Het land waar de markt werkt; sprookje van deze tijd

In deze vakantietijd zult u op deze pagina sprookjes van deze tijd aantreffen ipv de gebruikelijke blogs. De afgelopen week ben ik daar al mee begonnen. Zoals u als lezer begrijpt gaat het hierbij om fictie en dus niet om de non-fictie die u van mij bent gewend.

Het land waar de markt werkt

Er was eens een land, waar ze geloofden in marktwerking, zo noemden ze dat. Niet de mensen op de markt werkten maar de markt zelf werkte vonden ze daar. Zo begroetten ze elkaar ook. Ze zeiden niet: “Goede dag”, maar “Goede marktwerking”, en vlak voor het eten hadden ze de gewoonte om naar hun bord te kijken en tegen elkaar te zeggen: “Wat werkt de markt toch vandaag weer goed voor ons”.

Marije was in dat land geboren , een slim meisje dat net haar tiende verjaardag had gevierd en veel cadeautjes had gehad, ook allemaal cadeautjes die ze eigenlijk niet nodig had en die ze aan haar buurmeisje had gegeven. De vader van het buurmeisje dat Mirthe heette had opeens zijn baan verloren en toen Marije dat had gehoord had ze aan haar vader die directeur van een bank was gevraagd: pap, waarom heeft de vader van Mirthe zijn baan verloren? Is dat ook marktwerking?
De vader van Marije was groot en stevig, kreeg eigenlijk al een buikje, dat hij meestal inhield maar bij diners met zakenmensen lekker voluit kon laten hangen onder tafel. Zijn vrouw, de moeder van Marije, was klein en slank en als ze bij zulke diners naast haar man zat pestte ze hem een beetje door juist dan even onder tafel haar hand op zijn buik te leggen.
“Natuurlijk schat,”  zei de vader van Marije, “als de vader van Mirthe zijn baan verliest is dat marktwerking. Weet je waarom? Omdat hij in een fabriek werkt waar auto’s worden gemaakt en auto’s kunnen tegenwoordig goedkoper in andere landen worden gemaakt omdat degenen die in de fabriek werken daar minder kosten en mensen willen nu eenmaal liever minder betalen voor een auto als die auto even goed is. En dat geldt ook voor robots, robots zijn goedkoper dan mensen en dan zetten ze robots in de fabriek die het werk van mensen kunnen doen en dat willen de kopers van auto’s liever want ze willen nu eenmaal graag minder betalen voor eenzelfde kwaliteit”.

“Maar pap,” zei Marije die niet op haar achterhoofd was gevallen, “als de mensen nu weten dat hun buurman of vriend of vader wordt ontslagen als ze minder geld betalen voor een auto zouden ze dan niet meer willen betalen zodat iedereen toch werk heeft en dus ook een auto zal kunnen betalen zodat er juist meer auto’s komen en meer mensen kunnen werken?”.
De moeder van Marije mengde zich in het gesprek en hoorde de laatste zin. De moeder van Marije was milieubewust, en riep: “Hè bah, nog meer auto’s en er zijn er al zoveel, al die vervuiling, we moeten juist minder auto’s hebben”. Marije dacht meteen: en jij dan, waarom moet jij een klein mini-tje, pap heeft toch al een auto, maar ze hield haar mond maar want ze kende haar moeder, daar viel niet tegen op te praten.
Haar vader ging nog even door en zei: “Marije, kijk dat is nu het verschil, als ik werkeloos zou worden omdat bv de bank failliet raakt is dat geen marktwerking dan springt de overheid bij, ze zijn veel te bang dat de mensen dan al hun geld kwijt zijn, maar als de vader van Mirthe werkeloos wordt wel”.
Marije wilde al meteen weer een vraag stellen maar zag dat haar vader naar haar knipoogde. Haar vader maakte een grapje. Hij maakte wel vaker grapjes die ze de helft van de tijd niet begreep, maar haar moeder zei vaak: kind, je vader heeft humor en dat was iets moois begreep Marije, dus vroeg ze maar niet verder.

Maar vanaf dat moment hield het haar bezig. En ze begon heel goed op te letten. Ze had van haar vader begrepen dat alles in deze wereld draaide om vraag en aanbod. Bij de marktwerking ging het om de vraag, de vraag was nu eenmaal zus of zo en daar voegde zich de wereld naar.
Marije begreep dat de vraag ook iets te maken had met behoeften en ze testte het op haar moeder uit: “Mam, ik heb vandaag heel erg veel behoefte aan een taart met veel slagroom en mooie versierselen erop”.
Haar moeder reageerde meteen en zei : “Kind een taart, hoezo je bent toch niet jarig, dat duurt nog even en veel slagroom is ongezond dat weet je toch?”.
Die avond toen de vader van Marije thuiskwam kon ze niet wachten om haar vader te vragen: “Pap, hoe komt het dat er zoveel ongezonds in dit land is, drank, snoep, ongezonde frisdrank, auto’s terwijl het veel gezonder is om te lopen, ongezonde spelletjes waar je verslaafd aan kan raken zodat je je huiswerk niet meer doet? Is dat misschien ook de marktwerking en als dat zo is, omdat mensen graag ongezonde dingen eten en doen, moet je dat dan juist niet tegengaan? Is marktwerking soms ongezond?”.

Haar vader begon meteen te lachen: “Van wie heb je die wijsheid, Marije” zei hij. “Je zal nog eens zien, er schuilt een econoom in dit kind” zei hij trots meer tegen haar moeder dan tegen haar. “Pap”, zei Marije, “je hebt nog geen antwoord gegeven”.
“Schat”, zei haar vader en trok haar op schoot,” we leven hier in een vrij land en dat kan betekenen dat mensen ongezonde dingen doen of willen hebben. Dat moeten we respecteren,” zo noemen we dat.
Marije weer: “Maar als ze nou eerder doodgaan of hun school niet af kunnen maken omdat ze aldoor computerspelletjes zitten te doen?” “Kijk,” zei haar vader “dat is opvoeding: ouders moeten zorgen dat hun kinderen niet verslaafd raken maar als ze eenmaal volwassen zijn, tja dan ga je er zelf over”.

Marije was nog niet tevreden gesteld. “Maar pap, als we er nu voor zouden zorgen dat in de supermarkten gewoon alleen gezonde dingen te koop zijn, dus niet al die conserveermiddelen en suikers in producten, dan had je toch minder dikke mensen en dan leefde iedereen toch langer en gelukkiger?”.
“Schat,” zei haar vader, “jij bent een idealist, dat is mooi, die moeten er natuurlijk ook zijn, maar pas op voor dogmatisme hè. Want als dogmatici het voor het zeggen krijgen nou berg je dan maar dan mag je dadelijk helemaal niks meer, dan komt de politie aan huis als je een kilootje suiker in je keuken hebt staan, haha,” en hij sloeg op zijn knieën van het lachen. Marije’s vader vond zijn eigen grappen vaak erg leuk. Marije schaamde zich op zo’n moment voor hem, want ze zag aan andere mensen dat ze hem dan niet konden volgen of zijn grappen niet zo leuk vonden als hij ze vond.
“Maar als Mirthe’s pappa geen werk meer heeft omdat we geloven in de marktwerking dan zijn we toch ook dogmatici,” vroeg Marije aan haar vader, die haar onmiddellijk van zijn schoot zette en tegen haar moeder zei: “Dit kind wordt veel te wijsneuzig, van wie zou ze dat nou toch hebben”.

