Universalisme en secularisme een illusie?

Er zijn momenten in een mensenleven die je bijblijven en je weet dat ook op het moment dat ze zich voltrekken.
Natuurlijk is 11 september 2001 – de aanval op de Twin Towers – zo’n moment dat je bijblijft als je, zoals ik, dat zag gebeuren op TV.

Maar er was ook het moment dat ik op Schiermonnikoog zat en me hogelijk verbaasde over het feit dat Rudi Carrell door de Duitse omroep ARD, maar ook de ruggengraatloze houding van de regering Lubbers, in 1987 gedwongen was zijn excuses te maken aan het Iraanse volk.
Wat had hij gedaan, in vredesnaam?
Hij had een filmpje getoond waarin vrouwen damesonderbroekjes gooiden naar de Ayatollah Khomeini. Deze flauwe, wat platte grap naar mijn mening, zou met een fatwa zijn beloond, zoals Salman Rushdie dat twee jaar later zou ervaren, als hij niet zijn excuses zou maken.

Het einde dus van de vrijheid van meningsuiting was mijn gevoel toen. De heer Van den Broek, minister van Buitenlandse Zaken (CDA) had het zelfs bij Achter het Nieuws gedaan gekregen dat ze het bewuste fragment niet uitzonden, uit angst voor de wraak van Khomeini.
Het gaat hier om dezelfde minister van Buitenlandse Zaken die het presteerde om ergens gedurende zijn ambtsperiode mensenrechten in verband te brengen met links gedachtegoed.
Ook weer zo’n TV-moment dat ik niet gauw zou vergeten.
Naar mijn idee: Het einde van het gezag van de door de Holocaust geïnspireerde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Immers, als je de rechten die daaruit voortvloeien en die staan voor de waardigheid van ieder mens als links betitelt (Baudet zou zeggen: als cultuurmarxisme) dan kun je de Verdragen die daaruit voortvloeien zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens of het Vluchtelingenverdrag ook meteen in de linkse prullenbak gooien.

Eind jaren tachtig gebeurde wat, althans ik, niet voor mogelijk hield: De grote rechtse afslag naar een criminalisering van voorbereidingshandelingen in het strafrecht, een algemene, eerst nog beperkte, identificatieplicht gevolgd door een Schengen informatiesysteem dat de privacy ernstig op de tocht zette. En natuurlijk later gevolgd door een Vreemdelingenrecht dat onder de bezielende leiding van Job Cohen, staatssecretaris van Justitie werd ‘omgevormd’ tot een door de Commissie Meijers* zeer bekritiseerde Vreemdelingenwet.

En dan nu opeens in de NRC een opinie van Aya Sabi* die stelt: “Het is niet langer mogelijk zich te verschuilen achter het ‘blanke’ canvas van het universalisme en het secularisme.
Die zijn een illusie”.

Het universalisme en secularisme in de ban gedaan als blank canvas.
Daar ga je met je Universele Verklaring! En alles wat daaruit voortvloeide. Blank canvas.
Wat heeft Sabi trouwens tegen canvas? Vaak gebruikt als schildersdoek…
En ongebleekt erg duurzaam 100 procent katoen.

Volgens haar is de Vitruvius-man van Leonarda da Vinci ook dood.
Dat heb ik moeten opzoeken.
Net als de uil van Minerva en de boreale wereld van Baudet.
De Vitruvius-man wordt algemeen gezien als symbool van het humanisme, met de mens als middelpunt van het heelal.
Die mens heeft afgedaan weten we inmiddels (Die mens wordt trouwens ook door Sabi en de haren gelijkgesteld met – witte – man).

Het antropoceen heeft zijn langste tijd gehad. En daarmee ook, ben ik als seculiere, atheïstische, heteroseksuele, witte, feministische, zeventigplus vrouw met een joodse achtergrond en een idealistische linkse inborst bang, het humanisme en het universalisme. Als we de mens niet langer centraal stellen, en dat heeft uiterst links en uiterst rechts gemeen, komen we terug bij moeder natuur.
Dat lijkt zo gek niet behalve wanneer moeder natuur zich vertoont als de verheerlijking van het beest in ons of dat nu zwart, wit, bruin, geel of groen ziet.

  • De Commissie Meijers is een denktank van rechtswetenschappers op het gebied van Europees migratie- en strafrecht. Als voorzitter van de Coornhert Liga was ik er nog kortstondig lid van.
  • Aya Sabi: ‘Woke is geen spook maar zaak van woord en wederwoord’, in Opinie NRC van dinsdag 19 oktober.

De noodzaak van burgerparticipatie

De Haagse stolp krijgt steeds meer trekken van een woning bij Zeerijp.
De ene schok is nog niet voorbij of de andere dient zich aan.
En een oplossing ligt niet in het verschiet.
De woning vertoont scheuren en is onstabiel geworden.
Het gezin dat er woonachtig is doet niet veel anders dan te trachten het hoofd boven water te houden, maar de psychische schade is inmiddels ook aanzienlijk.
Verwijten over en weer en een groeiende inertie is waar de familie inmiddels aan lijdt.
Ze zitten achter stapels dossiers en paperassen terwijl de rommel in huis zich opstapelt.
De deur klemt en bezoek wordt niet op prijs gesteld.
De buren maken zich zorgen.

Ik kan met deze parabel nog een tijdje doorgaan maar duidelijk is dat men er in Den Haag niet echt meer uitkomt.
Misschien komt er een nieuw kabinet, samengesteld uit de vier partijen die zijn gestruikeld over de Toeslagen-affaire, maar veel nieuws hoeven we daar niet van te verwachten.
D66 de enige partij van wie de mensen misschien nog hopen dat deze een frisse wind zou kunnen brengen is inmiddels een ‘systeem’-partij geworden volgens hun wetenschappelijk bureau.*
Van Mierlo stelde in 1967 nog in een paginagrote advertentie in de krant: “Ons politiek bestel is ziek en moe. Het schippert, het weifelt. Zeurt. Wat kunnen wij doen om het te herscheppen – weer fair en vitaal te maken?”

