Het ergste moet nog komen

Wonderlijk hoe snel de publieke focus kan veranderen.
Stond tot voor kort het nieuws bol van Corona, in 19 dagen tijd is het één en al oorlog geblazen.
Twee o’s en één r hebben ze gemeenschappelijk en als we naar de Omikron-variant kijken dan zitten we qua sfeer nog wat dichter bij oorlog.
Maar het type deskundigen dat nu het woord voert op allerlei talkshows en nieuwsuitzendingen is danig verschoven van de virologen (let op één o erbij en vi eraf) naar de militairen (buiten dienst).
Waar eerst nog het virus en vooral het aantal bezette IC-bedden de boventoon voerden, hebben we nu te maken met Poetin, zijn raketten, bommen en granaten en niet te vergeten zijn tanks met soldaten, heel veel soldaten.

Ik vraag me iedere dag af wat erger is.
Terwijl het virus voortdurend de draak met ons stak (zelfs nu nog nu meer mensen besmet zijn dan ooit tevoren, maar we ons er niet meer druk om maken) en telkens als we dachten het onder controle te hebben er weer een nieuwe variant opdook die ons een poets bakte, hebben we nu te maken met een mens, een man, met zijn kliek die lijdt aan vernietigingsdrang en zichzelf en vooral zijn land als slachtoffer voorstelt.
Een desastreuze combinatie weten we nog van zo’n tachtig jaar geleden.
En als we denken, hopen ook, dat zijn oorlog niet naar zijn wens verloopt dan begint hij uit frustratie te dreigen met kernwapens en chemische wapens.
Een knulletje dat als hij geen snoepje krijgt dreigt het huis in de fik te steken.

We probeerden het virus te doorgronden net zoals we nu proberen deze man te doorgronden en het wonderlijke feit van zijn macht en aantrekkingskracht.
Behoeftig aan kennis als we zijn worden ijlings diplomaten en Ruslandkenners van stal gehaald en natuurlijk storten we ons massaal op boeken over het einde van de rode mens, maar veel schieten we er niet mee op.
Dan maar onze toevlucht zoeken bij militairen die zoals generaal buiten dienst Mart de Kruif met een stalen gezicht, maar wellicht stiekem van binnen glunderend naar een kaart wijzen en daarbij stellen: “Eigenlijk knijp je (de Russen dus) hier de Oekraïners de keel af”!
Na een nuchtere analyse van de militaire feiten is dan de eindconclusie dat het ergste nog moet komen.

Tja en dan hebben we toch weer een overeenkomst gevonden tussen de duiders van de virusinvasie dan wel die van Poetin.
Want voorspelden de virologen niet bij iedere variant precies dat: dat het ergste nog moest komen???

Volwassen willen en kunnen worden

Vandaag was Sana Valiulina bij Buitenhof. Haar boek over de boekhouder en de overste is net verschenen en bijzonder actueel.
Zij kent de Russische geest van binnenuit, geboren in Tallinn, Estland, studeerde Noorse taal- en letterkunde in Moskou, was tolk voor het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, en emigreerde naar Nederland.
Bij Buitenhof verklaarde ze wat er nu gebeurt.

Volgens haar is Poetin krankzinnig en ze vergelijkt hem met de ‘kannibaal’ van Europa Stalin, maar interessanter is waarom toch een meerderheid van de Russen hem steunt.
Volgens haar heeft dat te maken met het feit dat ze nooit volwassen kunnen en willen worden.
In een interview van 21 oktober 2021 in de NRC spreekt ze over ‘apeiron’ het grenzeloze om de oneindige leegte van de wereld aan te tonen.
“Apeiron is het grijze, het onbestemde van Rusland, de bossen, de rivieren, de verschrikkelijke monosteden met hun stilliggende fabrieken en gedoemde inwoners.”
En: “Moskou en Sint- Petersburg zijn het echte Rusland niet. Dat kom je pas tegen in de provincie. Daar stralen de mensen een enorme eenzaamheid uit. Ze zijn nooit volwassen geworden en verlangen alleen naar een tsaar die voor hen zorgt”.
Ter verklaring van de passieve houding van deze Russen zegt ze in het interview dat het individu geen rol speelt in Rusland. Het individualisme wordt er bij iedereen uitgeramd. Het is zo van “je bent geen individu, je bent van de staat… De mens wordt als het ware gesmoord in Rusland”.
Bij Buitenhof is ze heel beslist in haar stelling dat Russen geen democratie willen.
Voor een democratie, die moeilijk is en vaak een lastig soort samenleving, moet je volwassen zijn en burgers in die samenleving moeten zich persoonlijk verantwoordelijk voelen.