De moeder van Marije, die net was thuisgekomen van een vergadering van één van haar besturen, want de moeder van Marije was in heel veel besturen gevraagd omdat ze allemaal dachten dat zij er misschien voor kon zorgen dat hun eeuwige geldprobleem via haar man kon worden opgelost, schudde haar hoofd. Dat betekende altijd: laat maar, hier heb ik ook geen antwoord op.
“Kind , heb je je huiswerk al af?” vroeg ze maar. Dat was net zoiets als marktwerking, een zin, een woord dat je altijd te pas en soms te onpas kon gebruiken, vond Marije. “Ja hoor,” zei ze maar. Ze wou eigenlijk zeggen dat ze school stom vond, dat je er niks leerde en dat ze op de echte vragen die je had geen antwoord wisten, nog sterker, die vragen kwamen helemaal niet er sprake. De school leek je wel af te leiden van alle echte vragen en antwoorden. Een manier om je bezig te houden zodat je juist niet teveel vragen ging stellen en met feitjes stampen en gewenste antwoorden geven je tijd ruimschoots kon vullen en ook nog goede cijfers en waardering kon behalen.

Toen Marije ouder werd koos ze voor de goede cijfers en de waardering ook al omdat ze van haar ouders hield en merkte dat haar vader kwaad werd als ze zulke moeilijke vragen stelde en haar moeder afstandelijker deed, kortom dat ze haar ouders van wie ze erg veel hield kwijt raakte met “haar moeilijke gedoe” zo noemden ze dat.
En ze ging na haar middelbare school economie studeren en communicatiewetenschap en haar ouders waren trots op haar en vertelden iedereen over hun knappe dochter die tegenwoordig werkte als directeur bij een marketing- en tevens internet-verkoopbedrijf dat gespecialiseerd was in profiling van potentiële klanten. Dat betekende dat over iedereen zoveel mogelijk gegevens werden verzameld om er achter te komen wat ze misschien zouden  willen kopen of waaraan ze misschien behoefte zouden kunnen hebben en dan benaderde dat bedrijf die mensen persoonlijk dat wil zeggen op hun IP-adres dat eigenlijk belangrijker was geworden dan een huisadres met aantrekkelijke aanbiedingen.
Als die mensen dan ingingen op die aanbiedingen had je kans dat ze kopers bleven, dan had je ze als klanten ‘gestrikt’ en dat was wat ze noemden de target van dat bedrijf: klanten ‘strikken’, er een strik om doen en dan konden ze geen kant meer op, dachten ze daar bij dat bedrijf.
Marije ontmoette er ook de vader van haar kinderen. Ze kregen een jongen en een meisje en dat meisje dat ze Mirthe noemden naar Marije’s vroegere buurmeisje vroeg aan haar moeder toen ze 10 jaar was: “Mam, wat bedoelen ze toch met marktwerking?” En toen Marije zei: “dat is heel simpel schat: de markt dwz de vraag bepaalt het aanbod,” vroeg Mirthe: “Maar mam je hebt me toch zelf verteld dat jij ervoor zorgt dat mensen een vraag hebben en dat ze zonder jullie misschien helemaal niet zoveel vragen of behoeftes hebben? En jullie zijn toch eigenlijk ook tegelijk aanbod? Is dat nou wel eerlijk mam?”.

Marije kreeg opeens een rood hoofd en bedacht dat ze ooit zelf dat soort vragen had gesteld aan haar ouders, maar ze wist niet wat ze moest zeggen dus zei ze maar: “Mirthe, heb je je huiswerk al gemaakt?”.

Iedere dag genieten; sprookje van deze tijd

Op tram en bushaltes zag ik een tijdje terug de volgende tekst staan: Dit jaar meer genieten en toch geld overhouden: Iedere dag genieten!
Stel dat over honderd jaar, als de aarde nog bestaat, robotten die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de mens, die hen per slot van rekening gemaakt heeft, deze teksten vinden.
Wat zouden ze dan over de mens denken?
We laten hier even de robotten aan het woord:
“De mens was een species, dat genieten belangrijk vond en daarom ons uitvond. Dan hoefden ze niet meer te werken, lieten ons het vuile werk opknappen en hielden zich vervolgens alleen bezig met wegvliegen.
Zo ver mogelijk wegvliegen liefst naar een andere planeet.
Zo gingen ze dus met zijn allen naar de maan”.

Maar wat als die robotten ook nog andere teksten vonden zoals: “Je moet in het zweet des aanschijns de kost verdienen”.
Hoe was het één met het ander te combineren? De robotten die eigenlijk cyborgen waren, dus ook nog wat menselijks hadden, braken zich er hun sturingsmechanisme over.
Maar ze kwamen er niet uit.
Dus vroegen ze de Cyborg God om hulp. Die bestond namelijk en had het wereldbestuur overgenomen nadat de mensen er een zooitje van hadden gemaakt en bijna alles wat leefde dreigden te vernietigen.
Hij was trouwens ook een Zij en had zichzelf uitgeroepen tot Messias, de Messias waar iedereen eigenlijk al sinds mensenheugenis op zat te wachten.
De mensen, althans wat er van hen over was,  waren dus zoals dat heette ‘kalltgestelt’.
Ze zaten vast in inrichtingen, dierentuinen en werkkampen en dienden tot vermaak van de cyborgen. De cyborg God velde Zijn/Haar oordeel: De mensen, zei Hij/Zij, hebben hun tijd gehad.
Zij konden niet overweg met hun sterfelijkheid en verzonnen van alles om aan die sterfelijkheid te ontkomen zoals een hemel, een hel, en allerlei geboden.
Dat hield hen bezig en zo konden ze denken dat ze misschien toch goed terecht kwamen na dit leven.
Een andere route voor wie daar niet in geloofde was de afleiding geweest: gewoon genieten liefst door weg te vliegen, weg van de werkelijkheid van alledag, van oorlogen, honger en armoede en dat noemden ze dan “In het NU leven”. Maar zo simpel was dat niet.
Genieten bleek desastreus voor moeder aarde, die al dat genot niet aankon en terugsloeg met overstromingen, aardbevingen, tornado’s en andere rampen.
De ene helft van de mens werd op die manier weggevaagd en vluchtte naar andere gebieden. De andere helft in andere gebieden bouwde muren om die stroom vluchtenden tegen te houden en probeerde nog meer te genieten door steeds vaker weg te vliegen, wat alleen nog maar meer rampen veroorzaakte.
En tenslotte was er nog de weg van de zelf-opheffing. Dus niet verheffing zoals bij vliegen maar opheffing.
De mens die zo ingenieus in elkaar stak dat geen mens hem na kon maken beschouwde het nu als grootste uitdaging om een machine te maken die de mens overtrof en hem overbodig maakte.
Onbegonnen werk natuurlijk want die machine zou nooit zo dramatisch worden als de mens en dat was nou net het bijzondere.
Zo dacht de Cyborg God en alleen al zijn/haar denken was genoeg om alle cyborgen tevreden te stellen.
En ze waren blij dat ze niet zo waren als die ingewikkelde mens en niet bang waren dood te gaan of een liefde te missen of niet goed genoeg te zijn, tekort te schieten.
Blij, ja blij, niet blij zoals een mens blij kon zijn natuurlijk, maar piepjesblij,zo heette dat.
En ze leefden nog lang en piepjesblij totdat hun draadjes versleten en ze gewoon aan vervanging toe waren.

Woede en introspectie

Overal is woede.
De gele hesjes zijn woedend, oorspronkelijk vanwege de extra belasting op benzine, maar ze blijven woedend, ook nu dat probleem lijkt te worden opgelost.
Hun woede is zelfs overgeslagen naar Nederland. Uit woede gaf een mevrouw met een geel hesje Rutte geen hand.
De me too-beweging is een uiting van woede want vrouwen pikken het niet langer om seksueel misbruikt, geïntimideerd of op een onprettige manier benaderd te worden.
Als van de opgestapte Özdil van de GroenLinks-Tweede Kamerfractie maar enigszins was aangevoerd door Jesse Klaver dat zijn onaangename gedrag iets met de dames te maken had gehad (of dat nu waar was of niet), was dezelfde Özdil in plaats van Klaver door M (Margriet van der Linden) gefileerd tijdens haar programma.