Nou, niet mevrouw Van Huffelen (staatssecretaris van Financiën) aan het roer van het zinkende schip van de Kindertoeslagen-affaire dat zij vlot zou moeten trekken en trouwens ook niet mevrouw Olongren in de regen met stukken rond laten lopen of de stemprocedure dusdanig laten herzien dat burgers niet meer begrijpen op wie ze moeten gaan kiezen dadelijk* zou ik nu 55 jaar later zeggen.

Tja, dat zei Van Mierlo in 1967 dus, niet voorziende dat er een Mark Rutte premier zou worden, die er op een ongelooflijk knappe manier in slaagt om de gekste dingen uit te halen, zodat de partijen die met hem samenwerken flinke klappen krijgen en toch zelf overeind blijft.

Democratische vernieuwing was de leus. Hij vond dat het ‘regentendom’ zich niet openstelde voor ‘gewone’ mensen.
Na het min of meer echec van de focus op referenda gaan In onze tijd andere landen ons voor in het gebruikmaken van een nieuwe tool namelijk: burgerpanels.
In Frankrijk heeft een dergelijk burgerpanel dat zich moest buigen over de klimaatcrisis en de energietransitie heel succesvol gewerkt. Alleen toen het politiek geïmplementeerd moest worden ging het mis.

Haal je de koekoek!
Stel dat je zoiets in Nederland zou instellen, waarop overigens Alex Brenninkmeijer nu studeert, en ze komen met aanbevelingen om per direct op te houden met de CO2-opslag onder de grond, dan wordt zoiets niet met gejuich ontvangen. Met name niet door de partijen die daarin een mogelijkheid zien om niet echt substantieel iets aan de CO2-uitstoot van de fossiele industrie te hoeven doen.
Kortom de inzet van burgerpanels is leuk maar de uitkomst ervan moet wel passen binnen de lijnen van de grootste partijen en met name dus de VVD. In Frankrijk: Macron moet er wel wat in zien natuurlijk.

Enfin, ik heb een ander idee, een beetje out of the box.
Van Huffelen kan het duidelijk niet aan. De Raad van Europa heeft zich er al mee bemoeid en Nederland gekapitteld over de politieke en ambtelijke cultuur naar aanleiding van de Toeslagen-affaire*.
Zulke negatieve boodschappen richting ons land komen tegenwoordig niet alleen van de Raad van Europa, zie mijn vorige blog.
Is het misschien een idee om onder leiding van de inmiddels afgetreden Amsterdamse ombudsman Arre Zuurmond een aantal gepensioneerde juristen te zetten op de dossiers die mevrouw Van Huffelen en haar Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen niet meer kunnen behappen???
Ik meld mezelf onmiddellijk aan.
Dan combineer je het nuttige met het aangename.
De oudjes die nog scherp van geest zijn en zich dagelijks afvragen of ze nu naar Frankrijk zullen gaan of toch maar weer eens wat verder weg, zullen ongetwijfeld met liefde en enthousiasme zich storten op deze nieuwe uitdaging: Hoe de failliete boedel van het ministerie van Financiën er weer bovenop te helpen?
En natuurlijk vooral de slachtoffers eindelijk recht te doen!!!

  • Zie NRC Opinie 13 oktober: “D66 moet via de Eerste Kamer de nieuwe coalitie naar links trekken”.
  • Zij wil ipv namen cijfers zetten bij de te kiezen personen, begrijp ik.
  • Zie Trouw van 12 oktober: “Versterking positie parlement en Kamerleden moet nieuwe toeslag-affaire voorkomen”.

Oorbaar of ontoelaatbaar

Een casus:
Een strenge vader geeft zijn kinderen van 14 en 15 weinig zakgeld en als ze daar niet van rondkomen wijt hij dat aan hun spilzucht. Dan moeten ze maar eens een baantje nemen…
Stiekem stopt hun moeder hen nog wel eens wat toe.
Dat kan deze vader tot razernij brengen.
Als deze kinderen 20 en 21 zijn krijgt de moeder van de kinderen van haar broer die accountant is (en er toevallig achter is gekomen) te horen dat diezelfde vader buiten haar medeweten, haar spaargeld heeft uitgegeven aan een onduidelijk project van een vriend van hem, die failliet is gegaan. Maar volgens hun vader was er geen vuiltje aan de lucht want hij was immers getrouwd in gemeenschap van goederen en de moeder in kwestie had er van af kunnen weten als ze zich maar eens in de financiën had verdiept.
Inmiddels is ook hun huwelijk gestrand en blijft de moeder in kwestie achter met een uiterst minimale alimentatie.

Wat heeft deze casus gemeen met die van Wopke Hoekstra demissionair minister van Financiën?
1. De voorbeeldfunctie.
Als vader heb je een voorbeeldfunctie maar als minister heb je nog een veel verstrekkender voorbeeldfunctie zeker als minister van Financiën.
2. Strengheid naar anderen.
Wopke Hoekstra heeft zich naar andere Zuid-Europese landen zeer streng en normatief opgesteld waar het hun financieel beleid betreft. Ook was hij als Eerste Kamerlid lid van de commissie die zich bezighield met de internationale strijd tegen belastingontwijking
3. Zijn gedrag naar buiten toe strookte niet met zijn feitelijke handelen.
Naar buiten toe was hij streng en ongenaakbaar. Ondertussen bleek hij nog vlak voor zijn ministerschap gebruik te maken van een brievenbus-constructie. Dat had hij wel bij de Belastingdienst gemeld maar niet bij de Eerste Kamer, zoals nu blijkt uit de Pandora Papers.
4. Niet hijzelf komt, evenals de vader uit het voorbeeld, uit voor dit tegenstrijdige gedrag maar onderzoeksjournalisten moesten erachter komen.
5. Hij praat zijn gedrag goed, twittert er zelfs over in eerste instantie.
Zijn belangrijkste argument dat hij niet wist dat het om een brievenbusfirma ging en overigens ook dat hij niet verplicht was er melding van te maken en dat hij zich altijd aan de vereiste procedures heeft gehouden.