Kijk, dacht ik, dit is het dus.
Dit is precies waar het bij ons aan begon te schorten de laatste jaren.
Het werd ons tijdens de Corona-tijd, die nog steeds niet echt achter de rug is, ook wel gemakkelijk gemaakt. We vielen met ons geloof in modernistische maakbaarheid door de mand, het bestuur bleek zeer feilbaar en rommelde tijden wat aan en het was op veel fronten behelpen.
De afstand bestuur/bestuurden groeide evenals het wantrouwen tegen de overheid en dat legde clubs als Forum voor Democratie geen windeieren.
In Amerika was deze trend, zoals vaker, al eerder waarneembaar maar pas toen Trump gekozen werd en zeker toen het Capitool werd bestormd zagen we dat dat wantrouwen gigantische proporties had aangenomen.
Trump werd door een voor ons onvoorstelbare hoeveelheid Amerikanen geloofd toen hij de grootste onzin beweerde zoals nu de Russen Poetin en zijn propagandamachine geloven.
Hoe kon en kan dit vragen we ons dwz degenen onder ons die de ratio voorop stellen, vertwijfeld af.

De grenzeloosheid waar Sana het over heeft, het niet volwassen kunnen en willen worden, het ‘houden van de gestrekte arm’ is helaas niet aan Russen voorbehouden.
Oost Europa, landen als Hongarije en Polen maar ook Slowakije waren zich aardig aan het bewegen in die richting en kregen te maken met een Europees Parlement dat krampachtig probeerde de Europese waarden hoog te houden. Maar ook onze eigen Baudet is een voorbeeld van dat niet volwassen kunnen en willen worden en de bewondering voor de ‘gestrekte arm’ al is het niet die van de eigen overheid.

Wat Poetin nu bereikt zonder het te willen is in elk geval het plotselinge dagen van het besef dat in vrijheid leven en in een democratie hoe broos en moeilijk ook, kostbaar is en verdedigd moet worden en volwassen verantwoordelijke burgers vraagt.

En dan is het oorlog

En dan is het oorlog
één hoofd van één man
vol fantasieën lijkt genoeg
om de wereld op zijn kop te zetten
angst te zaaien
vluchtelingenstromen op gang te brengen

Bombardementen, raketinslagen
cyberaanvallen
harde sancties, pijn doen, treffen
het zijn de woorden
die doen beseffen
dat de weg van vrede
de weg van de rede
zijn langste tijd heeft gehad

Europa’s oude angst:
de Russen komen
herleeft

Oekraïne
het land dat al zoveel moest verduren
moet het nu bezuren
en beeft op zijn grondvesten
voor de man
die zo’n hekel heeft
aan de vrijheid van het Westen

Het is zijn hoofd
waarin we niet kunnen kijken
dat bevelen geeft
en het is helaas
geen game
waarnaar we gezellig op de bank
zitten kijken

De man die geen weerwoord dulden kan
vergane glorie niet kan velen
leeft in een KGB verleden
doet Europa beven
en houdt miljoenen in zijn ban.