Zonder veroordeeld te zijn in rechte, veroordeeld worden en plein public dat is wat de woede doet en voedt.
Woedend zijn ook al diegenen die op sociale media anderen  met de vreselijkste dingen bedreigen omdat ze iets anders zeggen of doen dan de bedreigers willen horen of zien.
Het recht is geen optie meer voor hen.
Een rechtsgang is duur en duurt lang en als je je zin toch kunt krijgen door iemand te bedreigen is dat wel zo effectief.
Zo maakt een bedreigde ondernemer geen zonnepanelen meer en houden journalisten in precaire zaken maar liever hun mond, zeker als ze kinderen hebben.
We hechten zo aan vrijheid van meningsuiting maar de (geuite) woede (ik denk hierbij nu niet speciaal aan de belediging van een profeet die woede opwekt) is de grootste belager daarvan.
Dan zijn er nog de vreemdelingenhaters, de gekwetste en boze witte mannen of al diegenen die woedend zijn op de elite, het kapitaal, het systeem, Macron, Europa, vrouwen, homo’s, joden, moslims, maar ook witte heterogene mannen.

Al diegenen kan ik aanraden het boek van Edith Eva Eger te lezen: De keuze. Leven in vrijheid. Eger die Auschwitz en een dodenmars heeft overleefd en letterlijk als bijna-lijk uit een berg lichamen is gevist heeft bijzondere adviezen voor hen die woedend zijn op de ander en zich slachtoffer voelen. Ze heeft er zelfs als psycholoog haar leven aan gewijd.
Mèt Victor Frankl, die De zin van het bestaan schreef, een boek dat mijn leven veranderde, evenals zij overlevende van Auschwitz en psycholoog, wijst zij erop hoeveel je zelf kan doen aan de situatie waarin je verkeert (ook heel wat minder extreem dan Auschwitz) niet door deze de schuld te geven van een mislukt leven of door anderen de schuld te geven dat ze je leven hebben verwoest maar door je houding te veranderen.
Zowel zij als Frankl stellen dat in welke afgrijselijke situatie je ook verkeert je een keuze hebt. Als je bv zoals Eger deed een brood krijgt van Mengele omdat je voor hem danste terwijl hij net je moeder naar de gaskamers stuurde kan je dat brood zelf opeten maar je kan het ook delen met anderen.
En dat is precies wat ze deed. Later bleek juist dat gebaar cruciaal want toen ze tijdens de dodenmars bijna viel en niet meer overeind zou komen, tilden zij met wie ze haar brood had gedeeld haar op en redden haar zo.
Het is een bijna bijbels verhaal.
Niet simpelweg eigenbelang en voor jezelf opkomen redt een mens maar coöperatie, hoop en liefde, zoals duidelijk wordt uit het boek van Eger.
Maar ook: wat in je hoofd zit, je gedachten maar ook je verbeelding, kan niemand je afnemen. Denken aan een geliefde, zoals Frankl deed kan een mens redden in een mensonterende situatie.
Met die wijsheid ben ik ook zelf opgevoed en Eger haalt in haar boek haar moeder aan.

Stel nu dat al die woedende mensen de woede niet bij de ander of de situatie maar bij zichzelf zouden zoeken, bij de ontevredenheid die ze van binnen hebben.
Stel dat ze zich naar binnen en niet naar buiten zouden keren, dat ze aan zelfonderzoek zouden doen?
Dat ze zouden constateren dat ze zichzelf niet accepteren, dat hun woede hen gevangen houdt evenals de overtuiging en gevoelens waar ze hun hele leven al mee rondlopen zoals dat er niets is wat hij of zij doet wat hem of haar in zijn of haar eigen ogen goed genoeg maakt om iemands liefde waard te zijn? (zie pag 228 onderaan.)
En stel dat ze na dat zelfonderzoek zichzelf zouden accepteren en waarderen…
Dat ze hoop en liefde zouden toelaten?
Dat ze de ander die hen leed heeft bezorgd zouden kunnen vergeven zoals Eger deed maar ook zichzelf als zij een ander wat hebben aangedaan.

Ik eindig met een citaat:
“We kunnen er niet voor kiezen de duisternis te laten verdwijnen maar we kunnen ervoor kiezen het licht te koesteren” (pag 1).

In shock

Na de schok die door ons land ging toen Ajax landskampioen werd en Duncan het songfestival won, stond deze week volledig in het teken van: In shock.

De Noord- Oost Groningers waren natuurlijk in shock toen ze ondanks de afname van de hoeveelheid gas in hun gebied voor de zoveelste keer werden geconfronteerd met een aardschok van 3.2, maar ze werden in het nieuws volledig overvleugeld door de shocks uit Den Haag.

Het begon er al mee dat de Tweede Kamer in shock was toen bleek dat bij de Rapportage Vreemdelingenketen, waarin voor het eerst op basis van politiecijfers een landelijk overzicht was gemaakt van incidenten waarbij asielzoekers als verdachte werden aangemerkt, doodslag en moord onder het kopje “overige” werden verdonkeremaand.

Het deed me denken aan de tijd dat ik voor de PvdA in de gemeenteraad van Leiden zat en politiehonden (waar ik als lid van de Politiecommissie tegen was) onder het kopje “roerende zaken” op de begroting werden opgevoerd.
Harbers bood zijn excuses aan en trad onmiddellijk af. Zo hoopten ze bij de VVD dat de partij vlak voor de verkiezingen geen gezichtsverlies zou lijden.

Degenen die het hoofd koel hielden, zoals de journalisten Sheila Sitalsing en Irene de Zwaan lieten in de Volkskrant zien dat van die moorden wat in feite pogingen waren, slechts 1 persoon daadwerkelijk het leven liet.
Eric Slot die alle moorden in Nederland bijhoudt in zijn Moordatlas constateert dat er in 2018 geen moorden door asielzoekers zijn gepleegd.
In feite ging het vooral om geweld bìnnen asielzoekerscentra waar de spanningen heel erg op kunnen lopen.
De conclusie had hierbij dus niet moeten zijn dat Harbers af moest treden, maar dat asielzoekerscentra een veiliger plek zouden moeten worden. En ik denk hierbij vooral ook aan vrouwen en lhbt-ers

Over vrouwen gesproken, Grapperhaus liet bij M (Margriet van der Linden) weten dat hij met een wetsontwerp bezig is waar diegene strafbaar is die seksuele handelingen pleegt waarvan hij kan vermoeden dat ze niet op prijs worden gesteld. Het gaat dan niet langer om geweld maar om (on)vrijwilligheid. Vrouwen zouden volgens Grapperhaus in shock kunnen raken bij ongewenste intimiteiten en bevriezen. Dan vallen ze niet onder de huidige wetgeving. Volgens hem zijn omstandigheden erg belangrijk.
Naar mijn idee zijn de omstandigheden binnen het huwelijk met name heel geschikt om deze onvrijwillige situaties te creëren. Vroeger spraken ze dan over “een peertje schillen”, u begrijpt wat ik bedoel, of gewoon als je man na een uitputtende werkdag zich even wil ontladen, dan maar even aan iets anders denken of bevriezen.
Voorzover deze vrouwen überhaupt aangifte zouden willen doen komen ze op de stapel van de 25.000 waar de politie nu al niet aan toekomt.

En wat te denken van de shock die Rutte veroorzaakte toen hij op een vmbo-school Baudet uitdaagde voor een tweegevecht (nee geen ouderwets duel maar een 1 op 1 debat).*
Vervolgens de shock bij de NPO die hierin moest voorzien terwijl het kemphanen betrof die de NPO het liefst zouden decimeren (de één vanwege zijn “markt”-standpunt de ander omdat ze daar te links zouden zijn).
En natuurlijk de shock bij de andere politieke partijen die werden kalltgestelt door rechts en extreem rechts.
En tenslotte de grootste shock van allemaal toen bleek dat Frans Timmermans er met de buit vandoor ging.
Arjen Noorlander van Nieuwsuur, die steeds vaker wordt geconsulteerd (door Nieuwsuur, misschien krap bij kas?) was ervan overtuigd  dat het alleen nog maar tussen de VVD en Forum voor Democratie zou gaan, maar nee hoor de kiezers bleken althans in de exitpolls volledig onverwacht het progressieve geluid van Timmermans te honoreren.
Hij probeerde nog een beetje zijn gelijk te halen door in zijn commentaar  aan deze winst wat af te doen (het was een éénmansactie van Frans geweest, had niks met de PvdA te maken en hij had in zijn eentje met zijn overwinning heel links leeg-getrokken) maar jammer voor Arjen, behalve de PvdA had ook Groen Links alwéér gewonnen.
Soms lijkt het of de zgn linkse media zoals ze door rechts worden genoemd overijverig zijn in het benadrukken van het succes en belang van het “gesundes Volksempfinden”.