Na een debat in de Kamer blijft hij zitten als minister van Financiën terwijl hij op de tv in Spanje inmiddels voor gek wordt gezet. Dat laatste schijnt hem niet te deren noch anderen van het demissionaire kabinet.
Nederland is immers allang niet meer het beste jongetje van de klas in Europa.
Men kent ons nog wel van het vingertje maar men kent ons inmiddels nog beter als belastingparadijs en land dat missives krijgt van de OESO of de anti-corruptieafdeling van de Raad van Europa als het gaat om banen-verstrengeling van oud-bewindslieden.

Is dit nu oorbaar of ontoelaatbaar gedrag?
Het merkwaardige feit doet zich nu voor dat de meerderheid van de Tweede Kamer over dit onderscheid gaat. Er komt geen rechter maar ook geen burger aan te pas.
Dat laatste zou misschien nog het geval zijn als er zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen zouden worden uitgeschreven
Hij mag doodleuk doorregeren.
Extra schrijnend is natuurlijk dat onlangs staatssecretaris Alexandra van Huffelen nog even aangaf dat het nog heel lang kan gaan duren voor de slachtoffers van de Toeslagen-affaire allemaal zijn gecompenseerd.
De zoveelste correctie op een eerder gedane toezegging.

Het doet me allemaal denken aan een rapport dat ik in 1988 uitbracht: Derving of diefstal en dat handelde over ontoelaatbaar gedrag binnen bedrijven.
Hoe werd daar tegenaan gekeken binnen die bedrijven? Ik interviewde 40 directeuren van zeer uiteenlopende ondernemingen.
Het bleek dat naarmate de betreffende die iets onoorbaars deed, moeilijker te vervangen was en hoger in de organisatie zat, er sprake was van zowel ander taalgebruik als een andere afhandeling-wijze.
In het geval van een voor het bedrijf belangrijke hooggeplaatste werd er over derving gesproken of soms niet eens en werd de betreffende weggepromoveerd.
Als het om een lager geplaatste ging die gemist kon worden was er sprake van ontoelaatbaar en zelfs strafbaar gedrag en volgde ontslag of zelfs een strafrechtelijke afhandeling.

In het geval van Hoekstra, hij is op dit moment niet echt vervangbaar kennelijk en hij kan wegkomen met een verhaal, dat hij zich aan de procedures heeft gehouden. Oorbaar dus…?

Welke van de volgende spreekwoorden acht u hier van toepassing?
1. Hoge bomen vangen veel wind
2. Noblesse oblige
3. De duivel schijt altijd op de grote hoop

Graag uw antwoord aan deze website. Wie weet zit er nog iets leuks aan vast: Aandeeltje in een ecosafari bedrijfje in Oost Afrika?

Zieltogend (3): Het publieke discours

In zijn essay over het boek Amor fati van Abel Herzberg* vraagt Maxim Februari zich hardop af: “Hoe voorkom je je eigen morele verval en hoe zorgt een samenleving ervoor niet besmet te raken door moreel geweld dat rondwaart”.
En verderop in zijn essay: “Het probleem der moraliteit is dat we nooit precies weten wat de norm onder allerlei uiteenlopende omstandigheden inhoudt en hoe je haar moet toepassen. En daarom is het zo belangrijk erover te blijven praten, er een levende omgang mee te behouden, casuïstiek te bedrijven en je gewetensfunctie niet uit te besteden aan anderen of aan machines”.

Als ik dit lees denk ik aan Jürgen Habermas, met name het eerste deel van de laatste zin: “erover te blijven praten” oftewel het publieke discours als basis voor de vormgeving van de normering gebaseerd op redelijke argumenten.
Met dat laatste bedoel ik uitdrukkelijk geen complottheorieën.
Het belangrijkste boek van Habermas was Theorie des kommunikativen Handelns (1981), waarin hij stelt dat er naast de traditionele instrumentele rationaliteit ook nog een communicatieve rationaliteit bestaat. Volgens Habermas is het noodzakelijk dat er voor een optimale publieke sfeer een ruimte moet zijn waarbinnen rationele discussies kunnen worden gevoerd, vrij van dwingende machten.
Voorwaarde voor zo’n gesprek is wel:
1. Dat men ervan uitgaat dat de gesprekspartner de waarheid spreekt
2. Dat de gesprekspartner gerechtigd is de uitspraken te doen die hij doet
3. Dat men er van uitgaat dat de gesprekspartner meent wat hij zegt en de discussie serieus neemt
De uitkomst van een dergelijk gesprek kan dan de vorming van normen zijn.

Kijken we naar wat er nu aan de hand is in het Corona-non-debat dan zien we dat er aan de ene kant sprake is van doel/middel-rationaliteit bij het demissionaire kabinet en specifiek De Jonge zoals bij de instelling van de QR-code verplichting en anderzijds sprake is van complottheorieën waar het de ideeën van Forum en Baudet betreft.
Als je Baudets verhaal in de Kamer beluistert denk je eerst nog dat er best wat in zit in zijn kritiek op het Corona-beleid. Immers hij wijst erop dat er geen duidelijkheid is over de geldigheidsduur van de vaccinaties, op schijnveiligheid en het risico van een surveillance-staat. Daar kan ik me nog in herkennen want ook ik heb met onze Stichting Bescherming Burgerrechten gewezen op de gevaren van een te grote informatiemacht van de staat ten opzichte van de privacy van de burger.

Maar als hij dan naadloos overgaat in het wij/zij-denken en ‘dat het speelveld is veranderd want de tegenstander heeft een andere aanval ingezet’, gelardeerd met verhalen over de tegenstander die altijd maar weer al 50 jaar bij ieder argument of bezwaar zoals over massa-immigratie met de Holocaust kwam aanzetten, de Holocaust die hij dan met een kleine letter en tussen aanhalingstekens plaatst, dan gaan dus mijn haren overeind staan.
Terug bij af denk ik dan.
De keuze van het gedicht van Baudet, dat hij voordraagt in het hart van onze democratie, Verlorenes Ich van Gottfried Benn, die in de jaren dertig een nazi-aanhanger was en zich later bij de Wehrmacht aansloot, doet mij zelfs verlangen naar de tijden waarin er ophef was omdat Willem Aantjes niet eerlijk was geweest over zijn (foute) keuze als jongeman en hij het politieke veld moest ruimen.