Fair play

Artikel 2.4 Algemene Wet Bestuursrecht, dat over het fair play-beginsel gaat, houdt in dat het bevoegd gezag elke schijn van partijdigheid moet vermijden bij genomen besluiten en het mag de burger geen mogelijkheden ontnemen om voor zijn belang op te komen.
Met name dat laatste lijkt me overduidelijk het geval bij de kwestie van de voorzorgsmaatregelen in verpleeghuizen die werden afgeraden door Hugo de Jonge en zijn ministerie in maart/april 2020.
Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over het begin van de pandemie geeft aan dat er zich in de verpleeghuizen een stille ramp heeft voltrokken.
Er waren onvoldoende beschermende middelen met desastreuze gevolgen.

Inmiddels weten we meer over hoe dat zo is gekomen en hoe dat is gegaan.
Dankzij onderzoek van Milena Holdert van Nieuwsuur weten we nu dat de zin: “Het uit voorzorg gebruikmaken van persoonlijke beschermingsmiddelen bij patiënten die geen Corona hebben is niet nodig en uit het oogpunt van schaarste ongewenst” door (een ambtenaar van) het ministerie van VWS en via de toestemming van het RIVM is ingeschreven in een conceptadvies van het OMT.
Vervolgens is deze zin zelfs met terugwerkende kracht in de notulen van het OMT terecht gekomen.

Wat was hier eigenlijk aan de hand? In een interview met Jos de Blok van 24 april 2020 in de Volkskrant vertelt hij dat de manier waarop de overheid zich is gaan gedragen in de kwestie van de mondkapjes, perfect illustreert dat managers niet te veel te vertellen moeten hebben omdat ze de kracht weghalen bij mensen die het echte werk doen.
De overheid is zich volgens De Blok als Chef Beschermend Materiaal gaan gedragen, waardoor iedereen die bij zorginstellingen en verzekeraars normaal gesproken de inkoop en distributie doet, buitenspel is gezet.
Half maart stampte het ministerie het Landelijk Consortium Hulpmiddelen uit de grond om mondkapjes, handschoenen, handgel, schorten, brillen en testmateriaal voor àlle Nederlandse zorginstellingen te regelen. Er gingen 60 à 70 mensen aan de slag die niet per se de weg kenden in de wereld van de zorg-hulpmiddelen, aldus De Blok.

Waar dat toe leidde werd helder en shockerend verteld door Angelique Lamme, directeur van een verpleeghuis, bij Tijd voor Max. Ze gaf aan dat het alleringewikkeldst wat ze meemaakte in die eerste periode was, dat ze geen hulpmiddelen meer kregen. Zelfs geen desinfectant meer, dat ze moest gaan halen over de grens in Duitsland.
In het verpleeghuis waren ze sinds de oprichting van dat Consortium en de landelijke aansturing slechter af dan vóór Corona.

Haar redder was dezelfde Jos de Blok. Via hem kon ze tot slot toch nog aan mondkapjes komen.
Overigens werd hem dat niet in dank afgenomen. Zijn inzet om voor zijn organisatie Buurtzorg wel aan beschermende middelen te komen kwam hem op een vermanend gesprek met Hugo de Jonge te staan.
De Jonge had hem aangesproken op het bevorderen van preventief gebruik van mondkapjes en gezegd dat hij dat moest afraden op advies van deskundigen.
Achteraf was dat het advies van een ambtenaar en niet van een deskundige, aldus De Blok.
Het was niet het enige gejokkebrok van De Jonge want toen de Kamer vroeg om het advies van hoogleraar Buurman die als adviseur aan het OMT was toegevoegd en wel voor preventief gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen was geweest, had hij geantwoord dat de opsteller (Buurman dus) bezwaar had dat dat advies werd vrijgegeven, wat dus niet bleek te kloppen.

Samengevat: Er was De Jonge alles aan gelegen om te zorgen dat het preventief gebruik van beschermende middelen en zeker ook mondkapjes in verpleeghuizen werd geblokkeerd. Wellicht uit angst voor precedentwerking…?
Daarbij zijn methodes gebruikt die aldus hoogleraar gezondheidsrecht Jaap Sijmons tegen de wet zijn en de onafhankelijkheid van de adviezen aantasten.

