Overleven in het OV

Gister, maandag 27 juli, was mijn eerste tocht naar Utrecht naar het gezin van mijn middelste zoon. Hij had papadag en vond het leuk als ik langskwam.
Midden in de Corona-tijd had hij me verboden dit waagstuk te ondernemen, maar nu kon het wel weer…
Ik ben een echte OV-er, geen auto, kan niet rijden en dacht altijd dat ik als mooi side effect daarmee de natuur een handje hielp.
In deze tijd van virus-gekte heb ik er natuurlijk wel spijt van dat ik nooit een rijbewijs heb gehaald, zodat ik me nu de vrijheid had kunnen permitteren om in een ‘share now’ al of niet met vriendin de boer op te gaan zoals veel van mijn vrienden en kennissen zich tijdens de crisis onbelemmerd en beschermd waanden in hun ijzeren karos.

De tram heb ik al een paar keer geprobeerd. Tram 26 richting Centraal Station is altijd behoorlijk vol zeker tijdens het spitsuur, maar daar vind ik toch nog wel een plekje.
Nu ging ik, kortste route, met bus 66 naar Bijlmer Arena en vandaar met de trein naar Utrecht. Een kennis had me aangeraden voor deze keer eerste klas te boeken op mijn persoonlijke kortingskaart. Zat je lekker rustig!
Bus 66 is een volle bus altijd, dat wist ik, maar wat ik niet wist is dat zeker 3 zitplaatsen achter de chauffeur zijn afgeplakt. De chauffeur wordt geacht niemand meer te zien of te spreken en zit dus achter glas, plus vóór drie afgeplakte stoelen.
Dat betekent oa dat de bus een stuk minder zitplaatsen heeft. Die voorste stoelen bleven nog wel eens onbezet maar waren strategisch gezien niet gek voor een 70-plusser om op neer te strijken. Nee dus!
Maar het betekent ook dat bv een jongeman die iets wou vragen aan de chauffeur zijn mondkapje afdeed en keihard naast me begon te schreeuwen. Ik schrok me dood, dacht dat ik een veilig plekje had gevonden. Nee dus!
De chauffeur hield de spanning erin maar na een aanhoudend gebrul meldde hij dat hij het niet verstond… Makkelijk zat.

Maar het kan allemaal nog gekker.
Op de terugweg nog in Utrecht zat ik in een bus, met schuin tegenover mij een jongedame met een mondkapje bungelend aan haar nek.
Verder was ze de hele tocht gericht op haar mobiel en keek niet op of om. Dat kenmerkte haar hele houding trouwens.
Ik vroeg me af zal ik er iets van zeggen…
Maar ja ik ben ook een slappeling zoals de meesten, dus liet ik het maar zo.
Toch, toen we bij het Utrechtse station waren aangekomen, vatte ik moed en op weg naar de uitgang sprak ik haar alsnog aan. U moet wel uw kapje opzetten in de bus hoor! De chauffeur zit zover weg die kan daar niet op toezien en meneer Rutte en De Jonge zeggen ons voortdurend net als meneer Grapperhaus dat we zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen.
Daar had deze jongedame geen boodschap aan. Nog sterker, ze werd woedend en hoestte me met opzet keihard in mijn gezicht!!!
Nu stond ik een eindje van haar af gelukkig en had een super stevig Amsterdammertje over mijn mond en neus getrokken al de hele reis dus echt bang werd ik niet, maar strafrechtelijk zou je dit waarachtig een poging tot doodslag kunnen noemen, zeker als mevrouw de dag ervoor nog flink gefeest had met haar medejongeren!!!

Ik was vooral stomverbaasd.
Had nog de neiging haar na te roepen: ik heb het allemaal op film en zet het op Facebook, wat niet zo was, maar ze was al nergens meer te zien.
Van de Bijlmer naar IJburg was de bus inderdaad weer veel te vol.
Ik was gaan zitten op een plek waar in het oude normaal 4 mensen konden zitten maar had heel aso twee zitplaatsen in beslag genomen met mijn spulletjes.
Kwestie van overleven dus… Zodat andere mensen moesten gaan staan op minder dan anderhalve meter afstand en dacht nog even aan mijn super-assertieve vriendin die als ze ging wandelen een stok van anderhalve meter bij zich had die ze een ander voorhield als die persoon te dichtbij kwam.
Ging ik haar achterna??? Was dit het begin van het einde van in elk geval mijn beschaving???
Waarom geen camera in de bus die als mensen te dicht op elkaar staan of geen mondkapje over hun neus en mond trekken door de chauffeur hier op worden gewezen??? Ter voorkoming van escalatie tussen de reizigers onderling en waarom niet gewoon stilhouden als die persoon weigert te gehoorzamen… en zeggen dat hij of zij de bus uit kan of dat de politie wordt gebeld?
Waarom geen langere bussen als je echt wilt dat mensen afstand houden?

Hoe serieus nemen de beslissers, GVB en overheid eigenlijk de maatregelen die ons wel worden opgelegd?

Mr No

Tjonge wat zijn we trots op onze Rutte!!!
Kijk eens even wat zo’n klein landje vermag. De hele boel 5 dagen ophouden daar in Brussel. De machtige regeringsleiders een poepie laten ruiken, het duo Merkel en Macron nachtenlang aan de praat houden, ‘t is wat!!!
En dat allemaal omdat de man zich inspant voor onze belastingcenten, dat we niet te veel betalen en natuurlijk ook om die zuidelijke staten even te laten zien dat we het hier in Nederland heel wat beter voor elkaar hebben dan zij daar met hun gefeest en slappe zeden.
Zeker profiteren van het feit dat wij al die jaren zuinig aan hebben gedaan, ho maar!!!
Geld over de balk smijten dat kunnen ze daar. Grieken, Italianen, nou ja, de Spanjaarden en Portugezen kunnen er ook wat van!
Prima vakantielanden hoor, maar ik zou er van mijn leven niet voor altijd willen wonen.
Nee, ik gun mijn kinderen een gedegen toekomst zeg!
Nou ja, ze zeggen dat onze reputatie in Europa eronder te lijden heeft gehad…
We staan nu te boek als vrekkig, maar de Oostenrijkers dan? Ook trouwens een prima vakantieland.
En Rutte zegt zelf dat de verhoudingen optimaal zijn, even slikken natuurlijk, maar prima verder hoor, niks om je druk over te maken.
Hij heeft zich zelfs nog ingezet voor de rechtsstaat! Dat had van mij niet speciaal gehoeven, want  als we voorlopig aan de Corona zitten, speelt dat eigenlijk nauwelijks, maar goed, het is er niet helemaal van gekomen, begrijp ik.
Onafhankelijke rechters, het zou wat. Lastige lieden die de democratisch gekozen politici in de weg lopen. Best begrijpelijk dat die Hongaren en Polen daar geen zin in hebben. Maar goed, voor de vorm hebben we er nog wel wat over gezegd. Den Haag staat niet voor niks bekend om zijn Internationaal Hof. Dat trekt trouwens best veel congresgangers en brengt natuurlijk ook het een en ander in het laatje.

