouders wel van het leven maar dan in het licht van de gedachte “het kon zo afgelopen zijn”.
“Komt goed” is net zo’n bezwering als “geen probleem” en heeft weinig met de werkelijkheid te maken.
Wel is er het geloof, let wel het geloof, dat een positieve levensinstelling, je geliefder maakt bij je medemensen en misschien zit daar wel wat in, dus als ik nu maar vaak genoeg roep: “komt goed”, vindt iedereen me aardiger en gezelliger en tja, wie wil dat nu eigenlijk niet?

Geen probleem

In een van de zeldzame gesprekken met mijn zoon (als dertiger met een drukke baan, een gezin en een uitgebreid sociaal netwerk, ook van belang voor de baan, schiet zo’n gesprek er wel eens bij in) vroeg hij me waarom ik toch altijd zo nadacht over de dingen.
“Je zoekt steeds oorzaken voor van alles en nog wat, maar misschien zijn die er wel niet en trouwens wat brengt al dat gegraaf je verder?” was zijn welgemeende hartenkreet.
De schat maakt zich serieus zorgen om me, dacht ik meteen.
Hij noemt een voorbeeld. Bij hem in de directie van zijn bedrijf zitten op één vrouw na allemaal witte mannen.
Dat signaleert hij wel maar als hij erover na gaat denken en nog sterker gaat nadenken over wat hij eraan zou kunnen doen heeft hij geen leven. (Overigens zegt Sigrid Kaag recentelijk in haar Abel Herzberglezing wel dat je iets moet dòèn als je onrechtvaardigheden ziet, maar zelf blijft ze ook rustig in een kabinet zitten met een minister van Buitenlandse Zaken die denkt dat mensen van verschillende genetische herkomst niet vredig samen kunnen leven.)
En ik geef hem gelijk.
Als je een prettig, ongestoord leven wilt hebben in dit land, of misschien in ieder ander land, moet je je niet druk maken over onrechtvaardigheden.
Dat heb ik mijn hele leven gedaan en kwam daarbij vrijwel altijd van een koude kermis thuis. Nog sterker, ik ben uiteindelijk in een toen nog bestaande voorziening van de verzorgingsstaat beland met een burn out.
Mijn enige echt succesvolle actie met een aantal anderen was die voor een Vondelpark waar de honden mochten blijven loslopen.
Daar hebben die honden en hun baasjes tot op de dag van vandaag nog plezier van.

Maar is een prettig, vooral ongestoord leven nu het enige doel om naar te streven in dit ondermaanse? Het lijkt er wel op als je naar het taalgebruik kijkt.
Geen probleem, het stopwoord van deze tijd, wordt te pas en vooral te onpas gebruikt.
Oorspronkelijk stond het voor: ik wil je graag helpen en dat is geen probleem, maar nu kan je in een winkel staan en willen afrekenen en dan wordt er al geroepen: geen probleem!
Terwijl in de wereld het aantal problemen alleen maar lijkt toe te nemen en de EU al ten onder lijkt te gaan als ze van de 65 miljoen vluchtelingen wereldwijd er slechts een gering percentage zou moeten opnemen, voegen wij hier elkaar de mantra toe: geen probleem.
Maar als Angela Merkel zegt: “Wir schaffen es”, oftewel geen probleem, valt iedereen inclusief de zgn linkse media in dit land over haar heen en wordt haar een gebrek aan realiteitszin verweten.
Inmiddels lijkt het erop of ook in ons buurland haar dagen geteld zijn. Geen probleem wil dan ook niet zeggen een probleem zien en daarmee serieus willen dealen maar de ander ervan willen overtuigen dat er geen problemen zijn. Een vorm van bezwering, waar we wellicht net zo als aan het geloof, meer behoefte lijken te hebben naarmate de wereld om ons heen onherbergzamer wordt.
We voegen elkaar toe: Fijne dag en geen probleem, en denken dat er dan ook vast een fijne dag en geen probleem zal zijn.