Mijn conclusie kan geen andere zijn dan dat de overheid in dit geval burgers en professionals de mogelijkheid heeft ontnomen voor hun eigen belang op te komen met overduidelijke oversterfte in de verpleeghuizen als gevolg. De relatie tussen een gebrek aan beschermende middelen en oversterfte en ook ziekte van personeel lijkt me makkelijk aan te tonen.
Als dat zo is lijkt me een juridische procedure tegen de staat en de (ex-)minister op basis van onbehoorlijk bestuur voor de hand te liggen met aardig wat claims van nabestaanden en long covid-patiënten in het verschiet!

De wanhopige behoefte te generaliseren

Wat is toch die wanhopige behoefte te generaliseren? De mens, mensen, in te delen in wit, zwart, man, vrouw, elite of het ‘gewone’ volk, autochtoon of allochtoon, zeven vinkjes uit te delen, dader of slachtoffer etc.
Het gaat er daarbij vooral om de ander ‘thuis te brengen’.
Als je een etiket kan zetten op die ander weet je waar die persoon hoort.
Hoort hij of zij bij mij of niet?
Kan ik hem of haar vertrouwen of moet ik hem of haar wantrouwen?
Is dat misschien het dierlijke in onze soort?

Als ik naar mezelf kijk en mijn leven tot nog toe, kenmerkten twee eigenschappen mij, namelijk mijn grote behoefte aan vrijheid en mijn behoefte ergens bij te horen.
Dat maakte het dus ook meteen ingewikkeld.
Afkomstig uit een liberaal milieu wilde ik niets liever dan socialistisch zijn bijvoorbeeld.
Ik zong op 1 mei de internationale uit volle borst samen met mijn medeleden van de PvdA afdeling Leiden.
Met een problematische joodse achtergrond deed ik een groot deel van mijn leven of ik daar niets mee te maken had. Integreren was mijn levensmotto, erbij horen, zo ‘normaal’ mogelijk doen, aardig gevonden worden , geaccepteerd en gerespecteerd en eigenlijk vooral erkend als mens.

Terwijl ik me inzette voor de vrouwenbeweging, als lid van de Rooie vrouwen, als lid van de Emancipatieraad en als universitair hoofddocent vrouw en recht, en hoopte heel erg op solidariteit van wat het zwakke geslacht heet, heb ik helaas ervaren dat vrouwen tijdens mijn carrière het wespennest vertegenwoordigden waarin ik steek op steek opliep. Ik vroeg me af wat erger was, de apenrots die de mannen vertegenwoordigden of het wespennest waarin ik me herhaaldelijk bevond.
Terwijl ik tijdens mijn moederschap naar vrijheid snakte en regelmatig mij afzonderde op Schiermonnikoog om daar aan mijn onderzoeken te werken, merkte ik dat toen ik die vrijheid kreeg en verlost van kinderen als alleenstaande in de hoofdstad kon gaan en staan waar ik wilde, ik ze miste en vooral de zorg voor de ander, dezelfde zorg die me zo opgebroken was.
Kortom gecompliceerd. Niemand zei me meer hoe te leven. Ik moest het zelf uitvinden en raakte regelmatig de weg kwijt.

In het prachtige kinderboekje van David Grossman De omhelzing,  vertelt de moeder aan het kind dat hij uniek is. Het kind wil dat niet accepteren en roept: Ik wil dat er nog iemand is zoals ik!
Ik probeerde het voor te lezen aan mijn vierjarige kleinzoon maar hij zei dat hij het spannend vond en keerde zich ervan af. Ik las niet verder en begreep hem.
Het besef dat er geen ander is dan jij en ik voeg erbij dat je alleen geboren wordt en alleen doodgaat, is beangstigend, zelfs gekmakend.
Omhelzing is dan het enige wat nog helpt, heel dicht bij de ander komen en het gevoel hebben dat hij of zij een lotgenoot is en/of van je houdt.
Dat is de troost, dat is ons overlevingsmechanisme.
Maar ook de schijnveiligheid van de generalisatie, van het slachtoffer/dader denken, het denken in wij en zij, het denken in complottheorieën.
Het houvast zoeken in zwart-witbeelden, in zeven vinkjes of andere indelingen, alles om maar een ‘thuisgevoel’ te krijgen.
Lieve mensen, dat houvast is er niet, vergeet het.
Probeer eens één uur de ander als uniek te zien en kijk dan wat er gebeurt.