Beste lezers, als je denkt dat ik nu een zwaai van 180 graden heb gemaakt, nee hoor, wat ik hier aangeef is wat de gemiddelde  Hollander of moet ik zeggen het kabinet of moet ik zeggen de meerderheid van het parlement of moet ik zeggen onze officiële media ervan vindt.
Best trots op onze mr NO!!!

Zelf had ik zo mijn twijfels…
Hoezo tegen de zuidelijke landen zeggen dat ze moeten hervormen. Je bent er net zelf tegen aan gelopen dat het marktdenken in de zorg als netto resultaat had dat op die publieke diensten die we in Corona-tijd het hardst nodig hadden zo was bezuinigd dat we patiënten aan de Duitse IC-bedden moesten uitbesteden en dat we geen beschermingsmiddelen voor zorgpersoneel in huis hadden.
Ga je schamen zou ik zeggen…
Vertel aan Merkel dat we toch wat meer richting Duitsland hadden moeten kijken waar hun oudjes werden beschermd door beschermd personeel!
Doe effe bescheiden zeg!
Geef aan dat we in de Corona-tijd opeens wat meer ‘sociaal democratisch en zelfs socialistisch’ zijn geworden omdat we aanliepen tegen de grenzen van de vrije markteconomie en het neoliberale gedachtegoed!
Dat we hebben ervaren dat de overheid weer veel belangrijker werd, dat we af moesten gaan op deskundigen die ons van overheidswege vertelden  hoe we deze crisis onder controle konden krijgen. Dat de ‘markt’ opeens ver weg leek.
Dat we het moesten hebben van onderbetaalde zorgverleners, onderwijzers, docenten, politiemensen en schoonmakers.
Dat we zelfs een soort basisloon hebben ingevoerd voor al diegenen die hun baan kwijt raakten en die we van overheidswege moesten compenseren of zorgen dat ze hun hoofd boven water hielden!

Maar goed, het lijkt al bijna ver weg. Hoewel Corona de lachende derde is en alweer de kop opsteekt, is het kabinet op vakantie, natuurlijk best wel verdiend.
Het laatste staaltje was nog even de aangekondigde omvorming van ons pensioenstelsel wat dadelijk afhankelijk wordt gemaakt van, precies DE MARKT! Haha, lekker puh!
De financiële markten, waar we voor de Corona-tijd zo de mond van vol hadden, die ons konden maken en breken en die we tijdelijk even inruilden voor IC-bedden, die zijn weer vol in de picture. Zelfs de vakbond gaat akkoord. (De pensioenfondsen zouden dan niet hoeven korten, maar dat blijkt nu al een vergeefse hoop.)
De fluwelen revolutie waar we toch stil op hoopten althans mensen zoals ik, is allang weer ingeruild voor het oude normaal van westerse arrogantie, idee van maakbaarheid, neoliberale politiek en een vertrouwen in (flits)kapitaal.

Coronaparadoxen

Welke lessen kunnen we trekken uit onze lockdown-ervaring en hoe kunnen we die implementeren in een (betere) toekomst? Die vraag stond en staat nog steeds bij veel denkers en doeners in politiek en bestuur centraal. (Zie ook mijn blog van 22 juni: Small is beautiful.)
Ondertussen zien we dat de angst voor een verstrekkende economische crisis veel goede voornemens bijv ten aanzien van een verbeterd klimaat overschaduwen.
Daaruit is ook de belangrijkste miljardeninvestering in de KLM en de banen die daar op de tocht staan, te verklaren. Van een werkelijke fundamentele andere visie op de toekomstige luchtvaart in verband met het klimaat is dan ook geen sprake.

Getroffen werd ik door de zeer intelligente analyse van Ivan Krastev, een Bulgaarse politicoloog en één van de oprichters van de European Council on Foreign Relations, in het boek Morgen komt geen dag te laat. Ondertitel: Hoe de pandemie Europa verandert.

Wat daarin opvalt is dat hij zichzelf corrigeert. Zijn bespiegelingen over de draagwijdte van COVID-19 begonnen, zoals hijzelf zegt, met het formuleren van zeven vroege lessen. Een quarantaineperiode later hebben die de vorm aangenomen van zeven paradoxen, aldus Krastev.

“De kapitale paradox van COVID-19 is,” aldus Krastev, “dat het sluiten van de grenzen tussen de EU-lidstaten en het opsluiten van mensen in hun huis ons kosmopolitischer heeft gemaakt dan ooit. Het is misschien wel de eerste keer in de geschiedenis dat mensen over de gehele wereld over hetzelfde onderwerp spreken en dezelfde angsten kennen. Het gebeurt misschien alleen tijdens deze merkwaardige periode in onze geschiedenis, maar we kunnen niet ontkennen dat we op dit moment ervaren hoe het voelt om in een gemeenschappelijke wereld te wonen”.
Interessant is dat Krastev in dat verband naar Immanuel Kant verwijst die zijn geboorteplaats Köningsberg nooit verlaten heeft, maar tegelijkertijd de meest ultieme kosmopoliet ter wereld was met zijn universele verlichting-standpunten.
Je hoeft er dus niet veel voor te reizen om zo’n kosmopoliet te zijn, wil hij maar zeggen.