Het gevaar van Baudet en zijn Forum is nu net deze dubbelheid. Enerzijds terecht kritische vragen hebben bij de doel/middel-rationaliteit van het kabinet.
Anderzijds meteen door de communicatieve rationaliteit uit de leefwereld een flinke dosis complottheorie gooien waardoor dit type discours ook weer een doel/middel-rationaliteit gaat vertonen!
Want zo hopen Baudet en de zijnen een grote aanhang te krijgen bij ‘gewone’ mensen die moeite hebben met de Corona-maatregelen en -verplichtingen en zich slachtoffer voelen van een te opdringerige overheid.
En dat lijkt dan weer op hantering van het zondebok-mechanisme dat het in de politiek van extreem rechts heel goed doet en deed.

Wat zou er moeten gebeuren?
Terug naar het publieke discours dus.
Terug naar Habermas.
Deze demissionaire regering en het parlement zouden een Platform moeten formeren van burgers en deskundigen die de drie voorwaarden hierboven genoemd zouden willen respecteren. Waarbij het begrip ‘waarheid’ wellicht wat ruimer mag zijn geïnterpreteerd wat mij betreft.
Deze burgers en deskundigen zouden een goede representatie moeten vormen van visies en gedachten die er zijn betreffende het virus en het beleid.
Want we zijn er helemaal nog niet vanaf, maar moeten wel nadenken over een toekomst waarin het virus waarschijnlijk een rol blijft spelen dan wel een nieuw virus op ons pad komt.

Ik zou er zelf bijv in willen zetten: Roel Coutinho en/of Jaap Goudsmit en/of Marcel Levi.
Deze drie mannen hebben elk hun sporen verdiend als arts, specialist in infectieziekten of viroloog en hebben bovendien een joodse achtergrond wat altijd nuttig kan zijn als iemand uit het gezelschap opeens met een ster op de vergaderruimte betreedt.
Pieter Omtzigt lijkt me ook een prima kandidaat gezien zijn opvattingen over een nieuwe bestuurscultuur en zijn duidelijke empathie met de leefwereld en de communicatieve rationaliteit van Habermas.
Baudet lijkt me niet geschikt vanwege het feit dat hij niet aan de voorwaarden voldoet, maar bijv de advocaat van Willem Engel, Gerben van de Corput die de zaak over de avondklok heeft aangespannen, lijkt me weer erg geschikt. En zeker ook Maxim Februari die immers samen met anderen de Syri-zaak heeft aangespannen,* zeer beducht is voor een surveillance-staat en een buitengewone betrokkenheid toont bij wat er gebeurd is in de Tweede Wereldoorlog.
Liever verder geen politici maar een verstandige huisvrouw uit Urk die de voorwaarden wil respecteren waarom niet. Ouderenbonden-vertegenwoordigers maar ook vertegenwoordigers van jongeren, en van de horeca en non-responders, prima!
En natuurlijk een goede niet manipulerende en door links en rechts gerespecteerde voorzitter zoals bijv Jos Wienen die weet wat het betekent als je doelwit bent van lieden die het op jou gemunt hebben maar toch altijd weer het hoofd koel houdt.

Enfin, het is een idee.
Want dat we met elkaar in dit land echt moeten gaan nadenken en praten over hoe het nu verder moet met onze samenleving is mijns inziens obvious en zeker niet een uitgemaakte zaak!

  • Gepubliceerd in de Groene Amsterdammer van 23 september
  • zIe voor de Syri-zaak een eerder blog van mij van 2 november 2019

Zieltogend (2): Het vertrouwen in de politiek

Ik had u als lezer beloofd dat ik een serietje zou maken. De vorige keer had ik het over de geestelijke gezondheidszorg.
Nu is duidelijk, dat begrijpt u, de politiek aan de beurt.
Volgens het onderzoeksbureau van de NOS, Ipsos is het vertrouwen van de Nederlandse burger in de politiek gekelderd tot onder de helft.
Een meerderheid van zes op de tien Nederlanders heeft weinig of heel weinig vertrouwen meer in de landelijke politiek.
(Dat is belangrijk om er even bij te vermelden dat ‘landelijk’. Want misschien heeft men nog wel vertrouwen in de plaatselijke bestuurders?)
Ook het vertrouwen in het kabinet zelf en in demissionair premier Rutte heeft een knauw gekregen. Vorig jaar nam het vertrouwen na de ingrijpende maatregelen in de corona-crisis nog toe, inmiddels is daar weinig meer van over. Het demissionair kabinet krijgt met een 4,9 een onvoldoende, waar het in maart bij de Tweede Kamerverkiezingen nog een voldoende kreeg.
Kijken we naar de premier dan was het vertrouwen 61 procent en inmiddels 33 procent.

Waarom is het vertrouwen zo gezakt?
Bij Ipsos antwoordde 72 procent bevestigend op de vraag of de lange duur van de formatie slecht is voor hun vertrouwen in de politiek. Daarnaast worden genoemd het beleid op het gebied van gezondheid, de woningmarkt, het debacle met de kindertoeslagen, het immigratie- en asielbeleid, de ouderenzorg, de aanpak van de corona-crisis en het klimaatbeleid.
Tot zover Ipsos.

Kijken we nu naar EenVandaag van maandag 20 september, dan is er iets opvallends zichtbaar.
Het vertrouwen is schrikbarend gedaald aldus Gijs Rademaker van het EenVandaag Opiniepanel. Zoveel verschil lijkt er niet met de onderzoeksresultaten van Ipsos.
Tot we belanden bij Rutte.
Dan blijkt hij nog wel populair bij meer dan de helft als ‘Corona-premier’ .
Zes van de tien leden van het Opiniepanel (27.000 leden) vinden het echter niet acceptabel als Rutte weer minister-president wordt van een nieuw kabinet!
Zij vinden dat hij niet meer geloofwaardig is om nog 4 jaar door te gaan, omdat hij te vaak gelogen heeft.