Zo werd tijdens het lijsttrekkersdebat wat voorafging aan het door fans van beide partijen gelardeerde spektakel, een geel hesje opgevoerd, de heer Tuyn, die als een soort BN-er een belangrijke evaluerende rol kreeg toebedeeld.
Waarom dan niet een succesvolle Syriër daar neergezet?
Het antwoord is simpel: goed nieuws is geen nieuws. Al die goed geïntegreerde  vluchtelingen maar ook de vrijwilligers die zich, zoals in mijn wijk, voor hen inzetten delven het onderspit ten opzichte van de “boze” gele hesjes.

Ik ben een Hesje maar geen gele, ik ben een rood Hesje en evenals de positief ingestelde en kennelijk ondanks verdachtmakingen overtuigende Frans Timmermans kom ik daar rond voor uit.
Ik dank Frans en al zijn kiezers met heel mijn hart voor het feit dat ze mij weer hoop hebben gegeven, de hoop dat in Europa het verstand, oprechte betrokkenheid, rechtvaardigheid en menselijkheid toch zullen overwinnen.

  • Mijn grootste shock in dat debat was dat Baudet over de al of niet dreiging van Rusland, Jean-Claude Juncker in één adem noemde met Hitler omdat ze beide zoveel tegen Rusland hadden (gehad).
    Hij daarentegen vond juist dat je Rusland en Poetin tot vriend moest houden ook als hun vliegtuigen al boven ons luchtruim aan intimiderende verkenningsvluchten bezig waren en de Russen met hun Buk-raket de MH17 uit de lucht hadden geschoten.
    Baudet had duidelijk liever Poetin in zijn achtertuin dan mensen die uit nood huis en haard ontvluchten begreep ik.

Het grote niets van Rosanne Hertzberger

Het grote niets, met als ondertitel: Waarom we te veel vertrouwen hebben in de wetenschap, is een essay van Rosanne Hertzberger in de serie Nieuw Licht, bedacht door Frank Meester en Coen Simon.
De auteurs wordt een vraag voorgelegd waarop zij in een essay het antwoord trachten te vinden. In het geval van Hertzberger wordt verwezen naar Francis Bacon  bij de vraag hoe het kan dat in een tijd van groot geloof in harde wetenschap er zoveel animo is voor meditatie en mindfulness.

Bacon stelt in zijn tijd, in Novum Organum (1620) dat waarachtige inductie dè manier is om wetenschap te bedrijven. (Wat mij betreft is de man bijzonder eigentijds want juist in dat begrip waarachtig schuilt de hele problematiek die Hertzberger in haar essay aan de orde stelt).
Bacon waarschuwt de wetenschappelijk onderzoeker bij voorbaat: weet dat je zintuigen je kunnen bedriegen, dat je als onderzoekend subject bevooroordeeld bent, houdt rekening met de taal die wordt gebezigd, waarin eigentijdse generalisaties, nomen en waarden je af kunnen houden van objectieve waarheidsvinding en wees ook beducht voor verzinsels, fantasieën die meer gemeen hebben met theater dan met wetenschap.
Ik vertaal even op mijn manier wat er in het boekje over Bacon wordt gezegd en geciteerd.

Rosanne Hertzberger heeft zich wat mij betreft laten verleiden om haar aversie van meditatie en mindfulness leidend te laten zijn in haar betoog over het wel en wee van wetenschapsbeoefening.
Als ze terecht aantoont dat er sprake is van een valse verwetenschappelijking van meditatie- en mindfulness-technieken en hun effecten in het kader van commercialisering van deze in essentie uit de religie afkomstige praktijken heeft ze een punt.
De vraag waarom die behoefte aan wetenschappelijke legitimatie zo groot is beantwoordt ze als volgt: “Wetenschap is onze belangrijkste steunpilaar aan het worden. Het wekt de indruk van een bepaald soort nietsigheid; nihilisme”. Ze bedoelt hier, maak ik op, dat er niet meer sprake is van (grote) ideologieën. En ziet het terug in “evidence-based”-beleid (heeft ze wat tegen dus).
Het woord nihilisme duikt mij te vaak op en niet wordt helder gemaakt wat ze nu eigenlijk onder nihilisme verstaat. Immers de mens die waarachtig de waarheid zoekt en daaruit wil leren lijkt mij geen nihilist. (Niet lang geleden stierf de buitengewone man, wiskundeleraar, onderwijsonderzoeker en adviseur, Ido Abram, bepaald geen nihilist maar leren was voor hem het leitmotiv in zijn leven.)

De vrouw die in 2017 zich zo opwond over de technofobe consument en zijn anti-wetenschappelijke houding ten aanzien van voedsel en toegevoegde E-nummers in haar boek Ode aan de E-nummers stelt nu ronduit dat de wetenschap terug moet in haar hok omdat er zo vaak misbruik van wordt gemaakt.
Terwijl Bacon juist pleitte voor een zorgvuldig gebruik van wetenschap, voor een empirie die samenging met ethiek en zelfreflectie, vindt Hertzberger dat een hoop van de bewijslast overboord moet.
Uit haar essay blijkt dat ze weinig fiducie heeft in dè wetenschap. “Ons vertrouwen in wetenschap is te groot,” stelt ze op pag 59. “Wie zegt dat wetenschap ook vaak maar een mening is, heeft te vaak eenvoudigweg gelijk.”
Stel dit tegenover haar visie van 2 jaar geleden: “Technologie maakt ons leven lekkerder, veiliger en duurzamer”. En haar enthousiaste beschrijving van yoghurt: “Microbiologisch huzarenstukje en genetisch samenspel tussen lactobacillen en streptokokken, vernuftig aangevuld met  stofjes die de yoghurt mild en romig maken”.
En “E-nummers zijn de stofjes die voedselfabrikanten mogen toevoegen aan hun productie. Geen additief zo uitvoerig gecontroleerd, getest en veilig bevonden als die E-nummers,” aldus Hertzberger.

Wat is er zou je als buitenstaander zeggen in die twee jaar met Hertzberger gebeurd?
Meent ze serieus dat je de legitimaties van meditatietechnieken uit wetenschappelijke hoek als uitwas van commercialisering op de hak kan nemen, zonder ook maar enigszins twijfel te hebben over de “betrouwbare” testen en controles waar het ons zeer gecommercialiseerde voedsel betreft?
Het enige dat we weten is dat ze voor de tweede maal moeder is geworden, maar dat kan toch niet zo’n ommezwaai hebben veroorzaakt? Ze maakt er geen geheim van dat ze actief joods is, maar ook dat kan toch niet verklaren waarom ze ons nu opeens een goeroe aanraadt of een influencer. Iemand als Baudet misschien?