Wat hij in het verlengde van deze constatering opmerkt, is dat een ‘blijf-thuis-nationalisme’, waarbij het territorium als beslissings- en identiteitsruimte nieuw leven wordt ingeblazen, prima samengaat met een ervaring van de pandemie als crisis die de mensheid de gelegenheid geeft onderlinge afhankelijkheid en gezamenlijkheid te ervaren.

Wat mij betreft heeft dit fenomeen van territorium-gebondenheid de mobiliteit-ongelijkheid verminderd van degenen die zich konden permitteren de hele globe als een soort ‘thuis’ te ervaren ten opzichte van hen die aan huis en haard gebonden zijn bij gebrek aan geld dan wel bewegingsvrijheden om te gaan en te staan waar ze willen. Om verplicht ‘honkvast’ te zijn voelt en voelde voor een groot deel van de mensen op deze aardbol niet als vreemd. Ze kunnen en konden al niet anders.
Tegelijkertijd vergroot het weer de ongelijkheid tussen de have’s (van een groot en comfortabel huis, auto etc) en de have-nots (met een groot gezin op elkaars lip zitten op een klein oncomfortabel oppervlak).

Wat ook een interessante ervaring en paradox is, is dat we van tevoren afstevenden op een totaal gedigitaliseerde samenleving en persoonlijke contacten en persoonlijke service als tijdverspilling begonnen te zien, terwijl we nu na de verplichte lockdown de grenzen hebben ervaren van wat digitalisering vermag.
Krastev: “Online-activisme is vaak niet in staat uitdrukking te geven aan de urgentie en het saamhorigheidsgevoel die zo kenmerkend zijn voor de politiek van de straat. In plaats daarvan neemt het zijn toevlucht tot goedkoop ‘clicktivisme’. COVID-19 vormt een bedreiging voor dit wezenlijke element van democratische politiek. De democratie kan niet functioneren als mensen binnen moeten blijven”(pag 63).
Maar ook op het gebied van kunst en cultuuruitingen en op het terrein van onderwijs, blijkt digitaal verkeer zijn beperkingen te kennen en niet op te kunnen tegen de typisch menselijke ervaring van het lichamelijk in één ruimte zijn, de inspiratie en verdieping die hiervan het gevolg zijn.
Face-timen en zoomen met familieleden, het wordt als zeer beperkt en zelfs armoedig ervaren ten opzichte van dat fysieke wezenlijke contact.
We hebben door het gemis aan lichamelijkheid het lichamelijke juist meer leren waarderen.

Wat betekenen nu deze bevindingen voor onze toekomst?
Krijgen we juist meer autocratie en meer surveillance onder het motto dat we zo onze gezondheid beter kunnen monitoren en de staat moeten vertrouwen als centraal sturingsmechanisme of zijn we kritischer geworden, zijn we ons juist meer gaan realiseren hoe belangrijk het menselijke, het lichamelijke, hoe belangrijk de ontmoeting, de verdieping, het dichtbije is?
Beschouwen we nu onze medemensen all over the world meer als gelijken omdat zij allen kunnen worden getroffen door een virus als COVID-19 of zijn we juist banger geworden voor alles en iedereen die ons evt zou kunnen besmetten en gevaar zou kunnen vormen voor onze grenzen letterlijk en figuurlijk…?
Zijn we rationeler geworden en hebben we meer vertrouwen in wetenschap en ratio gekregen of zijn we wantrouwender geworden en vermoeden we complotten?

Het voordeel van deze crisis was in elk geval, aldus Krastev, dat autoritaire leiders niet van crises houden die van hen verlangen dat ze reageren met het opleggen van regels. Niet het genie en de kracht van de leider, maar alledaagse dingen, zoals burgers die hun handen geregeld wassen, zijn de beste manier om de verspreiding van het virus in te dammen.
Wellicht geeft deze nuchtere constatering hoop.

Sayna, meisje uit Moria

Sayna,
je bent welkom
je bed staat klaar
mijn deur staat wagenwijd open

Ik heb je maaltijd al bereid
je moet weten
dat ik, moeder, oma, je kan helpen
met vergeten:

de vlucht uit een land
waar een vrouw
geen toekomst heeft
in angst leeft

En dan in het gastland
het overbevolkte kamp
waar je je amper vrij kan bewegen
bang te worden verkracht

Sayna,
hier zeggen ze
dat de meeste mensen deugen
maar hoe kan dat als
de leugen heerst

De leugen dat we onder de voet
worden gelopen
als jij hier naar toe zou mogen komen
Sayna, hun hart zit in een totale lockdown

Politici die zeggen christelijk te zijn
zijn bang voor het venijn
van Baudet en de zijnen
ze kunnen schijnt het niet op tegen het rechts ongerijmde

De regering, coalitie, loyaliteit met het gezag
angst de macht te verliezen,
Sayna, hoe kan dat
dat al die redelijke mensen voor inhumaniteit kiezen?

De mond vol hebben nu opeens van antiracisme en Zwarte Piet,
maar jouw leed Sayna zien ze gewoon niet
ze kunnen maar één topic tegelijk bevatten
terwijl er zoveel mensen en ook gemeenten zijn

Die  met mij op je wachten.

Dokter Ted

Het is eind juni 2020 en het lijkt erop of we de Corona-crisis achter ons hebben gelaten, zeker het tweede deel van het woord.
Corona blijft voorlopig bij ons, is de verwachting maar aan alles kun je merken dat het zogenaamde ‘oude normaal’ zich weer opdringt. Ik merk het niet alleen aan het straatbeeld of in de supermarkt maar ik merk het ook aan mezelf, de ‘ontwijk-stress’ waar ik de eerste maanden zo’n last van had (ieder ander mens en ook kind was een potentiële besmettingshaard) is langzaam geweken.
Het is een proces, dat wel.
Er zijn eerste keren.