Aanpak op maat

Op maat gerichte aanpak.
Als ik dat even google krijg ik de volgende resultaten:
Zo is er een facilitair onderzoek- en adviesbureau dat niets aanneemt als standaardwerk en u (als bedrijf) op basis van een oriënterend gesprek een voorstel op maat biedt.
Het draait bij dit bureau om 1 ding: alles om het beste uit jouw organisatie en facilitaire team te halen, aldus hun website.
Er is een gemeente Giessenlanden die onder het kopje: Een aanpak op maat ondersteuning wil bieden bij maatschappelijke en financiële participatie voor mensen in de bijstand.
Vanuit de gedachte “de burger centraal” en 1 huishouden, 1 plan, 1 contactpersoon en 1 budget biedt de gemeente een ondersteuningsplan aan aan de burgers van Giessenlanden met een bijstandsuitkering.
Dan zijn er nog regionale arbeidsmarktanalyses voor een aanpak op maat van het lerarentekort.
En natuurlijk begint onder de stijgende vraag naar werknemers op de arbeidsmarkt er een behoefte te bestaan aan een aanbod op maat, waarmee bedoeld wordt dat werknemers secundaire arbeidsvoorwaarden steeds belangrijker beginnen te vinden omdat ze zich weer meer willen ontwikkelen en geld alleen niet genoeg meer is.
De maat-gerichte en dus ook persoonsgerichte aanpak mag zich verheugen in een overweldigende belangstelling in een tijd waarin kunstmatige intelligentie, robotisering
en algoritmen die ons sturen zonder dat we er erg in hebben onze toekomst, wat zeg ik ons heden lijken te (gaan?) bepalen.

Maar nu is er dan een aanpak op maat die PGA heet (persoonsgerichte aanpak) niet  te verwarren met PGB (persoonsgebonden budget) waarbij twintig gemeenten sinds 2015, als we de Volkskrant mogen geloven, jaarlijks 6 miljoen euro ontvangen van het ministerie van Veiligheid en Justitie om geradicaliseerde moslims in de gaten te houden.
Daartoe  werken politie- en inlichtingendiensten, gemeentelijke instanties en zorginstanties, reclassering, jeugdzorg, jongerenwerkers samen.
Dus niet 1 plan, 1 contactpersoon en 1 budget maar een onoverzichtelijke hoop instanties die zich allemaal bezighouden met personen die er radicaal-islamitische ideeën op nahouden.
Nou dacht ik in mijn onschuld altijd dat ideeën hier in dit land niet werden vervolgd en dat overigens ook het spuien van die ideeën onder het kopje vrijheid van meningsuiting (en godsdienst) werd beschermd door de grondwet, maar ik moet er sinds de Hofstadgroep wel op terugkomen.
Wat mij betreft is het probleem dat bepaalde ideeën kennelijk een aanpak op maat behoeven en andere ideeën niet.
De ideeën van ene A.H. (zie vorige blog) gaan  recentelijk in grote getale over de toonbank en mensen die die ideeën aanhangen dan wel verspreiden zie ik nog niet erg terug in de op maat gerichte aanpak. Of vergis ik me nu?
Bovendien wordt over deze op maat gerichte aanpak heel geheimzinnig gedaan en kom je er waarschijnlijk niet meer vanaf. En dat kan lijkt me toch niet de bedoeling zijn.
De Volkskrant vermeldt als voorbeeld dat ene Achmed in eerste instantie een zachte maatregel krijgt, hij kan bijv vrijwillig(?) praten met een maatschappelijk werker of krijgt een wijkagent aan de deur, maar als Achmed blijkt steeds verder te radicaliseren kan tijdens een casusoverleg besloten worden om een hardere maatregel in te zetten. Hij zit op dat moment in het traject van de persoonsgerichte aanpak en kan er pas uitkomen als er geen dreiging meer van hem uitgaat.
Tjonge!
Waarom doet zoiets me denken aan bijv de persoonsgerichte aanpak van de Palestijnen in de bezette gebieden, waar een “ander” recht heerst dan in de rest van Israël?
En aan de persoonsgerichte aanpak van landen als Rusland, Turkije, Saoedi Arabië?
Nu gaan we in Nederland nog niet zover dat we als preventieve persoonsgerichte aanpak mensen doodleuk “kalt” stellen, maar je zal toch maar onderwerp van deze aanpak zijn zonder dat je de neiging hebt een aanslag te plegen?
Is er een mogelijkheid van opkomen voor je rechten?
Kun je instanties aanklagen als je naar eigen zeggen niet en naar hun idee wel geradicaliseerd bent?
De beslissing wordt achter gesloten deuren genomen en de instanties geven geen inzage in hun besluitvorming. Soms is het dragen van een baard genoeg, aldus de advocaten die deze objecten van persoonsgerichte aanpak bijstaan.
Er zijn twee dingen die me verontrusten:
1. Kennelijk maakt niemand er zich meer druk om dat er nu een groep ontstaat van verdachten op willekeurige grondslag, die zich niet of nauwelijks tegen staatsbemoeienis kunnen verweren, iets wat naar mijn bescheiden mening haaks staat op het idee van een rechtsstaat omdat we ons meer druk maken om onze veiligheid en de dreiging die er van het islamitisch gedachtegoed uit zou gaan.
2. We doen dit onder de eufemistische titel van aanpak op maat. De taal die hierbij gebruikt wordt verhult de werkelijke intentie nl een totalitaire bemoeienis met het persoonlijke leven van mensen.