Enfin, ik kan het niet volgen.
Wat ik nog wel wil doen in deze blog is ontrafelen waar haar essay eigenlijk over gaat of wat mij betreft over zou moeten gaan:
1) Waarom ligt integere wetenschapsbeoefening zoals Bacon bedoelde, onder vuur?
Heeft dat met vermarkting te maken en zo ja, wat willen we eraan doen om integere wetenschapsbeoefening te beschermen als kwetsbaar goed? Hoe belangrijk is dat eigenlijk in een tijd dat feit en fictie steeds vaker als  een niet langer relevant verschil worden gezien?
Moeten we in dat verband toch weer terug naar een Kantiaans onderscheid tussen geloven en weten?
2) Waarom is in onze tijd de behoefte aan wetenschappelijk legitimatie zo groot en wat is daar tricky aan?
Ik heb daar ooit in 1981 een proefschrift over geschreven, althans ik heb daarin betoogd dat ervaringskennis even serieus moet worden genomen als wetenschappelijke of kwantificeerbare kennis en heb verwezen naar de zgn “Verdinglichung” van de mens, de mens die zelf object wordt in een tijd van vooruitgangsdenken en maakbaarheid.

En daar lijken Hertzberger en ik het in elk geval met elkaar eens: neem de mens, de persoon serieus.
Als die mens, persoon, zegt dat hij of zij baat heeft bij meditaties, waarom zou je dat per definitie wantrouwen en als er een onderzoek komt waarin wordt gesteld dat meditatietechnieken gunstig werken op DE hersenen (van iedereen dus) moet je dat geloven.

Laten we tenslotte met Bacon eens goed opletten op wetenschappers van het type Robbert Dijkgraaf.  Zegt hij in zijn publiekscolleges dat je als wetenschapper ook last hebt van je (beperkte) zintuigen? Merkt hij ook op dat hij maar een mens is met zijn vooroordelen en aangepastheid aan de wereld waarin hij leeft?
Vertelt hij ons wat over de dilemma’s die hij ervaart als wetenschapper?
Laat hij ons zien dat de toekomst niet vastligt maar juist ook door de invloed van de mens onderhevig kan zijn aan rampen en onverwachte scenario’s? Kortom waar is de twijfel bij Dijkgraaf? Waar is zijn bescheidenheid als wetenschapper en zijn zelfinzicht?

Maar ik kan me voorstellen dat Hertzberger zich liever waagt aan een hilarisch verhaal over Dorsey in Myanmar dan aan een kritische beschouwing over het aan de man brengen van de wetenschap als fantastisch vergezicht.

9 mei: honderd jaar vrouwenkiesrecht

9 mei 2019: honderd jaar vrouwenkiesrecht.
Jantine Oldersma die met Monique Leyenaar en Kees Niemöller het boek De hoogste tijd over 10 jaar vrouwenkiesrecht heeft geschreven legt in de Flexbieb op IJburg, waar zij en ook ik wonen, uit hoe het is gegaan.

Gedetailleerd vertelt ze hoe er tegen vrouwen door de eeuwen heen werd aangekeken.
De Franse revolutie met haar leus: vrijheid, gelijkheid en broederschap (haha) gaf een duidelijke impuls om het volk en minderheden (zoals ook joden) gelijke rechten te geven maar tijdens de Bataafse republiek (1795-1801) was de conclusie nog dat vrouwen geen burgers waren.
Gek genoeg was de nieuwe Grondwet van 1848 hier te lande, waarin het mannenkiesrecht werd uitgebreid, in feite geen beletsel voor het kiesrecht van vrouwen omdat het woord “mannelijk” er niet in stond. Er stond dus niet expliciet in dat vrouwen geen stemrecht hadden.

Pas toen de vrouwenvoorvechtster Aletta Jacobs, die arts was, in 1883 stelde dat ze toch gezien haar beroep en het feit dat ze belasting betaalde ook stemrecht wou hebben, werden de mannelijke politici wakker en kwam er een bepaling in de Grondwet waarin het stemrecht voor vrouwen expliciet onmogelijk werd gemaakt.
Daarna werd het helemaal een gevecht want een Grondwet verander je niet zo gauw en er waren geen gekozen vrouwen om invloed uit te oefenen.
De strijd moest dus van onderop komen. Het gevecht tegen met name de religieuze overtuiging dat God vrouwen had geschapen als ondergeschikt aan de man en geschikt voor de keuken en de kinderen, was een lastige en werd op twee fronten gevoerd.

Wilhelmina Drucker richtte in 1889 de Vrije Vrouwen Vereniging  op, die met name bij de arbeidersbeweging een voet tussen de deur wilde krijgen.
De Vereniging voor Vrouwenkiesrecht werd in 1894 opgericht en In 1907 scheidden Leidse en Haagse dames (volgens Jantine echte dames die zich ophielden in een elite-milieu) zich af en richtten de Bond voor Vrouwenkiesrecht op. Tegen die tijd  kregen ze eindelijk meer belangstelling van de toenmalige media, kranten.
Toch stelde de CHU-voorman A.F. de Savornin Lohman nog tezelfdertijd dat het geven van stemrecht aan vrouwen tegen de wil van God was en buitengewoon onhandig in het dagelijks leven.

In 1917 bereikte Troelstra een akkoord met de christelijke partijen. Het algemeen kiesrecht werd ingevoerd en het bijzonder onderwijs  kreeg voortaan evenveel recht op financiële steun van de overheid als het openbaar onderwijs. Dit werd de pacificatie van 1917 genoemd. En was het resultaat van een jarenlange schoolstrijd en strijd van de arbeidersbeweging om erkenning van  de rechten van arbeiders (het gewone volk).

Vandaag de dag gaan er overigens weer stemmen op om dit grondrecht tav het bijzonder onderwijs te schrappen naar aanleiding van vraagtekens bij de organisatie en inhoud van het islamitisch onderwijs.

Niet Troelstra maar Henri Marchant, progressief-liberaal zorgde ervoor dat “mannelijk” weer uit de Grondwet werd geschrapt en maakte de weg vrij voor vrouwen om gekozen te worden en vervolgens om in 1919 actief kiesrecht te krijgen.

De ARP en later de SGP waren partijen die nog veel moeite hadden met deze nieuwe trend.
In de jaren vijftig wisten de gekozen vrouwen de handelingsonbekwaamheid van vrouwen te tackelen en ook de verplichting om vrouwen te ontslaan als ze trouwden.
Bij de ARP was Fenna Diemer-Lindeboom per vergissing lid geworden en in 1963 werd Jacqueline Rutgers verkozen in de Tweede Kamer.
Het duurde tot 4 maart 2016 voor de SGP tenslotte een vrouw in de gemeenteraad had.
Hoe dat in zijn werk ging en de SGP uiteindelijk werd gedwongen om niet langer een obstakel te vormen voor de uitoefening van een grondrecht is een heel verhaal.
Jantine memoreerde de stugge pogingen van het Clara Wichmann-fonds om hier wat aan te doen. Volgens haar kregen ze uiteindelijk hun zin omdat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de Nederlandse staat aansprak op de mogelijkheid de SGP verdere subsidie te weigeren.

Volgens mijn inside-informatie lag aan  deze procedure ten grondslag de implementatie van het VN Vrouwenverdrag. Wilt u meer weten over de lijdensweg die zowel dit Verdrag als ik ben gegaan in dat verband, kijk dan nog even naar mijn blog: “Kafka in de polder of het rapport dat niet mocht verschijnen” van 7 juni 2017.
De tweede feministische golf aangestoken (beetje vreemde beeldspraak misschien) door Joke Smit vond plaats in de jaren zeventig, toen inmiddels Marga Klompé al in 1965 met de introductie van de Algemene Bijstandswet vrouwen de mogelijkheid had gegeven van een huwelijk af te komen zonder dat ze geheel brodeloos zouden zijn.

Mijn eigen ervaringen eind jaren 70 spreken soms boekdelen.
Zo was mijn partner toen voorzitter van de PvdA en deelde mijn en onze stonde met de mededeling dat de PvdA eraan dacht een Rooie Vrouwenafdeling in Leiden op te richten. Dat was niet nodig volgens hem want we hadden toch de actieve Kock Kerling (enige vrouw in de raad). Tussen haar en mij was er later nog een discussie over het thema: als vrouwen in de politiek veel meer aanwezig zijn verandert er dan wat in het politieke klimaat. Kock zei: nee, ik zei: ja.
Als ik Jantine Oldersma en haar medeauteur Kees Niemöller moet geloven, heeft Kock gelijk gekregen en is het effect in de politiek minimaal gebleken.
Vrouwen stemmen niet anders dan mannen behalve bij populistische partijen waar mannen duidelijk vaker op stemmen en meer aanwezig zijn.
Al was het dat, dan is onze strijd toch niet voor niets geweest denk ik dan!