Wat moet je nu van deze uitslagen denken?
Het vertrouwen in de landelijke politiek is zieltogend, dat is wel duidelijk en dat klemt te meer omdat juist nu heel belangrijke koerswijzigingen moeten worden ingezet zoals ten behoeve van het klimaat maar ook op het gebied van bestuurlijke vernieuwing waarin juist vertrouwen in professionals (zorgverleners, onderwijzend personeel enz) en burgers centraal moet gaan staan.
Een open bestuurscultuur, meer ruimte geven aan professionals, de burgers meer geloven in plaats van bij voorbaat wantrouwen etc, vergt een omslag in de politieke cultuur.
Als dan burgers zelf de politiek bij voorbaat wantrouwen zal de afstand overheid/burger moeilijk verkleind kunnen worden en stuiten de overheidsmaatregelen (zoals bijv uitkopen van boeren) alleen op verzet.

En dan dat onderscheid tussen een Corona-premier en een gewone minister-president..
Waar staat dat voor?
Betekent het dat een Corona-premier eigenlijk niet wordt gezien als politicus maar als een crisismanager die het volk moed toespreekt vanuit een torentje? En hebben we nou een Corona-premier nodig of een gewone minister-president?
En hoe verhoudt zich eigenlijk de constatering van Ipsos dat het gebrek aan vertrouwen van burgers te maken heeft met het Corona-beleid met het enthousiasme van het EenVandaag Opiniepanel voor de heer Rutte als Corona-premier???

Vragen te over… Misschien heeft u een idee?
Stuurt u dan een reactie naar deze site!

Zieltogend (1)

“Voor de mens is geen redding mogelijk, anders dan zijn redding als het leven te beschouwen. Verlok, verschalk en omarm het lijden als een onverschrokken bondgenoot.”
“Het stille, langzame lijden van het leven is je waarachtige kompas. Ze dwingt je af te dalen naar je diepste zelf en de fundamenten van je bestaan, op zoek naar verandering, meedogenloos te ondergraven. Lijden is de nacht voor de ochtend van de vreugdevolle bevrijding.”

Als u lezer nu denkt dat ik me heb bekeerd en deze tekst uit de preek komt die ik afgelopen zondag heb beluisterd, dan vergist u zich.
Deze teksten zijn afkomstig uit het boek Het tekort van het teveel van Damiaan Denys.
Zijn boek was net af voordat de Corona-crisis uitbrak en wat betreft het lijden werd hij dus op zijn wenken bediend.
In dit boek signaleert hij de paradox van het te veel willen van de mens en zich daarmee tekort doen.

Het is een evaluatie van de psychiatrie en een uiterst kritisch betoog over medicalisering van de geestelijke gezondheidszorg. Wat dat betreft deed het me aan de oude, door hem niet geciteerde Ivan Illich denken met zijn zogenaamde ‘iatrogene ziekten’, dat zijn ziekten die door de medicalisering en de medische zorg worden veroorzaakt in plaats van verholpen.

Ook kwam de tijd van de antipsychiatrie met Jan Foudraine en zijn boek Wie is van hout bij mij bovendrijven naar aanleiding van bv een tekst als: “De wetenschappelijke kennis van voorspellende factoren voor behandeluitkomsten ontbreekt in de psychiatrie”.
Denys geeft achtereenvolgens aan wat er allemaal mankeert aan de onmogelijke combinatie van marktwerking en regulering in de zorg en stelt dat we te maken hebben met een ‘failliet mensbeeld’ namelijk een mens als producerend product.

Ook dat kwam me bekend voor.
Ik dacht meteen aan de term ‘Verdinglichung’, het tot ding/object maken van de mens, een begrip dat al speelde bij Adorno van de zogenaamde ‘Kritische Schule’ en je ook terug kunt vinden bij de dialogische filosofie van Levinas.
Denys denkt dat we er een stuk beter aan toe zijn als we onze ziel beter leren kennen.
Overigens houdt hij er niet van om psychisch lijden bespreekbaar te maken.
Van Denys moet je dus liever in stilte lijden.

Wel merkwaardig overigens dat hij in zijn conclusies de psychiatrie niet af wil schaffen en zelfs ook de medische kant ervan benadrukt door deze als juist het overblijvende specialisme te willen zien.

Zelf ben ik geneigd na lezing van zijn boek het over een andere boeg te gooien.
Drie maal contact met een psychiater heeft me geleerd dat hij/zij op zijn best een goede praatpaal is waarbij ik mijn hart kan uitstorten en die af en toe iets zinnigs zegt waardoor ik me gezien en erkend voel.

Maar zoiets kan op vele manieren worden bereikt lijkt me.
Aanstaande 17 september ligt het boek Een zinvol leven; de mens en zijn verhaal in de boekhandel.
Het is het tweede boek over zingeving van Fokke Obbema die zeer verschillende mensen heeft geïnterviewd over hun definitie van zin en zinvolheid.
Ik mocht één van hen zijn en ik moet zeggen dat het gesprek met Obbema van twee uur me meer heeft gedaan dan de diverse gesprekken met de psychiater die ik me nog herinner.
Het was inspirerend en bemoedigend en de ziel, maar natuurlijk ook het lijden, kwamen uitgebreid aan bod! Waarvoor bij deze nog dank Fokke!

Mijn creatieve voorstel zou dan ook zijn om eens bij de evaluatie van de huidige GGZ goed te kijken of er niet meer Fokkes kunnen worden ingezet om het verhaal van mensen met psychische klachten te aanhoren, het te verwoorden en naar hen terug te koppelen.
Niks in stilte lijden, Denys!

PS: ik zal in mijn volgende blog doorgaan op het thema zieltogend.
Want dat ben ik met Denys eens: er is heel wat zieltogends op het moment en ook veel tekort van het teveel!

Mijn naam is Haas

Na de serie “Ouwe koeien”, vandaag een sprookje van deze tijd. Voor wie geïnteresseerd is, een jaar geleden heb ik in de vakantie een serie sprookjes van deze tijd als blogs gepubliceerd.
De titel van dit sprookje is: Mijn naam is Haas
Er was eens een haas die zichzelf ook Haas noemde.
Hij was er trots op Haas te zijn.
Als iemand hem vroeg, hoe heet je? zei hij ook altijd: Mijn naam is Haas.
Haas stond erom bekend dat hij heel hard kon rennen, wegrennen wel te verstaan.
Als hij maar even dacht dat het moeilijk werd ging hij er als een haas vandoor.