Zoals de eerste keer dat mijn zoon me zijn nuljarige in mijn armen duwde. Deze zoon in kwestie was erg streng geweest, maar nu vond hij het kennelijk toch tijd dat ik als oma even aan mijn trekken kwam.
Ik schrok er bijna van, zo natuurlijk was dat gebaar!
Of de eerste keer dat ik weer redelijk normaal met mijn andere twee kleinkinderen op het strand een zandkasteel bouwde, de eerste keer dat ik weer een kopje koffie dronk in mijn stamcafé om de hoek of de keer dat ik voor het eerst weer ging eten bij lieve vrienden. De eerste keer dat ik weer een museum bezocht, de eerste keer dat ik weer in een auto, wel mondkapje op, met een oude vriend naar onze geboorteplaats Den Haag reed om naar Beelden aan Zee te gaan en daar met prachtig weer aan het strand te zitten lunchen.
Al die eerste keren doen je beseffen hoezeer je het hebt gemist, dat café, die fysieke aanwezigheid van vrienden, dat ontspannen samen zijn, die kleinkinderen die je weer aan mag raken.

Je merkt het ook aan het nieuws. Opeens is er aandacht voor ander nieuws dan Corona. We maken ons nu, nadat de dood van George Floyd veel had losgemaakt, druk over onze vaderlandse geschiedenis, zijn bezig de canon te herschrijven, Drees eruit Anton de Kom erin.
Soms denk ik dat nu pas de woede loskomt, niet alleen van jarenlang gediscrimineer maar van het gedwongen binnenzitten.
We vinden weer wat, zoals dat dat gedoe over Corona waanzin was, want het was toch gewoon een griepje, de (ontwerp) Corona-wet moet van tafel (overigens terecht denk ik), de Grondwet moet gewijzigd, het strafbaar stellen van verkrachting moet worden opgerekt tot consent, zonder consent verkrachting…
Er wordt weer geëist en aan de kaak gesteld en men hoort weer kritische geluiden.
Dat alles betekent dat we uit de roes van de angst komen. Een goede zaak natuurlijk.
We herinneren ons dat we een democratische rechtsstaat waren voordat Corona toesloeg .

Voor mij is de grootste schok in deze tijd van uit het virus klimmen dat ik opeens (maandag 29 juni) bij Tijd voor Max dokter Ted niet meer zag!
Dit programma was voor mij in Corona-tijd een ankerpunt en dokter Ted mijn houvast.
Iedere dag keek ik om 17.10 uur trouw naar wat er dit keer weer was te melden over het virus.
De gezellige hapjes die altijd werden bereid tussendoor maakten plaats voor serieuze feedback op vragen van kijkers.
Dokter Ted wist altijd met zijn rustgevende stem een prettig gezag uit te stralen.
Soms kwam er een statistiekje aan te pas maar in tegenstelling tot de uitleg van Van Dissel had dokter Ted het gemoedelijke en toegankelijke wat ik, ik spreek even voor mezelf, nou net nodig had.

Eén keer heeft dokter Ted me nog wel een slapeloze nacht bezorgd. Want ik was net voor de eerste keer op mijn E-bike naar het centrum van Amsterdam gefietst, wat toch nog drukker was dan ik gedacht had. Ik had keurig afstand gehouden dat wil zeggen ten opzichte van mijn rechter- of linkerflank en had daar al erg veel moeite mee gehad, maar nu hoorde ik opeens dokter Ted zeggen dat de virusdeeltjes naar achteren konden overspringen, dus tussen de voorganger en jouzelf moest toch zeker wel 4 meter zitten!!!
Angstige uren.
En wat het zoveel erger maakte is dat je 14 dagen moest wachten voor je zeker wist of je toch niet wat had opgedaan op die tocht. Mijn oudste zoon stelde me enige dagen later gerust. Mam, ik fiets heel veel en heb een Duits onderzoek gezien, waaruit blijkt dat in de buitenlucht het allemaal zoveel kwaad niet kan. En toen moest Maurice de Hond met zijn visie op Corona nog komen!
Nu dus opeens zonder dokter Ted. Was hij wel uitgezwaaid eigenlijk, vroeg ik me af.
Hadden Sybrand en Martine wel een bloemetje overhandigd namens al die verontruste 70 plussers die zoveel aan zijn goede raadgevingen en vriendelijke rots in de branding houding hadden gehad?
Net zoals Irma in haar rol als doventolk een nationale heldinnen-status had verworven zo had dokter Ted toch minstens een standbeeld verdiend.
Zet hem in de plaats van Jan Pietersz Coen of een andere foute afgeserveerde held, dan dien je twee doelen: je eert met hem al diegenen in de zorg die zich zo hebben ingezet en je laat zien hoe belangrijk het is dat juist ouderen, die geïsoleerd werden in Corona-tijd een stevige dokter Ted nodig hadden, die hen een steuntje in de rug gaf!!!

Nawoord. Gelukkig, beste lezers, was vandaag dinsdag 30 juni dokter Ted weer te zien bij Tijd voor Max met een nuttige bespreking van wat er eventueel aan varkensgriep op ons afkomt en werd ook uitdrukkelijk aandacht besteed aan zijn inbreng sinds 12 maart: maar liefst 56 keer.
Hij werd daarvoor hartelijk bedankt en Martine van Os vertolkte de gevoelens van de kijkers toen ze zei dat hij zo’n geruststellende invloed had gehad!