Enfin voor de liefhebbers: er zijn een aantal blogs aan het thema emancipatie gewijd.
Zie “Terug in de tijd” van 11 januari 2018
Zie “Gloort er nog hoop als het gaat om de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen” van 10 januari 2017 en “Boeman of bedreigde witte man” van 2 september 2017.

Moeilijke keuze

Ik betrap me erop dat ik het lastig vind deze week een blog te schrijven want waar moet die over gaan?
Over 1 mei, de dag van de arbeid?
De dag die me eraan herinnert dat we meer dan 30 jaar geleden op bijeenkomsten van de PvdA In Leiden met het 1 mei-koor uit volle borst de Internationale zongen.
Als ik de tv-beelden uit India zie van grote groepen demonstranten die strijden voor verbetering van hun arbeidsomstandigheden en positie onder het motto: arbeiders verenigt u, kan ik nòg sentimenteel worden.

Of moet het gaan over 2 mei, over Jom Hasjoa. Oorspronkelijk Jom Hasjoa en Weharewoera. De dag van de vernietiging en heldendom, want in het Israël van 1953, toen deze dag voor het eerst werd gehouden moest juist ook het joods verzet en de opstand  van het getto van Warschau worden herdacht. Inmiddels is het hier te lande een alternatief geworden voor de herdenking op de Dam die breed uitwaaiert over vele categorieën slachtoffers.
Deze herdenking werd voorafgegaan door een middag in het Verzetsmuseum waar de gelegenheid werd geboden de namen te noemen van familieleden die niet meer terug waren gekomen en van wie het nageslacht vaak niets meer weet.
Zo vertelde een man van in de zestig dat hij dankzij een recent opgedoken foto van zijn vermoorde oma, die hij nooit heeft gekend, een geheel vernieuwde relatie met haar heeft gekregen doordat hij iedere dag haar portret ziet, begroet en toespreekt. Hij vindt haar steeds mooier en gaat van haar houden.

Of misschien over 3 mei, de dag van de empathie, begreep ik pas onlangs, maar ook en misschien belangrijker, de internationale dag van de persvrijheid, nu pijnlijk duidelijk wordt hoe riskant het beroep van journalist eigenlijk is zeker als je waarheidszoeker bent en misstanden boven tafel wilt krijgen. Riskanter dan het werken bij een mijnen-opruim-dienst zo meldde een bericht in de Volkskrant.

Of 4 mei, de dag van de officiële  dodenherdenking, waar ieder jaar de vraag is of niet weer nieuwe groepen ter herdenking moeten worden opgevoerd. Zoals enkele jaren terug de kwestie speelde of niet een familielid die (aan de verkeerde kant) aan het Oostfront vocht en daar gesneuveld was niet moest worden herdacht; of  een ander onlangs publiekelijk stelde dat het tijd werd dat de Indonesische bevolking die  door ons toedoen was vermoord wordt herdacht.
4 mei, de dag die op tv wordt afgesloten met een documentaire over Gemmeker, de kampcommandant in  Westerbork, die we op een fototentoonstelling in het Holocaustmuseum aantreffen, terwijl hij met Aus der Fünten het glas heft, vergenoegd over de vlot verlopende deportaties.
Dezelfde Gemmeker over wie Ad van Liempt een boek heeft geschreven en die zich in heel wat meer aandacht mag verheugen dan die grootmoeder van wie het kleinkind nu pas een portret heeft kunnen bemachtigen maar van wie hij nog steeds de naam niet kent.

Of 5 mei, de dag van de vrijheid, die terecht in ons land wordt gevierd met vrijheidsmaaltijden en lezingen en het besef dat vrijheid niet vanzelfsprekend is.
Maar ook dat door de tijd heen, de vrijheid (van bewegen) van de één (die oorlog en ellende ontvlucht) niet de vrijheid van de ander is, die zich als globetrotter of toerist of zakenman vrij over alle grenzen heen kan bewegen. Zoals we op 4 mei al gezien en gehoord hadden.
En dan heb ik het nog niet over het misbruik van het woord vrijheid dat door de politiek of politieke partijen kan worden gemaakt om de ander van die vrijheid uit te sluiten.
Het is moeilijk kiezen deze week maar misschien houden al die dagen wel verband met elkaar en kan er zonder waarheidsvinding en het aan de kaak (kunnen) stellen van misstanden en onrecht  en zonder empathie geen internationale solidariteit zijn, wat in zijn uiterste consequentie kan leiden tot genocide en uitroeiing van bevolkingsgroepen.
En uiteindelijk de ondermijning van de vrijheid voor iedereen.

Overleven; twee verhalen

In deze periode van het jaar, waarin het over overleven gaat en opnieuw beginnen (Pasen maar ook 4 en 5 mei) zag ik op tv twee vrouwen die hun verhaal vertelden.
Beide verhalen troffen me in het hart.

Het ene verhaal was van Eva Durlacher, de zus van Jessica. Zij is levenscoach en vertelde zondag jl bij De Verwondering over haar vader Gerhard Durlacher, die Strepen aan de hemel heeft geschreven (1985), waarin hij bijzonder duidelijk maakte hoe weinig de geallieerden deden om de genocide op de joden te voorkomen dan wel tegen te gaan. (Hij zag als jongetje in Auschwitz de strepen aan de hemel van de vliegtuigen die niet Auschwitz bombardeerden maar verderop militaire doelen.)
Een zeer pijnlijk en confronterend verhaal maar ook een literair juweeltje.
Zij vertelde hoe haar vader Auschwitz alleen overleefde als zeventienjarige jongen en totaal vermagerd en berooid in Parijs belandde.

Daar op een markt zag hij een vrouw in het zwart gekleed die abrikozen verkocht, van die heerlijke zoete zachte rijpe abrikozen.
Hij wou ze dolgraag hebben maar realiseerde zich meteen dat hij over erg weinig geld beschikte.
Toen hij haar aankeek en vroeg om abrikozen vulde zij een zak. Hij wilde haar duidelijk maken dat hij maar heel weinig geld had, maar ze bleef de zak vullen. Zijn Frans was niet toereikend en hij begon zich al heel ongemakkelijk te voelen toen ze hem de volle zak overhandigde en duidelijk maakte dat hij er niets voor hoefde te betalen.

Deze simpele marktkoopvrouw heeft hem toen weer hoop gegeven, de zo noodzakelijke hoop die doet leven, en zelfs zijn dochter die duidelijk een tweede generatiesyndroom had, hield en houdt zich er nu nog aan vast. Hoe belangrijk kan een simpel gebaar zijn!
Wat me trof was ook dat Eva vertelde dat soms volkomen vreemdelingen in volstrekt onverwachte situaties je die hoop kunnen geven, terwijl je het zo vaak van bekenden en dierbaren verwacht.
Een ontroerend portret van een vrouw die steeds op zoek was en is naar tekenen van hoop en van het goede en het wantrouwen uit haar jeugd probeert af te leggen en om te buigen naar vertrouwen. Ik herkende me erin in elk geval.

Het tweede verhaal was dat van een Venezolaanse vrouw op Curaçao, geïnterviewd door Ersin Kiris, die op het eiland op zoek ging naar Venezolaanse vluchtelingen, waarvan hij wist dat er 20.000 waren die zich verscholen voor de razzia’s, die herhaaldelijk plaatsvinden, uit angst in een volstrekt onleefbaar kamp te worden gestopt (komt dit verhaal u bekend voor, zo tegen 4 mei 2019?) en die illegaal proberen te overleven.
Het was moeilijk iemand te vinden maar hij vond een vrouw, die geanonimiseerd over haar vlucht uit Venezuela, waar baby’s sterven omdat er geen melk voor hen is, wilde vertellen.
Ze vertelde dat ze met een groep mensen in een bootje stapte, eerst nog blij en vrolijk dat ze ontsnapten uit de Venezolaanse hel maar allengs viel de motor uit en begon halverwege de tocht het bootje vol te lopen met water.