Er leefden allemaal dieren in en op het duin zoals fazanten en veel vogels en soms hadden ze ruzie. Bijvoorbeeld omdat ze iets lekkers zagen en de ander hen net voor was.
Maar ook omdat ze vonden dat de ander te veel een borst opzette of te veel haantje de voorste wilde zijn. Diegene vond dan dat de ander maar een toontje lager moest zingen.
In die gevallen wachtte Haas de confrontatie niet af maar maakte zich haastig uit de voeten.
Hij moest er niets van hebben. Als hij alleen maar dácht dat er ergens een ruzie van zou komen was hij al vertrokken. Als er dieren waren die hem dat kwalijk namen, beweerde hij altijd bij hoog en bij laag dat hij dat voor ‘de lieve vrede’ deed.
Sommigen noemden hem schamper ‘angsthaas’ maar er waren er ook die heimelijk jaloers waren op Haas, konden zij maar zo hard rennen en zich uit de voeten maken als hen de grond te heet onder de voeten werd.

Op een goede dag of misschien een kwade waren er jagers met honden in het duin.
Nu wilde het geval dat de jagers er juist op uit waren om die dieren te schieten die het hardste renden. Een gewoon konijn of een sullige haas vonden ze niet spannend. Hoe harder het rende hoe groter de uitdaging was. Het vergde jagerskunst om een heel hard rennende haas neer te leggen.

En zo werd de levenskunst van de haas ook zijn noodlot.
Had hij het rustiger aan gedaan en had hij meer om zich heen gekeken, was hij minder angstig geweest dan had hij misschien op tijd een schuilplaats ontdekt en was hij niet aangeschoten wild geweest voor de jagers.

Wat is de moraal van dit verhaal?
Angsthazen en een angstcultuur trekt jagers aan en maakt de jacht tot een spel.
Angsthazen denken dat ze door hard weg te rennen geen gevaar lopen en aan het langste eind trekken maar in de praktijk trekken ze dus jagers aan die er veel plezier aan beleven hen te pakken.

Even een sprongetje: Europa lijkt meer en meer beheerst door de angst ‘overspoeld’ te worden door vreemdelingen. Daarom verloochent het de eigen waarden vastgelegd in verschillende Verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het Europa van nu, voorgezeten door Slovenië, lijkt de Zero-norm van Orban en PIS als uitgangspunt te nemen: Geen Afghanen naar Europa maar opvang in de reeds overbelaste regio.
Het netto effect is dat de jagers (extreem rechts) worden aangemoedigd in hun afkeer van alles wat buitenlands is (en op de vlucht). De jagers ruiken hun kans… Alles wat dan toch nog deze kant op komt zal met extra inzet worden ‘teruggeduwd’.

In Nederland is met name de VVD zo bang door rechts te worden ingehaald dat ze de democratische rechtsstaat steeds verder in gevaar brengt en partijen uitsluit, wat niets te doen heeft met de beloofde nieuwe bestuursstijl of op inhoud regeren.
De angst voor machtsverlies is leidend en overheerst veruit het algemeen belang.
Er worden schimmige spelletjes gespeeld, er is sprake van wetsovertredingen en het kan allemaal doorgang vinden omdat niets degene die hierbij leidend is tegenhoudt.
Ondertussen loeren de jagers en ruiken het angstzweet…
Ze staan onder leiding van een groot dagblad en sociale media klaar, en wachten hun kans af.
Het spel is allang begonnen.

Ouwe koeien 6: Het personalisme van Emmanuel Mounier

Het is wat oneerbiedig om het personalisme van Emmanuel Mounier, die leefde van 1905- 1950 te laten vallen onder de titel “Ouwe koeien”, die ik dezer weken opdiepte uit de sloot van de tijd, maar u moet me dit maar vergeven, lezer.
Als ik in mijn boekenkast duik en daaruit het dunne boekje pak van dr. A.J.M. van Weers, die in 1989 een voordracht heeft gehouden ter gelegenheid van de aanvaarding van de Prix Emmanuel Mounier, kom ik teksten tegen als “Wij staan voor de opgave om een eenheid in verscheidenheid te bereiken”.
“Mounier heeft”, aldus Van Weers, “ons een methode aan de hand gedaan om convergentie tot stand te brengen van de divergerende maatschappelijk en politieke visies zonder dat deze hun eigen karakter moeten verloochenen”.
Begin jaren dertig richtte Mounier het tijdschrift Esprit op. Het blad had een grote verscheidenheid aan medewerkers rond zich verenigd van protestantse, katholieke, joodse en oosters orthodoxe huize, anarchistisch en marxistisch georiënteerden, met links en rechtse opvattingen. Wat hen bond was de ontevredenheid over de gevestigde ‘wanorde’, het besef dat de wereld in een crisis verkeerde en dat een morele revolutie nodig was (Van Weers pag 15).

Mounier voelde zich gedwongen de beginselen die hen verenigden onder woorden te brengen zonder dat de betrokkenen hun eigenheid verloren. De ‘integraliteit’ van hun bagage moest gewaarborgd worden.
Zijn personalistische filosofie die de persoon centraal stelt moest een handelingsfilosofie zijn maar ook een filosofie van de ontmoeting.
Grensoverschrijdingen tussen de verschillende denkrichtingen zijn mogelijk.

In een tijd dat in dit land geen regering kan worden gevormd omdat partijen elkaar blijven uitsluiten kunnen we heel wat leren van het personalisme van Mounier.
Het gekke is dat de grondgedachte van Mounier ‘Men kan van elkaar leren, wanneer men in beginsel het belang van de persoon en zijn/haar menselijke waardigheid erkent’, niet zo nieuw zou moeten zijn in een land waarin het poldermodel steeds centraal stond.
Ook de naoorlogse zogenaamde ‘doorbraakgedachte’ gestoeld op de ideeën van de gijzelaars van Sint Michielsgestel tijdens de bezettingsjaren was geënt op deze personalistische filosofie.