Small is beautiful

Small is beautiful, oftewel kleinschaligheid, ontleend aan het boek van Ernst Friedrich Schumacher uit de jaren 70. Daaraan moest ik denken toen ik het behapbare boekje Na de quarantaine met bijdragen van diverse bekende hoogleraren en bestuurders las.
Opvallend is dat in de diverse bijdragen eigenlijk meer over kenmerken van de Corona-crisis wordt gesproken en hoe we die kunnen duiden dan over het thema ná de Corona, maar lezenswaard blijft het.
Zo constateert Alexander Rinnooy Kan in zijn voorwoord: “Een crisis legt bloot en onthult, maakt pijnlijk duidelijk waar onze samenleving nog kwetsbaarder is dan voorzien, maar net zozeer waar zij weerbaarder is dan iemand had durven hopen”.
Duidelijk wordt dat het marktmechanisme en privatisering, de troetelkinderen van het neoliberalisme ervoor hebben gezorgd dat we niet voorbereid waren op zo’n uitbraak als van Covid 19. Onvoldoende IC-plekken vanwege efficiency-denken, geen testvoorraad, onvoldoende beschermingsmiddelen omdat we nog steeds een Colijn-achtige houding aannamen van: Ons gebeurt niks, WIJ zijn goed georganiseerd en gaat u maar rustig slapen. Alexander zegt het netter maar het komt er wel op neer. (Marcel Levi stelt zelfs in zijn bijdrage dat het resultaat van efficiency en focus op de markt is, dat Nederland tot de Europese landen is gaan behoren met verreweg de minste capaciteit voor acuut zieke mensen.)
Omgekeerd kunnen we leren dat “lokaler leven niet per se ten koste gaat van de kwaliteit van leven en wie dat beseft zet zich hopelijk in voor een samenleving waarin lokaal leven de norm wordt, niet de uitzondering,” aldus Daan Roovers.
Beate Roessler gaat in op de veranderde rol van de overheid tijdens de crisis en haalt Rutte aan die zelfs heeft gesproken over “een land dat in de kern diep socialistisch is en dat het maar goed is als er een sterke overheid is”.
Er blijkt aldus Roessler “niet alleen bij Rutte maar in de hele samenleving behoefte te zijn aan meer sociale rechtvaardigheid en het terugdringen van de heftigste consequenties van de neoliberale bezuinigingen en herverdelingen”.
Paul Depla, burgemeester van Breda, gaat ver in zijn statement dat veerkracht, creativiteit en saamhorigheid misschien voor de toekomstige kwaliteit van onze steden en dorpen van grotere betekenis zijn dan de zoektocht naar het alomvattende vaccin. Hij wil toe naar een verzorgingsstad in plaats van een verzorgingsstaat en ziet een belangrijke taak daarbij voor de burgemeester.
“Er zijn nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan en door de acute crisis wordt over de conventionele grenzen heen gestapt. De maatschappelijke urgentie wint het van het klassieke institutionele wantrouwen.”
In de interessante bijdrage van Marcel Levi: ‘Vrijheid voor de zorg’, stelt hij dat het recept voor de noodzakelijke vernieuwing en regie in de gezondheidszorg afhankelijk is van samenwerking (en dus niet van competitie of concurrentie) door zorgaanbieders in regionaal verband. Levi wil terug naar “de menselijke maat” in de straat, van buren die boodschappen doen etc. “Snelle en echt toepasbare vernieuwing lijkt in moeilijke tijden vooral te komen van kleinschalige bedrijfjes en niet al te grote ensembles van geëngageerde en flexibel wendbare initiatiefnemers.”
Halsema wijst er in haar slotwoord op dat “als de Corona-crisis iets onthult, dan zijn het de ongelukkige neveneffecten van een toch al niet onomstreden globaliseringsproces”.
Ook zegt ze dat na de quarantaine de verhouding tussen professionals en bureaucraten die hen aansturen en controleren opnieuw moet worden herijkt… “De bureaucratische en vaak zeer fijnmazige controle moet plaatsmaken voor een bestuurlijk en ambtelijk vertrouwen in de kwaliteit van professies.”
Samengevat, en ik citeer Wim van de Donk: “Als de Corona-crisis inderdaad kenmerken heeft van een systeemcrisis, vraagt dat om bezielende perspectieven op de herordening van onze samenleving die de afgelopen decennia wellicht wat al te zeer weggezakt waren in overigens soms weldadig pragmatisme”.

Kortom: terug naar de menselijke maat, naar de buurt, de wijk, de lokale context, meer samenwerking in plaats van concurrentie en competitie, meer respect en vertrouwen in de professionaliteit van de hulpverleners, gezondheidswerkers (maar ook leerkrachten, politiemensen, etc), minder bureaucratie en efficiencydenken, hoewel die twee mijns inziens altijd al haaks op elkaar stonden.
Interessant is dat de overheid weer in aanzien wint en meer wordt geacht te sturen en te steunen terwijl omgekeerd men wil waken voor te veel sturing en bureaucratie.
Wantrouwen moet plaats maken voor vertrouwen.
En ik zou eraan willen toevoegen: al die zaken waar we minder tijd aan besteedden voor Corona-tijd, het nabije, onze familie, vrienden, buren etc met onze focus op BETAALDE arbeid, werden tijdens de crisis juist enorm geherwaardeerd.
Wat betekent deze ‘Umwertung aller Werte’, waarmee ik niet zoals Nietzsche het verlies van waarden maar juist de omslag bedoel, voor onze samenleving na Corona?

Betekent het bijv dat we ten aanzien van de financiële markten weer meer waarde toekennen aan het algemeen belang en de menselijke factor in plaats van het belang van individuele aandeelhouders en flitswinsten of bonussen? Maar hoe is het net geïntroduceerde pensioenstelsel met zijn afhankelijkheid van financieel succesvolle beleggingen daar dan weer mee te rijmen?
Wat betekent deze waarden-omslag voor een bedrijf als de Hema? Wil het zeggen dat de staat hierbij een belangrijker rol gaat spelen (net zoals bij KLM)?
Wat betekent deze waarden-omslag voor onze mobiliteit?
Gaan we minder mobiel worden en zijn we weer meer tevreden met onze eigen huiskamer en balkon of tuintje? Of trekken we er massaal op uit in onze comfortabele auto’s met weinig gevaar voor besmetting? En mijden het OV met zijn mondkapjes?
Gaan we alle werkers in de publieke sector, onderwijs, welzijn, beter faciliteren en betalen?
Gaan we alles en iedereen die zich inzet voor het maatschappelijk belang ipv eigen belang meer waarderen; mantelzorgers, opvoeders van kinderen, huisvrouwen etc etc…, iedereen die zich inzet voor goede doelen, voor de wereld (vluchtelingen, klimaat)…; ik noem het even ‘opschalen’…?
Gaan we de uitverkoop van onze natuur, waar we zo’n behoefte aan hadden in crisistijd, afschalen? Geen opgeven meer van natuur omdat dat het stikstof-beleid in de weg zou staan?