Abortus nog steeds strafbaar… tenzij

Bij alle vreugde in progressieve kringen over de afschaffing van de 5 dagen bedenktijd door een meerderheid van de Tweede Kamer zou je bijna vergeten dat in dit land abortus nog steeds strafbaar is gesteld in ons Wetboek van Strafrecht.
Artikel 296 luidt: Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor de zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
In het vijfde lid staat een bijzondere strafuitsluitingsgrond voor de arts indien de abortus begaan is in het kader van de Wet afbreking zwangerschap, een wet die op 1 november 1984 in werking is getreden. Aan deze wet liggen volgens de considerans twee waarden ten grondslag namelijk de rechtsbescherming van ongeboren menselijk leven en anderzijds hulp aan de vrouw bij ongewenste zwangerschap.
Abortus mag volgens die wet tot de vrucht buiten het lichaam van de moeder zou kunnen overleven. Dat is nu 24 weken, maar artsen houden een grens van 22 weken aan.
De bedenktijd van 5 dagen die er ook in stond wordt nu dus afgeschaft als ook de Eerste Kamer akkoord gaat.

Samengevat: In dit land kiezen we ervoor om abortus nog steeds in principe strafbaar te stellen en zijn we eveneens in principe op gelijke wijze bezig met bescherming van ongeboren menselijk leven als met de hulp aan de aanstaande moeder.

Zo progressief is dat alles niet, zou ik zo zeggen anno 2022, de tijd van de Me too-beweging, de tijd ook dat er weer steeds vaker aandacht wordt gevraagd voor seksueel geweld en intimidatie tegen vrouwen en ongelijke beloning.

Maar goed, een verbetering is het wel als we even 50 jaar teruggaan in de tijd.
Het was 1969 en ik was ongewild zwanger geraakt (zo heette dat toen) en kon pas een abortus krijgen nadat ik een heel buisje slaappillen achterover had geslagen en vervolgens bij een psychiater terecht was gekomen. Maar ook een zogenaamde Rorschachtest was verplicht. Ik zie de vlekken nog voor me waaruit ik vlinders dan wel vleermuizen  destilleerde. De uitslag kreeg ik niet te zien.
Vervolgens werd in het ziekenhuis onder narcose een operatie verricht, die voor zover ik me herinnerde rond de driehonderd gulden kostte, een heel bedrag indertijd voor een arme student. Ondertussen speelde er een stuk van mij, Avondmaal getiteld, in de bovenzaal van Sociëteit Minerva en vond er in Amsterdam een Maagdenhuisbezetting plaats. Kortom: roerige tijden!!!

Indertijd was voor mij die abortus een absolute must. Ik had nooit geweten hoe ik mijn leven anders  verder had moeten leven. En ik begrijp nog steeds niet hoe het kan dat er een kerk is waarin mannen die celibatair zijn en voor wie seks uit den boze is, bepalen dat abortus moord is.
En dan wordt zoiets ook nog ‘pro life’ genoemd.

27 januari 2022

Vandaag 77 jaar geleden
werd Auschwitz bevrijd
door de Russen wel te verstaan
die nu met hun legers
aan de grens van Oekraïne staan

Op de rand van een oorlog
die zo dadelijk
het hart van Europa treft
en onder de indruk
van de Omikronvariant
die een ongekend aantal mensen besmet

Maakt de poëzieweek zijn entrée
neemt al onze twijfels
zorgen en grieven
mee

Want ook daar waar een mens
tot nummer was gereduceerd
of waar de angst voor het virus
een immense afstand
tot de ander had gecreëerd

Bleef de klank van het dichterlijk woord
als een lichtstraat de duisternis
rondom ons doorklieven

Deed ons opkijken
van ons leed
naar de sterren
beseften we het wonder van deze kleine
heldhaftige planeet.