Hij werkte met een theorie van de oversnijdingen, een normatieve theorie met de volgende kenmerken:
1. Zij aanvaardt dialoog en samenwerking tussen aanhangers van verschillende mens- en maatschappijopvattingen, waarvan het eigen karakter niet van van buitenaf mag worden aangetast, doch die wel aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen: ze mogen noch totalitair noch extreem relativistisch zijn.
2.Deze theorieën dienen met elkaar overeen te stemmen inde onderkenning en verwerping van de crisis waarin de samenleving verkeert.
3. Deze consensus ontstaat dikwijls naar aanleiding van een gezamenlijk beleefde ervaring en wordt gedragen door de overtuiging dat de leidende waarde in theorie en praxis een zeker verabsolutering van het menselijke is.
4. Deze consensus leidt in ieder geval tot praktische conclusies en impliceert bereidheid deze voorzover mogelijk wederzijds en tegenover een universeel auditorium te verantwoorden.
5. Door de overeenstemmingen ontstaat een geheel van verwante themata, dat men een spil kan noemen. Deze spil heeft een verplichtend karakter. De themata omvatten normatieve uitspraken en gronden voor hun juistheid.

Met name ad 3 lijkt me interessant voor mevrouw Hamer.
Ik zou haar willen adviseren om Rutte, Kaag, Hoekstra, Ploumen en Klaver verplicht te sturen naar Rottumerplaat waar ze zichzelf moeten behelpen gedurende een week.
Niks geen podcasts en verboden voor journalisten…
Wie weet dat ons zo nieuwe verkiezingen worden bespaard.

PS: Qua literatuur verwijs ik naar Recht doen aan de buurt van mijn hand uit 2001, waarin oa een personalistische rechtsverkenning, en Rechtvaardigheid, persoon en creativiteit, een bundel onder redactie van Claudia Bouteligier en Timo Slootweg over personalisme en recht, 2020.

Ouwe koeien deel 5: Politieke trucs*

Wat heeft de houding van de Nederlandse regering ten aanzien van Afghanistan te maken met de moeizame vorming van een nieuw kabinet?
Dat is even een lastige maar toen ik de NRC van vandaag, zaterdag 21 augustus, las wist ik het:
Onder de titel ‘Dagboek Kabul’ staat het opschrift: We horen alleen: wacht af.
Precies dat is wat demissionair minister van Defensie Ank Bijleveld ons al een tijdje voorhield op vragen van Nieuwsuur en anderen of Nederland nog iets ging doen om Afghanen hier naar toe te halen.
Het leek er bijna op of Bijleveld verwachtte dat de Taliban zich wel zouden gedragen volgens de Nederlandse bureaucratische agenda.
We zoeken het uit… vooral goed natuurlijk…

Tja, en als het dan anders loopt dan zeg je: Helaas we konden niet veel doen, de geschiedenis heeft ons ingehaald, de zaak is niet meer actueel, e.d.

Vijf maanden wachten we nu op een nieuw kabinet. Links doet erg zijn best om in het profiel van de heer Rutte te passen, maar ja, als er aan Kaag en Rutte iets wordt gevraagd komt er niet veel anders uit dan: We zijn ermee bezig…
Van de open bestuurscultuur en de radicale veranderingen die Rutte toezegde in het heetst van de strijd, is zeer weinig terecht gekomen. Dat mag duidelijk zijn.

Toen ik begin jaren tachtig overspannen de lokale politiek van Leiden verliet heb ik een ‘Handleiding politieke trucs’ nagelaten. Uitgegeven in 1983 door de Stichting Welzijn.
Onlangs keek ik er weer eens in en ja waarachtig, nog steeds van toepassing!
Zo heb ik toen een Hoofdregel bedacht: Maak gebruik van het TIJDSTIP om uw tegenstander(s) uit te schakelen door: Het aanvoeren van de ongeschiktheid van het tijdstip als mogelijkheid om u te onttrekken aan kritiek of vragen om informatie. Zo kunt u stellen dat de tijd nog niet rijp is, of dat de zaak inmiddels al niet meer actueel is.
Interessant is natuurlijk dat als je maar lang genoeg stelt dat de tijd nog niet rijp is de zaak dan uiteindelijk niet meer actueel is.

Als je geen zin hebt om Afghanen hier naar toe te halen maar liever moeilijke politieke discussies uit de weg gaat, zeg je dat de tijd nog niet rijp is, dat er nog meer moet worden onderzocht omdat je natuurlijk ZORGVULDIG wilt handelen en hoopt dan maar dat de Taliban zo snel oprukken dat je al snel kunt zeggen dat je alles geprobeerd hebt maar helaas dat de kans nu verkeken is om nog mensen hier naar toe te halen.

Bekend zijn wij trouwens ook met de ‘competentie’-argumentatie, een variant op het tijdstip-excuus.
Sorry hoor, maar we zijn niet competent oftewel bevoegd om in te grijpen. Gecombineerd vaak met een verwijzing naar een andere instantie…
Zoiets speelde bij de Srebenica-affaire. De VN deed niks noch de Navo, tja dus wat konden wij nu nog doen?
Het afschuwelijke smeken van de Bosniërs om gered te worden heeft wel trekken van wat we nu zien met de Afghanen.
“Er was niemand van de Nederlanders die ons binnen kon laten, ze zeiden ons dat ze de controle niet hadden” (citaat uit NRC). Tja…

Dus tijdstip en bevoegdheden zijn prima trucs maar ook bepaalde dooddoeners zoals ik 40 jaar geleden opmerkte.
Dat kan niet want dan krijgen we problemen met, of de financiën laten het niet toe, onderzoek heeft uitgewezen, etc.
Wat betreft de verkiezingen en het vervolg daarop krijgen we voortdurend te maken met dooddoeners: We zijn er mee bezig, het heeft onze volle aandacht… etc.
Stukken krijgen we niet te zien.
Wel opmerkelijk in een democratisch land zou je zeggen.