En dan heb ik het nog niet over de herintrede van het belang van de natiestaat. Gaan we nu in Duitsland – vlakbij – zoveel Corona-uitbraak is, onze grenzen weer sluiten?
Of over de rol van digitalisering. Hoe kwetsbaar maken we ons als samenleving door zo afhankelijk te worden van digitalisering en internet en de energie-verslindende dure dataopslag? En hebben we niet juist ervaren hoe belangrijk echt fysiek contact is?
Of over de rol van de democratische rechtsstaat. Waar blijft ie? Zie ook mijn vorige blogs.

Het zijn maar enkele vragen die bij mij opkwamen naar aanleiding van het denken over Na de quarantaine.
Het wordt in elk geval tijd dat er een brede maatschappelijke discussie komt over deze waarden-omslag en de implementatie ervan.

Racisme brede of smalle definitie

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, zouden die duizenden demonstranten die woensdag 3 juni op de Erasmusbrug demonstreerden tegen racisme, zich op enig moment hebben afgevraagd wie Erasmus was, en vooral wat hij schreef of zei in zijn tijd?
Hadden ze, als ze geweten hadden dat de als humanist bekend staande Erasmus, die leefde van 1469-1536, het Jodendom een ‘verderfelijke pest’ noemde en een gevaar voor de kerk van Christus, bovendien vond dat joden arrogant, onhandelbaar, corrupt en volslagen blind waren, nog op deze brug willen demonstreren?
Hadden ze wellicht het voorste deel van de naam van de brug met geweld verwijderd of voorzien van een sticker: Hij was wel een antisemiet? Zoals nu alle straatnamen van bedenkelijke historische figuren worden ‘gezuiverd’ of van uitleg voorzien?

In 2010 schreef professor Hans Jansen het boek: Protest van Erasmus tegen de renaissance van Hebreeuwse literatuur. Jansen zegt wanneer hij wordt gevraagd of Erasmus een antisemiet was: “Ik spreek liever van Jodenhaat. Als Erasmus ergens schrijft dat de Joden in zijn tijd zevenmaal erger zijn geworden dan in Jezus’ tijd dan kun je niet anders concluderen dan dat hij ze niet bepaald goedgezind was” (RD.nl).
Interessant in het kader van de hedendaagse opgelaaide discussie over racisme en de noodzakelijke herijking van de geschiedenis is de reactie van de humanist Anton van Hooff die reageert op de uitspraken van Jansen namens de Humanistische Alliantie.
Volgens hem is Erasmus de enige humanist van Europees formaat die ons landje heeft voortgebracht en hij constateert dat sinds enige tijd wordt geprobeerd hem van zijn voetstuk te stoten.

Ik wijs de lezer op dit taalgebruik!
Van Hooff: “Erasmus zou een vuile antisemiet zijn maar wat is daarvan waar? Niet meer dan dat Erasmus zich als man van zijn christelijke tijd een paar keer hatelijk over joden uitlaat. Zulke terloopse hatelijkheden zijn tot de shoah te vinden bij de meest gerespecteerde schrijvers. We hebben nog steeds in onze woordenschat sporen van algemene vooroordelen zoals jodenstreek en jodenfooi. Het getuigt van weinig historisch besef om iemand die vier eeuwen tevoren leefde te betichten van rassenhaat tegen joden”.
Vrij vertaald: het feit dat in de tijd van Erasmus iedereen antisemiet was of joden als bedreiging zag, zegt niets over het ‘fout’ zijn van Erasmus.
Even een uitstapje naar Jan Pieterszoon Coen, geboren in 1587, dus ongeveer dezelfde tijd. Was het ‘gewone’ van de slavenhandel en de manier waarop men toen keek naar zwarte mensen een excuus voor zijn enthousiasme om in 1622 honderdduizend slaven via de VOC-handelsposten aan te schaffen? Vooral jonge slaven omdat die voor nageslacht konden zorgen!

Hoogstwaarschijnlijk had deze Van Hooff geen kennis genomen van het interessante boek van Jansen uit 1995: Christelijke oorsprong van racistische jodenhaat, waarin Jansen overtuigend laat zien dat toen de Joden niet meer als joden herkenbaar waren omdat ze of gevlucht waren of bekeerd, het echte racisme pas echt losbarstte.

In 1623 verklaarde de Portugees Vicente da Costa Mattas, in een stad waarin geen enkele jood meer leefde, omdat 125 jaar geleden de hele joodse gemeenschap tot het christendom was overgegaan: “Een weinig joods bloed is voldoende om de wereld te verwoesten” (de limpieza de sangre).
Springen we even over naar het begin van de 20e eeuw dan zien we dat Arthur Trebitsch betoogde dat Duitsland en Oostenrijk niet werden bedreigd door joden die niet de weg van de bekering en emancipatie waren gegaan maar door degenen die dat wèl hadden gedaan. Want de bedreiging ging volgens hem niet uit van de joodse religie maar van het joodse ras, dat met zijn gif het lichaam van de Europese staten dodelijk had geïnfecteerd.

Wat zien we hier?
Joden zijn het gevaarlijkst juist als ze (te) veel op de autochtone, zeg christelijke bevolking lijken.
Dat is dus een verschil met het racisme waar het betreft mensen met een andere huidskleur want aan hen zie je dat ze een andere huidskleur hebben.
Ik stel hier niet de vraag wat erger is, dagelijkse uitingen van discriminatie en vernedering, of een ingekankerd vooroordeel en een haat die uiteindelijk is uitgemond in een genocide.