Stoere taal

Het was de week van de stoere taal.
In het filmpje van Tim Hofman over seksueel wangedrag bij The Voice of Holland kwam John de Mol aan het woord, die vertelde dat hij Jeroen Rietbergen, toen hij kennis had genomen van diens overschrijding van grenzen van kandidaten, alle hoeken van de kamer had laten zien.
Dat had dezelfde Jeroen overigens niet verhinderd om met zijn wangedrag door te gaan.
Ook niet zo verwonderlijk als je ziet dat er dan wel verschillende handboeken bestonden over hoe coaches ondersteunend moesten zijn ten aanzien van de ontwikkeling van het talent van hun pupillen, maar een protocol betreffende seksuele intimidatie ontbrak.

Het is misschien een wat grote sprong naar het stoere gedrag van onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Wopke Hoekstra, die nu recentelijk wèl voor wapenleveranties aan Oekraïne is. Een houding van gematigdheid en geloof in onderhandeling en diplomatie lijkt hier plaats te maken voor geloof in dreiging en afschrikking.
Volgens SP-kamerlid Jasper van Dijk zijn wapenleveranties in strijd met Europese regelgeving rond wapenexport, omdat je geen wapens mag leveren aan landen waar spanningen plaatsvinden en de regio instabiel is. Je krijgt een wapenwedloop, Koude Oorlog 2.0, aldus het kamerlid. De voorganger van Hoekstra, Ben Knapen, had nog geen vier weken geleden in de Tweede Kamer gezegd dat Nederland geen wapens aan Oekraïne levert, want dat draagt niet bij aan een politieke oplossing.
Terwijl het kabinet vindt dat een Russische inval – hoe beperkt ook – zal leiden tot een forse tegenreactie, wilde Hoekstra niet ingaan op hoe een eventueel sanctiepakket er uit zou moeten zien in het geval van een inval. Dat komt de ‘cohesie’ in de EU niet ten goede in het overleg over de repercussies, aldus de minister.

Ik heb nog wel een tip voor Hoekstra.
In de buitengewoon interessante serie De waarde van de aarde uit april 2021 liet Twan Huys zien dat het Russische Gazprom door de Nederlandse fiscale regels heel makkelijk belasting kan ontduiken.
Huys voegt daaraan toe dat zeker gezien de kwalijke rol van Rusland bij het neerhalen van de MH17 Nederland geen rode loper zou moeten uitrollen voor Poetin op de Zuidas.
Misschien is het een idee om daar nu in elk geval werk van te gaan maken en de voortvarendheid met het toesturen van wapens per direct toe te gaan passen op een (meer dan) voortvarende aanpak van die belastingontduiking.

Haat om de haat alleen

In mijn vorige blog heb ik een pleidooi gedaan voor mildheid, nu wil ik in gaan op een fenomeen dat zich in onze samenleving steeds duidelijker manifesteert, namelijk haat om de haat alleen. Uitingen zijn vooral te vinden op de sociale media, maar monden steeds vaker uit in persoonlijke bedreigingen van degenen die het algemeen belang dienen en onze instellingen draaiende houden.

Bas Heijne heeft in de publicatie Nationaal socialisme als rancuneleer, een heruitgave het licht doen zien van de brochure van Menno ter Braak uit 1937 met een voorwoord van hemzelf. Daarin wijst hij op de actualiteit van wat Ter Braak aan de orde stelt in zijn geschrift. Menno ter Braak houdt ons tachtig jaar na het uitkomen van zijn Nationaal socialisme als rancuneleer een spiegel voor, aldus Heijne.
Die rancune is niet een uitwas van het nationaal socialisme maar zit in ons allen haalt hij Ter Braak aan. Heel de samenleving is doortrokken van nijd, wrok en afgunst zoals Ter Braak opmerkt, en dat is aldus Heijne geen gemakzuchtig relativisme of het bagatelliseren van gevaarlijke tendensen.