Ik zou er aan toe willen voegen:
Overdrijf enorm om uw argumentatie kracht bij te zetten.
Zo zei Ankie Broekers-Knol, staatssecretaris van Vreemdelingenzaken, dat we natuurlijk niet alle Afghanen die maar íéts betekend hadden voor de Nederlandse missie, hier naar toe konden halen.
Ze schiep daarmee een beeld alsof Nederland eventueel bereid zou zijn geweest volle Boeings met keukenpersoneel en vrachtwagenchauffeurs met hun gezinnen naar ons landje te halen…
Ankie, die gezien haar leeftijd toch had moeten weten dat juist vrouwen in het verzet tussen 1940 en 1945 achteraf niet werden herkend als zodanig omdat ze een praktische rol hadden gespeeld als ondersteunsters van dat verzet.

Tja, 4 mei, Srebenica, de rol van ons land in Indonesië, het is op slag vergeten als we wat moeten DOEN.
Dan worden alle politieke trucs uit de kast gehaald om in elk geval aan dat DOEN te ontkomen.
Tot oprecht verdriet van hen die wel wat deden daar in Afghanistan.
En met lede ogen zien hoe die vrouwen die zich toch tijdens hun inzet konden ontwikkelen alle hoop zien varen.*

  • Zie overigens hiervoor ook NRC met zeer interessante verhalen van de vrouwen in Afghanistan.

Naschrift.
U denkt nu wellicht dat ik zo visionair was en misschien ben, maar helaas.
Soms zat ik er volkomen naast in de jaren zeventig.
Ik voorspelde toen nl in een discussie met Kock Kerling, een vooraanstaand PvdA vertegenwoordiger, dat als vrouwen aan de macht zouden komen, de politieke cultuur zou veranderen en feminiener zou worden.
Als ik nu Kaag, Bijleveld en Broekers-Knol op een rijtje zie en hoor over het Nederlandse vluchtelingenbeleid inzake Afghanen dan weet ik dat ik er volkomen naast zat.
Vrouwen aan de macht, het wil helaas niets zeggen, ook niet als het juist ook de positie van vrouwen die onderdrukt worden betreft.

  • Zie Handleiding politieke trucs uit 1983. Kunt u vinden op mijn site onder het kopje: Onderzoek.

Ouwe koeien deel 4: Een breed offensief

Op 16 juli in een uitzending van Nieuwsuur liet Gerrit van der Burg, de voorzitter van het College van Procureurs Generaal, de hoogste baas bij het Openbaar Ministerie, zich naar aanleiding van de moord op Peter R. de Vries een aantal behartenswaardige woorden ontvallen.
Van der Burg vindt dat er een ‘breed offensief’ moet komen, dat moet beginnen in de wijken.
“Wij moeten het met elkaar doen: structuur in de wijken, scholing en genoeg kansen op een baan. Dat betekent dat je elke stap moet zetten om te voorkomen dat jeugd überhaupt vindt dat ze de criminele hoek in moeten gaan!”
Want aldus Van der Burg “de kruimeldief van vandaag wordt in de verleiding gebracht om bij wijze van spreken morgen een moord te plegen”.

“Leeglopers moeten mogelijkheden aangereikt krijgen om zich te verbeteren. Grijpen ze die kansen niet dan zullen ze steeds verder wegzakken in hun zondigheid en tenslotte terechtkomen in de categorie van zware criminelen.”
Vraagje: Wie verwoordde wanneer deze gedachte?
Heel goed lezer!: Coornhert in Boeventucht en Zedekunst dat is wellevenskunste. Coornhert die een zogenaamde ‘perfectist’ was en geloofde in het goede van de mensen schreef Boeventucht op 24 oktober 1567 naar eigen zeggen omdat hij niets te doen had en in de gevangenis zat.
Hij bepleitte (dwang)arbeid in plaats van verminking of de dood zoals toen gebruikelijk was en daarmee een vorm van heropvoeding.

Maken we even een sprong in de tijd dan zien we dat de zogenaamde ‘communitybuilding’ overgewaaid uit Amerika hier opgeld begon te doen na de Tweede Wereldoorlog en daarmee ook het opbouwwerk een belangrijke plek kreeg in Nederland vertegenwoordigd door het Landelijk Centrum Opbouwwerk.*

De latere ‘sociale vernieuwing’, ingezet onder het kabinet Kok, betekende overheidsbeleid gericht op het terugdringen van sociale uitsluiting en werkloosheid, het verbeteren van de leefomgeving en van de doelmatigheid en kwaliteit van voorzieningen die er zijn.
Het rapport ‘Wijken onder druk’ dat ik schreef toen ik nog bij de Harmonisatieraad Welzijnsbeleid werkte kreeg impact via dit beleid.
In 2000 verscheen van mijn hand: Recht doen aan de buurt. Daarin werd beschreven hoe in de Indische buurt in Zwolle met succes een samenwerkingsverband was gevormd tussen wijkagent, opbouwwerker en woningbouwcorporatie. Op donderdag 9 november 2000 was er naar aanleiding van het verschijnen van dit onderzoeksrapport onder auspiciën van de Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie een symposium in het stadhuis van Zwolle waar de bewoners van de Indische buurt uitdrukkelijk waren uitgenodigd.
Uitgangspunt en constatering was: Het is het beste om van participatie van de bewoners uit te gaan.

“Met een directe en persoonlijke benadering van bewoners kunnen beroepskrachten en agenten in buurten veel bereiken,” concludeerde ik toen.
Maar helaas bleven ‘instellingen de problemen rondpompen’ aldus is te lezen in een verslag in Zorg en Welzijn van 20 december 2000.
Vervolgens hebben we nog te maken gehad met de zogenaamde Krachtwijken van Ella Vogelaar, maar het mocht niet baten.
Van der Burg ziet kennelijk alweer de noodzaak op wijkniveau wat aan de groeiende problemen te doen opdat kruimeldieven geen moordenaars worden van mensen als Peter R. de Vries.

  • Zie Wilsbeschikkingen over de geschiedenis van het opbouwwerk en de grote inspirator: Wil van de Leur, Dr. Gradus Hendriks Stichting 2009, Opbouwteksten 22.