Wat wel een vraag is en blijft is: Hoe ga je met die geschiedenis om?
Mag de EUR de naam van Erasmus niet meer hebben, dan moeten we ook niet meer luisteren naar de muziek van Wagner, dan gaat Mijn strijd of Mein Kampf van Hitler weer in de ban, nog sterker dan is de opvoering van de Mattheüs Passion en de Johannes Passion met hun ieder jaar terugkerende herinnering aan het verraad van Jezus door Judas en de Hoge joden (zie mijn blog van 30 maart 2018) ook niet langer een vanzelfsprekendheid.
Dan is het afgelopen met preken die vandaag de dag nog steeds worden gehouden over Mattheüs 27: 24-25 en over het volgens de predikant “onaantastbare feit dat het gehele leven en lijden van Jezus één proclamatie aan het volk van de joden is en een aan de kaak stellen van hun schijnheiligheid”.
Zoals mensen met een kleur alle reden hebben boos te zijn vanwege etnische profilering, zo hebben joden toch sinds de moord op 6 miljoen alle reden om boos te zijn op de zoveelste stereotypering en verdachtmaking.
Zo is Soros nu in Oost Europa een geliefde vijand en zondebok geworden en wordt zoals Geert Mak in zijn zojuist uitgekomen Epiloog aangeeft op pag 51, door de VN-rapporteur voor vrijheid en religie een “schrikbarende toename” gemeld van antisemitische hate-speeches op internet. De beschuldigingen waren klassiek aldus Mak: Met het Corona-virus zouden de zionisten de niet-joodse bevolking willen decimeren om zo de wereldmacht in handen te krijgen”.

Waar ‘black lives matter’ moet worden geroepen omdat ze steeds maar worden uitgesloten en niet hogerop kunnen komen, blijven joden juist griezelig vanwege de aan hen toegekende satanische krachten en macht.
Wat mij betreft wordt het tijd om de krachten te bundelen en mèt alles en iedereen die last heeft van vooroordelen en haatgevoelens die te maken hebben met afkomst, kleur en ook seksuele geaardheid, om de tafel te gaan zitten en ons af te vragen hoe we de wereld zo kunnen veranderen dat we met recht samen met Rutger Bregman kunnen zeggen: De meeste mensen deugen!!!

Fase 2

Losgelaten:
de blijheid
van mijn teckel
op het strand

Nog niet helemaal
want
de riem wacht
in mijn hand

Dat weet ze
als ik haar roep
of me naar haar toe beweeg
springt ze weg

Alsof de riem een zweep
mijn hand
onverwacht
toe kan slaan

Nog even ruim baan
daar geniet ik lekker van
zie ik
dat ze denkt

Maar zij, mijn hond
weet
aan alles komt een end
en ook gehoorzamen is ze gewend

Wij mensen worden losgelaten
gecontroleerd
mogen we even
van de riem

Maar op de achtergrond
horen we
het virus schateren:
vrijheid, blijheid, het zal niet baten!

Ik regeer
mijn regiem
heet willekeur
of ik me tegen jullie keer is ongewis

Nu nog even speelruimte
is jullie gegund, geniet ervan
want straks sluit de celdeur zich opnieuw
met een dubbelharde klik!

Pepperspray of rechtszekerheid

De BOA’s hebben het moeilijk in deze Corona-tijd en krijgen te maken met veel weerstanden, ook geweld van jongeren op een strand in IJmuiden.
Veel voorbeelden heb ik daar nog niet van gezien maar het beeld van het strand op IJmuiden spreekt boekdelen en houdt de gemoederen danig bezig.
Niet in het minst van de BOA’s zelf die, zoals ze zelf vinden, zonder wapenstok en pepperspray niets kunnen uitrichten en daarvoor inmiddels actie voerden op gepaste afstand.
Burgemeester Halsema, die niet zo voor pepperspray was, heeft zich inmiddels vóór verklaard op 28 mei. Ze lobbyt zelfs voor de pepperspray, begrijp ik.

Maar één ding begrijp ik niet.
Komt niemand op het idee dat als de BOA’s volstrekt onduidelijke bevoegdheden hebben, zelf niet precies begrijpen waarom ze in het ene geval wel moeten beboeten en het andere niet, en bovendien slecht worden geïnstrueerd bv over dat ze proces verbaal moeten opmaken, en hoe ze zich moeten opstellen wanneer tegenstand wordt geboden, het niet zo heel vreemd is als de boel uit de hand loopt?
Ooit gehoord van rechtszekerheid, rechtsgelijkheid? (zie mijn blog van 8 mei jl)
Of van rechtsbewustzijn, een begrip uit de rechtssociologie?
Dat als je regels moet uitvoeren die mensen niet begrijpen, niet kunnen kennen of die haaks staan op het gezonde verstand of zoals gezegd het vigerende rechtsbewustzijn, dat daar dan problemen uit kunnen voortkomen?
(Behalve misschien in China, dat het niet zover laat komen, maar mensen gewoon laat verdwijnen als het even niet naar de zin is van de partij.)

De nieuwste loot aan de stam is nu de demonstratie op de Dam met 5000 mensen, een hoeveelheid die Femke noch de politie zag aankomen…
Voor heel Nederland is nu duidelijk geworden dat als je voor een van hogerhand goedgekeurd goed doel demonstreert, dat mag, je dus geen boete krijgt, maar als dat niet het geval is, dat je dan niet alleen een fikse boete krijgt maar ook nog eens een aantekening in een strafblad…
Is het dan gek als BOA’s op weerstanden stuiten? Als mensen zich gaan verzetten als ze beboet worden?
Daar helpt echt geen pepperspray tegen, beste burgemeester.
Alleen ‘consistentie’ en helderheid, ook al is dat nog zo moeilijk en ook al is het doel van de demonstratie nog zo goed!

Inmiddels is er ook in andere steden gedemonstreerd naar aanleiding van de dood van en moord op George Floyd. Er zijn duizenden op afgekomen en in Rotterdam is de demonstratie ‘vredig’ beeïndigd.

In dat kader zou ik willen aandringen op het combineren van emotie met ratio.
Laten we toch  alsjeblieft eens goed nadenken over de bevoegdheden die we de handhavers geven. Moeten we niet veel behoudender zijn bij het uitrusten van de politie, die volgens de nationale politiechef Erik Akerboom met steeds meer geweld te maken krijgt?  En moeten we in plaats van bevoegdheden tot het gebruik van geweld uit te breiden niet juist zuiniger gaan worden met nog meer wapens (tasers) of nog meer bevoegdheden (zoals uitbreiding van het preventief fouilleren)? Is het niet zinniger eerst eens echt iets te gaan doen aan een betere opleiding, een uitstekende schietcursus en andere vaardigheden, aan het representatiever maken van de politie en vooral aan het gezag van de politie?