Die rancune kan gemakkelijk een eigen leven gaan leiden en doel op zichzelf worden, waarop het democratisch proces geen greep meer heeft. Wanneer die rancune opnieuw wordt ingezet door een politiek die het ressentiment als bindmiddel propageert en dus altijd een zichtbare of onzichtbare vijand in het vizier heeft, een vijand die ‘achter de schermen’ op jouw vernietiging uit is, lopen democratie en rechtstaat uiteindelijk werkelijk gevaar, aldus Heijne.

Waar komt die rancune vandaan?
‘Het is’, aldus Ter Braak ‘de gelijkheid als ideaal die gegeven de biologische en sociologische onbestaanbaarheid van gelijke mensen de rancune promoveert tot een macht van de eerste rang in de samenleving; want wie niet gelijk is aan de ander en toch gelijk aan die ander wenst te zijn, wordt niet naar standen of kasten op zijn nummer gezet, maar hem wordt een premie toegekend! Zijn streven naar gelijkheid wordt theoretisch rechtvaardig geacht ook door degenen die er geen ogenblik aan zullen denken praktisch voor de verwezenlijking van een gelijkheid, die in hun nadeel zou zijn, iets te doen! Ziedaar de grote paradox van een democratische maatschappij waarin de rancune niet alleen aanwezig is, maar ook wordt aangemoedigd als mensenrecht!’ (Ter Braak, pag 36).
In de negentiende eeuw heeft het liberale vooruitgangsdenken korte metten gemaakt met het idee van ongelijkheid, zonder oog te hebben voor het daarmee gepaard gaande groeiende ressentiment. Dat wordt veroorzaakt door de discrepantie tussen ‘het recht op alles’ en ‘het bezit van weinig’ (Heijne, pag 14-15).

Is dat zo?

1  Heeft het liberale vooruitgangsdenken korte metten gemaakt met het idee van ongelijkheid? Of is het zo dat eind negentiende en begin twintigste eeuw er is gevochten om gelijke rechten ten koste van heel wat levens?
Waar blijft het socialisme en de sociaal democratie in dat verhaal en het vroege feminisme niet te vergeten?
2  Is de rancune en de rancuneleer in het Duitsland van de twintiger en dertiger jaren niet ontstaan vanuit (het aanwakkeren van) de rancune tegen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en hun vernederende eisen? Kortom vanuit het belang om te tamboereren op de nationale trots en de projectie van rancune op een vermaarde zondebok (de Joden). En niet vanwege de frustratie over de discrepantie tussen ‘het recht op alles’ en ‘het bezit van weinig’?
3  Schaart Heijne zich met Ter Braak in de rij modieuze critici op al hetgeen aan mensenrechtenverdragen is tot stand gebracht zeker na 1945? Zie bijv Mark Elchardus over de nonsens dat individuen rechten krijgen toebedeeld los van hun gemeenschap (de Volkskrant, 15-1-2022).
4  Is Ter Braak hoewel hij de democratie verdedigt misschien toch (stiekem) een aanhanger van een meritocratie waar duidelijk sprake is van een scheiding van een heersende elite en een rangen- of kastenmaatschappij, waar mensen niet op het idee komen om rechten op te eisen?

Ik zie onze samenleving en onze democratie als in een voortdurende ontwikkeling en een (soms hevige) botsing van belangen met ook natuurlijk alle risico’s van dien.
Dat die botsing er is en die conflicten boven tafel komen is zelfs waar onze samenleving zijn waarde aan ontleent.
Dat we in die botsing toch streven naar redelijkheid en uitgaan van de gelijkwaardigheid van mensen is niet een afwijking van een intellectuele elite maar voorwaarde om ons soort samenleving te kunnen handhaven.
Evenals de voorwaarde dat we niet gewelddadig worden of dat politici opstaan die haat om de haat verkondigen!