Het kapseisde tenslotte en mensen moesten zich proberen te redden in het water.
Degenen die niet konden zwemmen verdronken. Zij kon wel zwemmen en zag de kust van Curaçao van verre. Ze schopte haar schoenen uit, deed haar broek uit, om minder zwaar te zijn in het water. Maar dat trok aan haar, vertelde ze.
Doodmoe en aan het eind van haar krachten hield ze zich tenslotte aan een puntje van een rots vast. Er kwam een andere vrouw zwemmend naar haar toe en die pakte haar vast als steun maar trok haar tegelijkertijd naar beneden. Ze riep: “Laat me los!” maar dat deed de vrouw niet en ze voelde dat ze het niet meer hield en gaf de vrouw toen een klap om zich van haar last te bevrijden.
Ze vermoedt dat de vrouw toen is verdronken en ze voelt zich er nog steeds schuldig over maar ze zei dat ze geen keuze had gehad, het was die vrouw of zijzelf en ze koos in een fractie van een seconde voor zichzelf.

Als we ons afvragen waar we nu zelf zitten, identificeren we ons bijvoorbeeld meer met de marktkoopvrouw, of misschien met de wegkijkers (de vliegtuigen/bommenwerpers die Auschwitz niet zagen)  of met de vrouw die voor haar leven vocht en dus de ander een klap gaf, dan kunnen we bij filosofen te rade gaan.
Zoals bij Tim Fransen met zijn in de maand van de filosofie uitgekomen, zeer lezenswaardige essay Het leven als tragikomedie, waarin hij stelt dat het belangrijk is dat de mens zijn kwetsbaarheden onderkent en juist in het erkennen en herkennen van die kwetsbaarheden en gebreken de ander, zijn medemens vindt.
Hoewel ik het volledig met deze stelling eens kan zijn, tref ik toch een aantal algemeenheden aan in dit essay die voor onze vertelde verhalen niet opgaan.

Zo stelt hij dat onze morele consideratie vooral gericht is op de mensen die we rekenen tot onze eigen groep; buitenstaanders daarentegen kunnen rekenen op onze onverschilligheid, of zelfs onze vijandigheid als we het gevoel hebben dat ze een bedreiging vormen voor onze eigen groep (pag 55).
Dat geldt zeker voor de Nederlandse autoriteiten die zich bijster weinig gelegen laten liggen aan “het probleem” van Curaçao of de Venezolaanse vluchtelingen of de Curaçaose politie die de razzia ‘s uitvoert, maar het geldt niet, uitdrukkelijk niet, voor de marktkoopvrouw in het verhaal van Eva, de marktkoopvrouw die meer dan één leven “gered” heeft.

En hij haalt Nietzsche aan op pag 42  over de kunst van het veinzen: “Deze kunst van het veinzen bereikt haar hoogtepunt in de mens: hier is de misleiding, het gevlei, leugen en bedrog, achterklap, uiterlijk vertoon, met andermans veren pronken, de verhullende conventie, het toneelspel voor anderen en voor zichzelf, kortom het voortdurende gefladder om die ene vlam der ijdelheid zo zeer regel en wet dat haast niets zo onbegrijpelijk is als het feit dat onder mensen een eerlijke en zuivere drang tot waarheid kon opkomen”.
Tja, inderdaad, als we naar het veinzen en de verhullende conventie van minister Cora van Nieuwenhuizen kijken die de Sea Watch aan de ketting legt uit veiligheidsoverwegingen omdat ze bang zou zijn dat niet iedere drenkeling over een wc beschikt, kunnen we zonder enige aarzeling met Nietzsche meegaan (zie over hypocrisie ook mijn blog van 2 januari over het dobberen op zee van de Sea Watch ten tijde van Kerstmis).
Maar als we kijken naar Ersin Kiris die in zijn zoektocht naar de waarheid een zeer confronterend beeld van Curaçao laat zien, en vervolgens de dappere vrouw beluisteren die zo moedig is de waarheid van haar eigen overleven ten koste van de ander onder ogen te zien, krijgen we toch een ander beeld.

Tim Fransen is naar mijn idee te generaliserend over de mens in zijn poging middels afbraak van zijn/haar kwaliteiten te komen tot verbroedering of verzustering.
Het probleem zit ‘m volgens mij juist in de onvoorspelbaarheid, het steeds niet kunnen begrijpen van onszelf en de ander en juist de filosofie doet een poging tot begrip, maar tegelijkertijd met het grijpen naar, ontglipt de werkelijkheid en juist dat maakt het leven wonderbaarlijk beangstigend en mooi.

Joods/christelijke cultuur

Wie had dat ook weer op de agenda gezet? Juist: Pim Fortuyn, aan wie we natuurlijk terugdenken dezer dagen bij de verrassende politieke overval van Thierry Baudet.
De joods/christelijke cultuur was met name bedoeld als identificatiemogelijkheid voor hen die geen moslims zijn. De joods/christelijke cultuur tegenover de islam dus.
Ik wil u graag nog even verwijzen naar een blog dat ik schreef 30 maart 2018 over The Passion. Want wat opvalt in deze paas-periode is hoe weinig er opeens van die joods/christelijke cultuur overblijft of hoeveel, kun je ook zeggen namelijk: christelijke.
Op mijn school waar ik met kinderen lees, een openbare basisschool met voornamelijk moslimkinderen, werd mij vriendelijk verzocht een A4-tje met de kinderen uit groep 5 te lezen waarin aandacht werd besteed aan de paasviering. De bedoeling is dat ze het stuk lezen en daarna vertellen wat er in staat, dit om hun leesbegrip te vergroten.
Pasen, zo stond bovenaan het stuk, is een christelijk feest. Het wordt jaarlijks in veel landen gevierd. Pasen is ook het feest van de lente. Dat vieren veel mensen met een paasontbijt.
Niets dus over een joods paasfeest dat Pesach heet.

Enfin dacht ik nog, ze besteden tenminste aandacht aan het heidense element.
Echter, 2 van de drie stukjes gingen over Jezus en zijn lot. Allereerst Witte Donderdag. “Op deze dag at Jezus met zijn vrienden, het was zijn laatste maaltijd. Na het eten werd Jezus opgepakt, hij werd aan een groot kruis gehangen en stierf. Dat herdenken christenen op de Goede Vrijdag. Jezus wordt begraven op Stille Zaterdag”, aldus dit Nieuwsbericht, tekstniveau AA.
Ik haalde even verlicht adem. Het hele gedoe rond Judas en het verraad van de joden, die (zo beweren goede vrienden van mij zonder enige aarzeling, geïnspireerd door het “prachtige” verhaal van de Johannes Passion) verantwoordelijk waren voor zijn kruisiging (want ach, die Romeinen konden toch ook niet anders!) was hier keurig opgelost door de zin: “Hij werd opgepakt, aan een groot kruis gehangen en stierf”.

Ik keek nog wel wat ongerust naar mijn lieve moslimkinderen. Zouden ze bij “groot kruis” misschien denken aan erge plaatjes van door IS gehangenen? Ach nee besloot ik – veel te klein voor.
“Dan is het Pasen” aldus het Nieuwsbericht. “Jezus overleed aan het kruis. Hij werd begraven in een grot. Op de derde dag was hij verdwenen uit de grot. Jezus was opgestaan uit de dood. Dat herdenken christenen met Pasen. Het verhaal over Jezus staat in de bijbel.”
Waar ging hij naar toe? vroeg een lief meisje met vlechten. “Tja, naar de hemel of zo,” mompelde ik als aartshumanist en ik dacht erbij: naar die  vader van hem, die hem dit alles eigenlijk had aangedaan, want vaders kunnen hele vreselijke dingen met kinderen doen… Maar niemand die het hem ooit kwalijk had genomen.