En dat natuurlijk juist in samenwerking met de politie zelf!!!
Dat geluid kun je gelukkig ook vinden bij Controle Alt delete, een website die uitstekende informatie biedt en een samenwerking heeft met Amnesty International.
Zij wijzen erop dat er nu in de Eerste Kamer een Wetsontwerp ligt dat de uitvoerende macht meer bevoegdheden geeft geweldsinstructies aan te passen en te wijzigen zonder dat de Kamer eraan te pas komt. Een slechte zaak lijkt me als je kijkt naar wat er onder tafel verdwijnt in Nederland waar het het (aanvechtbare) gebruik van geweld betreft.

In het verleden deed De Stichting Maatschappij, Samenleving , Veiligheid en Politie uitstekend werk op het gebied van bewustmaking van de impact van wapens en van het nadenken over het eigen gezag en hoe dat kon worden (terug) gewonnen.
Helaas: Das war einmal.
De Coornhert Liga heeft in de jaren 80 en 90 in haar Crimineel Jaarboek keer op keer gewaarschuwd voor politiegeweld. Ook: Das war einmal.

Het protest wat nu zo massaal opklinkt heeft daarmee te maken.
Maak van de gezagshandhaver een ‘aanvaardbare’ gezagshandhaver en geen etnisch profileerder of inadequate zenuwpees die bij iedere verwarde persoon, zeker als hij ook nog een kleurtje heeft, naar de taser of erger het pistool grijpt. (Ook over suicide by cop heb ik een blog geschreven.)
En maak duidelijk dat regels regels zijn, dat de politieman of vrouw wel een professional is met een ruimte in zijn of haar bevoegdheid maar geen acteur in een Wildwestfilm.
Misschien is dan zo’n super-event met risico voor Corona-besmetting niet (meer) nodig, althans in dit land.

Verdacht van Corona

Als je verdachte bent van een misdrijf is er een heel wettelijk stelsel, het straf- en strafprocesrecht waar je rechten aan kunt ontlenen.
Als je verdacht word van een Corona-besmetting, kun je zoals oma Verbruggen overkwam, verboden worden op de uitvaart te komen van je eigen man, met wie je 61 jaar lang samen bent tot op het laatst.
Haar man, opa Verbruggen, had longontsteking en werd met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Gelukkig heeft zijn vrouw nog afscheid van hem genomen met een kus (een omgekeerde Judaskus zou je kunnen zeggen…) omdat een verzorgende tegen haar zei: “Misschien komt hij wel niet meer terug”. Inmiddels was namelijk al duidelijk geworden dat er Corona heerste in de omgeving van het Brabantse dorp Erp.
Dat klopte, de heer Verbruggen bleek Corona te hebben en overleed en dus zat zijn vrouw in quarantaine in Simeonshof en mocht niet naar de uitvaart, uit angst voor besmetting van anderen.
Ze moest vanaf haar balkon met lede ogen aanzien dat haar kleinkinderen en familie wel naar de kerk gingen en zij alleen van ver de (beperkte) stoet mocht bekijken.
Dat deed ze samen met een verzorgende, die naast haar stond op het balkon, overigens zonder mondkapje, en haar troostte voorzover ze dat kon.
Dit voorbeeld geeft aan hoe merkwaardig het is dat in Nederland zo’n terughoudend test- en mondkapjes-beleid is gevoerd tot nog toe.
Was mevrouw Verbruggen immers getest dan had kunnen blijken dat ze helemaal niet besmet was en had ze gewoon naar de uitvaart kunnen gaan van haar man.
Maar ook zonder testbeleid. Waarom kreeg oma Verbruggen geen mondkapje op in de kerk? Omdat de heer Van Dissel en consorten niets zien in mondkapjes die nu wel in het OV moeten worden gedragen!
Heeft niets met het recht te maken. Althans als ik art 8 EVRM goed begrijp is alleen inmenging door de overheid in het recht op respect voor het familie en gezinsleven toegestaan in een aantal met name genoemde gevallen en dat is onder meer bescherming van de gezondheid.
Maar van wie in dit geval? Immers, de verzorgende die daar dichtbij haar stond kon net zo goed besmet worden en die had dus weer anderen kunnen besmetten zowel van het personeel als van de bewoners.
De familie? Zij hadden expliciet het risico kunnen nemen om oma toch mee te nemen en evt besmet te raken en vervolgens in quarantaine te moeten, maar zoals hierboven aangegeven: als een overheid zich onvoldoende inspant om gevaar voor de gezondheid in te dammen door onvoldoende te testen of geen mondkapjes uit te reiken, lijkt me dat het recht op respect als genoemd in artikel 8 prevaleert.
Dit is een juridische redenering maar er was ook nog een ethische beoordeling. Een ethische commissie gaat erover in Noord-Brabant en heeft besloten dat mevrouw niet naar de begrafenis van haar man mocht gaan.
Had mevrouw zich tegen deze uitspraak kunnen verzetten? Of in beroep kunnen gaan vanwege onbehoorlijk bestuur bij de provincie? Welnee zeg, daar denken we maar niet aan in tijden van Corona.
We zijn al blij als de IC’s weer meer capaciteit hebben!
Er vindt nu een versoepeling van de bezoekregeling plaats in verpleeghuizen en deze ontwikkeling wordt nauw gevolgd want misschien gaat het wel helemaal de verkeerde kant uit. Persoonlijk kan ik me eigenlijk niet voorstellen dat het erger wordt dan het al was met zoveel doden in verpleeg- en verzorgingshuizen.
Misschien verstandig om in de verpleeghuizen wèl echtgenoten en familie toe te laten, verzorgenden uit te rusten met mondkapjes en regelmatig te testen en iets aan de ‘aerosol’ te doen?
Want niet alleen Maurice de Hond wijst erop dat de luchtkwaliteit en ventilatie binnen in woningen of tehuizen of kerken wellicht belangrijker is dan de afstand die je tot een ander houdt.