Het is niet slecht, het is jouw project. Pleidooi voor mildheid

Soms kunnen we van het bedrijfsleven nog wat leren.
Hornbach viert je imperfecte klussen, kunnen we al op 17 november jl lezen op sociale media. Het bedrijf is al eind vorig jaar een reclamecampagne gestart met als doelstelling trots aan te wakkeren bij doe-het-zelvers.
Wat je eigenhandig maakt hoeft niet perfect te zijn. Sterker nog: een kleine imperfectie maakt jouw project uniek en laat zien dat iets echt zelfgemaakt is, aldus Maarten Post, Hoofd Marketing en Communicatie van Hornbach Nederland.
De campagne speelt in op de nadruk die er tegenwoordig op perfectie ligt, aldus Post.
“Wij willen laten zien dat kleine onvolkomenheden juist karakter geven. Aan meubels, vloeren en huizen. En aan mensen. Wat je met eigen handen maakt, heeft ongelofelijk veel waarde.”

Het is naar mijn mening niet te veel gezegd als ik stel dat deze filosofie visionair is.
Hornbach slaagt er met zijn reclame in om in één klap van de klussende mens als metafoor voor het vallen en opstaan van een ieder die in deze wereld is geworpen, om met Heidegger te spreken, weer een echt mens te maken.
Niet een mens die concurreert met de machine en steeds vaker moet bewijzen dat hij/zij toch echt (nog) meer waard is. Ook niet de mens die vanaf zijn verschijnen op deze aarde zondig is en het in feite nooit echt goed kan doen, hoe hij/zij zich ook in het zweet werkt.
De christelijk calvinistische kijk op de mens.
Ook niet de mens als ding als object van wetenschapsbeoefening, de zogenaamde Verdinglichung van de mens.
Maar het herwaarderen van de mens als creatieve klusser die zijn best doet. Die niet anderen voor zich laat werken en de kolen uit het vuur laat halen, zoals we in een geglobaliseerde wereld gewend waren. Soms zelfs letterlijk zoals kinderen in Verweggistan die in mijnen werken om de grondstoffen voor onze electronica te delven.
Maar de mens die de hand aan de ploeg slaat en met wat hem gegeven is probeert er wat van te maken.
Onder het motto, dat ik van mijn moeder altijd hoorde: ‘Je kan niet meer dan je best doen’.

Even een gedachtesprongetje: Stel dat de overheid zo naar zijn burgers keek.
Stel dat de Belastingdienst zo’n soort reclame had: Een foutje is menselijk. Mocht u er echt niet meer uitkomen, wij staan altijd voor u klaar!!! Wat had die overheid zich zelf maar vooral ook de slachtoffers van de Toeslagen-affaire dan een hoop ellende kunnen besparen!
Stel dat we als samenleving ook zo naar elkaar keken, dat we er met zijn allen van uitgaan dat de ander het niet kwaad bedoelt maar ook maar zijn best doet om er in deze wereld wat van te maken en dat niemand perfect hoeft te zijn…
Dat dat geldt voor iedereen ongeacht zijn kleur, geaardheid, afkomst of voorkeuren.
Dat dat geldt voor iedereen die zich inzet voor het maatschappelijk belang als zorg-professionals, onderwijzers, politiemensen, bestuurders, journalisten maar ook vuilnismannen en -vrouwen, horecapersoneel, maar ook dak- en thuislozen, mensen die om één of andere reden buiten de boot zijn gevallen…
Dat dat geldt voor mensen ter linker of ter rechterzijde van het politieke spectrum.
Dan betekent het tegelijkertijd dat niemand meer uit kan groeien tot een soort heiland voor een groep mensen die vooral op zoek zijn naar een totaal concept, een leider die hen voorgaat en de weg wijst zodat ze zelf niet meer hoeven na te denken.
Want in de Hornbach-visie is een ieder feilbaar.
In de Hornbach-visie ligt de menselijkheid en de humor, de betrekkelijkheid ook, er zo dik bovenop dat er geen sprake meer kan zijn van nationaal socialistische, communistische of radicaal orthodoxe geloven. Kunnen we  samen ons best doen en kunnen we samen lachen en leren.