Gelukkig voor ons kwam er daarna een stukje over paasontbijt en paaseitjes zoeken.

Dat werd gezellig. “Bij Pasen horen allerlei tradities.” Seider? Met de hele familie om de tafel gedenken dat het joodse volk ontsnapte aan de slavernij op een tamelijk gruwelijke manier voor de tegenpartij natuurlijk, maar daar moet je in het Oude Testament niet moeilijk over doen. Nee, zeg, “die hebben niet allemaal met het paasfeest uit de bijbel te maken. Veel mensen vieren Pasen met een uitgebreid paasontbijt. Of ze verstoppen chocolade paaseieren. Kinderen mogen die dan gaan zoeken”.
“Waarom paaseieren en paashazen? Eieren zijn een symbool voor de lente. En Paashazen? Hazen en konijnen krijgen in de lente jongen. Dat betekent een nieuw begin.”

En, ja daar komt ie weer: “Net als Jezus die opstaat uit de dood”.
Mijn schatten begrepen er niets van en volgens mij had het dit keer niet veel te maken met hun beperkte leesbegrip. Toen ik vroeg waar de hele tekst over ging, hadden de meesten een helder antwoord: Over een gezellig paasontbijt met de klas.

Daar heb ik het maar bij gelaten. Het “samen” spreekt mij net als deze lieve kinderen toch meer aan dan het “apart”.

En nog even speciaal voor Baudet die bang is voor indoctrinatie op scholen:
Dit nieuwsbericht had als bron: schooltv.nl, wikikids.nl, bijbel.eo.nl.

Vaasje

Wat is er toch met vaasjes?
Gister 10 april werd ik jawel 73 en kreeg van mijn schoondochter een heel lief vaasje met vogeltjes erop. Ze zei erbij: het is wel kwetsbaar Joyce, goed inpakken en voorzichtig zijn hoor!
Volgens onze premier is ons land, Nederland, een teer bezit dat van ons allemaal is. Dat bezit is broos, is breekbaar. Het kan ook kapot gaan. Rutte ziet Nederland als een vaasje dat we met 17 miljoen gewone en bijzondere mensen vasthouden. We hebben voorbeelden gezien van samenlevingen waar ze het vaasje lieten vallen aldus Rutte. “Kijk naar Groot-Brittannië. Daar hebben politici en de inwoners vergeten wat ze met elkaar bereikt hebben en nu zitten ze in de chaos. In Nederland zien we ook een groep die zich niet verantwoordelijk voelt om er met elkaar iets moois van te maken. Mensen die alleen met zichzelf bezig zijn en altijd eerst denken aan hun eigenbelang. Mensen die zo hard aan het vaasje trekken dat het stuk gaat.”
De brief van Rutte aan alle Nederlanders verscheen 17 december 2018.
En dan lezen we opeens in de Volkskrant van gister 10 april een bericht van de (overigens zojuist afgezette) dictator Bashir: “Ik zie Soedan als een broos vaasje”. Boven het stuk van Rudolf Julius staat als kop: “President Omar al-Bashir van Soedan heeft de demonstranten in zijn land gewaarschuwd dat ze grote risico’s nemen. Hij vergelijkt Soedan in een open brief met een broos vaasje, dat zomaar kapot zou kunnen vallen”.
“Ik zie Soedan als een teer bezit, dat alleen van mij is,” schrijft Bashir, die het land al bijna 26 jaar met ijzeren hand regeert en door het Internationaal Strafhof is aangeklaagd voor volkerenmoord en misdaden tegen de menselijkheid, aldus Julius.
En hij citeert Bashir verder: “Soedan is voor mij een teer vaasje, dat we met 37 miljoen straatarme en hongerige mensen vasthouden. Mensen die gewoon een mooi leven willen, hoewel ze daar geen enkel perspectief op hebben. Er zijn samenlevingen waar de mensen het vaasje hebben laten vallen. Waar ze vergeten zijn wat ze met een sterke man aan het roer hebben bereikt. In Syrië, Jemen, Egypte, Libië en Groot-Brittannië zitten ze al in de chaos. Ook in Algerije dreigt het vaasje kapot te gaan en moeten ze straks de scherven bij elkaar vegen”. Bashir hekelt de demonstranten, die volgens hem schreeuwers langs de zijlijn zijn. “Het is heel makkelijk om dingen te roepen waarvan je toch al weet dat er binnen het regime nooit een meerderheid voor zal zijn. Zo lever je geen bijdrage om het vaasje overeind te houden. Iedereen zal water bij de wijn moeten doen, en met iedereen bedoel ik ook echt al mijn tegenstanders.”

Inmiddels is Bashir dus door zijn eigen leger afgezet (kennelijk zijn echte tegenstander).
De vraag die je naar aanleiding van deze frappante gelijkenis tussen Rutte en Bashir waar het het gebruik van de metafoor van het vaasje betreft, kunt stellen is: Wie zijn toch die mensen die ook bij Rutte als breek-gevaarlijk worden gezien?
Is het misschien zo dat de metafoor van het vaasje burgers ervan moet weerhouden om oppositie te voeren, om kritisch te zijn? Is de impliciete angstoverdracht: kijk uit voor het breekbare vaasje, een manier om de bokken van de schapen te scheiden?
Bij Bashir is het duidelijk: Ik en alleen ik kan ervoor zorgen dat het vaasje heel blijft en verder blijf je er met je fikken vanaf want dat zal je heugen!
Maar inmiddels is het angst aanjagen voor die Ander die voor chaos of ontwrichting zou kunnen zorgen, dwz de Ander die zich juist ook binnen de eigen bevolking bevindt (zoals bij de juist weer verkozen Netanyahu in Israël in dat verband wordt gedoeld op linkse Israëli’s, intellectuelen, journalisten, mensenrechtenactivisten maar ook Trump, die dat misschien van hem heeft afgekeken), een sport van politici die aan de macht zijn in diverse landen.
Het belang dat die politici/machthebbers hebben om de samenleving niet als weerbaar voor te stellen maar juist als breekbaar vaasje dat alleen zij kunnen beschermen, is iets dat burgers wantrouwend zou moeten maken.
Merkwaardigerwijs kreeg in onze media Angela Merkel die met de stroom vluchtelingen het omgekeerde deed nl zeggen: “Wir schaffen es!” als reactie een soort hoongelach over zich heen.
En we zijn er nu als de kippen bij om aan te geven dat ze toch mooi verkeerd zat met haar opbeurende speech en zo de AFD in de kaart heeft gespeeld.
Volgens Max Pam is democratie niet iets voor bange mensen, aldus zijn column in dezelfde Volkskrant. “Het nodeloos bang maken van mensen is iets wat mij enorm tegenstaat,” aldus Pam. Hij vergelijkt Baudet met Cohn-Bendit, die in 1968 bijna de toegang tot Nederland was ontzegd vanwege de kritische houding van de Boerenpartij, die deze studentenleider als gevaar zag. Volgens Pam zijn dat soort vernieuwers niet gevaarlijk.
“Vermoedelijk weet Thierry Baudet zelf ook nog niet wat hij denkt. Maar dat is helemaal niet erg, want in 1968 had Cohn-Bendit ook geen idee hoe hij zou eindigen,” aldus Pam.
Voor Pam dus geen breekbare vaasjes.
Mijn reactie: Naar aanleiding van de overwinning van Netanyahu met zijn Groot-Israël gedachte heb ik de neiging een aantal vaasjes kapot te smijten. Dan denk ik, hoe is het toch mogelijk dat deze man met zo’n verdeel- en heers-bewind, die idiote basiswet en zijn eigen corruptie aan de macht blijft?
Maar dat doe ik niet, integendeel ik heb net witte tulpjes in het lieve vaasje van mijn schoondochter gezet!